De stamhouder

 

 

 

Als kind was ik stiekem wel eens jaloers op mijn ouders omdat zij de oorlog hadden meegemaakt. De oorlogstijd was natuurlijk afschuwelijk, en mijn ouders hebben ingrijpende dingen meegemaakt (onderduiken, hongertochten, een broer die overleed), maar toch hing er voor mij ook een gevoel van spanning en opwinding omheen. Zeker als ik de verhalen, boeken en films over de oorlog vergeleek met mijn rustig voortkabbelende jeugdjaren. Het bracht me tot het besef dat juist in oorlogstijd het maken van keuzes grote gevolgen kon hebben. In het meest extreme geval kon een keuze het verschil bepalen tussen goed of fout, tussen leven en dood. Die keuze-scherpte fascineerde mij enorm. Ik denk dat ik daarom als scholier/student me graag verdiepte in boeken waarin dit thema centraal staat. In die jaren is mijn belangstelling voor het existentialisme (Sartre, maar vooral Camus) ontstaan. En ook in de boeken van Hermans en Claus vond ik die thematiek terug; vaak met een dunne lijn tussen fictie en non-fictie.

Deze gedachten kwamen weer bovendrijven bij het lezen van het boek De stamhouder van Alexander Münninghoff. Münninghoff (journalist, Ruslandkenner, oud-correspondent in Moskou) beschrijft in dit boek de bewogen geschiedenis van zijn grootvader en vader tegen de achtergrond van de historische ontwikkelingen van de 20e eeuw. Het boek maakt indruk doordat het een eerlijk, tastbaar, onopgesmukt beeld geeft van mensen van vlees en bloed die verwikkeld zijn in soms zeer uitzonderlijke gebeurtenissen waarbij de Tweede Wereldoorlog direct of indirect van grote invloed is.[1]

In die zin doet het boek denken aan De eeuw van mijn vader van Geert Mak uit 1999. Mak schetst de persoonlijke geschiedenis van zijn ouders met de 20e eeuw als decor: de naweeën van de Eerste Wereldoorlog, religieuze spanningen in wat we nu de Bible Belt noemen, Nederlands-Indië, de Tweede Wereldoorlog, de komst van de welvaartsstaat. Mak laat zien hoe de ‘grote’ geschiedenis een stempel drukt op de ‘kleine’ geschiedenis van mensen.

Münninghoff volgt een vergelijkbaar procedé, maar zijn speelveld en spanningsveld zijn anders. De verhalen over de familie Münninghoff spelen zich af in een bredere Europese context: Letland, Duitsland, Nederland, Rusland, België. In die zin heeft dit boek ook wel iets van dat andere boek van Geert Mak: In Europa. Het spanningsveld is de steeds terugkerende rivaliteit tussen zijn grootvader (meestal aangeduid als ‘de oude heer’) en zijn vader (Frans).

De oude heer is een zakenman die in het interbellum een fortuin vergaart in Letland. Hij bouwt daar een zakelijk imperium op en verkeert in de hoogste kringen. Alle gezinsleden (de oude heer is met een Russische vrouw getrouwd en er worden vier kinderen geboren) genieten volop van de vele privileges die deze bevoorrechte situatie met zich meebrengt. Grootvader heeft niet alleen vele zakelijke en politieke connecties, maar is ook actief binnen de katholieke kerk. Hij is namelijk ‘rabiaat katholiek’ (p.204).  Daarnaast blijft hij Nederlander in hart en nieren. Dit leidt ertoe dat hij zijn kinderen naar rooms-katholieke internaten in Nederland stuurt. Zeer tegen de zin van zoon Frans (de vader van Alexander) in. Frans zet zich af tegen Nederland en de keuzes die zijn vader voor hem maakt. Als in 1939 de Tweede Wereldoorlog uitbreekt verlaat de familie Letland en vestigt zich in Voorburg. Maar Frans sluit zich aan bij de Waffen SS om tegen de bolsjewisten/de Sovjets te gaan vechten. Tijdens de oorlog (en tussen de gevechten aan het Oostfront door) trouwt Frans met Wera, zijn grote jeugdliefde uit het vooroorlogse Riga. In 1944 wordt Alexander geboren: de stamhouder. De oude heer weet dan midden in de oorlog dankzij al zijn connecties zijn kleinzoon en schoondochter Wera uit Poznan op te halen en over te brengen naar Voorburg.

Na de oorlog groeit Alexander op in eenzaamheid en als buitenbeentje. “Mijn vader had zich al die jaren niets van mij aangetrokken“ (p. 272). Zijn vader is getraumatiseerd door de oorlog. Zijn streven om rijker te worden dan de oude heer strandt door zijn naïviteit en zijn gebrek aan zakelijk inzicht. Moeder Wera wordt niet geaccepteerd door de oude heer en vlucht, als zij de voogdij over haar zoontje dreigt te verliezen, met Alexander naar Duitsland. Maar ook daar weet de grootvader hen te traceren en Alexander wordt gekidnapt en teruggebracht naar Nederland. Het zal vele jaren duren voor hij zijn moeder weer terugziet. En als hij haar terugziet zal het daarna weer 15 jaar duren voordat ze elkaar opnieuw zien.

Het loopt zowel met vader Frans als met moeder Wera niet goed af. Na de oorlog scheiden ze van elkaar zonder daarna in latere relaties blijvend geluk te vinden. De veelbelovende jeugdliefde is geknakt door een dominante (groot-)vader en een verwoestende, ontwortelende oorlog. Vader Frans eindigt als een berooid man. Als opstandige zoon zette hij zich af tegen zijn vader en sloot zich aan bij de nazi’s. Hij maakte een allesbepalende keuze in oorlogstijd waardoor hij in het foute kamp terecht kwam. En aan het front liep hij trauma’s op die hij na de oorlog niet meer te boven wist te komen.

De oorlog fungeerde zo als scherprechter in het leven van de ouders van Alexander. Het is mooi (en hoopgevend) om te lezen hoe Alexander wel een balans heeft weten te vinden. Ik denk dat hij niet jaloers is op zijn ouders, maar juist blij dat hij de oorlog niet (nauwelijks) heeft meegemaakt.

 

 

[1] De familiegeschiedenis wordt in alle openheid en eerlijkheid beschreven. Ook de minder gunstige verhalen over bedrog, buitenechtelijke relaties, fraude en omkoping komen ruimschoots aan bod en de hoofdrolspelers worden met naam en toenaam aangeduid. Hetzelfde geldt voor de namen van hoogwaardigheidsbekleders en andere bekenden (politici, zakenlieden, kunstenaars). Je vraagt je af of Münninghoff dit voor het publiceren van dit boek heeft afgestemd met zijn familieleden en de andere mensen die figureren in dit boek.