Jonge dichters

Het komt zelden voor dat een dichtbundel het best verkochte boek van de week is. Tim Hofman heeft dit kunstje geflikt met zijn Gedichten van de broer van Roos. Hij staat fier bovenaan in de Boeken Top-10 van de NRC van deze week. En even verderop, op plaats 7, nog een verrassing: de dichtbundel Kwaad gesternte van Hannah van Binsbergen. Dichters behalen doorgaans geen grote verkoopcijfers. Jonge dichters al helemaal niet. Tim Hofman en Hannah van Binsbergen spotten met deze regel.

NRC boeken Top-10

Beiden zijn twintigers en beiden weten met hun debuut een groot publiek te bereiken. We beleven in die zin een waar debutantenbal. Dat is niet alleen opmerkelijk, maar ook goed nieuws voor iedereen die de taal en de poëzie een warm hart toedraagt. Een nieuwe generatie dichters laat van zich horen. Ook de recente benoeming van dertiger Ester Naomi Perquin als nieuwe Dichter des Vaderlands past bij deze ontwikkeling. Tijd om wat nader met deze jonge dichters kennis te maken.

 

Tim Hofman (1988) is veruit de bekendste van de drie. Die bekendheid dankt hij aan zijn televisie-optredens (presentator van Spuiten & Slikken, winnaar van Wie is de mol in 2016 , tafelheer bij De wereld draait door). Ja, het helpt de verkoop van je boeken als je een BN-er bent en regelmatig op de buis komt. Kijk maar naar de verkoopcijfers van Fajah Lourens, Mart Smeets, Youp van ’t Hek, Astrid Holleeder. Of denk aan al die bestsellers over bekende sporters. Vandaar waarschijnlijk ook die drie foto’s van Tim Hofman op de voorkant van het boek. Maar hij zal zijn succes daar niet alleen aan te danken hebben. Hij weet met zijn teksten (vooral jongere) mensen te raken. Dat blijkt ook uit het feit dat hij bij zijn optredens volle zalen trekt. Het zal ‘m zitten in de combinatie van serieus en grappig; van platte woordgrappen en boeiende taalconstructies. Onbedoeld grappig is het feit dat hij bij de gedichten over zijn ouders of een ex er voor de zekerheid bijzet dat het fictie is. Ook de aanwijzingen bij bepaalde gedichten over de leeswijze werken een beetje op mijn lachspieren.

 

Veel van zijn teksten zijn toegankelijk en lichtvoetig. Hij treedt daarmee in de voetsporen van light verse schrijvers als Kees Stip, John O’Mill, Toon Hermans en Drs. P.

Een voorbeeld:

Jehova’s getuige

‘Afijn,

U had er bij moeten zijn.’

 

 

Grappig of flauw? Oordeel zelf. In ieder geval geen poëzie in de gebruikelijke zin van het woord.

Naast dit korte baan-werk presenteert Tim Hofman ook interessante taalconstructies. Eenzaam, twee samen is een knap gecomponeerde tekst met drie gedichten die apart en samen gelezen kunnen worden. Zijn gedicht over Angie en Mick Jagger is origineel. Egocentrie is mooi door zijn eenvoud.

Egocentrie

j     i      j

i     k     i

j     i      j

Tim Hofman slaat soms ook een meer serieuze toon aan. Zijn gedicht Hoe ik altijd lieg dat ik geen kinderen wil is daar een mooi voorbeeld van. Dit zijn de laatste vier regels:

Haar wangen door een traan gedoopt

Je durft niet, zegt ze, ik ontken

Hoe zij voorgoed bij mij wegloopt

Hoe ik weer bij mezelf wegren

 

Hofman is vooral uit op het presenteren van zijn vondsten, niet op het overbrengen van diepere gedachten. Stand-op comedy-achtig. Soms grappig, soms knap geconstrueerd, maar soms ook flauw of van bedenkelijk Sinterklaasgedichtenniveau. In die zin had hij met een redacteur van Meulenhoff misschien nog meer moeten schaven aan zijn teksten en iets selectiever moeten zijn. Maar goed, de verkoopcijfers spreken boekdelen. Hofman is een hit. De vraag is of het een eenmalig succes is. Zit het publiek te wachten op een jaarlijkse portie verse verzen van de broer van Roos?

 

Ester Naomi Perquin (1980) is, zoals gezegd, sinds kort de nieuwe Dichter des Vaderlands. Eerder was ze al stadsdichter van Rotterdam. Haar eerste bundel, Servetten halfstok, verscheen tien jaar geleden. Ester Naomi Perquin ontving voor haar werk diverse prijzen, waaronder de C. Buddingh’-prijs in 2007 en de VSB-poëzieprijs in 2011. Het bijzondere aan haar bundel Celinspecties is dat zijn  daarin haar ervaringen als gevangenisbewaarder heeft verwerkt. Dankzij dit werk was zij in staat haar schrijfopleiding te betalen. Een fragment uit die bundel:

Als ze hun hoofden op hun armen laten rusten

heel lang zwijgen.

