Categoriearchief: Kunst & cultuur

Balinese bruiloft

 

 

 

 

Als een Balinees stel gaat trouwen, vindt de ceremonie doorgaans plaats in het dorp waar de vader van de bruidegom is geboren. Volgens de traditie behoort de bruid bij de familie van haar man te gaan wonen. Het jonge paar bouwt of krijgt een huisje op het erf van de familie. Bij grotere families is er een erf met meerdere huizen (kampung) waar, naast de ouders, ook ooms en tantes en neven en nichten wonen. Als de (schoon-)ouders oud en hulpbehoevend worden, moeten zoon en schoondochter voor hen zorgen. Tot zover de traditionele gang van zaken.

Het wordt een ander verhaal als de bruidegom van Nederlandse komaf is. Dit maakten wij van dichtbij mee toen onze oudste zoon Lucas begin mei ging trouwen met zijn Balinese vriendin Santie. Het werd een heel bijzondere ervaring. Soms sprookjesachtig en zinnenprikkelend, soms ook bevreemdend en  verwarrend. Maar hoe dan ook onvergetelijk.

 

De datum

Lucas en Santie hadden al een tijd lang 08-08-’18 in hun hoofd als mooie symbolische datum voor hun huwelijk. Deze datum kregen wij dan ook een half jaar geleden bij de huwelijksaankondiging van hen door. Voor ons heel handig, want het viel goed in te passen in onze zomervakantie. Maar anderhalve maand na de aankondiging bleek bij het ‘intake’-gesprek met de Hindoe-priester, dat de gewenste datum niet geschikt was. Van medio juli tot medio augustus kon je volgens diens vaste overtuiging beter niet trouwen: bad kharma. Begin mei zou wel geschikt zijn. Daarmee kwamen alle voorbereidingen onder druk te staan, want dat was drie maanden eerder dan gepland. En reken maar dat er ook op Bali rondom een huwelijk heel veel vooraf geregeld moet worden, zeker ook als er een buitenlandse bruidegom in het spel is. Ook wij moesten opeens snel handelen om vrije dagen op te vragen en tickets en overnachtingen te boeken.

 

De locatie

Omdat er geen Balinese bruidegom was, werd er gekozen voor een bruiloft in het geboortedorp van de ouders van de bruid. De ouders van Santie wonen bij de hoofdstad Denpasar, maar het geboortedorp van Santie’s vader is in een klein dorpje in een niet-toeristische regio van Bali. In dat dorp bevindt zich de kampung van de familie waar alleen nog Santie’s hoogbejaarde grootmoeder en een verzorgende tante permanent wonen. Santie’s vader heeft nog twee oudere broers voor wie dit ook het familie-erf is. De familie komt hier van tijd tot tijd samen als er bepaalde ceremonies zijn. Dan is ook de oudere broer van Santie met zijn gezin aanwezig. Kortom, de hele mannelijke lijn komt op dat erf bij elkaar. De keuze van de locatie betekent daarmee ook dat men Lucas toestaat om van die lijn deel uit te gaan maken. In plaats van het vertrek van een dochter, komt er dus een schoonzoon bij. Dat kan alleen als de direct betrokken mannen daarmee instemmen.

De kampung wordt in de dagen voorafgaand aan de bruiloft geheel versierd.

Om het hek aan de doorgaande weg wordt een kleurrijke ingangspoort geplaatst. Het kan niet missen: hier gaat de bruiloft plaatsvinden. Op de binnenplaats van het erf bouwt men een altaar voor de priester, een podium voor de muzikanten, een foto-hoek en een ruimte voor het buffet. Er worden meerdere ronde tafels en tientallen stoelen geplaatst en aangekleed. Kortom, een festivalterrein in miniatuur-formaat. In de laatste dagen voor de bruiloft begint men met het voorbereiden van het eten. Enorme zakken pepers, uien, knoflook en kruiden worden aangevoerd, schoongemaakt en verwerkt tot boemboes voor de meest heerlijke gerechten. Ondertussen komen de hele dag door buren en kennissen bij wijze van huwelijksgift manden vol rijst en suiker (symbolisch voor vruchtbaarheid en voorspoed) langs brengen.

 

Lucas en Santie mogen het terrein dan niet meer verlaten. Dat zou maar ongeluk brengen. Als ik vraag waar ze slapen zegt Lucas: ‘op de kamer bij mijn schoonouders’. Hij laat me het huisje zien dat bestaat uit een keuken en een klein slaap-/woonvertrek. Overige familieleden die op bezoek komen, slapen elders op het erf in de open lucht.

Op de dag voor de bruiloft wordt Lucas om 4 uur ’s nachts gewekt om aanwezig te zijn bij het slachten van een varken. Gewoon op de grond van het erf. In een mum van tijd wordt dit ‘feestvarken’ ontdaan van zijn kop en ingewanden. Daarna wordt het beest in stukken gehakt en uitgebeend. We zullen er later tijdens de bruiloft heel smakelijk van eten.

 

De kleding

Op de dag van het huwelijk ogen de bruid en de bruidegom als een koninklijk paar uit een Oosters sprookje. In veelkleurige gewaden, met goudkleurige kronen en allerlei sieraden en accessoires. Santie kreunt af en toe onder het gewicht van haar kroon. Haar gezicht is zwaar opgemaakt. Wij kijken naar onze zoon die we al in heel wat outfits hebben zien rondlopen, maar nog nooit in zo iets bijzonders. Alle directe familieleden zijn traditioneel gekleed (sarong en kebaya voor de vrouwen, sarong en jasje voor de mannen).

