Morgen naar de stembus!

Vorige week schreef ik in mijn blog ( http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237 ) dat ik nog niet wist op welke partij ik moest gaan stemmen. Ik maakte bij mijn afwegingen een onderscheid tussen Hebben-onderwerpen en Zijn-onderwerpen. Inmiddels weet ik het wel!

 

De meer economische, binnenlandse Hebben-onderwerpen baren mij geen zorgen. Het ziet er naar uit dat we een kabinet krijgen met vier of vijf partijen, dus er zal een grote compromissen-carrousel op gang komen. Normaal gesproken komen partijen daarbij ergens in het midden uit. Hoeveel eigen risico in de zorg, hoeveel extra geld naar defensie, op welke leeftijd met pensioen, waar 130 kilometer rijden? Allemaal vragen die je kunt kwantificeren en waarbij je een soort gulden middenweg kunt bepalen. Je kunt dan kiezen voor die partij die ervoor zal zorgen dat het compromis een beetje meer naar deze of de andere kant zal uitvallen. Maar je weet nu al dat iedereen water bij de wijn zal moeten doen. Mijn keuze bij deze onderwerpen zal uitgaan naar die partijen die streven naar een meer evenwichtige verdeling van onze gezamenlijke welvaart.

 

De meer op identiteit en globalisering gerichte Zijn-onderwerpen (wat is de Nederlandse identiteit, wat moeten we aan met de islam, hoe gaan we om met het enorme vluchtelingenvraagstuk, willen we lid blijven van de EU, wat zijn onze normen en waarden?) zijn voor mij meer doorslaggevend. Ik schreef mijn vorige blog voor het uitbreken van de ‘Turkije-rel’. Deze rel laat precies zien hoe zeer deze Zijn-onderwerpen van belang zijn. En hoe snel het allerlei emoties losmaakt en politici verleidt tot het doen van vergaande uitspraken. Voor je het weet hebben we de mond vol van paspoorten en volksliederen. Symbolen die verbonden zijn met de natiestaat. Maar juist door de globalisering is het moeilijker geworden om te denken en de handelen in termen van de natie-staat. Mensen, bedrijven en vraagstukken steken grenzen over. Denk aan migratie, klimaatvraagstukken, energievoorziening, multinationals, veiligheidsvraagstukken. Individuele natie-staten zijn niet voldoende in staat om op eigen houtje dergelijke vraagstukken en ontwikkelingen het hoofd te bieden. Het is geen kwestie van paspoorten en volksliederen, maar het zoeken naar vormen van effectieve internationale samenwerking. Daar zijn geen pasklare oplossingen voor. Dat is een speelveld waarvoor we geen vanzelfsprekende spelregels hebben zoals we die voor individuele landen hebben ontwikkeld. Daar moet je een goede vorm voor zien te vinden. De Europese Commissie heeft onlangs een aantal alternatieven voor de toekomst van de EU op tafel gelegd ( http://europa.eu/rapid/press-release_IP-17-385_nl.htm ): van groot en federatief tot los en beperkt. Voor welke variant kiezen wij? In deze verkiezingscampagne is dit nauwelijks aan bod gekomen. Terwijl het een cruciale zaak is. Ik wil aan de ene kant geen federatie (een soort Verenigde Staten van Europa), maar aan de andere kant vind ik een heel los samenwerkingsverband of een Nexit geen passend antwoord. We zullen op een aantal terreinen (klimaat, migratie, armoedebestrijding, veiligheid) stevig moeten samenwerken met constructieve partners, binnen en buiten Europa. Ik kijk naar partijen die in hun programma daar zinnige dingen over zeggen.

 

Is de natie-staat dan niet langer relevant? Ja, natuurlijk wel. Als je internationaal goed wilt opereren, moet je ook een gezonde thuisbasis hebben. De globalisering brengt met zich mee dat we duidelijk moeten bepalen wat onze positie is. Dat is geen in beton gegoten identiteit, maar een zich ontwikkelende plaatsbepaling (letterlijk een plaatsbepaling!) die we van tijd tot tijd moeten herdefiniëren door op democratische wijze spelregels en normen met elkaar af te spreken die passen bij deze tijd. In ieder Europees land wonen tegenwoordig honderdduizenden tot miljoenen mensen die afkomstig zijn uit andere landen. Die kun je niet allemaal wegsturen of uitgummen. Iedereen met een verblijfsvergunning heeft het recht om er te zijn, binnen het raamwerk van de gezamenlijke spelregels. En wie die regels overtreedt, wordt niet weggestuurd, maar op het matje geroepen. Niet vanwege zijn afkomst, maar vanwege het overtreden van de spelregels. Ik zoek aansluiting bij die partijen die dat hoog in hun vaandel hebben en niet zaken bedenken die tegen onze rechtsstaat ingaan. En van dat laatste zie ik helaas de nodige bedenkelijke voorbeelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit alles overdenkend en afwegend heb ik mijn voorkeur bepaald. Er is een partij die wat mij betreft op deze drie fronten redelijke tot goede visies en voorstellen heeft. Die partij krijgt morgen mijn stem. Ik weet dat overmorgen, op donderdag 16 maart, de onderhandelingen zullen worden geopend en geen enkele partij volledig zijn zin zal krijgen. Ik hoop dat de partij van mijn keuze zo’n positie krijgt dat de uitkomsten wat meer in de door mij gewenste richting zullen uitvallen.

 

Maar vooral ben ik nu al bij voorbaat blij dat geen enkele partij het helemaal voor het zeggen krijgt. Nederland is juist zo’n leuk land omdat er zoveel verschil is. In welk ander land kun je uit 28 partijen kiezen? Stel je voor dat één partij of één leider helemaal de dienst uit gaat maken? Dat vinden we toch zo erg aan Poetin of Erdogan? Dan maar liever dat gehannes en gepolder in Den Haag. Onder het toeziend oog van een niet-stemmende koning van Duitschen bloed en een koningin met een dubbel paspoort. Wat mij betreft is dát typisch Nederland(s).