Stilstaan op 4 mei bij Bram en Luc

Een paar maanden na het einde van de oorlog publiceerde mijn vader een bloemlezing van gedichten uit de bezettingstijd onder de titel Verzet en Poëzie. In de bundel een twintigtal verzen van bekende dichters als J.C. Bloem, Jan Campert, Ed. Hoornik en M. Nijhoff.

In de Verantwoording bedankt mijn vader de auteurs voor hun toestemming om deze verzen in zijn bundel op te nemen. Onder de Verantwoording staat: Utrecht, November 1945. Dat is de maand waarin mijn vader 19 jaar werd. Dat roept bij mij allerlei vragen op. Hoe kwam hij ertoe om op zo’n jonge leeftijd deze bloemlezing samen te stellen? En hoe heeft hij een uitgeverij bereid gevonden dit boek te publiceren? Ik kan er alleen maar naar gissen. Ik weet dat mijn vader tijdens de laatste fase van de oorlog ondergedoken zat. Geen idee waar dat was. Ik weet ook dat mijn vader een gretige lezer was en een bijzondere belangstelling had voor poëzie. Ik vermoed dat mijn vader als onderduiker veel heeft zitten lezen en zo op het idee kwam om een verzameling van gedichten over oorlog en verzet aan te leggen.

Ik kan het mijn vader zelf niet meer vragen. Hij overleed in 1970; ik was toen nog te jong om over dit soort serieuze zaken met hem te praten. Ook zijn broers en zussen, inmiddels hoogbejaard, kunnen mij hierover geen uitsluitsel geven. Mijn vader was de oudste thuis. In 1944 werd hij 18 jaar en moest hij zich melden voor de Arbeidseinsatz (dwangarbeid) in Duitsland. Maar dat wilde hij niet. “Op een dag was hij weg”, vertelt mijn oude tante, “en we wisten niet waar hij zat; er werd niet gesproken over onderduikadressen”.

Mijn vaders bloemlezing staat al jarenlang in mijn boekenkast. Een paar maanden geleden haalde ik hem weer eens tevoorschijn. Ik wist dat de bundel aan twee mensen was opgedragen, maar ik had daar nooit echt bij stilgestaan. Nu wilde ik meer van hen te weten zien te komen.

“Aan de nagedachtenis van mijn vrienden Bram Colijn en Luc Touber”

Dankzij google en internet heb ik beide mannen kunnen traceren.

Abraham/Bram Colijn (1924) werd honderd jaar geleden geboren in Utrecht. Bram moest, net als mijn vader, onderduiken. Hij sloot zich vol overtuiging aan bij een verzetsgroep in de regio Harmelen-Montfoort. Eind maart 1945 vindt er vanuit Engeland een nachtelijke wapendropping plaats in de omgeving van Montfoort. De verzetsgroep van Bram staat klaar om de wapens te verzamelen. Ze moeten zich uit de voeten maken als een Duitse patrouille in de buurt komt en begint te schieten. Er valt één dodelijk slachtoffer: Bram Colijn. Zijn lichaam werd door de Duitse soldaten een dag lang ‘ter afschrikking’ in Montfoort op een grasveldje gelegd. Na de oorlog heeft de gemeente Montfoort hem geëerd door een woonerf naar hem te noemen.

Abraham Colijnhof in Montfoort (eigen foto)

Lucas/Luc Touber (1923) woonde tijdens de oorlog ook in Utrecht. Hij werd in 1944 gearresteerd omdat hij zich niet beschikbaar wilde stellen voor de Arbeidseinsatz. Hij zat van juni tot september 1944 gevangen in Kamp Amersfoort. Daarna werd hij op transport gezet naar concentratiekamp Neuengamme. Hij overleed daar in december 1944 aan uitputting. Een dag voor zijn 21e verjaardag.

Beide mannen liggen begraven op het Nationaal Ereveld in Loenen (Gelderland). Niet ver van het dorp waar ik met mijn ouders in de jaren ‘60 heb gewoond. Heeft mijn vader destijds geweten dat zijn kameraden zo dichtbij begraven lagen? En heeft hij hun graven wel eens bezocht? Ik heb geen idee.

Zo heb ik wat dingen weten op te helderen, maar blijven nog veel vragen onbeantwoord. Ik weet wel, dankzij de Opdracht voorin de bundel, dat het vrienden van mijn vader waren. En ik heb kunnen achterhalen dat deze jonge mannen zich hebben verzet tegen de nazi’s en dat met hun dood hebben moeten bekopen.

Alle reden voor mij om dit jaar op 4 mei speciaal stil te staan bij Bram en Luc.

 

 

Bronnen:

https://www.koningsdagmontfoort.nl/artikel-montfoort-in-de-oorlog-

https://vrijheid.scouting.nl/scouting-in-de-oorlog/database-bestanden/verzet/1392-verzet-lucas-touber/file

Geef een reactie