Voetbal Aap Noot Mies

Mijn vorige blog ging over voornamen van meisjes en jongens die in mijn jeugd gangbaar waren, maar tegenwoordig niet meer op geboortekaartjes te vinden zijn. https://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=3146

Dit verhaal gaat weer over namen, maar dan over achternamen. En wel die van de voetballers in de eredivisie spelen. Ik heb van hun achternamen een eigentijds leesplankje gemaakt. Zomaar, omdat het zomer is. Dit keer dus geen gewichtig vraagstuk, geen poëzie en ook geen verhaal over Zeist, maar gewoon even een luchtig tijdverdrijf waarvan ik het resultaat graag deel.

 

Toen ik een jaar of 12 was spaarde ik voetbalplaatjes. Die knipte ik trouw elke week uit het voetbaltijdschrift 1-0. Netjes langs de stippellijntjes om ze daarna zelf met lijm in een verzamelmap te plakken. Op die manier leerde ik de namen van alle voetballers in de eredivisie goed kennen. Aad Mansveld, Epi Drost, Heinz Stuy en vele anderen.

Tegenwoordig is mijn belangstelling voor de eredivisie flink afgenomen. Ik hoop van oudsher dat mijn favoriete club Ajax het goed doet, maar namen en rugnummers ken ik nauwelijks meer.

Bij de start van dit nieuwe voetbalseizoen, twee weken geleden, zag ik op een site een overzicht van alle spelers van de 18 eredivisieclubs. Ik speurde de lijsten af om te zien hoeveel namen ik kende. Dat waren er bar weinig. Mijn actuele voetbalkennis is niet meer wat het geweest is.

Maar dankzij al die namen kreeg ik een ingeving. Een wat vreemde inval weliswaar, maar toch. Ik vroeg me af of het mogelijk zou zijn om naar het bekende voorbeeld van Aap-Noot-Mies een nieuw leesplankje te maken met de achternamen van voetballers uit de huidige eredivisie.

Het klassieke leesplankje

Ik ben flink gaan puzzelen. Na een paar uur passen en meten en knippen en plakken had ik een compleet geheel. Met één vreemde eend in de bijt. Zoek zelf maar.

De namen uit mijn jeugd

Mijn oma heette Bartje en mijn moeders naam was Johanna (roepnaam Joop; later veranderde ze dat in Hanna). Mijn vrouw heet Marja. Mijn dochters heten Lisa en Lotte en mijn kleindochters Nina, Jinte, Mae en Tuto[1].

Voornamen zijn vaak tijdgebonden. Elke generatie heeft bepaalde voornamen die je in latere generaties minder vaak of zelfs helemaal niet meer tegenkomt. Zo zijn Johan en Karin niet meer in de mode. Tegenwoordig zijn meisjesnamen als Yara, Zoë, Tess, Elin en Luna erg populair. En bij jongens zijn dat Liam, Sem, Luca en Finn. Allemaal namen die vroeger niet of nauwelijks voorkwamen.

Voornamen zijn niet alleen gekoppeld aan de tijd waarin ze worden gegeven, maar ook aan culturen, regio’s en landen. Door de komst van vele nieuwe Nederlanders is ook het arsenaal voornamen enorm uitgebreid. Ik heb dat als docent door de jaren heen gemerkt. Er vond niet alleen een verschuiving plaats in Nederlandse voornamen (van Arie naar Patrick en van Yvonne naar Destiny), maar er kwamen ook voornamen uit alle hoeken van de wereld bij: Fouad, Sharelle, Semra, Trang, Tomasz en Felicia, om er een paar te noemen.

Door het geven van moderne, trendy namen en door de toegenomen culturele diversiteit komt het nog maar weinig voor dat kinderen namen krijgen die in mijn jeugd veel te horen waren. Hierdoor verdwijnen langzamerhand de namen uit mijn jeugd. Daar wil ik niet sentimenteel over doen, maar laten we ze niet vergeten. Namen zijn ook een vorm van immaterieel erfgoed. Ze vertellen ons iets over de tijd waarin kinderen zijn geboren en opgegroeid. Voor mij zijn dat de jaren ’50 en ’60.

Als ode en herinnering heb ik twee sonnetten met voornamen uit mijn jeugd geschreven. Een met meisjesnamen en een met jongensnamen.

 

MEISJES

Gerda, Linda, Marja, Betty

Wendy, Karin, Inge, Hetty

Fien, Miranda, Petra, Mieke

Elly, Wilma, Judith, Lieke

 

Liesbeth, Sandra, Joke, Astrid

Jet, Yvonne, Anja, Ingrid

Mirjam, Carla, Vera, Lida

Ellen, Ans, Anita, Ida

 

Marjolein, Nicole, Anneke

Marion, Annette, Christine

 

Angelique, Lisette, Janneke

Willemijn, Johanna, Martine

 

Madelon, Amanda, Hanneke

Annelies, Jolanda, Jantine

 

JONGENS

Gerrit, Jan, Cor, Hans

Johan, Rob, Jaap, Frans

Peter, Leen, Ruud, Geert

Erik, Piet, Klaas, Tjeerd

 

Edwin, Henk, Dirk, Bert

Nico, Frank, Koos, Gert

Wouter, Lex, Paul, Wim

Evert, Ad, Tom, Pim

 

Arjen, Guus, Bart, Ron

Harry, Job, Harm, Ed

 

Benno, Rik, Aart, Ton

Harmen, Wil, Joop, Fred

 

Karel, Rein, Kees, John

Jacob, Gijs, Roel, Ted

 

 

[1] Tuto is de roepnaam van onze op Bali geboren kleindochter. Haar volledige naam is Ni Putu Tori Rosalie.

Groeten uit Zeist #16 Met onze kleinzoon naar de KNVB

Ik schrijf met enige regelmaat een blog over mijn nieuwe woonplaats Zeist. Inmiddels niet meer heel nieuw; we wonen al zes jaar hier. Ook na zes jaar zijn er nog voldoende interessante zaken en ervaringen om te delen. Zoals een recent bezoek met onze kleinzoon aan de KNVB Campus.

 

Eind mei: logeerplannen

Onze kleinzoon van 9 jaar komt binnenkort logeren. En omdat hij net jarig is geweest gaan we op zoek naar een leuk uitstapje om hem te verrassen en een beetje te verwennen. Via Google bekijken we het aanbod van musea, attractieparken, speeltuinen en bioscopen in de omgeving. We zien veel leuke dingen voorbijkomen, maar net niet iets heel speciaals voor hem. Totdat mijn vrouw opeens roept: ‘de KNVB! Dat is bij ons om de hoek. En hij is gek op voetbal!’ We hebben geen idee of je de KNVB kunt bezoeken, maar dat blijkt gelukkig wel het geval. De website van de KNVB meldt dat er elke eerste zondag van de maand een rondleiding voor belangstellenden wordt georganiseerd. Het toeval wil dat onze kleinzoon juist in het eerste weekend van juni bij ons komt logeren. Dat komt prachtig uit. Er is nog voldoende plaats, dus we bestellen online meteen drie kaartjes voor deze KNVB Campus Tour.

 

Zondag 1 juni: KNVB Campus Tour

Onze kleinzoon geniet met volle teugen van de rondleiding. Hij kijkt zijn ogen uit bij de trainingsvelden, het kantoor van de VAR, de fitness-apparaten, de trofeeën,  en de vele shirtjes en foto’s van zijn helden Memphis en Virgil. En hij is niet de enige. De meeste deelnemers zijn trouwe Oranje-fans die het heerlijk vinden om zich anderhalf uur lang onder te dompelen in de rijke Nederlandse voetbalhistorie. Voor een paar vrouwelijke bezoekers kan de dag helemaal niet meer stuk als het Nederlandse vrouwenteam op de fiets voorbij komt en een paar speelsters de tijd nemen om met hen op de foto te gaan.

Ik vind de rondleiding ook interessant. Eerlijk gezegd niet zo zeer vanwege de geboden informatie. Die is nogal summier. Onze gids is weliswaar heel vriendelijk en geduldig, maar hij blinkt niet uit in het delen van feiten en achtergrondverhalen of het vertellen van anekdotes. Ik ben vooral onder de indruk van het enorme complex en de vele faciliteiten. Ik ben door de jaren heen tientallen keren langs het KNVB centrum gereden, maar had geen idee van wat er zich allemaal achter die hekken bevindt. In die zin heeft de rondleiding mij verrast. Wat mooi dat Zeist zo’n indrukwekkend en modern sportcentrum heeft.

 

Gaat de KNVB vertrekken?