Als ze dan in slaap zijn

wakker maken en om dromen vragen.

 

 

De gedichten van Perquin zijn helder en goed navolgbaar. Ze schetst met een paar trefzekere woorden herkenbare werelden en roept beelden op die we als lezer zelf nader kunnen invullen.

 

Raad eens wie we tegenkwamen (fragment)

Er was toch al met tegenzin, dat bleef je zien, een bankje neergezet.

Hier dan, harde planken naast een boom,

Als je zo nodig zitten moet.

 

Oponthoud (fragment)

We zijn modern. Het is de juiste eeuw voor liefde niet

en nergens staan nog vrouwen op torens,

uit te kijken. De laatste ridder

stierf aan syfilis.

We zijn de wapperende vlaggen verleerd,

Het fluisteren tussen de stenen,

gezang en bloemennamen.

 

Perquin weet goed te duiden, maar laat ons ook voldoende ruimte om haar verhaal zelf bij te kleuren. In die zin is haar benoeming als Dichter des Vaderland een gelukkige keuze. Haar wijze van registreren, beschouwen en verwoorden past uitstekend bij die nieuwe rol. Ter afsluiting een prachtig gedicht uit haar nieuwste bundel Meervoudig afwezig (2017).

 

Amsterdamned

Ik zag de film waarin mijn vader heeft gefigureerd: één shot

waarin hij langsloopt en niets doet – nou ja, hij steekt,

een herenfiets aan de hand, de gracht over

en kijkt even naar een eend.

 

Die fiets was niet van hem, weet ik.

Het jasje dat hij draagt geleend.

 

Mijn moeder is erbij geweest. Hij moest, zegt ze, zes keer oversteken

voor het hem lukte te lijken op wat elke regisseur graag ziet:

een doodgewone man met een doodgewone fiets.

 

Hij haalde het einde van de zomer, mijn zevende verjaardag en

bijgevolg ook de première niet. Ik zag hem twintig jaar daarna:

moordenaar die door de grachten snijdt en vrouwen grijpt

en dan, naast de klopjacht, een flits van dat gezicht.

 

Een man met een fiets die de gracht oversteekt.

De eend, zag ik, is er nog uitgeknipt.

 

Hannah van Binsbergen (1993) debuteerde vorig jaar met haar bundel Kwaad Gesternte. Die titel geeft een goede indicatie van de lading van haar gedichten. Stevige kost, eigentijdse vraagstukken, tegenstrijdige gevoelens. Haar gedichten hebben niet het spitsvondige van Hofman of de helderheid van Perquin. Het is zoeken en tasten; proeven en voelen. Er valt veel te raden en te interpreteren.

Jonge rokers (fragment)

O, ik kende Sint Franciscus goed, we zijn praktisch samen opgegroeid
de knappe Franse prins en ik, sombere jonge roker.

De jongens en meisjes gelijk, ze zeiden: we kunnen wel wanneer we willen
we kunnen het altijd wel maar een hazewind haalde hen in en beet hen

beet hen tot ze toegaven iets werkelijk wilds te willen.

 

Het titelgedicht draagt iets zwaars en onheilspellend in zich. Een rijke tekst vol van tegenstellingen. Geen wonder dat ze moeite heeft met kiezen.

Kwaad gesternte (fragment)

Ik kan niet kiezen. Mijn vrienden willen mij niet helpen en mijn vijand
die een vaste vorm begint te krijgen aan de randen van mijn angsten
spreekt bemoedigende woorden.
Hebben jullie wel eens aan het kwaad gedacht dat in de situatie schuilt?
Het harnas dat ik kies zal hopelijk mijn geur verhullen.
Als ik mijn benen bij elkaar doe, is alles verloren.
Mijn harnas klinkt me vast aan dit moment, waar iets herinnerd
en iets beloofd wordt en dit gesternte staat boven mijn hele generatie.

 

Twee weken gelezen ontving Hannah van Binsbergen de VSB-Poezieprijs 2017. Het is uitzonderlijk dat een debutante deze priijs wint. Uit het jury-rapport:

“Het omslag van Hannah van Binsbergens debuutbundel wordt voor een groot deel gevuld door één woord in imposante kapitalen: KWAAD. Toch is dit niet de poëzie van een angry young woman: daarvoor zijn haar gedichten te beheerst en te nonchalant. Er wordt weliswaar heel wat afgevochten in Kwaad gesternte, maar het is een kleine, alledaagse strijd, geen Grote Strijd om universele principes: het goede, het ware en het schone hangen allang uitgeput in de touwen. Waar kun je dan nog voor vechten? ‘Wij hebben niet echt een wereld,’ schrijft de dichteres. Wat rest, zijn de lijnen die je zelf trekt en die hoop of wanhoop aan je leven geven.

