Afrikaanse vluchtelingen: tussen wal en schip

Nieuwbericht 25 oktober 2015 (bron: NU.nl)

Aan de kust van Libië zijn de lichamen van 45 vluchtelingen aangespoeld. Dat heeft hulporganisatie Rode Halve Maan zondag bevestigd. Tot en met 15 oktober van dit jaar hebben volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) 137.000 mensen Italië bereikt, het grootste deel vanuit Libië in gammele boten. Meer dan 2.800 vluchtelingen kwamen bij de oversteek om het leven.

Ruim dertig jaar geleden rondde ik mijn studie Politicologie (afstudeerrichting Internationale Betrekkingen) af met een scriptie over het Afrikaanse vluchtelingenvraagstuk en de rol van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE). Ruim drie jaar geleden  promoveerde ik op een onderzoek naar de berichtgeving in Europese dagbladen over de Europese Unie en de invloed daarvan op de publieke opinie. Op een bijzondere wijze lijken beide studies (scriptie en proefschrift) elkaar de afgelopen tijd te gaan raken. Niet alleen omdat ze allebei handelen over internationale, regionale samenwerkingverbanden, maar vooral omdat de huidige vluchtelingenproblematiek gekenmerkt wordt door grote stromen vluchtelingen die van het ene naar het andere continent trekken. En hoewel de aandacht in Europa momenteel vooral uitgaat naar Syrische vluchtelingen, moet het aantal vluchtelingen en migranten uit Afrika dat op de deur van Europa klopt niet worden onderschat. UNHCR gaat uit van vele tienduizenden in 2015. De huidige vluchtelingenproblematiek in Europa zet grote druk op de EU en trekt veel aandacht van politiek, media en publieke opinie. En zo begint de thematiek van mijn oude scriptie te corresponderen met het thema van mijn recente proefschrift. Proefschrift  Impressions of European Integration Ik probeer hieruit voorzichtig en bescheiden enkele lessen te trekken. Voorzichtig, omdat het hier gaat om grote, complexe, internationale vraagstukken. Bescheiden, omdat ik mezelf niet zou durven bestempelen als een deskundige. Ik kom in kranten en tijdschriften tal van analyses en opinies tegen, maar veelal niet vanuit de invalshoek die ik hier wil hanteren. Die invalshoek is ‘de staat van de staat’. Het komt er kort gezegd op neer dat de indeling van onze wereld gebaseerd is op natie-staten en dat niet iedere staat zijn inwoners een veilig of passend thuisland weet te bieden. Door problemen als oorlog, onderdrukking, discriminatie of armoede zoeken inwoners dan hun heil over de grens. Je zou dan kunnen spreken over een falende staat.

Daarnaast zijn er ook legio vraagstukken die niet passen bij de staat (of de maat) van de staat. Binnen een staat kunnen zich problemen voordoen waarvoor de staat te groot is of te dominant. Sommige zaken kun je veel beter op lokaal of regionaal niveau regelen. Dat kan soms uitmonden in een wens van een regio om geheel zelfstandig te worden (denk aan Catalonië of Schotland, maar ook aan vele voorbeelden van vroeger en nu in Afrika: Biafra, Eritrea, Zuid-Soedan). In sommige gevallen leidt dat tot bloedige strijd, ook in ons beschaafde continent Europa, zoals in Noord-Ierland, het uiteengevallen Joegoslavië of het huidige conflict in Oost-Oekraïne). Soms worden dergelijke knelpunten op vreedzame wijze opgelost: bijv. de deling van Tsjecho-Slowakije of pogingen om via een referendum zich af te splitsen (Schotland, Catalonië).

In andere gevallen menen staten dat ze eigenlijk recht hebben op een stuk land van de buren. Ook dat kan leiden tot spanningen en conflicten (en vluchtelingenstromen). De annexatie van de Krim door Rusland is hiervan is een bekend, recent voorbeeld.

Soms zijn problemen te groot om op nationale schaal opgelost te worden. Dat staat is daartoe zelf niet in staat. Soms proberen staten in zulke omstandigheden in internationale samenwerkingsverbanden tot oplossingen te komen. Dat gebeurt in uiteenlopende vormen en met wisselend succes. Samenwerken op internationaal niveau vergt spelregels die vaak niet aansluiten op nationale spelregels. Een meerderheid van de Tweede Kamer kan tegen extra steun voor Griekenland zijn, maar als de euro-groep toch tot een extra hulppakket besluit, kunnen onze volksvertegenwoordigers op het Binnenhof dat niet tegenhouden. Het probleem is dus dat je soms als land niet je zin krijgt. Dat kun je repareren met veto-procedures, maar die werken weer verlammend voor het samenwerkingsverband. Zo kon het gebeuren dat de Europese ministers onlangs bij meerderheid van stemmen een voorstel aannamen om vluchtelingen via een verdeelsleutel over de EU te verspreiden, terwijl vier lidstaten het daar niet mee eens waren. Democratisch op EU-niveau, ondemocratisch op nationaal niveau.