Toch is het op dit moment niet zeker of de KNVB in Zeist blijft. De Voetbalbond wil drie tot vier extra trainingsvelden erbij hebben in de Zeister bossen om ook voldoende ruimte te hebben voor alle jeugdteams van Oranje. Die uitbreidingswens stuit op bezwaren en beperkingen. Die extra ruimte is niet zo maar te realiseren. Dat heeft te maken met regels voor natuurbehoud en biodiversiteit. Ook spelen protesten van omwonenden een rol. Vandaar dat de gemeente Zeist niet direct het licht op groen kan zetten. In de tussentijd heeft de KNVB andere gemeenten opgeroepen om plannen in te sturen waarmee de wensen van de KNVB wel gerealiseerd kunnen worden. Uit frustratie met de gemeente Zeist? Of om de gemeente onder druk te zetten?

Het zou een enorme kapitaalvernietiging zijn als de KNVB uit Zeist vertrekt en het mooie, grote complex leeg komt te staan. Om nog maar te zwijgen van de gevolgen die het zou hebben voor de lokale werkgelegenheid en de naamsbekendheid van Zeist. Zeist en de KNVB worden altijd in één adem genoemd. Zoals Papendal en Arnhem of Thialf en Heerenveen.[1] Dat wil je als gemeente niet kwijtraken.

foto: KNVB

Ook ik hoop van harte dat de KNVB in Zeist zal blijven. Niet alleen vanwege het geld en de reputatie van Zeist. Maar ook omdat ik nog een paar jongere kleinkinderen heb. Als zij over een paar jaar ook zo van voetbal gaan houden, kunnen we hen ook een keer meenemen. Een mooie belevenis en lekker dichtbij. Of, om in voetbaltermen te spreken, een thuiswedstrijd!

 

Gebruikte bron:

https://www.volkskrant.nl/binnenland/vertrekt-de-knvb-na-zestig-jaar-uit-zeist-omdat-op-de-campus-geen-ruimte-is-voor-drie-extra-voetbalvelden~b39ae6cd/

[1] Er is ooit een plan geweest om een geheel nieuw schaatscomplex in Almere op te bouwen als opvolger van Thialf. Onder druk van protesten en financiële problemen ging de realisatie uiteindelijk niet door.

 

(Reageren op mijn blogs kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik een paar jaar geleden moeten afsluiten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn zijn zeer welkom!)

Om de lieve vrede

De oorlog in Gaza trekt veel aandacht en roept heftige emoties op. En dat is terecht. Er is sprake van een humanitaire noodtoestand. Het beleid van de regering en de acties van het leger van Israël druisen in tegen alles wat menselijk is. Voor dit handelen bestaat geen enkele rechtvaardiging. Toch vindt er geen grootschalige afkeuring plaats. Natuurlijk, er zijn landen, organisaties en groeperingen die het beleid van Israël afkeuren, maar tot een brede internationale veroordeling (zoals bijvoorbeeld bij de Russische inval in Oekraïne in 2022) komt het niet. Dat is moeilijk te verteren. Van het Amerika van Trump valt op dat gebied niets te verwachten, integendeel. Maar vanuit Europa zou toch een stevig tegengeluid moeten klinken. Toch gebeurt dat niet of nauwelijks. Onze regering (inmiddels demissionair) houdt zich op de vlakte en ook de EU opereert voorzichtig. Ook op cultureel of sportief vlak vinden er geen sancties plaats. Israël mag bijvoorbeeld gewoon blijven meedoen aan het Eurovisie Songfestival en aan Europese sportcompetities.

Kennelijk is Israël niet een willekeurig land dat men snel en in duidelijke termen tot de orde roept. Zelfs als het land voor het oog van de wereld een ‘hel op aarde’[1] creëert in Gaza. Dat roept de vraag op hoe dat komt. Ik denk dat meerdere omstandigheden daarbij een rol spelen.

 

  1. Religie

Er is volgens mij geen ander land ter wereld waarin religie en nationaliteit zo samenvallen. Israël is een Joodse staat. Natuurlijk zijn er ook landen die je islamitisch kan noemen, of christelijk, maar daar zijn er meerdere van. Er is maar één Joodse staat. Die Joodse religie vormt daarbij ook de basis van het christelijke geloof. Joden en christenen delen het Oude Testament met elkaar. En waar joden in het verleden door veel christenen gezien werden als de moordenaars van Jezus (een visie die door de eeuwen heen het antisemitisme heeft aangewakkerd) wordt er de afgelopen decennia veel meer gekeken naar de parallellen tussen Jodendom en Christendom. Israël is daarom voor veel christenen het land van de Bijbel, het Beloofde Land, het land van Jezus. Vandaar dat veel mensen in christelijke landen of binnen christelijke gemeenschappen een bijzonder band met Israël ervaren.

 

  1. Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Holocaust zijn zes miljoen joodse mensen vermoord. Joden waren in de ogen van de nazi’s de zondebokken van het Derde Rijk. De Holocaust was een door Nazi-Duitsland systematisch opgezette en uitgevoerde vorm van uitroeiing. In heel Europa werd weinig gedaan om die catastrofe tegen te gaan. Er werd op grote schaal weggekeken, gefaciliteerd, gecollaboreerd. Na de oorlog ontstond een gevoel van diepe schaamte en schuld. Dat gevoel is niet weg. Dat maakt het voor veel Europeanen moeilijk om met neutrale ogen naar Israël te kijken. Laat staan om kritiek op Israël te leveren. En als dat dan toch gebeurt klinkt uit Israëlische commentaren al gauw het verwijt dat er sprake is van antisemitisme. En laten we wel zijn: er is nog steeds sprake van antisemitisme. In rechts-extremistische kringen, in bepaalde islamitische kringen, onder sommige complotdenkers. Mijn hart huilt als ik zie dat afbeeldingen van Anne Frank zijn beschadigd of dat Stolpersteine zijn beklad. Hoe is het mogelijk dat men slachtoffers van 80 jaar geleden aanziet voor daders van nu. Dat is onvergeeflijk.

Beschadigde muurschildering van Anne Frank  in Amersfoort

Maar aan de andere kant vind ik het onverteerbaar als legitieme kritiek op de regering van Israël en de oorlog in Gaza wordt aangemerkt als antisemitisme. Daarmee sla je elke discussie dood. Het zou enorm helpen als we kunnen praten over het conflict tussen Israël en de Palestijnen zonder die antisemitisme donderwolk boven ons hoofd. Zonder vijandige motieven van antisemieten aan de ene kant, maar aan de andere kant ook zonder onterechte claims dat kritiek op Israël gelijk staat aan antisemitisme.

 

  1.  Fundamentalisme

De afgelopen 40-50 jaar hebben fundamentalistische groeperingen in veel islamitische landen enorm aan invloed gewonnen. De staat Israël is in die kringen altijd een belangrijk doelwit geweest, letterlijk en figuurlijk. Dat heeft een beeld opgeroepen van een klein land omringd door vele vijandige buren. Israël als de underdog. Als kleine David tegenover de grote Goliath. Dat beeld is te begrijpen. Israël heeft te maken met een aantal gevaarlijke tegenstanders in de directe omgeving (Hezbollah, Iran, Hamas). Maar aan de andere kant is Israël mede door de enorme economische en militaire steun van de VS zelf een regionale krachtpatser geworden. Het islamitisch fundamentalisme richt zich overigens niet alleen op Israël. Het extremistische gedachtengoed keert zich ook tegen de Westerse wereld. De afgelopen decennia zijn er vanuit die hoek vele aanslagen gepleegd in Europa en Amerika. Met als gevolg dat er in veel Westerse landen een anti-islam stemming ontstond die vooral werd aangejaagd door rechts-nationalistische politici en media. Juist vanuit die hoek wordt Israël gezien als een bondgenoot in de strijd tegen het zogenoemde islamitische kwaad. Dat verklaart voor een deel de warme band van politici als Wilders, Orban en Trump met de huidige Israëlische regering van Netanyahu. Die band is des te opvallender omdat in rechts-nationalistische kringen ook vaak sprake is van antisemitisme (denk aan Jean-Marie Le Pen). Maar misschien geldt hier de simpele redenering: ‘de vijand van mijn vijand is mijn vriend’.

 

Tegenstrijdige gevoelens

De hierboven genoemde factoren en achtergronden maken het conflict tussen Israël en de Palestijnen erg complex en beladen. Veel mensen voelen sympathie voor Israël. Maar door het enorme leed in Gaza is er een vorm van cognitieve dissonantie ontstaan: een spanning die optreedt bij tegenstrijdige ervaringen en gevoelens. Om die spanning te neutraliseren houden ze maar hun mond. Om de lieve vrede te bewaren. Of ze zoeken krampachtig naar argumenten om het optreden van Israël goed te praten. Die houding is niet houdbaar. Door te zwijgen of toe te dekken raakt juist die lieve vrede steeds verder uit beeld.

