Schoolcampus

 

 “die goeie ouwe Schoolcampus is totaal niet future proof”

 

Bij het faillissement van V&D werd op social media en op televisie ook het verdwijnen van de Schoolcampus gememoreerd en betreurd. Veel gedeeld jeugdsentiment over die halve verdieping die V&D iedere zomer inruimde voor een enorm assortiment agenda’s, kaftpapier, geodriehoeken en schooltassen. Dat was V&D op zijn best: groot uitpakken rondom een bepaald thema (de kampeer-uitstalling met tenten op het dak was ook zo’n fenomeen). De schoolcampus werkte als een magneet op de schoolgaande jeugd, die en passant ook meteen badkleding, make up en spijkerbroeken bij V&D kocht. De droom van elke marketeer. Die droom is nu definitief ten einde. En, als je goed nadenkt, kon het ook niet anders. Mijn eigen ervaringen met de Schoolcampus illustreren dat.

Het was 1971. Ik was dertien jaar en had net de brugklas afgerond. Een bewogen jaar, omdat mijn vader in het najaar van 1970 met zijn auto was verongelukt. Een breuklijn in mijn brugklasjaar. Met mijn moeder en broer logeerde ik die zomer in Amstelveen bij goede vrienden van mijn ouders, die ik – zoals toen gebruikelijk was- oom en tante noemde. Opmerkelijk genoeg had mijn tante een paar maanden na mijn vader ook een auto-ongeluk gehad. Zij had dit gelukkig overleefd, maar was wel zwaargewond geraakt en moest lang revalideren. In feite hielpen beide gezinnen elkaar op deze manier. Mijn moeder had geen zin in een vakantie in het buitenland, maar was er toch even uit. Het gezin van mijn oom en tante werd zo opgevangen en wij konden als kinderen onderling spelletjes doen en leuke uitstapjes maken.

Een van die uitstapjes was de Schoolcampus van V&D. Ik kwam uit een klein dorp in Gelderland en was geen grote winkels gewend. Mijn schoolspullen had ik het jaar daarvoor bij een kleine kantoorboekhandel gekocht. En nu ging ik op een geleende fiets naar het walhalla van elke scholier: de Schoolcampus. Ik keek mijn ogen uit. Na een uurtje shoppen ging ik met een rijke buit naar de kassa. Wat zou ik mijn klasgenoten imponeren met mijn stadse spullen. Op de benedenverdieping liep ik ook nog eens wielrenner en Tourwinnaar (1968) Jan Janssen tegen het lijf die foto’s met handtekeningen uitdeelde. Mijn dag kon niet meer stuk.

Vijfentwintig jaar later liep ik weer rond op de Schoolcampus van V&D in Amstelveen. Dit keer met mijn oudste zoon die naar de middelbare school ging. Door een speling van het lot was ik medio jaren ’80 met mijn gezin in Amstelveen beland. Het werd mijn tweede Schoolcampus-ervaring. Mijn zoon was veel minder onder de indruk van het geheel dan ik destijds. Als Amstelvener was hij al zo vaak in V&D geweest. Hij genoot vooral van het feit dat de basisscholen al weer begonnen waren en hij als oudste nog een weekje vrij had. Samen gingen we op zoek naar dezelfde spullen die ik destijds nodig had: een mooie agenda, kaftpapier en schriften. Ik genoot van het uurtje quality time met mijn zoon. Maar ik ervoer het ook als een kantelpunt tussen vroeger en nu, tussen gemis en genieten, tussen bekend en onbekend. Door dit uitstapje realiseerde ik me eens te meer ik dat ik me vanaf dat moment als vader niet meer kon spiegelen aan mijn eigen ervaringen met mijn vader. Ik betrad onwennig een soort onontgonnen gebied. Help, mijn zoon wordt puber.

schoolspullenvd

Nu, weer twintig jaar en vier pubers later, is er dus geen V&D en geen Schoolcampus meer. Eigenlijk geen wonder, als je erover nadenkt, want die goeie ouwe Schoolcampus is totaal niet future proof. Als over een jaar of tien mijn oudste kleinkind naar de middelbare school gaat, zal ze geen kaftpapier nodig hebben: al het lesmateriaal is digitaal beschikbaar. Geen boeken en schriften meer, maar een tablet. Ook een agenda hoeft niet meer: al haar lessen en afspraken houdt ze bij via haar digitale organizer. Linialen, geodriehoeken en passers zullen tot het stenen tijdperk behoren. Huiswerk maakt ze met behulp van tientallen apps. Dit alles zeg ik zonder een greintje sentimentaliteit. Ik wil graag dat mijn kleinkinderen met hun tijd meegaan. En daar past geen Schoolcampus meer bij. Ik hoop alleen wel dat zij net als wij destijds een plekje vinden om in die lange zomervakantie een beetje rond te dwalen en school-voorpret te beleven. En dan liefst niet gemedieerd en digitaal, maar lekker hangen, duwen, plukken en lachen met elkaar. Misschien dat Roland Kahn van Coolcat daarvoor iets kan bedenken.