Deze maand is het dertig jaar geleden dat mijn eerste boek uitkwam. In tegenstelling tot de boeken die ik daarna nog heb geschreven ging deze eersteling niet over Communicatie (mijn vakgebied als HBO-docent) of de Europese Unie (jarenlang een onderzoeksobject waarover ik uiteindelijk ook een proefschrift schreef). Nee, mijn eerste boek was een kinderboek.
Ik was destijds als jonge vader begonnen om voor iedere verjaardag van mijn kinderen een paar gedichten te schrijven en daar een mini-boekje van te maken. Met vier kinderen heb je dan na een paar jaar een flinke verzameling versjes. Op een dag nam een van mijn kinderen zijn pas gekregen boekje mee naar school. Zijn juf reageerde heel enthousiast en vroeg of ik nog meer van die gedichtjes had. Voor haar heb ik toen een grotere bundel gemaakt die al gauw werd gekopieerd en rondgedeeld op school.
Een goede vriend[1] van ons, schilder/tekenaar en grafisch ontwerper, hoorde van mijn vrouw hierover en bood aan om tekeningen bij de versjes te maken. Dat was een schot in de roos. Zijn tekeningen waren zo fris en aansprekend dat we de stap durfden te wagen om ons werk naar een aantal uitgeverijen te sturen. Uiteindelijk hapte een uitgeverij toe en een half jaar later ontvingen we trots en blij de eerste exemplaren van ons boek. Het was fijn om te zien hoe het boekje in de kring van familie, vrienden en collega’s werd ontvangen en gewaardeerd. Ook bij ons thuis werd het jarenlang met plezier (voor-)gelezen.

Maar buiten die kring werd het boek geen groot succes, helaas. Sterker nog, de uitgever meldde mij na twee jaar dat het boek naar de ramsj zou gaan en dat ik voor een klein prijsje nog een partij kon kopen. Ik heb toen nog twee dozen gekocht. Daar heb ik geen spijt van gehad. Door de jaren heen heb ik veel mensen in mijn omgeving een boekje cadeau kunnen doen bij de geboorte van een kind of een verjaardag.
Nu, dertig jaar later en een generatie verder, maken mijn kleinkinderen kennis met mijn gedichten en versjes. Sommige teksten passen minder goed bij deze tijd (er is één versje waarin een Zwarte Piet voorkomt, en een kort rijmpje over een Eskimo). De meeste versjes hebben, gezien de reacties die ik krijg, de tand des tijds goed doorstaan. Het is heerlijk om met mijn kleinkinderen dit boek te lezen en nog mooier om te horen dat ze bepaalde versjes uit hun hoofd kennen.
Geen wonder dus, dat mijn eerste boek ook mijn dierbaarste is. En wie weet waar mijn kleinkinderen me nog toe aanzetten. Ik schrijf graag voor klein publiek.
[1] De goede vriend die het boek illustreerde is Onno Helle. Onno werd een paar jaar na de publicatie van ons boek ernstig ziek. Hij overleed in 2000. Inmiddels ook al weer 25 jaar geleden. Door zijn vroege overlijden is ons boek mij extra dierbaar.