Gelukkig begint er in de publieke opinie wel wat te schuiven. Steeds meer mensen vinden dat Israël in Gaza te ver gaat. Ook mensen die een band met Israël hebben. Die verschuiving gaat niet zonder moeite. Tegen de achtergrond van de catastrofe in Gaza hoop ik dat mensen die worstelen met dergelijke tegenstrijdige gevoelens voorrang gaan geven aan humanitaire overwegingen. Ik denk dat het daarbij helpt om te denken in termen van en-en, niet of-of. Je kunt het land Israël een warm hart toedragen, maar ook afstand nemen van het beleid van Netanyahu. Je kunt de Palestijnse zaak steunen, zonder de terreurdaden van Hamas goed te keuren. En nog een stap verder: als je vindt dat Israël recht van bestaan heeft, waarom zouden de Palestijnen dat recht dan niet hebben?

Als we zo met elkaar kunnen en willen denken hoeven we niet af te wachten of weg te kijken. Of lange en haarkloverige discussies te voeren over de definitie van termen als genocide, kolonialisme en antisemitisme. Daar is momenteel ook geen tijd voor. Het is evident dat er sprake is van een humanitaire noodsituatie in Gaza. Die moet zo snel mogelijk stoppen. De internationale gemeenschap moet er alles aan doen om dit te bewerkstelligen. Aangevuurd door een luide en brede oproep vanuit de publieke opinie. Met maximale druk op de Israëlische regering en ook op Hamas. De wapens moeten worden neergelegd. Er moet op grote schaal hulp worden gegeven in Gaza. Gijzelaars en gevangen moeten vrijkomen. En, niet onbelangrijk, Israël moet ook stoppen met zijn onwettige en agressieve nederzettingenbeleid op de Westbank. Anders ontstaat daar een tweede Gaza.

Er zal een lange fase van wederopbouw en herstel nodig zijn. Met als uitgangspunt dat zowel de mensen in Israël als in de Palestijnse gebieden recht hebben op een eigen staat en daar ook de garanties voor krijgen. Dat is de enige weg naar blijvende vrede voor beide landen: en-en.

Leestips:

  • https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/29/kabinet-voorkom-nu-israelisch-massageweld-in-gaza-a489503

 

  • https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/27/historicus-mark-mazower-het-gelijkstellen-van-kritiek-op-israel-en-antisemitisme-is-funest-a4894845

 

  • https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/gaza-verandert-de-westerse-blik-op-de-shoah-kun-je-israel-loslaten-zonder-het-verleden-te-verraden~b8a51820/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

[1] Deze aanduiding komt van het Rode Kruis: https://nos.nl/liveblog/2569629-omstreden-hulpgroep-gaza-sluit-distributiepunten-20-palestijnen-gedood-bij-israelische-aanvallen#UPDATE-container-86586491

(Reageren op mijn blogs kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik een paar jaar geleden moeten afsluiten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn zijn zeer welkom!)

Oroppa, een trans-Mediterrane nacht vol dromen

Na het lezen van het boek Oroppa voelt het alsof ik na een nacht vol verwarrende dromen wakker word. Met flarden van verhalen in mijn hoofd, zonder ordening van tijd of plaats. Vol mysterieuze, kleurrijke figuren.

Nog een beetje slaapdronken probeer ik wat meer vat te krijgen op het boek. Ik herlees meerdere passages en blader door mijn notities. Ik begin patronen uit het rijkgeschakeerde mozaïek te ontdekken. Passages en personen die in het eerste deel van het boek kort worden aangestipt, blijken honderden bladzijden verderop een rol van betekenis te spelen. Vraagtekens worden uitroeptekens. Zo ontstaat er langzamerhand een wat meer samenhangend beeld.

Het valt, kortom, niet mee om dit boek na eerste lezing te doorgronden. Niet omdat het ontoegankelijk is geschreven. Integendeel, de taal is rijk, de zinnen zijn prachtig en de verhalen sleuren je mee. Safae el Khannoussi is een geweldige schrijfster. Maar het kost mij tijd om de vele verhaallijnen (met zijwegen, vertakkingen en tientallen personen en figuranten) een plaats te geven en de hoofdlijn van het boek te pakken te krijgen. Althans, de hoofdlijn zoals ik die zie en ervaar.

Eerst de bredere context. Zoals het woord trans-Atlantisch bestaat, mogen we voor dit boek de term trans-Mediterraan gebruiken. De verhalen spelen zich namelijk afwisselend af in Marokko, Frankrijk, Algerije, Tunesië en Nederland. De hoofdpersonen hebben hun wortels in Noord-Afrika, maar brengen een groot deel van hun leven door in Europese hoofdsteden als Parijs en Amsterdam. Enkelen slagen erin een  goed bestaan op te bouwen. Maar velen bewegen zich aan de periferie van de samenleving. Aan de zelfkant van de westerse wereld. Waar ze niet echt welkom zijn; waar ze merken dat ze er niet bij horen. Safae el Khanoussi geeft deze mensen een naam, een gezicht en ze vertelt hun verhalen.

Safae el Khannoussi (foto: Merlijn Doomernik)

SPOILER ALERT: hieronder geef ik de inhoud van het boek in grote lijnen weer

De centrale figuur in het boek is Salomé/Salma Abergel, een oudere kunstenares met Marokkaans-Joodse wortels. In haar jonge jaren is ze als studente tijdens demonstraties tegen het regime van koning Hassan II in Marokko opgepakt en gevangen gezet. Die tijd staat bekend als ‘de jaren van lood’ vanwege de hardhandige wijze waarop de autoriteiten optraden tegen mensen die kritiek uitten. Tijdens haar gevangenschap is ze gemarteld. En ze heeft er ook een kind gekregen: Irad, een jongetje met een hazenlip.[1] Toen ze na een aantal jaren vrijkwam is ze niet naar Israël gegaan, zoals haar familie van haar vroeg, maar naar Europa (‘Oroppa’). Via een aantal omzwervingen vestigt zij zich uiteindelijk in Amsterdam. Daar maakt ze naam als schilderes. Als decennia later een van haar toenmalige beulen bij haar aanbelt, slaat ze op de vlucht, aan de vooravond van een grote tentoonstelling van haar werk. Ze laat haar vrienden, haar curator en het museum van de tentoonstelling radeloos achter. Er is geen spoor van haar te vinden.

Deel 1 Wie niet weg is

Salomé  woont in de Amsterdamse Rivierenbuurt (Churchill-laan 270). In de kelder van dit huis bewaart Salomé haar schilderijen. Ze is bevriend met Hbib Lebyad, haar trouwe steun en toeverlaat. Hbib is een voormalig acrobaat en runt nu een eettentje in Amsterdam. Als Salomé hals over kop vertrekt neemt ze Hbib in vertrouwen en vertelt hem wat er met haar nalatenschap moet gebeuren. Een van Hbib’s werknemers is een jonge vrouw, Hind. Ondanks haar drugsverslaving en chaotische levensstijl houdt Hbib haar de hand boven het hoofd. Als zij meldt dat ze op zoek is naar huisvesting biedt hij haar het huis van Salomé als tijdelijk onderkomen aan.

Naast deze Amsterdam-lijn in het boek is er ook een Parijs-lijn. Met als centrale locatie hotel Le Souterraine, ergens aan de rand van de stad. De verhalen hier spelen zich vooral af in de bar van het hotel, een pleisterplaats voor nachtvlinders, gelukzoekers en outcasts. De bar wordt gerund door Irad Abergel, de zoon van Salomé.

In de bar komen op drie opeenvolgende avonden drie onbekende bezoekers een voor een langs. De eerste is een man die een verhaal vertelt over een echtpaar dat ruziet over vermeend overspel. Na dit verhaal verdwijnt de man. De dag daarna komt een eveneens onbekende vrouw langs die vertelt dat de verhalenverteller een voormalige gevangenbewaarder/beul uit Marokko is, Hassan Ezzemouri. Ook noemt ze de naam van een collega-gevangenbewaarder van Hassan die nu in Amsterdam woont: Yousef Slaoui. Weer een dag later komt een detective langs die op zoek is naar Salomé. Hij blijkt ook de twee vorige onbekende bezoekers te kennen.

Deze drie bezoekers en hun verhalen spelen wat mij betreft een cruciale rol in dit boek. Door deze verhalen wordt een link gelegd tussen verleden en heden, tussen Noord-Afrika en West-Europa, tussen Amsterdam en Parijs, tussen voormalige beulen en hun slachtoffers, tussen Irad en zijn moeder Salomé.

