Voorjaar 2025
“Pap, denk je dat het hier ook oorlog kan worden?” De vraag van mijn dochter overvalt me. Ik aarzel even en kijk naar haar kinderen die verderop in de kamer zitten te spelen. Dan zeg ik: “Ik verwacht niet dat wij direct in een oorlog verwikkeld gaan raken, maar ik voel wel dat de spanning in de wereld aan het toenemen is. Door die afschuwelijke oorlogen in Gaza, Oekraïne en Soedan. Door de agressie van Poetin en het onvoorspelbare optreden van Trump. Maar ook door de ondermijnende activiteiten van extremisten in Europa.”
We raken in een gesprek over de huidige tijd en de gevoelens die we daarbij hebben. Ik vertel daarbij ook over de spanningen die bestonden toen ik jong was: de Koude Oorlog, de (nucleaire) wapenwedloop tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, de militaire regimes in Zuid-Europa, de terreur van de Rote Armee Fraktion, de strijd in Noord-Ierland. Ik probeer te zeggen dat elke tijd zijn eigen bedreigingen met zich meebrengt, en dat het vroeger soms ook onveilig voelde. Maar ik merk aan mezelf dat dat geen bevredigend antwoord is. We leven nu in een andere tijd en ik begrijp dat mijn dochter deze vraag heeft gesteld. Ik zou haar graag volledig willen geruststellen, maar dat lukt me niet. Ik vind deze tijd ook onzeker. Niet alleen door het concrete oorlogsgeweld, maar ook vanwege nieuwe dreigingen die uitgaan van drones, nepnieuws, cyberaanvallen en anti-democratische krachten. Ik besluit ons gesprek door te zeggen dat ik heel blij ben dat ikzelf aan den lijve geen oorlog heb meegemaakt en dat ik haar en haar kinderen hetzelfde toewens.
Najaar 2025
De overheid start een campagne om ons voor te lichten over de manier waarop we ons kunnen voorbereiden op een noodsituatie. Alle huishoudens in Nederland krijgen een overheidsbrochure in de bus. Op pagina 3 staat te lezen dat de kans op een oorlog groter wordt. Ook de daarop volgende zin klinkt niet geruststellend: Het is op dit moment geen oorlog in Nederland, maar ook geen vrede.
Ik begrijp de vraag van mijn dochter nu nog beter. Niet omdat er morgen tanks ons land zullen binnenrollen, maar omdat we tegenwoordig erg afhankelijk zijn van een aantal vitale, maar ook kwetsbare systemen: denk aan onze energievoorziening of het internet. Wat kunnen ons niet voorstellen hoe het zou zijn als we een paar dagen geen stroom en geen internet zouden hebben. We vinden het zo vanzelfsprekend dat alles functioneert. Ik zag laatst op televisie het verhaal van een Oekraïense man die liet zien hoe hij een app gebruikt om te zien op welke momenten hij thuis elektriciteit heeft. Zijn app liet slechts een paar korte tijdsvakken per dag zien waarop er stroom is. Ook vertelde hij dat er soms dagenlang geen verwarming is.
Op TV en sociale media wordt gediscussieerd over de zin en onzin van deze overheidscampagne. Er wordt boos gereageerd op de samenstelling van het aanbevolen noodpakket. Ik denk vooral: wat wordt er toch ontzettend veel gemopperd in Nederland, terwijl wij het verhoudingsgewijs zo goed hebben. Wat een luxe-probleem dat we verhitte discussies voeren over de inhoud van het noodpakket terwijl op één dag reizen hiervandaan mensen dagelijks met drone-aanvallen te maken hebben of in tentenkampen wonen.

De meest indringende opmerking las ik onlangs van een vrouw die helpt bij de opvang van vluchtelingen. Als er hier oorlog uitbreekt of een andere acute noodsituatie zou zij aan vluchtelingen vragen hoe zij hebben weten te overleven. Hoe hebben zij zich gered zonder huis, zonder vervoer, zonder eten, zonder warme kleren?
Bijsluiter
Ik merk dat ik me niet wil laten leiden door angst of fatalistisme. Maar ik wil ook niet mijn kop in het zand steken. Ja, ik ga ook een noodpakket samenstellen. Better safe than sorry. En daarnaast begrijp ik ook dat we moeten kijken hoe Nederland zich op internationaal terrein beter kan verdedigen (waarbij ik niet zo zeer de nieuwe NAVO-norm belangrijk vind, maar vooral wil pleiten voor een hechter Europees defensie-pact; veel losser van de VS).
Maar noodpakketten en een sterkere defensie alleen zijn niet voldoende. Natuurlijk is het belangrijk om aan onze primaire behoeften en onze veiligheid te denken, maar naast de materiële en militaire kant is er wat mij betreft ook een normatieve kant. Het gaat ook om het beschermen van de manier waarop wij met elkaar (willen) leven. Wat vinden we daarbij belangrijk? Waar willen we met elkaar voor staan? Wat willen we veilig stellen? Wat vinden we het verdedigen waard? Daar wordt veel minder over gesproken in het maatschappelijke debat. Terwijl dat wat mij betreft de hamvraag is.
Voor mij zou het daarbij vooral moeten gaan om de basis van onze manier van samenleven. Onze democratische rechtsstaat, onze open en pluriforme samenleving, transparante en onafhankelijke media, Artikel 1 van de Grondwet. In die zin vind ik dat elk noodpakket bij wijze van spreken een bijsluiter zou moeten bevatten waarin deze democratische uitgangspunten en waarden staan beschreven. Die waarden inspireren mij om zowel positief als waakzaam te zijn. Positief, omdat ik me graag wil verbinden met mensen en bewegingen die het goed voor hebben met andere mensen, mensen die uitgaan van gelijkwaardigheid, mensen die zichzelf en anderen vooruit willen helpen. Waakzaam, omdat er binnen en buiten ons land krachten werkzaam zijn die mensen tegen elkaar opzetten, die ongelijkheid aanwakkeren, die haat zaaien, die de grondslag van onze samenleving ondermijnen. Steeds openlijker, steeds brutaler. Daar helpen geen blikken soep en flessen water tegen. Die krachten verdienen weerwoord en weerbaarheid.