Wij hebben drie maanden geleden al onze kledingmaten moeten doorsturen en bij aankomst op Bali hebben we alles moeten passen onder toeziend oog van de kleermaakster. Dankzij deze kleding weten alle bruiloftsgasten wie de ouders en broers en zussen van het bruidspaar zijn. ’s Avonds kleden Santie en Lucas zich om en verschijnen ze wederom in prachtige feestkleding, maar dit keer met wat minder uitbundige hoofdtooien.

 

Hindoe rituelen

De bevolking van Bali hangt een eigen vorm van hindoeïsme aan. Het leven op Bali is vol van  gebruiken en rituelen. Balinezen besteden veel tijd, aandacht en geld aan al deze religieuze handelingen. Voor buitenstaanders is het vaak mooi om te ervaren: de offertjes, de tempels en de toewijding. Sommigen vinden Bali daarom heel inspirerend, anderen ervaren het meer als naïef bijgeloof. Hoe dan ook, wie op Bali woont en werkt, en zich wil voegen naar het Balinese leven, moet ook de levenswijze van de hindoes aannemen. Daar heeft Lucas ook voor gekozen. Op de dag van zijn huwelijk moet hij ook zijn toetreding tot het hindoe-geloof afronden. Hij heeft de maanden daarvoor al stappen gezet en nu wachten de laatste rituelen. Op de huwelijksdag moet hij ’s ochtends om half 4 opstaan om in de plaatselijke tempel zijn hoektanden te laten vijlen. Daarin huizen namelijk kwade geesten. Wij willen daar getuige van zijn, dus ook wij staan voor dag en dauw op. Uiteindelijk begint de ceremonie pas om 5 uur. Bij het kraaien van de haan worden er gezangen voorgedragen en Lucas wordt op een  hoogbed gelegd, waarna een traditioneel geklede man met een vijl aan de slag gaat.

Het is geen prettig gezicht, ook al schijnt het geen pijn te doen. Ook een neef en een nicht van Santie ondergaan dit lot. Nu er toch een priester is ingehuurd voor deze dag, kunnen zij tegen groepstarief hun laatste toetredingsrituelen ondergaan. Drie voor de prijs van één. Rond zes uur is alles klaar en gaan wij terug naar het hotel om ons op te frissen en aan te kleden. De dames in ons Nederlandse gezelschap schuiven één voor één aan bij de ingehuurde Balinese ‘make up artist’. Tegen 9 uur vertrekken we passend gekleed en gekapt met auto’s en scooters naar de bruiloft.

 

Op de foto

Als we op het erf aankomen loopt Lucas al in vol ornaat rond. Santie wordt nog opgemaakt. We krijgen een kop koffie en wachten de komst van de bruid af. Even later komt ze, oogverblindend,  tevoorschijn.

Daarna volgen een paar fotomomenten. Iedereen gaat met het stralende bruidspaar op de foto: ons gezin, Santie’s gezin, de twee gezinnen samen, een dozijn overgekomen Nederlandse vrienden, buren, ooms en tantes. Daarna gebeurt er even niets bijzonders. We drinken nog maar wat koffie of thee, terwijl er meer en meer dorpsgenoten en andere gasten het erf opkomen.

 

Mannenpraatgroep

Op een gegeven moment zitten zo’n vijftien mannen in een kring op de grond bij elkaar. Ik vraag een Balinese vriend van Lucas wat er gaande is. Hij legt me uit dat de vader van Santie nu in bespreking is met zijn oudere broers en enkele gezaghebbende dorpsgenoten. Het gaat om de vraag of zij Lucas willen accepteren in de familie en in de dorpsgemeenschap.

Bij toerbeurt nemen enkele mannen het woord en houden daarbij stevige monologen. Ook gaan er verschillende formele documenten rond. Ik herken daarbij ook een kopie van een Nederlands document dat ik een paar maanden geleden naar Lucas had opgestuurd.

Opeens komt er een doosje tevoorschijn. Het doosje gaat open en er zitten twee ringen in. Wij grijpen snel naar onze fototoestellen, omdat we begrijpen dat dit plotseling een belangrijk moment wordt. Santie en Lucas schuiven de ringen om elkaars vinger en daarmee eindigt het gespreksritueel. ‘Zijn jullie nu formeel getrouwd?’, vragen wij. Ze geloven van wel, maar ze moeten ook nog een Hindoe-ritueel ondergaan. Voor de zekerheid feliciteren we hen alvast en wachten af wat er verder gaat komen.

Priester en artiesten

De plaats van handeling verschuift naar een ander deel van het erf waar een verhoogde stellage voor de priester is gebouwd (we zijn deze eerbiedwaardige man daarom ook ‘hogepriester’ gaan noemen). Lucas en de neef en nicht bij wie ’s ochtends ook de hoektanden zijn gevijld, ondergaan een laatste inwijdingsritueel. Santie heeft hierdoor even rust. Dat mag ook wel want de afgelopen dagen waren erg (in-)spannend voor haar. Het ritueel bestaat uit meerdere onderdelen en zal uiteindelijk zeker een uur duren. Het duurt zo lang omdat Lucas in één keer een aantal handelingen moet ondergaan die alle fasen uit zijn leven omvatten, terwijl Balinezen dit in de loop van hun leven stapsgewijs via meerdere rituelen doen.

Er worden stukjes van Lucas’ haar geknipt, hij wordt besprenkeld met heilig water, er wordt wierook gebrand, etc. De priester laat voortdurend een schel belletje rinkelen en op de achtergrond speelt een driekoppig gamelan-orkestje. Al onze zintuigen worden volop geprikkeld. Ook beginnen we het behoorlijk warm te krijgen omdat dit deel van de kampung minder beschutting kent.