Hannah Melger, de curator en artistiek begeleidster van Salomé gaat naar Irad in Parijs omdat ze wil weten waar Salomé is. Twee schilderijen moeten geveild worden, maar nu zijn deze door het vertrek van Salomé niet meer te vinden. Ze had al eerder in Amsterdam bij het huis van Salomé aangebeld en tot haar verbazing daar een jonge vrouw aangetroffen, Hind. Hind zegt dat zij haar niet verder kan helpen. Ook Irad zegt dat hij niet weet waar Salomé en de schilderijen zijn. Hannah vertelt Irad dat er nu een jonge vrouw in het huis van zijn moeder op de Churchill-laan woont. Daarop besluit Irad om naar Amsterdam te gaan en haar op te zoeken. Ooggetuigen melden later dat in de tuin van dat huis spullen zijn verbrand door een man en ‘de jonge vrouw die al een paar weken in het huis verbleef’. (p. 147)

Deel 2 De pissende pelgrim[2]

In dit deel van het boek volgen we Yousef Slaoui, een uit Marokko afkomstige man die in Amsterdam verzeild is geraakt (‘Amsterdam laat hem onaangeroerd’). Hij heeft een wasserette gehad, maar is aan lager wal geraakt en aan de drank. Op een dag ziet hij opeens Salomé op straat. Hij herkent haar van 30 jaar geleden. Hij was een van haar bewakers/folteraars/ondervragers in de Marokkaanse gevangenis. Hij gaat haar sporen na en ontdekt dat zij schilderes is geworden. Hij neemt zich voor om naar de opening van haar tentoonstelling te gaan en zoekt haar ook thuis op. Hij wil uitleggen dat hij is veranderd, een ander mens is geworden. Hij zegt dat mensen destijds zelfs dachten dat hij de vader van Salomé’s kind was. Salomé schrikt enorm van zijn komst en jaagt hem weg. Door deze ontmoeting met haar voormalige beul raakt ze zo van slag dat ze besluit te vluchten. Weg uit Amsterdam. Geen tentoonstelling, geen veiling van enkele schilderijen. Niemand weet waar ze naartoe is. Ze laat alleen Hbib weten wat er met haar bezittingen moet gebeuren. En ze wil dat hij haar schilderijen die in de kelder liggen verbrandt.

Deel 3 De herrijzenis van Salomé Abergel

Salomé blijkt gevlucht naar Tunis. Dankzij connecties van Hbib heeft ze daar onderdak gevonden bij een gezin, bestaande uit moeder Meryem, zoon Azzedine van in de twintig en dochter Hafsa van middelbare school leeftijd. Salomé is ziek (heeft nog maar één beperkt werkende long). Desondanks rookt ze aan een stuk door en drinkt ze stevig.

Ik herken deze setting van de Proloog van het boek. Daarin wordt geschetst hoe Salomé, oud en uitgemergeld, wordt verzorgd door Meryem en haar dochter. Nu, 300 bladzijden verder, kan ik het verhaal uit de Proloog plaatsen.

Hannah Melger gaat dankzij een tip ook bij dit gezin op bezoek. Ze is niet alleen bezorgd om Salomé, maar vreest ook voor de financiële gevolgen voor haarzelf als Salomé en haar schilderijen niet boven water komen. Moeder Meryem zegt niet te weten waar Salomé is. Door het bezoek van Hannah merkt Salomé dat ze ook in Tunis niet veilig is. Ze besluit per trein naar Djerba te gaan. Azzedine begeleidt haar. Tijdens die treinreis wordt door de verhalen van Salomé duidelijk dat Irad en Azzedine vroeger als kleine jongens met elkaar speelden (‘Jullie zijn uit dezelfde klei gebakken’, p. 313). Ze vertelt ook dat ze al langer naar Tunesië wilde om daar te sterven en dat ze wachtte op een teken. De ontmoeting met Yousef Slaoui was voor haar dat verwachte teken. Ze vertelt hem ook dat ze Hbib heeft gevraagd om haar schilderijen en gevangenisportretten te verbranden. En dat ze dat niet durfde toe te vertrouwen aan haar zoon Irad, omdat hij een lafaard is.[3] Ook wil Salomé dat Azzedine bij haar blijft ‘tot het niet meer nodig is’. (p. 320). Ze belooft hem hiervoor goed te betalen. Ze wil niet eenzaam sterven.

Deel 4. Coda; De angstcahiers

Dit vierde en laatste deel van het boek bestaat uit een achttal fragmenten van teksten die zijn geschreven door een ‘onbekende schrijver’ zoals al eerder in Deel 1 (p. 69) is aangegeven. Het blijkt dat het gaat om een soort dagboek-fragmenten die op aanraden van een psychiater zijn geschreven (p. 386). Deze fragmenten spelen zich af in Parijs en verwijzen naar het ‘eenentwintigste’. Een mysterieus arrondissement, een imaginaire onderwereld die slechts hier en daar opdoemt in de ‘raadselachtige getuigenissen van een stel berooide bejaarden, dieven, uitvreters, vagebonden, papierlozen, krakers, smokkelaars, dichters en muzikanten – onder hen zij die het zoute water van de Middellandse Zee nog uit hun broekspijpen wringen en zij die hen opwachten’. (p. 325) Kortom, het gaat hier om de zelfkant van de samenleving. Een vertrekpunt en beginpunt voor losers waar ook Salomé Abergel ooit heeft rondgedoold.

In deze fragmenten worden meerdere verhalen verteld. Een verhaal gaat over Le Souterraine. Hind komt langs bij Irad en gaat in de bar werken. In een later fragment ontmoet de ik-persoon (de onbekende schrijfster) Hind in de bar en ontstaat er een klik. Het blijkt dat de schrijfster getraumatiseerd is door wat haar is overkomen tijdens haar gevangenschap in Marokko (net als Salomé, dus). Een ander fragment gaat over een bus met Marokkaanse migranten die bij de Spaans-Franse grens staat. Een verhaal over angst van elke migrant: niet toegelaten worden. Weer een ander fragment beschrijft de verwarrende gevoelens van migranten: blijf je je wortels trouw of omarm je het westerse leven. De ik-persoon schrijft over het afgeven op je eigen komaf: ‘ik verachtte alles wat laag, arm en niet-Europees was’. De wens om deel uit te maken van het beschaafde, Europese leven en hoe verkrampt dat is.

In het zevende fragment vertelt de onbekende schrijfster hoe ze gefascineerd is door het leven van Salomé. Haar verhaal zou zijn geëindigd met haar verdwijning, als er niet onverwachts een man opduikt in Le Souterraine. Hind spreekt met hem. Later vertelt Hind aan de schijfster over deze ontmoeting. Irad is dan vertrokken naar Tunesië omdat zijn moeder is overleden. Het blijkt dat deze man Azzedine is. Hij vertelde dat Salomé op het laatst nog haar testament heeft gewijzigd. Naast Irad zal ook Azzedine een deel van de erfenis ontvangen. Sterker nog; de twee mannen krijgen ieder de helft. Maar Hind weet dat er niet veel te verdelen valt. Al haar werk is immers verbrand. Later praat Azzedine nog uitgebreid met de schrijfster over Salomé. Onder andere over het feit dat ze bang was voor ‘de pelgrim’, die haar achternazat. Het lijkt erop dat Azzedine de schijfster met al deze verhalen voldoende stof heeft aangeleverd om later het levensverhaal van Salomé op te tekenen.

Het laatste fragment gaat over de gruweldaden van beulen en bewaarders. De getuigenissen van deze folteraars zijn zeldzaam. En als ze al getuigen portretteren ze zichzelf als slachtoffer, als ‘zielenpoot die gelouterd wil worden’. Dit sluit aan op het promotie-onderzoek van Safae el Khannoussi, de daadwerkelijke schrijfster van het boek Oroppa. Zij doet studie naar de gevangenissen in de Maghreb.

In de ogen van hun slachtoffers nemen deze beulen mythische proporties aan. Het wordt een collectief wezen ‘dat zich in duizendvoud manifesteerde’ (p. 387). Een fantoom dat de naam De Pelgrim kreeg. Als je dat wezen wilt doorgronden, ‘moet je in zijn bed slapen, dezelfde hap van hetzelfde bord nemen, hetzelfde leven leiden’. (p. 390). ‘Het is een monster waarvan we alleen maar kunnen zeggen dat het iets begaan heeft en dat het zich van ons onderscheidt doordat wij dat niet hebben gedaan’.

Ik herken iets van het denken van Hannah Ahrendt in deze omschrijving. Haar bekende uitspraak over ‘de banaliteit van het kwaad’: mensen kunnen in hun rol als beul of gevangenbewaarder heel wreed zijn, maar daarnaast ook een heel normaal leven leiden. Geen monsters, maar heel gewone mensen.