De poëzie van Van Binsbergen staat met twee benen in onze tijd. Met de zelfverzekerde parlandotoon waarmee ze haar weifelingen tot uitdrukking brengt sluit ze duidelijk aan bij generatiegenoten als Maarten van der Graaff, maar ze doet dat met een krachtige eigen stem. Niets aan Kwaad gesternte verraadt dat het een debuutbundel is, of het moet nu juist de onbevangenheid zijn waarmee de dichteres haar lezers tegemoet treedt, niet gehinderd door de last van de verwachtingen. Het werk van Hannah van Binsbergen is een grote aanwinst voor de Nederlandse poëzie.” 

 

 

Jonge dichters op een rij

Het is verleidelijk om het werk van deze jonge dichters naast elkaar te zetten. Ik geef aan die verleiding toe en ben op zoek gegaan naar een vergelijkbaar thema bij deze drie dichters. Dat was al snel gevonden. Jonge vrouwen schrijven namelijk graag over jonge vrouwen. En jonge mannen ook.  Hieronder staan drie gedichten over dit thema naast elkaar. Het overzicht laat wat mij betreft goed de stijl van de drie dichters zien.

Drie op een rij (pdf van de drie gedichten)

Disney Girls (1957)

Mooie meisjes hebben echt niet altijd wat te lachen.
Er zijn er nu onder ons die niet aangeraakt willen worden.

We zijn hier bijeen om over onze angst voor onweer heen te komen
starend naar een wolk in de kamer.

Zij draagt kettingen en ringen, negeert zichzelf en wil dat
anderen haar ook negeren.

Buigt diep om ons te tonen dat ze hard is en veel kan verdragen
maar wij weten dat er ergens in haar lichaam
iets verblindend schittert waar wij of zij niet eens aan kunnen denken

Nee zij niet
niet per ongeluk in haar nek
niet op de dansvloer
niet als gieren cirkelend of als onderdeel van het spel
niet een snelle achteloze hand waar geheimen soms in oplichten
soms een lichtvlek achterlaten op haar heup
niet met bescherming niet als alle lichten uit zijn

Ik heb alles wel gezien en niets was zo zacht als ik zocht.

Vulvaveelvuldig

 

Ik heb altijd gezwegen,

 

Maar al jaren verzamel ik namen van dames die daar in mijn kamer hun adem verblazen: gelaatjes vol zaad en door mij al verlaten voordat ze mag praten, maar tijdens het paren is zij toch de ware, totdat ik klaar ben en verder kan sparen van

 

sletten in bed die ik zelf heb verpest en zijn ze dan wel echt de beste wat seksen betreft, ze hebben echter verder beperkte hersens en red ik defecte gesprekken met hen en elke nepper is net als de rest dus vertel ik ze netjes ga weg uit mijn nest en

 

soms rollen en bollen die snollen zo zonder controle al dollend en tollend nog log en gezwollen met kont en mond nog vol van de avond ervoor door naar de voordeur

 

en is er weer leegte.

 

 

 

 

 

 

 

Meisjes

 

Zo handig in hun alledaagse praten

rusten zij aan zij, een rij van jonge huid

en zachte haren in die al te hete zon.

 

Duingras kietelt hun benen en hoog

klinkt de pas bedachte lach die meeuwen

steeds verschrikt doet overkomen.

 

Van kop tot teen onaangeraakt

liggen zij, met allemaal dezelfde stem

dezelfde moeder te bespreken.

 

Wat ze zoal zijn telt alle eeuwigheden

in hen op. Dat stil en zonbeschenen delen

van leeftijd, lichaam, zonnebrand.

 

Maar over het zand lijkt een vreemd,

steeds lager grommen aan te zwellen

en jaagt een rilling door de rij.

 

Elke seconde komen de jongens

op onverbiddelijke brommers

in grote golven dichterbij.

 

Hannah van Binsbergen
Uit: Kwaad gesternte (2016, Atlas Contact)
Tim Hofman

Uit: Gedichten van de broer van Roos (2017, Meulenhoff)

Ester Naomi Perquin

Uit: Servetten halfstok (2007, van Oorschot)

 

(Voor de liefhebber: de titel Disney Girls (1957) verwijst naar het gelijknamige liedje van de Beach Boys van hun album Surf’s Up uit 1971)