Als het inwijdingsritueel is afgerond, volgt de ceremoniële inzegening van het huwelijk. Wij hebben hierbij als ouders ook een rol. Samen met de ouders van Santie lopen we achter het bruidspaar aan dat een paar rondjes maakt rondom een aantal offers die op de grond liggen. Lucas moet op een paar offers stampen met zijn voet en met een kleine kris moet hij een gevlochten matje doorboren dat Santie voor haar buik houdt. Deze symbolische handeling laat weinig te raden over.

Daarna lopen we met hen naar het huis van Santie’s ouders. Lucas krijgt van zijn schoonvader een soort bamboe-juk op zijn schouder waarmee hij de zorg voor Santie symbolisch van hem overneemt. Bij het huis staan twee takken tegen de deurposten geplaatst met een touwtje ertussen. Santie moet nu het huis binnenlopen en het touwtje met haar buik wegduwen. Alsof ze een lintje doorknipt. Daarna keren we terug naar de centrale binnenplaats waar al die tijd meerdere artiesten aan het optreden zijn: twee traditionele Balinese danseressen, twee stand up comedians met beschilderde gezichten en een als vrouw verklede man die (ondeugende) liedjes zingt.

 

Het publiek is door het dolle heen. Wij begrijpen er nauwelijks iets van. Ook begrijpen we niet waarom dit gedurende de huwelijksceremonie van de priester al is begonnen. Later horen we dat Balinezen zo vaak huwelijksceremonies meemaken, dat ze graag wat aanvullend entertainment willen hebben tijdens de gebeurtenis.

Als dit onderdeel helemaal is afgerond zien we dat Lucas en Santie van alle kanten worden gefeliciteerd, dus dat doen wij ook nog maar een keer.

 

Eten en drinken

Na alle plechtigheden en het amusement is het tijd voor eten en drinken. Er staat een heerlijk buffet klaar en iedereen gaat met een bord vol lekkers aan de ronde tafels zitten. Daarna willen mensen met Lucas en Santie (en met ons) op de foto.

Langzaam maar zeker stroomt het erf leeg. Lucas en Santie zijn opeens ook verdwenen en wij zitten wat rond te kijken. Wat zullen we gaan doen? We willen dolgraag terug naar het hotel om ons wat op te frissen, maar kan dat wel? Is dat niet onbeleefd? Als we van Ita, de schoonzus van Santie, begrijpen dat het geen probleem is, gaan we een paar uur terug naar ons hotel voor een verkoelende duik in het zwembad.

 

Avondprogramma

Vanaf een uur of 6 ’s avonds stroomt de kampung weer vol. Dit keer zijn het vooral vrienden van Lucas en Santie. Het ochtendprogramma was kennelijk vooral voor de dorpsgenoten en directe familie. Lucas en Santie dragen prachtige groene gewaden. Een keyboardspeler en een zangeres zorgen voor moderne muziek en er wordt gedanst. Dit is een onderdeel dat het Nederlandse contingent goed begrijpt, dus we gaan allemaal de dansvloer op. Er treden diverse zangers op, waaronder Bari, de broer van Santie. Ook Lucas zingt een Balinees duet met zijn vriend Putu Marlen. Veel hilariteit ontstaat bij het optreden van twee ‘boum boum’-danseressen. Tot groot vermaak van het publiek worden mannen de dansvloer op getrokken om te dansen met deze verleidelijke, heupwiegende dames. Dan is het de beurt aan een grote muziek- en dansgroep (gencek) van wel 25 mannen. Ze zitten in een vierkant op de grond en zingen en bewegen op de opzwepende muziek. De rest van de avond is er tijd voor lekkere dansmuziek en gaan de benen weer van de vloer.

Op een gegeven moment pakken de vrienden van Lucas de microfoon en een gitaar om twee liedjes van Acda en De Munnik te zingen die zij bij Lucas vinden passen: ‘Het regent zonnestralen’ en ‘De stad Amsterdam’. Lucas en wij zingen uit volle borst mee en de Indonesische vrienden kijken geamuseerd toe. Ik neem aansluitend de microfoon over. Niet om te zingen, maar om wat te zeggen. We hebben toespraken voorbereid, maar merken dat dit niet echt een goede setting daarvoor is. Toch wil ik graag de ouders en broer en schoonzus van Santie bedanken voor hun gastvrijheid, hun inzet bij alle voorbereidingen en voor het opnemen van Lucas in hun familie. De taal blijft een probleem, want zij spreken geen Engels. Maar de boodschap komt gelukkig goed over en wordt met vriendelijke gebaren in dank aanvaard.

Rond 22.00 uur is het feest over z’n hoogtepunt heen en vertrekken de meeste gasten. Velen moeten nog een heel eind door het donker terugreizen. Ook wij gaan terug naar ons hotel. We hebben voor deze nacht een extra kamer geboekt voor Lucas en Santie en geven hen de sleutel. Zij moeten nog wachten tot de laatste gasten weg zijn; wij gaan alvast. We spreken af om morgen samen te ontbijten. Bij het hotel zitten we nog even met de hele Nederlandse club bij elkaar voor het uitwisselen van ervaringen en een laatste drankje. Iedereen is onder de indruk van de dag en vond het een heel bijzondere ervaring, al was het vooral in de ochtend soms lastig om te volgen wat er op bepaalde momenten precies gebeurde. Dat maakte ons af en toe meer toeschouwer dan deelnemer. Een mengeling van verrassing, verbinding en verwondering.

 

Nog even onder elkaar

De volgende ochtend verzamelen we ons voor het ontbijt op het grote hotelterras dat prachtig uitzicht biedt op de belangrijkste berg van Bali: de vulkaan Gunung Agung. Lucas en Santie schuiven als laatsten aan.
Na het ontbijt is het een goed moment om Santie en Lucas toe te spreken. We delen woorden en emoties met elkaar. Iets wat op de dag van de bruiloft zelf minder goed in te passen was. Dan neemt Lucas het woord en vertelt hoeveel steun hij heeft gehad aan de aanwezigheid van zijn familie en vrienden.