 

TEN SLOTTE

Oroppa gaat over mensen die op zoek zijn naar een goede plek om te wonen. Sommige van hen zijn beulen geweest, sommigen waren slachtoffers. Ze zien geen toekomst meer in hun land van herkomst en maken de overtocht naar Europa. Daar worden ze achtervolgd door hun verleden en door hun afkomst. Ze merken dat ze niet welkom zijn, of niet veilig. Daarom trekken ze verder, weer op de vlucht, zoeken hun heil in verslaving en verdoving. Nergens rust, nergens thuis. Het verhaal heeft geen echt einde of begin. En zeker geen sprookjesachtig ‘lang en gelukkig’- slot. Maar het eindigt ook niet in mineur. Het boek schetst het leven zoals het is. De menselijke conditie van migranten in de 21e eeuw: overleven, geluk zoeken, vallen en opstaan. De schijfster toont daarbij veel compassie voor de mensen aan de rafelranden van de samenleving. Mensen die vaak naamloos en onzichtbaar blijven. Dankzij Safae el Khanoussi maken we met hen kennis en krijgen we begrip voor hun situatie, hun pijn en hun dromen. Dat maakt dit boek, zeker in deze gure tijd waarin migranten worden verketterd, enorm de moeite waard.

 

 

 

[1] Irad realiseert zich later dat zijn moeder in de gevangenis portretten tekende van mede-gevangenen. Maar nooit van hem. Vanwege zijn hazenlip? Dat vindt hij vernederend. (p. 125)

[2] Pelgrim is de verzamelnaam voor alle beulen, verkrachters, gevangbewaarders. (p.94, p. 387)

[3] Uit het boek blijkt echter het tegendeel: Hbib durft het werk van Salomé niet te verbranden. Irad wel, met hulp van Hind.

Groeten uit Zeist #15 Een prachtig cadeau van de Oekraïense gemeenschap

Een minister die weigert een lintje te geven aan vrijwilligers die vluchtelingen helpen. Boze burgers die met stenen en vuurwerk gemeentehuizen aanvallen omdat binnen vergaderd wordt over de mogelijke komst van een AZC. Het is een gure, grimmige tijd voor migranten en vluchtelingen. Zij worden gezien als een enorme bedreiging; als veroorzakers van allerlei problemen in de samenleving. Opgezweept door de anti-migratie retoriek van politici en media voelen mensen op straat zich geroepen om gebouwen te bekladden, lokale bestuurders te bedreigen, varkenspoten op te hangen, democratische procedures te ontregelen.

Zoveel haat, angst en wantrouwen. Je zou er moedeloos van worden. Of zelf ook boos de straat op gaan. Het helpt mij om op zulke momenten juist op zoek te gaan naar positieve gebeurtenissen, naar kleine succesverhalen, naar hoopgevende activiteiten. Dat zijn meestal zaken die niet de voorpagina halen. Ze gebeuren vooral in stilte of achter de schermen. Met mensen die niet schreeuwen of dreigen, maar gewoon iets doen voor en met andere mensen: buurtwerkers, verenigingen, werkgevers, vrijwilligers, ambtenaren, kerken en scholen.

Eén zo’n mooi initiatief vond laatst plaats in mijn wijk, vlakbij mijn huis. Oekraïners die drie jaar geleden in Zeist zijn terecht gekomen, in chaletpark Dijnselburg, hebben een kastanjeboom geplant in het Thorbeckeplantsoen. De kastanje is een symbool van Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. Het is een cadeau voor alle Zeistenaren, uit dank voor de gastvrije wijze waarop de Oekraïners hier zijn opgevangen en geholpen.

Drie jaar geleden, toen Rusland Oekraïne binnenviel, zijn honderdduizenden Oekraïners op de vlucht geslagen. Ruim 300 van hen kwamen in Zeist terecht. Ze werden hier eerst provisorisch opgevangen. Al gauw stelde de gemeente vakantiehuisjes op park Dijnselburg beschikbaar om hen voor langere tijd te kunnen huisvesten. Daar konden ze tot rust komen, hun leven weer wat oppakken, op zoek gaan naar werk en naar scholen voor de kinderen. Inmiddels hebben de meeste volwassenen betaald werk gevonden en weten de kinderen de weg naar school en sportclub goed te vinden.

Dat is in de eerste plaats allemaal gelukt door de enorme inzet van de Oekraïners zelf. Maar zeker ook dankzij de grote steun en de vele inspanningen van o.a. vrijwilligers, de gemeente, ondernemers en scholen. Oekraïners voelen zich hier welkom en kunnen hier een menswaardig leven leiden.

Maar ondanks al die positieve ontwikkelingen blijven er grote zorgen. Over familieleden in Oekraïne, over de vraag of er ooit een rechtvaardige vrede zal komen, over de toekomst (in Nederland blijven of ooit teruggaan naar Oekraïne). Veel blijft onzeker. In ieder geval kunnen de Oekraïners tot eind 2026 op Dijnselburg blijven wonen.

Onthulling door Anna Pryymak en burgemeester Joyce Langenacker (foto Mel Boas, AD)

Ik ben blij met de mooie kastanjeboom in onze wijk. Het is een lichtpuntje in deze gure tijd; een blijvend en hoopgevend symbool. Zo kunnen mensen ook met elkaar omgaan: respectvol en warm.

 

Voor een video-verslag, zie : https://youtu.be/aUrzTMA2OYo

 

 

 

 

 

Even wat luchtigers

We leven in serieuze tijden, met veel onheilspellende en verontrustende ontwikkelingen. Ik heb daar in mijn blogs de afgelopen maanden ook veel aandacht aan besteed.

Maar vandaag is het tijd voor iets luchtigers. Het is per slot van rekening 1 april. De dag van de glimlach, de verrassing, het verkeerde been.

Ik heb het afgelopen jaar allerlei invallen genoteerd; een beetje in de geest van de befaamde Terzijde rubriek die vroeger in het tijdschrift Vrij Nederland stond. Korte zinnen met een dubbele lading, een kwinkslag, een onverwachte wending. Bedoeld om een glimlach of een aha-gevoel op te roepen. Ik zet ze in een rij onder elkaar, net als in de Terzijde rubriek van vroeger. Zonder illustraties van Peter Vos, maar met foto’s die ik zelf ooit heb gemaakt.

Veel leesplezier!

 

Steeds minder boeren nemen hun koeien te grazen.

Engelsen begrijpen heel goed dat Kloos een dichter is (met dank aan mijn broer Paul).

Noordeloos ligt in Zuid-Holland. Logisch, toch!

Eten vegetariërs wel vleestomaten?

De tennisster liep een dubbele enkelbreuk op.

Veel mensen hebben een zwak voor een sterke leider.

 

 

 

 

Een drog kan niet zonder reden.

De zwaarlijvige man probeerde zichzelf op te beuren met een roomsoes.

Beter in het hoofd geprent dan op papier geprint.

Kun je een blinde darm ontsteking verhelpen met een kijkoperatie?

Op social media is delen hetzelfde als vermenigvuldigen.

Een drielemma is een vraagstuk met drie keuze-opties.

Het pak volle melk was leeg.

Overlijdensadvertentie: chirurg in hart en nieren (niet verzonnen; in het echt gezien).

Je kunt wel bomen planten, maar geen planten bomen. Je kunt wel weer bomen over planten.

 

 

 

 

 

 

 

Veel sterren op Instagram vinden dat ze een hemels lichaam hebben.

Per ongelukje: mijn mobieltje kent mijn broekzak als zijn broekzak.

Op een regenboogtrui staat nooit een regenboog.

Maakt Verkade op zijn website gebruik van cookies?

‘Een pakkerd geven’ klinkt nogal tegenstrijdig.

De man zat na zijn besnijdenis niet lekker in zijn vel.

Jammer dat het Franse woord hippodrôme niet nachtmerrie betekent.

 

 

 

 

 

 

Ik deed mee aan de landelijke vogelteldag. En inderdaad: 7 vinkjes.

Een verdieping is meestal een verhoging.

Deze insecticide heeft bij-effecten.

De naam Abraham klinkt niet helemaal kosher.

De auto vergroot onze actieradius. Het internet vergroot onze interactieradius.

Mijn ouders lieten mij al op jonge leeftijd met woorden spelen.

 

Sag mir wo die Blumen sind

Mijn oog valt op een artikel over een grote tentoonstelling in Amsterdam over het werk van de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer. Ik moet toegeven dat ik niet echt bekend ben met het werk van Kiefer. Maar de titel van deze blockbuster tentoonstelling (zowel in het Stedelijk Museum als in het van Gogh Museum) trekt onmiddellijk mijn aandacht: Sag mir wo die Blumen sind. Dat is het bekende lied van Marlène Dietrich. Het toeval wil dat ik juist de dag daarvoor heb gelezen dat dit lied oorspronkelijk is geschreven door de Amerikaanse folk-zanger Pete Seeger. Dat had ik weer ontdekt nadat ik de film A Complete Unknown over Bob Dylan had gezien. En dan is er ook nog een link van de tekst met Rusland en Oekraïne. Alle reden om de oorsprong en verspreiding van dit lied uit te pluizen. 

