Judas, de regisseur van Pasen

 “…zonder Judas geen kruisiging en zonder kruisiging geen christelijk geloof…”

Het is Pasen. De tijd van paaseitjes, lammetjes in de wei en voorjaar. Maar Pasen is ook het belangrijkste christelijke feest met Jezus, Judas en Pilatus als hoofdrolspelers. Jezus wordt verraden door Judas en ter dood veroordeeld door Pilatus. Na drie dagen staat Jezus op uit de dood. Die opstanding vormt de kern van het christelijke geloof en maakt Pasen het cruciale feest voor christenen. Als we dat al een beetje vergeten waren, frist The Passion van de EO ons steeds-minder-bijbelvaste geheugen weer op. En voor de meer klassiek georiënteerden is er natuurlijk de Mattheüs Passion.

In het christelijke milieu waarin ik opgroeide vertegenwoordigde Jezus het goede. Jezus als lichtend voorbeeld: hij gaf aan hoe je je leven moest inrichten. De trefwoorden die daarbij hoorden waren naastenliefde, vroomheid, trouw. Tegenover Jezus stond Judas, één van zijn twaalf volgers, die hem verraadde door hem aan te geven in ruil voor 30 zilverlingen.

14Toen ging één van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters, 15en hij zeide: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren. 16En zij stelden hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren.

47En terwijl Hij nog sprak, zie, daar was Judas, één van de twaalven, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, gezonden vanwege de overpriesters en oudsten des volks. 48En die Hem overleverde had hun een teken gegeven, zeggende: Die ik zal kussen, die is het; grijpt Hem. 49En terstond trad hij op Jezus toe en zeide: Wees gegroet, Rabbi, en hij kuste Hem.50Maar Jezus zeide tot hem: Vriend, waartoe zijt gij hier? Toen traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem. (Mattheus, 26)

Jezus werd opgepakt om vervolgens te worden gekruisigd; Judas kreeg berouw en pleegde zelfmoord.

Dit bekende verhaal uit het Nieuwe Testament is diep verankerd in het collectieve geheugen van de christelijke wereld: Jezus, de verlosser en Judas, de verrader. Een eendimensionaal beeld van goed en fout. De literatuur en de beeldende kunst hebben deze beeldvorming versterkt. Dante geeft in zijn Divina Commedia Judas een plaats in de hel. Op het beroemde Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci is de Judas-figuur een grimmige man met een donker gelaat die krampachtig zijn buidel met bloedgeld vasthoudt.

Laatste Avondmaal Da Vinci

Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci

Ook grootheden als Giotto, Caravaggio, Rembrandt en van Dijck hebben het verraad van Judas geschilderd en vereeuwigd. De figuur Judas heeft bijgedragen aan eeuwenlang antisemitisme, doordat men de Joden als moordenaars van Jezus aanwees. Het woord ‘jood’ is afgeleid van het woord Juda. En Judas was een man uit de streek Judea; uit de stam van Juda. Dit antisemitische geluid werd  breed gedragen in het christelijke Europa, ook al klonken er tegengeluiden, zoals in het bekende gedicht ‘Hij droeg onze smerten’ van Jacob Revius uit de 17e eeuw:

’t En zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten, 
noch die verradelijk u togen voor ’t gericht,
noch die versmadelijk u spogen in ’t gezicht,
noch die u knevelden, en stieten u vol puisten,

’t en zijn de krijgslui niet die met haar felle vuisten
den rietstok hebben of den hamer opgelicht,
of het vervloekte hout op Golgotha gesticht,
of over uwen rok t’saam dobbelden en tuisten :

ik ben ’t, o Heer, ik ben ’t die u dit heb gedaan,
ik ben de zware boom die u had overlaân,
ik ben de taaie streng daarmee gij gingt gebonden,
de nagel en de speer, de gesel die u sloeg,
de bloedbedropen kroon die uwe schedel droeg :
want dit is al geschied, eilaas ! om mijne zonden.

Ook in de huidige tijd komen we de Judas-figuur tegen. Bob Dylan, zelf ooit voor ’Judas’ uitgemaakt toen hij zijn folk-gitaar inruilde voor een elekrische, wijdde in zijn bekende lied With God on our Side een couplet aan Judas:

In a many dark hour
I’ve been thinkin’ about this
That Jesus Christ
Was betrayed by a kiss
But I can’t think for you
You’ll have to decide
Whether Judas Iscariot
Had God on his side.