Hij maakt geëmotioneerd duidelijk hoe zeer hij ons mist, maar ook hoe graag hij zijn Balinese droom wil realiseren. Hij laat zijn hart spreken en weet iedereen te raken. Daarmee vullen we met elkaar in wat nog oningevuld was gebleven. Zo wordt deze ochtend de perfecte afronding van een onvergetelijk bruiloftsfeest.

 

 

 

 

Leestip: Van bacterie tot Bach en terug

 

Ik heb de afgelopen weken met veel belangstelling het boek ‘Van bacterie tot Bach en terug’ van Daniel Dennett gelezen. Een pittig boek over taal, communicatie, bewustzijn en begrip.  Ik vind er veel zaken in terug die samenhangen met het vakgebied Communicatie waar ik me als docent al jarenlang mee bezighoud. Ik deel hieronder wat inzichten en interpretaties. Gebaseerd op dit boek, maar wel ‘vertaald’ in eigen woorden.

Mensen zijn tot elkaar veroordeeld. Ze slaan de handen ineen of vliegen elkaar in de haren. Ze leren door imitatie en herhaling van ouderen die het destijds als jongeren ook weer door imitatie en herhaling hebben geleerd. Alles volgens een darwinistisch principe: aanpassing aan omstandigheden door te kijken wat wel werkt en wat niet. Dit mechanisme noemt Dennett: competentie zonder begrip. Je doet iets (of je doet iets na) en dan blijkt of het werkt of niet. Als het niet werkt loop je schade op of ga je dood. Als het wel werkt overleef je en geef je het door. Niet omdat je dat van tevoren zo had uitgedokterd, maar omdat je er mee verder komt.

Uit de recensie van Hendrik Spiering (NRC, 12 januari 2018):

“de kern van zijn (Dennett’s) theorie over de oorsprong van het menselijke bewustzijn is simpel. Wij danken ons bewustzijn aan taal. Ons bewustzijn ontstond omdat het evolutionair nut had als controle-instrument voor onderlinge communicatie. En dankzij die ontwikkeling kunnen wij mensen nu als enige dieren op deze wereld abstract denken, poëzie scheppen én filosofische boeken schrijven.”

 

Communicatie helpt om de menselijke samenwerking (of competitie) te versterken. We gebruiken zintuiglijk waarneembare (te onderscheiden) uitingen (gebaren, woorden, geluiden, aanrakingen en beelden) om informatie met anderen uit te wisselen. Bewust of onbewust. Bedoeld of onbedoeld.

Vanuit de ‘zendende’ mens gezien: waar mensen bewust communiceren ontstaat de ontwikkeling van bewustzijn om de uitgaande communicatie te controleren. Om toe te zien op wat we wel en niet willen zeggen en delen. Met dat bewustzijn ontstaat ook het menselijke begrip. Snappen waarom en waartoe. Niet meer puur vanuit instinct, maar op basis van een redenering, een gedachte, een bedoeling.

Vanuit de ‘ontvangende’ mens gezien: informatie is afhankelijk van wat ‘de ontvanger’ al weet. Semantische informatie is betekenisvol. Door te kunnen onderscheiden wat betekenisvol is kun je je situatie verbeteren.

Voor beide partijen is onderscheiden een sleutelwoord. De zender moet zich met zijn uiting weten te onderscheiden, de ontvanger moet het geuite kunnen onderscheiden.

De gebruikte uitingen hebben een bepaalde betekenis die vooral door imitatie en herhaling tot ontwikkeling komt. Die uiting is een uitdrukking of vertaling van een concept in het hoofd van de ene persoon die hij probeert over te brengen op een ander persoon. Dat concept heeft betrekking op een al dan niet waarneembaar stoffelijk voorwerp (hand, kat, boom, huis) of geestelijk idee (warmte, liefde, respect). Zo heb je drie elementen:

  1. het voorwerp of idee,
  2. het daarop betrekking hebbende concept in het hoofd van een persoon
  3. de vertaling van dit concept over een bepaald voorwerp of idee in de vorm van een uiting.

Sommige uitingen (klanken, gebaren of tekens) hebben een duidelijke gelijkenis met het betreffende object. Denk aan het woord koekoek, aan hiëroglyfen, het mail-icoontje op een smartphone of een portrettekening. Andere klanken, gebaren of tekens zijn meer abstract en vergen meer ervaring in betekenisverlening en patroonherkenning. Een volgende generatie weet misschien niet meer dat het mail-icoontje een envelop afbeeldt, omdat ze geen ervaring hebben met papieren brieven en enveloppen.

Degene die de uitingen samenstelt ( de ‘zender’) kan heel doelbewust proberen bepaalde betekenissen op te roepen door voort te borduren op oudere routines en bestaande betekenisvormen. Scenaristen, schilders, tekstschrijvers, fotografen, muzikanten, PR-professionals en politici maken hier graag gebruik van. Denk aan de vaste vijf delen van de Griekse tragedies, de ideale beeldverhoudingen volgens de gulden snede, de veertien regels van het sonnet, de drie basisakkoorden van de blues, maar ook aan vaak gebruikte argumentatieschema’s en reclametechnieken. Er wordt eindeloos geïmiteerd, doorontwikkeld, geplagieerd, aangepast. Geen Beatles zonder Bach, geen West Side Story zonder Romeo en Julia, geen Jesse Klaver zonder Barack Obama, geen Santa Claus zonder Sint Nicolaas, geen …. Zo ontstaan clichés, pastiches, bewerkingen en verwijzingen. Soms regelrecht gekopieerd, soms in een nieuw jasje gestoken, soms compleet gerenoveerd met nog maar een heel klein restant van het oorspronkelijke patroon. Het levert een spanningsveld op van enerzijds voldoende betekenisvol zijn (bekende elementen gebruiken, anders snapt men wat ik wil overbrengen) en anderzijds voldoende onderscheidend zijn (anders ziet men mij niet, word ik niet waargenomen). Vergelijk het met het innovator’s dilemma en de ‘chasm’ (Geoffrey Moore, 1995).

