Bipolaire politiek

“We zouden wat mij betreft op zoek moeten naar vormen van democratie waarbij  de kiezer geen zwart-wit keuzes voorgelegd krijgt, maar uitgenodigd wordt om mee te denken en mee te praten over oplossingen voor politieke vraagstukken. Politici en politieke partijen zouden hun eigen opvattingen moeten kunnen relativeren en oog hebben voor alternatieve opvattingen.”

 

Frankrijk gaat aanstaande zondag naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. In de eerste ronde, twee weken geleden, behaalden Emmanuel Macron en Marine Le Pen de meeste stemmen waardoor zij nu doorgaan naar de tweede en beslissende ronde. Net als in de Verenigde Staten heeft de president in Frankrijk zeer grote politieke bevoegdheden, dus er staat veel op het spel voor de Fransen. In veel landen met een presidentieel systeem vervult de president een meer ceremoniële rol als staatshoofd zonder werkelijke politieke macht. Een verbindende figuur die de nationale eenheid symboliseert. In Frankrijk en in Amerika is de president echter niet alleen staatshoofd, maar ook veruit de machtigste politieke figuur, de centrale spelbepaler. Hij is dus niet een boven de partijen staande verbinder, maar een staatshoofd met een uitgesproken politieke kleur. En omdat er maar één persoon president kan worden, heeft de uiteindelijke verkiezingsdag in een land met een presidentieel systeem altijd een bipolair karakter met een zwart-wit keuze: òf de één òf de ander.  Degene met de meeste stemmen wint. Duidelijk en simpel.

 

 

 

 

 

 

Dat bipolaire systeem kom je ook tegen bij referenda. Referenda lijken de laatste jaren aan populariteit te winnen. Denk aan recente voorbeelden in Schotland (over onafhankelijkheid), Nederland (over Oekraïne), Groot-Brittannië (Brexit) of Turkije (presidentieel systeem). Ook bij een referendum wordt de keuze voor de kiezer teruggebracht tot een duale optie: het beantwoorden van een vraag met een eenvoudig Ja of Nee. Ook hier geldt: de meeste stemmen gelden.

Ik heb veel moeite met deze vormen van bipolaire politiek. Een tweestrijd is prachtig voor media en opiniepeilers. Het levert, net als bij sportwedstrijden of thrillers, een spannende ontknoping op met een winnaar-op-punten. Maar het land moet na de verkiezingen weer verder, terwijl de politieke tweestrijd de tegenstellingen juist heeft vergroot. Vooral bij verkiezingen met een lage opkomst en/of met een krappe overwinning blijven grote groepen mensen met een kater achter. Wat als Macron wint met 55% van de stemmen bij een opkomst van 55%? Dan is 30% van alle Fransen opgelucht en blij, terwijl 70% teleurgesteld, onverschillig of boos is. En wat heeft de Brexit-uitslag nu feitelijk opgeleverd of opgelost? De verliezende premier (David Cameron) is vertrokken, de winnende uitdager (Nigel Farage) is ook van het politieke toneel verdwenen, de eerste onderhandelingen met de EU verlopen uiterst moeizaam, een nieuw Schots onafhankelijkheidsreferendum dreigt en de ongekozen Theresa May schrijft nieuwe verkiezingen uit. Tel uit je winst. Of kijk eens naar de politieke situatie in de Verenigde Staten waar al jarenlang een verlammende loopgravenoorlog tussen Democraten en Republikeinen woedt. Soms met een lock-down tot gevolg.

We zouden wat mij betreft op zoek moeten naar vormen van democratie waarbij  de kiezer geen zwart-wit keuzes voorgelegd krijgt, maar uitgenodigd wordt om mee te denken en mee te praten over oplossingen voor politieke vraagstukken. Geen bipolaire presidentsverkiezingen en referenda, maar een pluriform systeem met veelkleurige partijen en platforms. Dialoog en debat zouden centraal moeten staan, niet winnen of verliezen. Vergelijk het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers met betrekking tot de ouderenzorg[1] eens met het referendum-initiatief over het Verdrag met Oekraïne. Borst en Gaemers stelden de inhoud centraal en maakten er juist geen partijpolitieke kwestie van, met als gevolg dat er nu in Den Haag van links tot rechts brede steun voor hun plannen bestaat.

 

 

 

 

 

Tijdens de campagne bij het Oekraïne-referendum was de inhoudelijke diepgang vaak ver te zoeken en werd allerhande ontevredenheid gemobiliseerd. Het verdrag was al in 28 landen door de nationale parlementen (democratisch) goedgekeurd, maar in Nederland werd achteraf aan de noodrem getrokken. Het blijkt juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk om recht te doen aan de uitslag. In die zin kent dit referendum alleen maar verliezers en zijn we weer een illusie armer

Dit laatste is symptomatisch voor deze tijd waarin veel burgers murw en ongemotiveerd raken. Ze voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd en nauwelijks serieus genomen. Ze haken af of kiezen voor politici die zichzelf buiten de gevestigde orde van de traditionele partijen plaatsen (denk aan Donald Trump, Emmanuel Macron, Nigel Farage, Beppe Grillo). Maar meer controverse, meer extremisme, meer referenda en nog grotere tegenstellingen zijn niet de oplossing voor deze problemen. Integendeel, daarmee gaat het van kwaad tot erger.

Bipolaire systemen bevorderen het zwart-wit denken, het denken in termen van winnen en verliezen, het wij-zij denken, het monopoliseren van de waarheid. In pluriforme systemen moet je overleggen, compromissen sluiten en coalities vormen. Stelling durven nemen, maar ook water bij de wijn kunnen doen. Dat is bij uitstek de rol van politici (zowel van de gevestigde orde als de outsiders) in een gezonde democratie. Ze zitten er niet voor hun eigen belang of voor een deelbelang. Zij dienen het algemeen belang te dienen. Politieke partijen moeten de verbinding met de burgers zoeken. Maar ook met elkaar. Politici en politieke partijen zouden hun eigen opvattingen moeten kunnen relativeren en oog hebben voor alternatieve opvattingen. Er zijn mensen die dat slap vinden. Ik denk dat het juist de manier is om politieke systemen gezond te houden.

[1] https://www.scherpopouderenzorg.nl/