Judas Amos OzEn sinds vorig jaar is er het boek Judas van Amos Oz. Deze Israëlische schrijver, van wie ik eerder met heel veel plezier en belangstelling het boek Een verhaal van liefde en duisternis las, beschrijft de bijzondere ervaringen van een uitgerangeerde student in het Jeruzalem van 1959. Deze Sjmoeël, worstelend met een scriptie over de rol van Judas, raakt in korte tijd zijn vriendin en de financiële steun van zijn ouders kwijt. Hij wordt gedwongen zijn studie te staken en accepteert een baantje bij een hulpbehoevende oude man en diens schoondochter in ruil voor kost en inwoning. Vanuit dit uitgangspunt vlecht Oz op fraaie wijze een paar verhaallijnen door elkaar met als hoofdingrediënten: de verhoudingen tussen de hoofdpersonages in het boek, het conflict tussen de Joden en de Arabieren en de verschillende visies op de figuur van Judas. In al die verhaallijnen gaat hem om de keuzes die mensen maken en de wijze waarop die keuzes worden gewaardeerd: als verraad of als heldendaad.

De hoofdpersonen uit het boek hebben allemaal een dierbare verloren in de strijd rondom de vorming van de staat Israël. De opa van Sjmoeël werkte voor het Britse gezag en werd door de Joodse ondergrondse vermoord omdat ze hem een verrader vonden. De hulpbehoevende oudere man Gersjom Wald verloor zijn zoon Micha in de strijd tegen de Arabieren. Zijn schoondochter en medebewoonster Atalja is de weduwe van Micha en de dochter van Sjealtiël Abarbanel. Deze man was bevriend met de Arabieren en verzette zich tegen de vorming van een Joodse staat. Hij was door die goede contacten onder de indruk geraakt van de Arabische vrees voor de vestiging van een Joodse staat die zou uitgroeien tot een expansionistisch, westers georiënteerd bolwerk. Daarom pleitte Abarbanel voor een open en welwillende houding tegenover de Arabieren en voor samenwerking. Door die stellingname werd Abarbanel in zionistische kringen uitgemaakt voor verrader en uit het bestuur van de Zionistische Wereldorganisatie en de Jewish Agency gegooid. Verbitterd trok Abarbanel zich terug in zijn huis waar ook Micha en Atalja na hun huwelijk kwamen wonen. Diezelfde Abarbanel nodigde Gersjom Wald ook uit om in dat huis zijn intrek te nemen (p. 261). Gesjom aanvaardde de uitnodiging, ook al deelde hij niet diens visie over het samengaan van Joden en Arabieren. De twee mannen slaagden er tot de dood van Abarbanel niet in om tot een goed gesprek te komen: de afstand was te groot (p. 261).

Oz verbindt de lotgevallen van deze hoofdpersonen direct met de strijd rondom de stichting van de staat Israël. Het huis staat in die zin symbool voor de staat Israël. De inwoners vertegenwoordigen de uiteenlopende visies ten aanzien van de vorming en de inrichting van de staat. De strijd om de staat Israël is niet alleen een gevecht van woorden en visies, maar ook een fysieke strijd op leven en dood. Iedere hoofdpersoon heeft een naaste verloren. Een harde strijd met slachtoffers, helden en verraders. Het lukt niet om tot een gezond, gezamenlijk huishouden te komen. De meningen lopen te ver uiteen, de persoonlijke trauma’s zijn te groot. Dit laatste blijkt ook uit de enkele romantische contacten tussen Sjmoeël en de oudere Atalja[1]. Zij is al te veel beschadigd om zich te kunnen binden.

Amos Oz geeft het thema verraad een extra dimensie door naast de hoofdpersonen en de historische context van Israël halverwege de twintigste eeuw nog een derde laag aan te brengen: de studie van Sjmoeël naar de rol van Judas. Meerdere verwijzingen naar onderzoeksteksten van Sjmoeël en zijn gesprekken hierover met Gersjom Wald geven nog meer diepgang aan dit boek. De meningsverschillen en de wederzijdse beschuldigingen van verraad tussen Joden onderling rond 1959 worden gerelateerd aan interpretaties van de verhouding tussen twee Joodse mannen die tweeduizend jaar eerder leefden, Judas en Jezus. Daarbij wordt ook besproken hoe de beeldvorming van die verhouding zich heeft vastgezet in de hoofden van niet-Joden zoals christenen en Arabieren: Judas als moordenaar van God (“om een godheid te doden moet de doder nog sterker zijn dan de god en hij moet ook oneindig kwaadaardig en slecht zijn”) (p. 55).