Aan de kant van de ‘ontvangers’ zorgen herhaling, training en educatie voor versterking van de patroonherkenning. Oefening baart kunst. Wie die kunst verstaat heeft aan een half woord (of een half logo, of de eerste tonen van een melodie) al genoeg. Ook kan hij gehusselde letters omtoveren in normale woorden en herkent hij patronen in schijnbaar losse tekens (denk aan de Gestalt wetten).

Hoe meer mogelijkheden mensen ontwikkelen om informatie uit te wisselen (alfabetten, boeken, wiskunde, computers), hoe groter de cumulatie van betekenisvolle informatie. Ieder jaar verschijnen weer nieuwe boeken, nieuwe films, nieuwe auto’s, nieuwe robots, nieuwe apps. Slimmer, smarter, sneller. We kunnen hierdoor informatie gebruiken om nog beter te worden in het verwerken van informatie. Een cumulatief, zichzelf versterkend proces.

Dat vergt ook een accumulatie van competenties om informatie te ontvangen en te verwerken. Dat gaat velen goed af, maar velen ook niet. In Nederland zijn er momenteel 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Zij kunnen op tal van fronten minder goed meedoen. In termen van Dennett: zij hebben in dit informatietijdperk minder mogelijkheden om semantische informatie te benutten en daarmee hun situatie te verbeteren. Een soort nieuwe kenniskloof (Noelle-Neuman), of ‘digital divide’.

https://www.lezenenschrijven.nl/nieuws/laaggeletterden-lopen-jaarlijks-ruim-half-miljard-aan-inkomsten-mis/

De mensen van Maastricht

 

 

 

 

Jaren geleden gingen mijn vrouw en ik een paar dagen naar Londen. Op de eerste avond hielden we zo’n typisch Britse taxi aan. De chauffeur begroette ons allerhartelijkst. Hij vroeg waar we vandaan kwamen en maakte een gezellig praatje met ons. Toen we bij ons hotel waren aangekomen en hadden betaald nam hij afscheid met de woorden: “we are very happy to have you here!” Door het woordje ‘we’ leek het alsof hij ons namens heel Londen welkom heette. Een echte ambassadeur van zijn stad.

Organisaties hopen dat hun medewerkers zich net als deze chauffeur gedragen: vriendelijk, service-gericht en representatief. Bij de afdeling Interne Communicatie hanteert men vaak de slogan “intern beginnen is extern winnen”. Stel je voor dat iedere medewerker zich als een ware ambassadeur zou gedragen; dat zou een enorme impuls geven aan de verkoopcijfers en de klanttevredenheid. Organisatie zetten om die reden dikwijls trainingsprogramma’s en instructiebijeenkomsten op om hun medewerkers zo ver te krijgen, met als boodschap: “je bent het visitekaartje van de organisatie”.

Ook steden krijgen hiervoor steeds meer oog. Geïnspireerd door vakgebieden als ‘city branding’ of ‘destination marketing’ probeert men niet alleen bedrijven, expats en toeristen aan te trekken, maar erkent men ook in toenemende mate de belangrijke rol die de eigen burgers spelen bij de beeldvorming en belevenis van de stad. Positieve en representatieve burgers zijn onmisbaar voor de profilering van een stad. Meer dan de bestuurders of de bedrijven zijn het juist de burgers, winkeliers en horeca-medewerkers die de belofte van een stad moeten waarmaken.

Als je wilt weten waar dat heel goed wordt ingevuld, moet je een paar dagen naar Maastricht gaan. Onlangs waren we een paar dagen in deze mooie stad aan de Maas. We kennen de stad redelijk goed, maar ons laatste bezoek was toch al weer een jaar of zes geleden. Het was een plezierig weerzien. Niet alleen vanwege de gezellige pleinen, de prachtige kerken, de fraaie winkels en de heerlijke restaurants, maar juist ook vanwege de gastvrijheid van de Maastrichtenaren.

 

Natuurlijk, dé Maastrichtenaar bestaat niet, maar we vonden het opvallend hoe we overal vriendelijk werden verwelkomd en geholpen. In ons hotel, in de boekhandel, op het terras, in het museum, in de winkel, op de markt. Meer dan we in andere steden hebben ervaren. Dat kan geen toeval zijn. Het is in ieder geval niet het resultaat van een collectieve motivatietraining die alle inwoners hebben moeten ondergaan. Volgens mij komt het omdat de Maastrichtenaren goed in hun Maastrichtse vel steken en dat met een natuurlijke vanzelfsprekendheid uitstralen. Zij voelen zich sterk verbonden voelt met de stad. Maastricht is hun stad. Een stad die niet alleen mooie gebouwen en pleinen heeft, maar ook vele tradities, een rijk verenigingsleven en een eigen dialect: Mestreechs. Dat geheel vormt een fijnmazige culturele voedingsbodem die niet zichtbaar is op Google maps, maar wel voelbaar in de omgang met Maastrichtenaren. Hun vriendelijkheid en gastvrijheid zijn niet gespeeld, niet aangeleerd, niet overdreven, niet kruiperig, maar heel naturel. De Maastrichtenaren spelen geen rol, maar spelen een thuiswedstrijd. In een stad waar zij zich thuis voelen en die zij graag tonen aan hun bezoekers. Daar kunnen andere steden (en organisaties die worstelen met ongemotiveerde medewerkers) veel van leren.