 

Bob Dylan, A Complete Unknown

Als rechtgeaarde Bob Dylan fan ging ik een paar maanden gelden naar de film A Complete Unknown. Over de opkomst en doorbraak van de jonge Dylan in het New York van vroege jaren ’60. Ik had vooraf meerdere positieve recensies gelezen en ik moet zeggen: die kloppen helemaal. Ik weet niet of hij nog in de bioscopen te zien is, maar ik vind het een aanrader. Ook als je geen grote Dylan-fan bent.

Tijdens het kijken werd mijn aandacht niet alleen door Bob Dylan getrokken, maar ook door zijn wegbereider in de folk music-wereld van die tijd: Pete Seeger. Pete Seeger wordt neergezet als een sympathieke en begripvolle vader-figuur die het talent van de jonge Bob Dylan onmiddellijk signaleert en hem kansen biedt om op te treden en naam te maken. Aan het einde van de film zien we hoe meester Pete en leerling Bob uit elkaar zijn gegroeid. Dit is de apotheose van A Complete Unknown. Tijdens zijn (inmiddels legendarische) optreden op het Newport folk festival in 1965 breekt Bob Dylan met het traditionele folk repertoire en gaat luide elektronische rock spelen. Pete Seeger probeert dit te voorkomen, maar merkt tot zijn schrik en wanhoop dat Dylan niet naar hem luistert. Het was tijd voor iets nieuws, zal Dylan gedacht hebben: The times they are a changin’.

Bob Dylan en Pete Seeger

Pete Seeger

Na het zien van de film wilde ik wat meer van Pete Seeger te weten komen. Ik kende hem eigenlijk alleen als mentor van de jonge Dylan en als schrijver van het lied Turn, turn, turn dat in de uitvoering van The Byrds wereldberoemd is geworden. Voor de Bijbelkenners onder ons: de tekst is gebaseerd op een fragment uit het Bijbelboek Prediker: alles heeft zijn tijd.

Op het internet ontdek ik meer over Pete Seeger (1919-2014). Hij kwam uit een muzikaal en links-georiënteerd gezin en zette zich als zanger en activist zijn leven lang in voor maatschappelijke kwesties. Denk aan de Civil Rights Movement, het opkomen voor rechten van arbeiders en de vredesbeweging. Op latere leeftijd vraagt hij ook aandacht voor milieuvraagstukken. Pete Seeger gebruikt zijn songs en optredens vaak om politieke en maatschappelijke thema’s aan de orde te stellen. In die zin zal hij zeker een inspiratiebron zijn geweest voor de jonge Bob Dylan, die in de jaren ’60 werd aangeduid als de stem van de protestgeneratie. De muziek en het engagement van Dylan uit die tijd sporen 100% met die van Pete Seeger. Maar Dylan wil niet gezien worden als protestzanger. Hij houdt niet van dergelijke etiketten. Hij wil blijven vernieuwen en steeds andere muzikale wegen gaan bewandelen, terwijl Pete Seeger zijn leven lang wel blijft vasthouden aan zijn folk music en zijn maatschappelijk engagement.

Zijn linkse sympathieën en activiteiten brengen hem herhaaldelijk in conflict met de autoriteiten. Zeker in de jaren ’50 toen er in het beruchte McCarthy tijdperk jacht werd gemaakt op alles wat naar socialisme of communisme rook.

Wat heeft dit alles met Sag mit wo die Blumen sind te maken?

Voordat hij beroemd wordt als artiest werkt Pete Seeger als twintiger voor The Archives of American Folk Songs. Hij heeft als taak om allerlei soorten volksmuziek, traditionele liedjes en muzikale tradities te inventariseren. Folk music in de letterlijke zin van het woord. Hij reist stad en land af om liedjes op te sporen en te registreren. Als hij later doorbreekt als liedjesschrijver en zanger blijkt zijn werk als archivaris een rijke inspiratiebron. Veel van zijn songs zijn gebaseerd op traditionele melodieën of teksten. Enkele van zijn songs zijn wereldberoemd geworden (en ik wist eerlijk gezegd niet dat hij ze heeft geschreven of bewerkt), zoals If I had a hammer, We shall overcome, Kumbaya en Kisses sweeter than wine. En in dat rijtje past ook het lied Where have all the flowers gone.

Kort samengevat en vertaald zegt dit lied het volgende:

Waar zijn de bloemen? Geplukt door de meisjes

Waar zijn de meisjes? Mee met de jongens

Waar zijn de jongens? Ze zijn soldaat geworden

Waar zijn de soldaten? Die liggen in hun graf

Waar zijn de graven? Daar bloeien nu bloemen op

Pete Seeger had  een bijzondere inspiratiebron voor dit lied dat hij in 1955 schreef.  Hij had enige tijd daarvoor het boek And quiet flows the Don van de Sovjet auteur Mikhail Sholokhov (die in 1965 de Nobelprijs voor Literatuur won) gelezen. Het boek speelt ten tijde van de Eerste Wereldoorlog en de bloedige strijd tijdens en na de Russische Revolutie. De hoofdpersoon is een kozak uit de Don-regio. Nu strijdtoneel tussen Rusland en Oekraïne. Kozakken staan bekend als een eigenzinnig, vrijheidslievend volk, Voor niets en niemand bang. In het boek Konvooi van Tommy Wieringa lees ik dat in de 17e en 18e eeuw een min of meer zelfstandige Kozakken-staat bestond in wat nu Oekraïne is. Ze moesten wel strijdbaar zijn, want ze werden van drie kanten belaagd: door Polen-Litouwen, de Tsaren en het Ottomaanse Rijk.[1]

Terug naar Pete Seeger en het boek van Mikhail Sholokhov. In dat boek wordt gerefereerd aan een oud Kozakken-lied: Koloda Doeda. Een bekend wiegelied dat zowel in Rusland als Oekraïne wordt gezongen. Het is een lied waarin een zich herhalend vraag en antwoord patroon is verwerkt. Vrij vertaald:

Waar zijn de ganzen heen? Ze zijn in het riet.

Waar is het riet heen? Gemaaid door de meisjes.

Waar zijn de meisjes heen? Getrouwd met de mannen.

Waar zijn de mannen heen? Naar het slagveld.

Pete Seeger (met zijn achtergrond als muziek-archivaris) maakt een notitie van deze tekst en werkt het later uit in het lied Where have all the flowers gone. Voor de melodie gebruikt hij een Iers volksliedje. Een paar jaar later voegt een vriend van Seeger nog een paar coupletten aan het lied toe. De boodschap is gericht tegen oorlogen en het zinloze sterven van jonge mannen. Aanvankelijk slaat het lied niet erg aan, maar in de loop van de jaren ’60 (de tijd van de protesten tegen de Vietnam oorlog) wordt het erg populair. Het neemt een enorme vlucht en wordt in talloze uitvoeringen en vertalingen over de hele wereld vertolkt. In Europa wordt met name de versie van Marlène Dietrich bekend: Sag mir wo die Blumen sind.

Rusland en Oekraïne

Juist in de huidige tijd vind ik het een bijzonder gegeven dat het wiegelied Koloda Doeda zowel in Oekraïne als in Rusland bekend is. Ook bijzonder: de schrijver Mikhail Sholokhov, die het lied in zijn boek beschreef, heeft een Russische vader en een Oekraïense moeder. Het is een lied dat over grenzen heengaat. Vanuit Rusland en Oekraïne waait het over naar de VS waar Pete Seeger er een Engelstalige versie van maakt met een Ierse melodie. En vervolgens reist dat lied verder naar alle uithoeken van de wereld. Kennelijk heeft de tekst van het oude wiegeliedje een betekenis die overal een gevoelige snaar raakt. When will they ever learnWann wird man je verstehen? Wanneer gaan we eindelijk leren dat we niet keer op keer de wapens tegen elkaar moeten opnemen?

Anselm Kiefer

Het is die betekenis van dit lied die Anselm Kiefer heeft geïnspireerd tot het maken het kunstwerk met dezelfde titel, Sag mit wo die Blumen sind. Het titelstuk van deze tentoonstelling en speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt. Het is te zien bovenaan het trappenhuis van het Stedelijk Museum. Een imposante installatie met verf, klei, uniformen en rozenblaadjes.

Kiefer zegt in een interview dat hij niet wist dat het lied oorspronkelijk uit Rusland/Oekraïne komt. Hij heeft ook niet de bedoeling gehad om specifiek in te haken op de actualiteit van de oorlog in Oekraïne of Gaza. Maar wel wil hij in zijn algemeenheid een statement maken tegen de absurditeit van oorlogsgeweld. Dat is door de jaren heen het centrale thema in zijn werk. ‘Alles wat ik maak is anti-oorlog’, zegt hij in datzelfde interview. Bovendien wil hij met het woord ‘Blumen’ verwijzen naar de bekende zonnebloemen van de door hem bewonderde Vincent van Gogh. Daarom heeft niet alleen dat ene kunstwerk van Kiefer, maar ook de gehele tentoonstelling deze titel gekregen: Sag mir wo die Blumen sind. Zo blijft het oude wiegelied Koloda Doeda nog steeds doorklinken en is de boodschap ervan onverminderd actueel.

