“Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies”

 

 

 

 

Kennismaking met de nieuwe medewerkster Kwaliteitszorg. Als ik haar kamer binnenloop zie ik een gezicht dat me bekend voorkomt, maar ik weet niet precies waarvan. Ze ziet dat kennelijk aan mijn blik en zegt, terwijl we elkaar de hand schudden: “ik ben Karlijn Schoof, maar u kent me misschien nog wel onder mijn meisjesnaam: Wagenaar. Ik heb ooit bij u in de collegebanken gezeten.”

Dan weet ik het weer. Karlijn Wagenaar maakte deel uit van een levendige groep studenten die ik een kleine 20 jaar geleden gedurende een jaar als mentor onder mijn hoede had. Al snel wisselen we met veel plezier verhalen van vroeger uit. Ze vertelt me ook over haar gezin en haar carrière. Ze legt uit hoe ze via allerlei omzwervingen tegen deze mooie functie is aangelopen op de plek waar ze ooit haar opleiding volgde. De tijd vliegt om en het lukt haar zelfs om, op mijn aandringen, mij met ‘jij’ aan te spreken in plaats van met ‘u’. We zijn nu immers collega’s. Als haar nieuwe afspraak al voor de deur staat, vraagt ze me nog snel om advies over een persoonlijke kwestie. Haar dochter van 11 heeft een gymnasium-advies gekregen en een paar kinderen uit haar klas willen graag naar een categoriaal[1] gymnasium in de stad. Ze weet dat ik vier volwassen kinderen heb en vraagt of ikzelf ook voor deze keuze heb gestaan. Ik vertel haar dat een paar van mijn kinderen ook een gymnasium-advies hadden en dat we met ieder kind een rondje langs verschillende scholen, inclusief categoriale gymnasia, hebben gemaakt. Uiteindelijk kozen onze kinderen voor lokale scholengemeenschappen. Dat had als voordeel dat zij niet van school hoefden te veranderen als zij het niet op het gymnasium konden bolwerken, of als zij hun belangstelling in Grieks en Latijn zouden verliezen. Ik geef ook aan dat we toen al zagen dat gymnasia steeds populairder werden. Inmiddels barsten de gymnasia uit hun voegen, worden nieuwe gymnasia uit de grond gestampt en creëren scholengemeenschappen aparte gymnasium brugklassen. Steeds meer kinderen krijgen een gymnasium-advies en veel ouders zien in het gymnasium een veilige (witte?,  elite?) onderwijsomgeving.

Dit alles blijkt niet het zorgpunt van mijn oud-student/nieuwe collega te zijn. “Ik zie eerlijk gezegd het nut van een gymnasium-opleiding niet in”, zegt ze. “Wat heb je tegenwoordig nog aan Grieks en Latijn?” Als ik mij schrap zet om daar een gedegen antwoord op te geven, gaat de deur open en komt een collega binnen die duidelijk maakt dat onze tijd op is. “Ik kom hier graag nog op terug, Karlijn”, beloof ik, terwijl ik haar kamer uitloop.

Terug op mijn werkkamer denk ik, als oud-gymnasiast, aan wat mijn gymnasium-opleiding me heeft opgeleverd. Ik pak een blaadje een krabbel een lijstje vol:

–          Kennismaking met culturen die mede de basis vormen van de onze

–          Kennismaking met filosofie

–          Het beter begrijpen van de spelregels en grammatica van talen

–          Het leren van woorden die op hun beurt weer helpen bij het leren begrijpen van talen als Frans, Engels (bijv. alle Engelse woorden die op-ion eindigen) en Italiaans

–          De omzwervingen van Odysseus en Aeneas

–          Het relativering van mijn christelijke opvoeding door de kennismaking van klassieke religies en hun overeenkomsten en verschillen met het christendom

–          De geografie van het Middellandse Zee gebied

–          De klassieke mythologie met universele thema’s als liefde, hoop, strijd, ouderschap en dood

–          Het herkennen van klassieke thema’s in allerlei kunstuitingen (muziek, schilderkunst, literatuur, etc.)

Maar ik bedenk me ook dat gymnasia niet alleenzaligmakend zijn. Ik heb ook kinderen die HAVO of VWO zonder klassieke talen hebben gedaan en ook prima hun draai hebben gevonden. Vakken als Engels, Nederlands, Muziek, Techniek of Filosofie dragen ook bij aan algemene ontwikkeling en bieden een goede basis voor vervolgopleidingen.

Het duurt een paar weken voordat ik Karlijn weer te spreken krijg. Na afloop van een studiemiddag vraagt ze me mijn mening over haar eerste nieuwsbrief. “Vertel me eerst eens hoe het met je dochter is”, reageer ik. “De kogel is door de kerk”, zegt ze met de nodige opluchting. “Ze gaat gewoon atheneum doen en geen Grieks en Latijn. Mijn dochter is het met me eens dat je daar heel weinig aan hebt.” Ik besluit mijn pluspunten-lijstje niet in de strijd te gooien. In huize Schoof is die strijd overduidelijk al beslecht in het voordeel van het niet-klassieke kamp.

“En”, vraagt Karlijn, “wat vond je van mijn nieuwsbrief?”

“Ik vond hem prima”, antwoord ik, “alleen zou ik voortaan niet meer de aanhef ‘Collegae’ gebruiken.”

 

[1] Soms zegt men categoraal, soms categoriaal: https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/categoraal-categoriaal-gymnasium

Toevoeging op 21 mei 2017:

Dit weekend (20 mei 2017) staat er een interessante column van Aleid Truijens in De Volkskrant over de ‘run op categorale gymnasia’. Zij bestrijdt dat de kwaliteit van die scholen beter is dan van gymnasium-afdelingen op scholengemeenschappen:

http://www.volkskrant.nl/opinie/dat-categorale-gymnasia-beter-zijn-is-een-mythe~a4495984/