 

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

Wat heeft W.F. Hermans met Heineken en Holleeder te maken? Meer dan je denkt!

Deze week is het mega-proces tegen Willem Holleeder begonnen. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij zes liquidaties. Holleeder komt hierdoor weer volop in de schijnwerpers te staan. Op een bepaalde manier oefent hij een enorme aantrekkingskracht uit op media en publieke opinie. Een soort haat-liefde verhouding die begon bij zijn eerste grote criminele daad waarmee hij zichzelf op de kaart zette: de geruchtmakende Heineken-ontvoering in 1983. Ondanks al die aandacht voor Holleeder is vrijwel niemand bekend met een opmerkelijk reeks van feiten en gebeurtenissen waarin niet alleen Willem Holleeder en Alfred Heineken een belangrijke rol spelen, maar ook de bekende schrijver W.F. Hermans. Feiten en  gebeurtenissen met bijzondere overeenkomsten.

 

W.F. Hermans en Alfred (Freddy) Heineken

In 1958 publiceert de schrijver W.F. Hermans zijn roman De donkere kamer van Damokles. Het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. De hoofdpersoon, Henri Osewoudt, komt in aanraking met een verzetsman die Dorbeck heet. De uiterlijke gelijkenis tussen de twee mannen is opvallend. Aangespoord door Dorbeck pleegt Osewoudt een aantal verzetsdaden. Na de oorlog wordt Osewoudt opgepakt. Hij wordt niet gezien als verzetsman, maar als iemand die voor de Duitsers werkte. Hij wil bewijzen dat hij een ‘goede vaderlander’ was, maar daarbij heeft hij Dorbeck als getuige nodig. Dorbeck is ‘de allesweter’; hij kan iedereen uitleggen dat Osewoudt aan de goede kant stond. Van Dorbeck is echter geen enkel spoor te vinden. Hij lijkt van de aardbodem verdwenen.

Hermans presenteert een hallucinerend verhaal waarin hij bewust een schemerzone creëert tussen goed en kwaad, tussen feit en fictie, tussen schuld en onschuld.

Het boek wordt een groot succes. Het groeit uit tot een van de bekendste boeken uit de moderne Nederlandse literatuur. Het wordt vaak herdrukt en in meerdere talen vertaald.

 

In 1963 wordt het boek verfilmd door regisseur Fons Rademakers. Hier komt Freddy Heineken in beeld. De biermagnaat financiert de productie en zijn toenmalige maîtresse Nan Los krijgt een belangrijke rol in de film.

Fons Rademakers met acteurs Nan Los en Lex Schoorel

In die tijd is Nan Los werkzaam op de reclame-afdeling van de firma Heineken en al enige tijd de vriendin van Freddy Heineken. Volgens sommigen is het toeval dat Nan Los die grote rol kreeg, anderen beweren dat Heineken de film alleen maar wilde financieren op voorwaarde dat zijn vriendin die rol kreeg.[1] Hoe dan ook, in 1969 loopt de relatie tussen Freddy Heineken en Nan Los stuk. Daarop besluit Heineken, als eigenaar-producent, dat de film nooit meer vertoond mag worden. Hoe gevoelig dit voor Freddy Heineken lag, blijkt als de Tros de film jaren later (in 1983) op televisie wil vertonen. Heineken dreigt de Tros met een rechtszaak en de Tros ziet op het laatste moment van vertoning af.[2]

 

Freddy Heineken en Willem Holleeder

In datzelfde jaar, 1983, ontvoert Willem Holleeder met zijn zwager Cor van Hout en twee andere handlangers de biermagnaat Freddy Heineken en diens chauffeur Ab Doderer.

De feiten van deze ontvoering en de nasleep ervan zijn voldoende bekend. Voor het bijzondere verband met het bovenstaande verhaal over Hermans en Heineken en de film Als twee druppels water moeten we kijken naar de film die over deze ontvoering is gemaakt. In 2011 verschijnt deze film onder de titel De Heineken ontvoering. Het scenario is deels gebaseerd op het boek De ontvoering van Alfred Heineken van Peter R. de Vries (1987). Opmerkelijk genoeg komt de naam Holleeder niet in de film voor. Juist voor hem heeft regisseur Maarten Treurniet het personage Rem Hubrechts in het leven geroepen. Sommige mensen beweren dat de regisseur dit heeft gedaan om mogelijke claims of wraakacties van Holleeder te voorkomen. Niettemin lijkt Hubrechts als twee druppels water op Holleeder, maar hij doet ook dingen die aantoonbaar niet door Holleeder zijn gedaan. Feit en fictie lopen in de film door elkaar. Omdat Holleeder bezwaar heeft tegen deze verfilming probeert hij, net als Heineken met de film Als twee druppels water, de vertoning van de film te verbieden. Hij spant een kort geding aan, maar de rechter wijst de eis af.

 

Willem Holleeder en W.F. Hermans

Op de eerste dag van het nu lopende liquidatie-proces beweert Holleeder dat niet hij maar de zogenaamde ‘Allesweter’ het brein achter de liquidaties is geweest. De Allesweter werd in 2007 geïntroduceerd door misdaadjournalist Bas van Hout[3]. Uit zijn uitvoerige gesprekken met diverse onderwereldfiguren was hem duidelijk geworden dat er achter de schermen een onbekend gebleven topcrimineel aan de touwtjes trok. Van Hout wilde zijn identiteit niet prijsgeven, maar maakte wel duidelijk dat niet Holleeder, maar deze zogenaamde Allesweter het criminele meesterbrein was. Holleeder zou volgens van Hout niet meer dan een bijrol vervullen. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk wie die Allesweter is. Holleeder beroept zich natuurlijk graag op het verhaal van Bas van Hout, omdat dat hem vrijpleit, maar bestaat die Allesweter wel echt? Is hij verzonnen? Houdt hij zich schuil om Holleeder de prijs te laten betalen?

