De gemiste kans van Tata Steel, Politiek Den Haag en Donald Pols

De overstap van Donald Pols van Milieudefensie naar Tata Steel is als een bom ingeslagen. Met alle felle reactie van dien, zowel van uitgesproken tegenstanders als van overtuigde voorstanders. Het ene kamp vindt hem een verrader en een overloper, terwijl hij in het andere kamp wordt gezien als een dapper iemand die zijn nekt durft uit te steken. Dat levert natuurlijk pittige en spraakmakende debatten op waaraan praatprogramma’s en internetfora graag alle ruimte bieden. Ik vind het erg jammer dat die discussies nauwelijks over fundamentele vragen gaan maar vooral over de vermeende goede of slechte intenties van Donald Pols. Daarmee gaat het opiniecircus voorbij aan wat ik de kern van de zaak vind: willen we in Nederland zelf staal produceren?

Staal is een belangrijk product dat in allerlei sectoren van de samenleving nagenoeg onmisbaar is. We kunnen niet zonder staal. Als we het niet zelf produceren zijn we afhankelijk van buitenlandse producenten. We willen als land niet te sterk afhankelijk zijn van mogendheden als Rusland of China, dus dan zouden we staal van bevriende Europese landen moeten afnemen. Dat is zeker een reële optie om te overwegen. Het gevolg is dan dat het hoogoven-complex in IJmuiden moet gaan sluiten.

Als we echter willen dat Nederland wel zelf staal produceert, moeten we kijken hoe dat op een zo verantwoord mogelijke manier kan gebeuren. Hoogwaardig staal dat duurzaam wordt geproduceerd met voldoende garanties voor de volksgezondheid. Nog geen jaar geleden (september 2025) hebben Tata Steel Nederland, het Indiase moederbedrijf Tata Steel Limited, de Nederlandse staat en de provincie Noord-Holland een intentieverklaring getekend om te komen tot zo’n verbeterde, toekomstbestendige vorm van staal produceren.[1] Men verwacht dat deze transitie circa 6 miljard euro zal kosten. De Nederlandse staat heeft gezegd hier maximaal 2 miljard euro aan te willen bijdragen.

Deze overeenkomst heeft meteen veel kritiek opgeleverd. In een gezamenlijke verklaring hebben 117 economen laten weten dat ze deze subsidie onwenselijk vinden.[2] Ze vrezen dat Tata Steel ook na de transitie veel schadelijke stoffen zal blijven uitstoten. Bovendien vinden ze dat Nederland met zijn beperkte hoeveelheid ruimte, arbeid en energie niet het aangewezen land is om staal te produceren. In landen als Zweden of Spanje kan dat beter en goedkoper. Daarbij geven deze economen aan dat het subsidiegeld beter besteed kan worden aan sectoren die daadwerkelijk meer bijdragen aan een duurzame, gezondere toekomst en dat ook het personeel van Tata in die sectoren nieuwe banen zou kunnen vinden. Kortom, er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen.

Naast deze critici zijn er ook aanhangers voor deze plannen en de mogelijke staatsteun. Zij vinden het belangrijk om onze Nederlandse economie minder afhankelijk van het buitenland te maken Daarnaast gebruiken ze het argument van het behoud van werkgelegenheid. Ook zeggen ze dat de transitie veel innovatieve kennis zal gaan opleveren.

Deze video zet de pro’s en contra’s goed op een rij. Met veel goede argumenten aan beide kanten. Het dubbeltje kan twee kanten op vallen.

https://www.youtube.com/watch?v=g_N_nqh5h-M

Ik weet niet welke politieke keuzes Den Haag gaat maken. Maar ik denk wel dat, als de Nederlandse politiek uiteindelijk daadwerkelijk overgaat tot subsidiëring van Tata Steel, het een uitgelezen moment is om ook duidelijke en afdwingbare afspraken te maken met Tata Steel: over vergroening, over volksgezondheid, over werkgelegenheid. Dat kunnen we niet overlaten aan de directie van Tata Steel en de achterliggende economische belangen van het Indiase moederbedrijf. De overheid zou wat mij betreft daarbij een groep van toezichthouders[3] moeten instellen om die afspraken te monitoren en te kijken of alles goed wordt nageleefd. Een soort Staatscommissie met een stevige vinger in de Tata-pap. Juist omdat de productie van staal zoveel maatschappelijke gevolgen heeft en de overheid een grote bijdrage levert.

Wat ik zo spijtig vind is dat de overheid met het tekenen van de intentie-overeenkomst dit niet als harde eis op tafel heeft gelegd. Ik vind dat een gemiste kans. Want zou het niet mooi zijn geweest als Donald Pols was uitgenodigd om een van die toezichthouders te worden. Niet in dienst van Tata Steel, maar als een door de overheid aangestelde aanjager en waakhond op het gebied van Duurzaamheid.

 

[1] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/09/29/intentieverklaring-voor-vergroening-tata-steel-getekend

[2] https://www.rtl.nl/nieuws/economie/artikel/5576416/meer-dan-100-economen-verzetten-zich-tegen-miljardensubsidie-voor

[3] Ik heb me bij het schrijven van deze tekst ook laten inspireren door de vorming van de EGKS in de jaren ’50. De Europese gemeenschap van Kolen en Staal, de voorloper van de Europese Unie. Kolen en staal vormden de brandstof en de bouwstof van de toenmalige wapenindustrie. Juist in de jaren na de Tweede Wereldoorlog wilden de initiatiefnemers van de EKGS alle deelnemende landen binden aan gezamenlijke besluitvorming over productie en gebruik van kolen en staal om toekomstige oorlogen te voorkomen. Zou het niet goed zijn als de huidige EU ook nu weer zou komen tot overkoepelende, bindende afspraken over vitale productieketens op het gebied van energie, vitale industrie, defensie en duurzaamheid. Veel Europese landen hebben niet de middelen of de ruimte om geheel zelfstandig hierin te voorzien. Daarmee is het bij uitstek iets om op Europees niveau te regelen, en daarmee ook de afhankelijkheid van niet-Europese grootmachten als China, Rusland en de VS te verkleinen.

De foto boven deze tekst is van de NRC.

Geef een reactie