Als je op internet korte samenvattingen van dit boek leest, ontstaat al snel de indruk dat het hier om een roman vol clichés gaat. Ga maar na: het verhaal gaat over de relatie tussen een jongen uit een arbeidersgezin en een meisje van adellijke afkomst. Deze jongen woont in Frankrijk als zoon van Italiaanse immigranten en wordt als kind door zijn moeder naar een oom in Italië gestuurd. Hij is klein, onvolgroeid, maar wordt later desondanks een groot beeldhouwer (zijn naam verraadt het al; hij heet Michelangelo, roepnaam Mimo). Het adellijke meisje mag niet haar eigen pad bewandelen, niet haar eigen partner kiezen, niet meepraten over politiek, niet werken. Ze moet gedwongen met een ‘goede partij’ trouwen. Ze zit gevangen in de villa van de familie. En naast dit verhaal is er ook nog een klooster met een groot, angstvallig bewaard geheim.
Als je dit alles op een rij zet denk je al gauw: dat zijn wel erg bekende ingrediënten met te verwachten uitkomsten: de twee jonge mensen zullen vast na veel tegenslag en tegenwerking voor elkaar kiezen en nog lang en gelukkig leven; de zoon zal zich ongetwijfeld later gaan verzoenen met zijn moeder; er zullen rivaliserende partijen zijn die geen enkel middel schuwen om het geheim van het klooster te ontrafelen. Wie dit verwacht komt op een plezierige manier bedrogen uit. Dit boek neemt (gelukkig!) heel andere wendingen. Geen romantisch eind goed al goed verhaal; geen whodunnit, geen ingenieuze zoektocht naar de geheime schat.
Jean-Baptiste Andrea is een auteur die ogenschijnlijke clichés weet te uit te werken in verrassende en overtuigende verhalen. Tot op het einde van het ruim 400 bladzijden tellende boek weet je nog steeds niet welke kant het uiteindelijk op zal gaan. Pas op het laatst valt alles op z’n plek. Ik zal hieronder daarom ook niet te veel over de afloop vertellen. De ontknoping zal ieder zelf moeten lezen en ervaren.
Het centrale verhaal speelt zich af in het Italië van de eerste helft van de 20e eeuw, dus tegen de achtergrond van de Eerste Wereldoorlog, de crisisjaren, de opkomst van Mussolini, en de Tweede Wereldoorlog. Daarbij is er veel aandacht voor zowel de kleine wereld (het leven in het dorp waar de jongen en het meisje wonen) en de grote wereld (de turbulente politieke ontwikkelingen in Italië en allerlei intriges in Vaticaanstad). En er is een klooster met een groot geheim. In dat klooster ligt de oude beeldhouwer Mimo op zijn sterfbed. Hij is zelf geen monnik, maar leeft al veertig jaar tussen de broeders als een van hen. Hij voelt zijn einde naderen en vertelt aan de monniken rond zijn bed zijn levensverhaal. In die zin is het boek een grote raamvertelling.
De roman is een knappe compositie van verhaallijnen. Andrea schrijft daarbij heel beeldend en boeiend. Als lezer zit je middenin een tableau vivant en leef je mee met de ervaringen en emoties van de hoofdpersonen. Een citaat:
“Ze stak me haar hand toe en ik pakte hem. Zomaar, waarmee we in één stap bodemloze afgronden van conventies, van klassentegenstellingen overbrugden. Viola stak me haar hand toe en ik pakte hem, een heldendaad waar niemand ooit over sprak, een stilzwijgende revolutie. Viola stak me haar hand toe en ik pakte hem en precies op dat moment werd ik beeldhouwer.”
De schrijver etaleert ook veel kennis van zaken: over de geschiedenis van Italië in de 20e eeuw, over het dorpsleven in Pietra d’Alba, over de techniek van het beeldhouwen, over de verhoudingen binnen de katholieke kerk. Hoewel de hoofdpersonen fictief zijn, spelen de verhalen zich af in een realistische context met figuranten die echt hebben bestaan en gebeurtenissen die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Dat maakt het boek overtuigend en geloofwaardig.
Het thema van deze roman komt naar voren in de levens van Mimo en Viola. Beiden proberen iets van het leven te maken, ondanks de beperkingen waarmee ze allebei te kampen hebben. Mimo kent in zijn jeugd geen liefde en hij wordt vernederd: zijn moeder stuurt hem weg, hij is klein, arm en wordt in Italië beschimpt vanwege zijn buitenlandse afkomst (‘il francese’). Viola heeft ogenschijnlijk alles mee, maar omdat zij een vrouw is mag zij zich niet ontwikkelen. Haar poging om daadwerkelijk zelf met wat hulpmiddelen te gaan vliegen is daarvoor illustratief. Ze zweeft even, maar stort daarna hard neer. Zij herkennen deze beperkingen en dromen bij elkaar en dat schept een levenslange band. Terwijl Viola in haar gouden kooi gevangen blijft, slaat Mimo wel zijn vleugels uit en wordt een gevierd beeldhouwer. Maar door de ingrijpende politieke ontwikkelingen in Italië wordt zijn carrière gebroken. Hij trekt zich terug uit het openbare leven en stopt met zijn werk als beeldhouwer. Hij maakt nog slechts één kunstwerk: een adembenemend beeld dat veel emoties losmaakt.
Andere boeken met vergelijkbare thema’s
In deze roman komen thema’s terug die ik herken uit andere boeken.
Het perspectiefloze leven van Viola: Van de koele meren des doods van Frederik van Eeden. Dit boek is geïnspireerd op het tragische leven van Anna Witsen; de zus van Willem Witsen. Anna Witsen was een getalenteerd zangeres, maar mocht geen zangcarrière opbouwen omdat ze een vrouw was. Ze pleegt uiteindelijk zelfmoord.
Het klooster met geheimen doet me denken aan De naam van de roos van Umberto Eco. Maar dan zonder moordpartijen.
Italië en de opkomst van Mussolini: eerder mooi en indringend beschreven door Antonio Scurati in zijn boek De zoon van de eeuw .
De nauwe vervlechting van feit en fictie (geschiedenis en fantasie) lijkt niet qua inhoud, maar wel qua compositie op het boek HhhH van Laurent Binet (eveneens een Fransman).
Intriges op en rond het Vaticaan komen uitgebreid aan bod in het boek Angels and demons van Dan Brown.