Ik sluit graag af met een bijzonder citaat uit het boek Konvooi van Tommy Wieringa. Het vat mijn verhaal kernachtig samen. Vlak na de Russische invasie in Oekraïne in 2022 duikt er een filmpje op van een boze Oekraïense vrouw die op een Russische soldaat afloopt. Ze geeft de verbouwereerde soldaat een handvol zonnebloempitten. ‘Hier, zegt ze, steek in je uniformzakken, dan zullen er straks zonnebloemen op je graf bloeien’.

Het kan bijna niet anders dan dat deze vrouw als jong meisje het liedje Koloda Doeda heeft gehoord.

 

[1] Dat Kozakken geduchte strijders zijn merkte ik onlangs ook dichtbij huis op, op bezoek in Leerdam.  In 1814 verdreven Kozakse troepen de Franse soldaten en bevrijdden de stad. Als dankbetuiging staat er op de Grote Kerk in Leerdam geen haan als windvaan, maar een afbeelding van een kozak te paard.

 

Geraadpleegde bronnen

https://www.deutschlandfunkkultur.de/antikriegslied-flowers-blumen-ukrainisch-100.html

https://www.newfolksounds.nl/de-nederlandse-versies-van-where-have-all-the-flowers-gone/artikelen-nw/2015

https://www.rollingstone.com/music/music-lists/pete-seeger-20-essential-tracks-12893/

https://www.theartnewspaper.com/2025/03/07/anselm-kiefer-amsterdam-installation-anti-war-message

https://www.npoklassiek.nl/uitzendingen/podium/de9f7199-a958-4d77-864a-4f244faab2cf/2022-04-02-podium

https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/07/duitse-superkunstenaar-anselm-kiefer-opent-dubbeltentoonstelling-in-amsterdam-alles-wat-ik-maak-is-anti-oorlog-a4885553

 

De gehele Duitstalige tekst

Sag mir wo die Blumen sind
wo sind sie geblieben
Sag mir wo die Blumen sind
was ist geschehen?
Sag mir wo die Blumen sind
Mädchen pflückten sie geschwind
Wann wird man je verstehen
wann wird man je verstehen?

Sag mir wo die Mädchen sind
wo sind sie geblieben?
Sag mir wo die Mädchen sind
was ist geschehen?
Sag mir wo die Mädchen sind
Männer nahmen sie geschwind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

Sag mir wo die Männer sind
wo sind sie geblieben?
Sag mir wo die Männer sind
was ist geschehen?
Sag mir wo die Männer sind
zogen fort der Krieg beginnt
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

Sag wo die Soldaten sind
wo sind sie geblieben?
Sag wo die Soldaten sind
was ist geschehen?
Sag wo die Soldaten sind
über Gräben weht der Wind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

Sag mir wo die Gräber sind
wo sind sie geblieben?
Sag mir wo die Gräber sind
was ist geschehen?
Sag mir wo die Gräber sind
Blumen wehen im Sommerwind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

Sag mir wo die Blumen sind
wo sind sie geblieben?
Sag mir wo die Blumen sind
was ist geschehen?
Sag mir wo die Blumen sind
Mädchen pflückten sie geschwind
Wann wird man je verstehen?
Wann wird man je verstehen?

 

(Reageren op mijn blogs kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn zijn zeer welkom!)

 

 

 

 

 

Hoe Eise Eisinga inspiratie biedt in deze tijd van Trump en Musk

In de afgelopen weken waarin Trump en Musk het nieuw beheersten las ik de biografie MachineMan over het leven van Eise Eisinga (1744-1828).  Eise Eisinga is bekend geworden vanwege de bouw van een imposant planetarium in zijn woonhuis in Franeker. Dat planetarium, het oudste nog werkende exemplaar ter wereld, is nog steeds te bewonderen en heeft sinds kort ook het predicaat Unesco Werelderfgoed gekregen. Dat was tot voor kort ook zo ongeveer alles wat ik van Eise Eisinga wist. En hoewel het bouwen van een planetarium al heel indrukwekkend is, zeker in die tijd, blijkt hij op veel meer terreinen actief te zijn geweest en keuzes te hebben gemaakt die ook 200 jaar na zijn dood nog inspirerend zijn.

Leven en werk in een tijd van omwentelingen

Historicus Sandra Langereis, die al eerder tekende voor een indrukwekkende biografie van Erasmus, schetst niet alleen het boeiende levensverhaal van Eise Eisinga, maar neemt de lezer ook mee naar de tijd waarin deze bijzondere Fries heeft geleefd. De tweede helft van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw. Het is de tijd van de Franse revolutie, van de opkomende industrie, van de strijd tussen orangisten en patriotten in Nederland, van de bezetting van ons land door de Pruisen en door Napoleon en de tijd waarin Nederland een Koninkrijk wordt.

Eise Eisinga komt in deze biografie naar voren als een man die van veel markten thuis is: wolkammer, rekenwonder, planetariumbouwer, patriot, bestuurder, balling, volksopvoeder, belastinginner, parlementariër, armenzorger. En niet te vergeten: echtgenoot (hij trouwt twee keer), vader en grootvader.

Eise wordt gepresenteerd als een vakman. Zijn vader Jelte heeft zijn ontwikkeling gestimuleerd. Zowel door hem te (laten) opleiden als handwerksman (wolkammer, timmerman) als door het laten volgen van onderwijs op hoog niveau. Er bestaat in die tijd een hybride onderwijssysteem met zowel theoretische als technische vakken. Vader Jelte heeft een hout-werkplaats en bouwt eigenhandig een klavecimbel. Dat alles helpt Eise om een goede start te maken als hij zelf in Franeker zijn eigen bedrijf op poten zet. Eise is dus een hoog opgeleide (praktisch en theoretisch) vakman. Daarmee dwingt hij respect af. Maar hij is niet van adellijke bloede, terwijl alle bestuurders in die tijd (steden, gewesten, universiteiten) dat wel waren. Dat zal hem gefrustreerd hebben.

Eise heeft grote belangstelling voor de astronomie. Hij laat zich inspireren door de ideeën van Newton (beweging van planeten door aantrekkingskracht). Er heersen in die tijd allerlei vormen van doemdenken en er heersen ook veel waan-ideeën over astronomie. Desinformatie en complottheorieën zijn dus van alle tijden. Mede om die te ontkrachten gaat Eise zelf een planetarium bouwen. Om iedereen te laten zien hoe ons planetenstelsel functioneert. Hij doet dat in zijn eigen huis. Zoals zijn vader zelf thuis minutieus een klavecimbel bouwde.

foto: Unesco

Eise maakt ook een snelle opmars in het lokale bestuur. Hij zet zich in voor de armenzorg. Hij laat zich, met als veel anderen (vooral patriotten) inspireren door het revolutionaire denken in Frankrijk en de Verenigde Staten: rechten voor burgers, gelijkwaardigheid, democratie in plaats van autocratie.

In Nederland is er strijd tussen Orangisten olv stadhouder Willem V en de patriotten. Als Willem V er niet in slaagt de patriotten goed aan te pakken krijgt hij hulp van het Pruisische leger (Willem is getrouwd met een Pruisische vrouw) dat Nederland binnen een maand verovert (1787). Oranjegezinden en Pruisen nemen wraak. Veel patriotten worden gevangen genomen of slaan op de vlucht. Eise vlucht ook, naar Duitsland (Gronau). Hij laat vrouw en kinderen achter. Zijn vrouw overlijdt in 1788. De familie ontfermt zich over de kinderen. Eise vindt daarna een nieuwe woon- en werkplaats in Groningen. Dichter bij huis. Daar trouwt hij opnieuw. Vrij snel daarna wordt hij gearresteerd en moet voor een jaar de cel in. In 1792 is Eise weer vrij man, maar met beperkingen (hij mag vijf jaar lang niet in Friesland komen en geen publiek ambt bekleden).

In 1795 volgt de Franse bevrijding/bezetting. Oranjegezinden bestuurders worden afgezet, maar er volgt geen bijltjesdag. Er komen vrije verkiezingen. Eise wordt gekozen in het provinciale bestuur. Hij zet zich in voor het behoud van de universiteit van Franeker (naast Latijn wordt er ook college gegeven in het Nederlands; er komt naast de klassiek studies als recht en theologie ook ruimte voor meer praktijkgerichte disciplines).  Eise wordt ook landelijk actief in de politiek. Hij werkt mee aan de Bataafse grondwet. Nederland krijgt voor het eerst een vorm van parlementaire democratie. Niet veel later komt Napoleon aan de macht en draait vanaf 1806 al de vernieuwingen de nek om. Adellijke bestuurders komen weer terug. Een enorme desillusie voor patriotten en Bataafse revolutionairen.

