Tijdens onze recente vakantie zat ik te broeden op een goed onderwerp voor mijn nieuwste blog. Misschien iets schrijven over het reizen door Europa met een elektrische auto, wat we voor het eerst hebben gedaan (en hoe dat enorm is meegevallen). Of vertellen waarom ik het weer zo fijn vond om een paar dagen in Salzburg te zijn (een van mijn favoriete steden in Europa). Of over het grote verschil tussen de Italiaanse en Franse keuken. Maar al deze onderwerpen vielen weg toen we begin vorig week weer thuis kwamen. Het grimmige politieke en maatschappelijke klimaat in Nederland viel als een gure, loodgrijze deken over ons heen.
De eerst dag thuis was het Prinsjesdag, daarna volgden twee dagen van Algemene Politieke Beschouwingen en de week werd afgesloten met die vreselijke demonstratie in Den Haag.
In de Tweede Kamer klonken openlijk stemmen vol discriminatie, moslimhaat en oorlogstaal. En er werd een bizarre antifa-motie aangenomen. Ongekend en zeer verontrustend. Een paar dagen laten volgde ‘de straat’ met NSB-vlaggen, spreekkoren tegen asielzoekers en joden, geweld tegen politiemensen en journalisten, en een aanval op het partijkantoor van D66. Een orgie van extreem-rechtse kwaadwilligheid. In mijn ogen geen eenmalige of onverwachte explosie, maar het resultaat van een ontwikkeling die al jarenlang aan de gang is.
De media staan nu vol met analyses die verklaringen bieden, inzicht geven, verbanden leggen. Dat alles hoef ik op deze plaats niet te herhalen. In plaats daarvan wil ik een gedicht delen dat mij aanspreekt in deze verontrustende tijden. Een gedicht dat aanspoort om op te staan tegen haat, lafheid, discriminatie en geweld.
Het gedicht is geschreven door Coert Poort (1922-2004).[1]
MENSEN GEVRAAGD
Mensen gevraagd om de vrede te leren
Waar geweld door de eeuwen model heeft gestaan.
Mensen gevraagd die de wegen markeren
Waarop alles wat leven heeft verder kan gaan.
Mensen gevraagd om de noodklok te luiden
En om tegen de waanzin de straat op te gaan.
Mensen gevraagd om de tekens te duiden
Die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan.
Mensen gevraagd om hun nek uit te steken
Voor een andere tijd en een nieuwe moraal.
Mensen om ijzer met handen te breken
Ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal.
Mensen gevraagd die in naam van de vrede
Voor behoud van de aarde en al wat daar leeft.
Wapens ook zelf tot een ploeg willen smeden
Voor een oogst die aan allen weer overvloed geeft.
Mensen gevraagd. Er worden mensen gevraagd.
Dringend mensen gevraagd.
Mensen te midden van mensen gevraag
[1] Coert Poort en zijn vrouw Joan waren goede vrienden van mijn ouders. In mijn jeugdjaren was hij voor mij gewoon ‘Oom Coert’. Pas op latere leeftijd ben ik zijn gedichten gaan lezen. Informatie over Coert Poort is o.a. te vinden via de volgende link: https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=poor001
De afbeelding bovenaan de tekst laat werk van Pablo Picasso zien in Chateau de Vallauris