Zo is de Allesweter een hedendaagse Dorbeck. Je vraagt je af of Holleeder het boek van Hermans heeft gelezen. Of dat hij ooit de film Als twee druppels water met het liefje van Freddy Heineken heeft gezien.

Ik weet het niet. Maar er zijn in ieder geval nog twee opmerkelijke feiten te melden, toeval of niet.

Willem Holleeder wordt geboren in hetzelfde jaar waarin W.F. Hermans zijn boek De donkere kamer van Damokles publiceert: 1958.

De voornamen van Holleeder zijn dezelfde als die van Hermans: Willem Frederik. Als twee druppels water!

 

[1] https://www.volkskrant.nl/vk/nl/2676/Cultuur/article/detail/741741/2003/08/23/Ach-zo-n-gerucht-doet-het-goed-voor-de-film.dhtml

 

[2] https://www.groene.nl/artikel/profiel-alfred-heineken

 

[3] https://www.parool.nl/amsterdam/holleeder-voert-de-allesweter-weer-ten-tonele-de-wie~a4567101/

Inhoudsopgave 2014-2017

Inhoudsopgave Blogsite 2014-2017

 

2014
Nr. Titel Onderwerp  
1 Een genuanceerde zwart-wit denker Machiavelli en Il Principe (De Vorst) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=24
2 Het schoolslagprincipe USP’s en onderscheidend vermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=40
3 Verantwoord Commercieel Samenwerken Hoe om te gaan met commerciële steun http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=235
4 Kiezen voor Europa (serie): Introductie Een serie in thema’s over de rol en plaats van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=246
5 Kiezen voor Europa (serie): Proloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=248
6 Kiezen voor Europa (serie): Geografie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=293
7 Kiezen voor Europa (serie): Geschiedenis http://phaests.nl/phaestus.nl/?p=308
8 Kiezen voor Europa (serie): Economie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=319
9 Kiezen voor Europa (serie): Cultuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=326
10 Kiezen voor Europa (serie): Politiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=332
11 Kiezen voor Europa (serie): Epiloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=337
12 Hallo Jumbo! Jumbo, Magritte en Warhol. http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=275
13 COMpositie Kernbegrippen van professionele communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=345
14 Relaties en relevantie Waarom communiceren organisaties? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=357
15 Zijn en Hebben (Etre et avoir) in gedichten en films http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=366
16 Outlet Honden en bejaarden uitlaten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=376
17 Het ‘hoe’ van communicatie Strategie en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=381
18 Zwarte Zaterdag Vakantie ervaringen in Italië, zomer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=385
19 Dylan Tribute Concert in Concertgebouw (augustus) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=394
20 De koffiecorner Een student kiest een communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=405
21 Zender en Ontvanger Hoogste tijd om dit begrippenpaar uit te zwaaien http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=410
22 Gerrit Kouwenaar Bij de dood van de dichter Gerrit Kouwenaar http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=427
23 Niets is wat het lijkt, of toch wel? Over het husselen van letters http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=438
24 De nieuwe landkaart van Europa Schuivende grenzen in Europa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=446
25 Teveel reclame Kritiek op een kortzichtige opinie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=453
26 La Superba Het boek van Ilja Leonard Pfeijffer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=456
27 Burgemeester word wakker Burgemeester is ook media-commissaris http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=462
28 Doe effe normaal Campagne SNS slaat niet aan bij studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=468
29 Wanneer zeg je ‘Henk en Ingrid’… Welke naam zeg je eerst (bij stellen) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=477
30 Kleurenblind Doet huidskleur er toe bij blinden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=486
31 Generatiekloof Student weet niet wie Lord Byron is http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=497
32 Strategie revisited Nogmaals: over communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=502
33 In elke klas zit een Mariëlle Een stille studente die goed scoort in de praktijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=510
34 Stakkerdjes of Stakkertjes? Hoe spel je verkleinwoorden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=516
35 De grootste hit van Dylan in NL Welke song is dat? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=523
36 The image as burden Tentoonstelling Marlene Dumas (over Identiteit en Imago) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=530

 

 

2015
Nr. Titel Onderwerp
37 Ben ik Charlie De aanslag op Charlie Hebdo http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=542
38 Ben ik Charlie (vervolg) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=551
39 Richting, een naar voorzetsel Het gebruik van het woord richting http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=557
40 Nina Sophia Bij de geboorte van ons eerste kleinkind http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=562
41 Enigma en Dilemma Naar de film The Imitation Game met dochter Lisa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=571
42 Februaristaking Stilstaan bij antisemitisme http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=576
43 Merknamen De herkomst van merknamen (boek van Riezebos) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=581
44 De vier elementen van communicatie Een koppeling tussen elementen en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=586
45 Hun strijd, onze strijd Vechten op vreemde bodem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=595
46 Naast wie ga je zitten Observaties in het openbaar vervoer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=602
47 De stamhouder Het boek van Alexander Münninghoff http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=608
48 Grandes Lignes Parijs en de grote gebaren http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=614
49 Kennis-Houding-Gedrag Kanttekeningen bij deze communicatie-begrippen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=624
50 Norwegian Wood Haruki Murakami, The Beatles en Bob Dylan http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=639
51 Valt er wat te kiezen Verkiezingen voor het Europees Parlement http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=648
52 H.N. Werkman De druksels van Werkman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=654
53 CommunicatieNU #2 De nieuwe verzamelbundel van Betteke van Ruler http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=669
54 Heimwee naar Max van der Stoel Herinneringen aan een oud-minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=677
55 Peeck & Op de Beeck Twee schrijvers, twee boeken; een vergelijking http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=684
56 Zuivere ketters De vervolging van de Katharen in Frankrijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=692
57 Zadelhoesjes en ander reclameleed Hoe goed te adverteren met zadelhoesjes http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701
58 Ode aan mijn bril Dit jaar ben ik vijftig jaar brildragend http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=713
59 Organisaties en onderscheid Zelfpresentatie en ontwikkelingen op mediagebied http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=728
60 Pluk de dag De dichter Cees Buddingh’ http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739
61 Offerfeest Wat wordt er gevierd tijdens het Offerfeest? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=754
62 Minder, minder, minder Een kwalitatieve afwijzing van andere mensen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=765
63 Afrikaanse vluchtelingen tussen wal en schip Wat doen de EU en de AU? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=772
64 Nog één keer naar Bob Dylan Concert in Carré (november 2015) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=782
65 Een prachtig spoor De bolwerken van Amsterdam (Rob van Reijn) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=793