De dominante visie op Judas die Sjmoeël stap voor stap prijsgeeft in het boek is die van een vurige gelovige. Judas werd aanvankelijk door de priesters uit Jeruzalem ingehuurd om Jezus te bespioneren. De religieuze kaste wantrouwde Jezus en men zocht iemand om hem van dichtbij in de gaten te houden. Judas was de enige apostel die niet uit Galilea kwam. De enige ook die goed opgeleid en geletterd was. Judas de penningmeester. Van relatieve buitenstaander groeide hij uit tot vertrouwensman van Jezus en één van zijn vurigste apostelen. (p. 188, 189). Hij komt tot de overtuiging dat Jezus waarlijk goddelijk is en wil dit aan de hele wereld openbaren.

Judas legt Jezus het plan voor om naar Jeruzalem te gaan om daar in het centrum van Israël tijdens het joodse Pesach-feest een ongekend wonder te verrichten waardoor iedereen overtuigd zal worden van zijn goddelijkheid. Judas begint op Jezus in te praten om hem van deze strategie te overtuigen, maar Jezus twijfelt hevig. Uiteindelijk weet Judas hem te overtuigen en gaat Jezus met zijn discipelen op weg naar Jeruzalem waar hem een dramatische confrontatie met het Romeinse en Joods-religieuze gezag wacht. Judas, die Jezus eerst aanspoort en hem daarna aangeeft, speelt een sleutelrol. Zo wordt Judas “de bedenker, de impresario, de regisseur en de producent van het spektakel van de kruisiging” (p. 193).
Als Judas ontdekt dat Jezus als gewone sterveling bezwijkt aan het kruis raakt hij buiten zinnen. Zijn plan en zijn geloof vallen in duigen. In hoofdstuk 47 beschrijft Oz op indringende wijze de wanhoop en desillusie van Judas. Zijn vurige wens en verwachting gingen niet in vervulling. Integendeel, zijn grote leermeester stierf een gruwelijke dood. Pasen zonder wederopstanding. Judas ziet geen uitweg meer. Hij vlucht en verhangt zich.

Deze visie op Judas laat een heel ander beeld zien dan wij gewend zijn. Als Judas nog twee dagen geduld had gehad, had hij mee kunnen maken hoe Jezus uit de dood was opgestaan en was hij misschien wel gevierd als de wegbereider van de Messias. Jezus zou hem ongetwijfeld vergeven hebben.

Er zijn dus meerdere visies op Judas mogelijk. Judas de Jood, Judas de spion, Judas de leerling, Judas de strateeg, Judas de gelovige, Judas de geldwolf, Judas de vertrouwenspersoon.  Bij al deze uiteenlopende visies op Judas blijft toch vooral dit paradoxale beeld hangen: zonder Judas geen kruisiging en zonder kruisiging geen christelijk geloof.

Aan het einde van het boek van Oz verlaat Judas-onderzoeker Sjmoeël het huis om een eigen bestaan op te gaan bouwen. Een onzeker bestaan in een jonge staat vol haviken en duiven, vol geweld en idealen, vol mensen die in de ogen van sommigen helden zijn en in de ogen van anderen verraders. Hopelijk heeft Sjmoeël de wijze les van Gersjom Wald in zijn oren geknoopt dat hij moet oppassen voor fanatieke wereldverbeteraars die beloven dat ze ons komen verlossen, maar “binnen de kortste tijd ons bloed vergieten”.

 

[1] Dit thema van de jongeman en de oudere vrouw is ook terug te vinden in Oz’ autobiografische boek Een verhaal van liefde en duisternis.

 

P.S. Een dag na het plaatsen van dit blog staat er in de NRC een boekbespreking van het boek Judas van Peter Stanford. Een studie naar de verschillende visies op de persoon van Judas. Alsof het boek van Sjmoeël  50 jaar na dato alsnog is uitgekomen.