Vluchtelingenvraagstukken zijn per definitie grensoverschijdend. Ze vergen dus ook per definitie een internationale (in de letterlijke zin van het woord) benadering. Decennia geleden ging het in Afrika om miljoenen mensen die op drift waren geraakt. Tal van (vaak samenhangende) redenen speelden hierbij een rol: droogte, bevrijdingsstrijd, armoede, vervolging, etc. Die Afrikaanse vluchtelingen verplaatsten zich grofweg in drie richtingen.

  1. Inheems (mensen die binnen het land blijven, maar vluchten naar andere regio’s binnen de staatsgrens [1])
  2. Naar een buurland (de zogenaamde opvang in de regio; in Afrika gebeurde dit op zeer grote schaal, mede omdat er vaak ethnisch verwante groeperingen in een naburig land wonen; in de koloniale tijd werden grenzen vaak relatief willekeurig getrokken (citaat p.18)
  3. Naar een ander continent (in veel gevallen de vroegere koloniale mogendheden).

De OAE was in die jaren een relatief vrijblijvend platform waarop regeringsleiders belangrijke Afrikaanse zaken met elkaar bespraken, maar met één belangrijk uitgangspunt: non-interference. Je bemoeide je niet met andermans zaken. Met als gevolg dat er soms wel vriendelijk of dringend over probleemsituaties werd gesproken, maar zonder sanctiemogelijkheded. Men moest het hebben van overtuigingskracht, goodwill of senioriteit. Zo sprak de gerespecteerde Tanzaniaanse leider Julius Nyerere dat Afrikaanse leiders niet de schuld voor alle problemen bij de vroegere kolonisatie moeten leggen: “the refugees of Africa are primarily an African problem and an African responsibility” (uitspraak gedaan tijdens een vluchtelingenconferentie in 1979). Je zou wensen dat die uitspraak van Nyerere in 2015 door Afrikaanse staatshoofden en regeringsleiders zou worden omarmd.

Tegenwoordig is er op veel plekken in Afrika nog steeds sprake van gewapende strijd of armoede en doen vluchtelingenstromen zich nog steeds voor. Maar de Afrikaanse staten zijn wat minder jong en fragiel dan 30-40 jaar geleden. Sommige staten doen het ronduit goed. Ook doet de invloed van de koloniale periode zich inmiddels wat minder voelen, terwijl de agressieve aanwezigheid van militante islamistische groeperingen toeneemt. Tegen deze gemeleerde achtergrond dient een nieuw type vluchteling of migrant zich aan die niet in een andere regio of buurland zijn heil zoekt, maar naar Europa afreist en dan niet per sé naar het land van de voormalige kolonisator. Je zou hen migranten of gelukzoekers kunnen noemen.

In twee recente Nederlandse romans wordt hun lot besproken. Tommy Wieringa beschrijft de vluchteling Afrika in Dit zijn de namen, terwijl Ilja Leonard Pfeiffer veel ruimte biedt aan het relaas van Djiby in La Superba. Iedereen die wil weten wat er in hoofden van Afrikaanse migranten in Europa omgaat zou die passages moeten lezen.

We moeten helaas constateren dat aan beide zijden van de Middellandse Zee geen effectief migratie-beleid wordt gevoerd. Individuele staten zijn niet in staat om de grote migratievraagstukken van deze tijd op juiste wijze aan te pakken, noch in preventieve, noch in curatieve zin. Wat dat betreft hebben we interstatelijke samenwerkingsverbanden als de AU (zo heet de OAE inmiddels) en de EU hard nodig. Maar dan moeten ze wel goed functioneren en effectief optreden. En dat is ten aanzien van migratie jammer genoeg niet het geval. Het is de hoogste tijd dat de AU en de EU hun verantwoordelijkheid nemen. Want nu vallen de vluchtelingen uit Afrika in het gat dat staten en Unies laten vallen. Met als triest gevolg dat er maandelijks honderden Afrikanen bij hun oversteek verdrinken. Dat is gemiddeld elke maand een MH17.

tientallen-vluchtelingen-verdronken-bij-libie               [1] Naar schatting zijn er momenteel in Syrië zeven miljoen displaced persons