In de tussentijd is Eise teruggekeerd naar Franeker. Met hulp van zijn kinderen houdt hij het planetarium in stand. Hij krijgt zelfs bezoek van Koning Willem I en kort daarna wordt het planetarium aangekocht als nationaal erfgoed. Na zijn dood zullen zijn kinderen en (achter-)kleinkinderen tot ver in de 20e eeuw zorg blijven dragen voor het planetarium.

Waarom is het verhaal van Eise Eisinga zo inspirerend voor mij

Omringd door autocraten. Zo voel ik me tegenwoordig als ik kijk naar het internationale nieuws. Over Poetin, Xi en Orban ben ik niet meer verbaasd, maar wat president Trump de afgelopen weken laat zien gaat alle perken te buiten. Waar Eise Eisinga hoop putte uit de democratische principes van de Amerikaanse revolutie, lijkt de huidige Amerikaanse president die kostbare erfenis van zijn eigen land te verkwanselen. Eise zette zich op lokaal, provinciaal en landelijk niveau in voor de rechten van de burgers en voor democratie. Het moet een geweldige ervaring voor hem zijn geweest dat veel van zijn idealen werden gerealiseerd tijdens de Bataafse Republiek. De komst van Napoleon maakte een einde aan die droom en zal een enorme desillusie hebben opgeleverd. Net zoals mensen in Europa in shock zijn door de vijandige opstelling van Trump. Maar de Bataafse Republiek legde wel de kiem voor de latere uitbreidingen van het kiesrecht en de vorming van een parlementaire democratie. Een stap achteruit, twee stappen vooruit. Op langere termijn hoop ik ook dat de democratische instituten bij ons voldoende robuust zijn om aanvallen van extremisten te weerstaan.

Eise Eisinga was ook actief in de armenzorg en vond het zijn plicht mensen te onderwijzen en desinformatie te bestrijden. Hij was net als Elon Musk in de ban van het heelal en de planeten, maar hij maakte daar geen megalomaan ego-project van. Zijn planetarium was in de eerste plaats een educatief project. Voor het nut van het algemeen. Niet voor eigen gewin. Ook dat vind ik inspirerend. Wetenschap, onderwijs en innovaties moeten ten goede komen aan ons allemaal. Het is ongezond en gevaarlijk als op het terrein van nieuwe technologieën, informatievoorziening en AI alle macht in de handen van een kleine groep multimiljardairs ligt. Zeker ook als die macht zich gaat vermengen met autocratische politieke macht.  Eise Eisinga heeft laten zien dat het anders moet en anders kan. Hij was een grote geest, een Elon Musk of Mark Zuckerman van zijn tijd. Maar het ging hem niet om persoonlijke macht of rijkdom. Hij gebruikte zijn talenten om anderen vooruit te helpen.

Ik hoop dat er de komende tijd steeds meer mensen de moed hebben om zich uit te spreken voor de principes die Eise Eisinga zo belangrijk vond. Die principes zijn onverminderd actueel.

 

(Reageren op mijn blogs kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn zijn zeer welkom!)

 

Political science

Er zit sinds kort een liedje in mijn hoofd. Tamelijk hardnekkig. Dat komt door Trump. Elke keer als hij een bizar plan aankondigt, en dat gebeurt nu bijna dagelijks, is het alsof er een jukebox in mijn hoofd dat plaatje afspeelt.

Het is het liedje Political Science van Randy Newman. Ik hoorde het liedje voor het eerst in 1976. Ik was 18 jaar en ging Politicologie studeren in Amsterdam. Een vriend raadde me aan eens naar dat liedje met die toepasselijke titel te luisteren. Ik vond de tekst toen heel grappig en absurd.

De studie Politicologie paste bij mij en bij die tijd. Het waren de jaren van het kabinet Den Uyl (de enige linkse regering die we ooit hebben gehad)[1], van de oorlog in Vietnam en het verzet daartegen, van de Koude Oorlog en de (kern-)wapenwedloop, van feminisme en van anti-apartheid. Een roerige tijd waarin het progressieve denken toonaangevend was, zeker op de universiteiten.

In linkse kringen was het machtige Amerika een soort boeman. Het Amerikaanse oorlogsgeweld in Vietnam werd breed veroordeeld, de steun van Washington aan dictators in de ‘Derde Wereld’  werd aan de kaak gesteld en de innige banden tussen politiek, economie en wapenindustrie (het militair-industrieel complex) werden bekritiseerd. Amerika, dat voor onze ouders nog het land van de bevrijders was, werd niet langer gezien als ‘land of the free and home of the brave’. Integendeel.

Ook in de Verenigde Staten zelf liepen schrijvers, studenten, activisten en kunstenaars te hoop tegen de brute Amerikaanse internationale machtspolitiek. Randy Newman was een van hen. In tegenstelling tot Bob Dylan klonk er geen direct protest door in zijn teksten. Hij gebruikte liever een ironische, satirische stijl om zaken aan te kaarten. Zo ook met het liedje Political Science. Hierin laat hij de boze, rancuneuze stem van conservatief Amerika in extreme vorm doorklinken: ‘als de hele wereld tegen ons is, bombarderen we alles en iedereen gewoon plat.’

No one likes us
I don’t know why
We may not be perfect
But heaven knows we try
But all around
Even our old friends put us down
Let’s drop the big one (= een grote kernbom, PtL)
And see what happens

We give them money
But are they grateful
No, they’re spiteful
And they’re hateful
They don’t respect us
So let’s surprise them
We’ll drop the big one
And pulverize them

Asia’s crowded
And Europe’s too old
Africa’s far too hot
And Canada’s too cold
And South America stole our name
Let’s drop the big one
There’ll be no one left to blame us

We’ll save Australia
Don’t want to hurt no kangaroo
We’ll build an all American amusement park there
They’ve got surfing, too

Boom goes London
And boom Paris
More room for you
And more room for me
And every city the whole world round
Will just be another American town
Oh, how peaceful it’ll be
We’ll set everybody free
You’ll have Japanese kimonos, baby
There’ll be Italian shoes for me
They all hate us anyhow
So let’s drop the big one now
Let’s drop the big one now

Het is precies dit liedje dat elke keer in mijn hoofd gaat rondzingen als ik Trump zijn plannen hoor verkondigen: Groenland kopen, Canada inlijven als 51e Amerikaanse staat, het Panama-kanaal inpikken, de Golf van Mexico herdopen in Golf van Amerika (lijkt toch erg op: “South America stole our name”), het deporteren van migranten naar Guantanamo Bay, alle Palestijnen verdrijven uit Gaza en daar een tweede Rivièra ontwikkelen. Dat laatste is bijna letterlijk wat Randy Newman schrijft over Australië: “We’ll build an all American amusement park there”

De satirische songtekst uit de jaren ’70 is ingehaald door de botte en brutale Trumpiaanse werkelijkheid van nu[2]. Toegegeven, Trump dreigt niet met nucleaire wapens, maar hij dropt dagelijks grote politieke en diplomatieke bommen. Sommigen menen dat het alleen maar losse flodders zijn, maar dat vind ik een enorme onderschatting van wat er nu in Amerika aan het gebeuren is. Er staat een enorme ambtelijke zuivering op stapel, politieke tegenstanders worden bedreigd, veroordeelde criminelen krijgen gratie, Big Tech leiders krijgen vrij spel, bondgenoten worden geschoffeerd, de internationale rechtsorde wordt aangevallen.

En je ziet Trump denken: Why not? They all hate us anyhow! So let’s drop the big one now!

 

 

[1] Ik vraag mezelf geregeld af waarom ‘links’ zo vaak de schuld krijgt van problemen in Nederland, terwijl we de afgelopen decennia slechts één kabinet hebben gehad met een linkse signatuur, inmiddels 50 jaar geleden).

[2] In Nederland zie je ook dat de satire werkelijkheid is geworden. Kees van Kooten en Wim de Bie richtten in 1980 de zogenaamde Tegenpartij op. Met Jacobse en Van Es, twee Haagse vrije jongens, als politieke leiders. Het was een persiflage op de destijds opkomende (maar nog erg marginale) rechts-populistische beweging in de Nederlandse politiek. Inmiddels zijn we ruim veertig jaar verder en hebben we een rechts-populistisch kabinet met een aantal bewindslieden die zich zeer bij de Tegenpartij thuis zouden voelen.

Blogsite van Peter 't Lam