Richting, een naar voorzetsel?  

 

Met het woord richting is de laatste jaren iets bijzonders aan de hand. Dit zelfstandig naamwoord wordt met grote regelmaat ook als voorzetsel gebruikt.

 

Bij fileberichten is het vaste prik: ‘op de A4 richting Amsterdam…’ En wat te denken van het weerbericht (‘het regenfront trekt richting Noord-Nederland). Jonge Jihad-strijders vertrekken richting Syrië. En in dit jaargetijde gaan weer veel wintersporters richting Oostenrijk. Misschien vinden we de aanduiding ‘in de richting van’ te ingewikkeld of te lang, dus dikken we het in tot het kernwoord ‘richting’. We kunnen natuurlijk ook het voorzetsel naar gebruiken, maar om mij onbekende redenen kiezen we steeds vaker voor richting. Nu is dat nog redelijk te begrijpen bij een concrete geografische aanduiding, zoals in de hierboven beschreven voorbeelden. In alle gevallen is sprake van plaatsen, regio’s of landen. Het gaat dus echt om een richting. Je kunt bij wijze van spreken je routeplanner er op instellen.

Maar hoe langer hoe meer wordt richting ook in niet-geografische zin gebruikt. Ik kom dat ook als communicatie-docent geregeld tegen. Een persbericht richting de media, een nieuwsbrief richting de donateurs, een oproep richting het bestuur. In die gevallen doet het woord richting meer pijn aan mijn oren en ogen dan bij geografische aanduidingen. Maar het is wel weer een stuk beter dan de tenenkrommende formulering naar….toe, die je vaak in de jaren ’80 en ’90 hoorde: ‘een stukje duidelijkheid naar onze achterban toe’.

Nu is het interessant om te kijken of we naar analogie van de zelfstandig naamwoord/voorzetsel combinatie van het woord richting ook andere combinaties kunnen maken. De eerste inval die ik hierbij heb is samenwerking. Stel je voor dat we het zelfstandig naamwoord samenwerking gaan gebruiken in plaats van het voorzetsel met. Met betekent namelijk in veel gevallen ‘in samenwerking met’ en dat kan je weer afkorten tot samenwerking. Dat leidt dan tot zinnen als: ‘ik ga samenwerking vrienden op vakantie’ of ‘ik heb een studiedag samenwerking collega’s’. Dat klinkt natuurlijk heel krom, maar het is in wezen niet anders dan wanneer je zegt ‘ik ga richting Amsterdam’. Nu wordt het voorzetsel met ook gebruikt zonder de ‘samenwerking’-betekenis. Denk aan uitdrukkingen als ‘met goede moed’ of met frisse tegenzin. Dan wordt het nog krommer, want dan moet je gaan zeggen ‘samenwerking frisse tegenzin’.

Nog een voorbeeld. Je zou het voorzetsel bij kunnen vervangen door het zelfstandig naamwoord buurt. Bij kun je namelijk ook aanduiden als ‘in de buurt van’; kortweg buurt.  Dan levert zinnen op als: ik ga eten buurt mijn schoonouders’, of ‘hij is echt buurt de pinken.

De ontwikkeling van het woord richting laat zien dat onze taal geen dood ding is. Taal wordt gebruikt, gekneed, gevormd en vervormd. Ik vind dat we blij mogen zijn met die levendigheid van onze taal, al vind ik niet elke ontwikkeling een aanwinst. En het voorzetsel richting vind ik randje. Ik bedoel natuurlijk: op het randje van…..