 

 

2016  
Nr. Titel Onderwerp
66 Suiker, een bitterzoet verhaal Cuba, plantages, Java, slavernij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=807
67 Waarom het toch even slikken is vandaag… Bij de dood van David Bowie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=826
68 Geven en Nemen of Delen Seks, intimiteit en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=836
69 Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies De voors en tegens van het gymnasium http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=846
70 Het Vegetarische Vrienden dilemma In hoeverre wil je je aan anderen aanpassen? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=856
71 Koop geen krant van je geboortedag Maar van de dag erna http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=863
72 Schoolcampus (V&D) Bij het faillissement van Vroom & Dreesmann http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=874
73 Judas, de regisseur van Pasen Het boek Judas van Amos Oz http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=892
74 Het Oekraïne-referendum deugt niet Het verkeerde middel bij deze problematiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=906
75 Mijn houvast-huis Het gele huis van Willink en mijn geboortehuis in Velp http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=920
76 9 mei: reden voor feest in Europa De feestdag van de Russen en van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=931
77 Gastdocent in Litouwen Mijn ervaringen in Vilnius http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=939
78 Matthias Antonie Bij de geboorte van onze kleinzoon http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=953
79 Jan Vertoortelboom en het grote Vlaamse familieverhaal Het boek De verzonken jongen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=962
80 Een alternatief Nederlands elftal op het EK Buitenlandse spelers met een Nederlandse naam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=967
81 Hello Goodbye Het Britse referendum over de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=986
82 Festival Mijn ervaringen op het North Sea Jazz festival http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=992
83 Je moet er wat voor over hebben Collecteren voor het Rode Kruis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1000
84 Mooie kerk De gerestaureerde Sint Bavo basiliek in Haarlem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1007

 

85 Geniet ervan! Het gebruik van de gebiedende wijs http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1024
86 Vruchtgebruik Waarom Apple Apple heet http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1033
87 Moedige stap van Edith Schippers Opmerkingen bij de Schoo-lezing van deze minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1048
88 Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus Het boek Meursault van Kamel Daoud als eigentijds vervolg op L’Etranger van Albert Camus http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1063
89 How does it feel? Bob Dylan krijgt de Nobelprijs voor literatuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1088
90 Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes Zetjes in de goede richting: hints en nudging http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1097
91 Sint Maarten Een verhaal over chocolade, voetbal, Holleeder en mantelzorg http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1116
92 Bij de dood van Leonard Cohen Een verhaal over Leonard Cohen, Cleopatra, Kavafis en Shakespeare http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1138
93 Mijn gewone, bijzondere moeder Het leven van mijn moeder, Hanna Lam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 

 

2017  
Nr. Titel Onderwerp  
94 Bijzonder Indonesië Reiservaringen op Java en Bali http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1178
95 Jonge dichters Tim Hofman, Hannah van Binsbergen, Esther Naomi Perquin http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1199
96 Mijn verjaardag op Facebook Gedachten over afstand en nabijheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1222
97 Ik weet nog niet wat ik ga stemmen De Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237
98 Morgen naar de stembus Mijn keuze gemaakt http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1246
99 Oek de Jong en Ed van der Elsken De kracht van woorden en beelden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1258
100 Mijn zoon de gelukszoeker Mijn zoon Lucas gaat op Bali wonen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1273
101 Bipolaire politiek Zwart-wit keuzes bij verkiezingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286
102 Geef mij de grauwe, stedelijke wegen Parallellen tussen J.C. Bloem en Walt Whitman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1300
103 Henk en Ingrid bij de Primark, Jelmer en Sophie bij het Van Gogh museum Dilemma’s tijdens de kabinetsformatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1306
104 Doe mee aan de migratie-quiz Standpunten van politieke partijen over migratie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1315
105 Papadag en vaderdag De misplaatse term Papadag http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1321
106 Het verhaal van Crystal Palace De link tussen Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1332
107 Dromen en drama’s in Verona Impressies van een bezoek aan Verona http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1355
108 Oogsten Tradities en de samenhang tussen natuur en cultuur. Boeken van Ger Groot en Erwin Mortier http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1374
109 1987-2017: 30 jaar communicatie-onderwijs Mijn jubileum als HBO communicatie-docent http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1389
110 K. Schippers passé? Ben je belazerd! De betekenis en relevantie van het werk van K. Schippers http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1422
111 Mondriaan als aansteker Hoe ik ooit een titel voor een Mondriaan- tentoonstelling bedacht http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1439
112 31 oktober: gaan we Hervormingsdag of Halloween vieren Oude en nieuwe feestdagen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1460
113 23 oeroude woorden De ontdekking van 23 eeuwenoude stamwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1482
114 Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren Spelen met ont-werkwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1511

 

Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren

 

Een zorgverzekeraar belooft me in een paginagrote advertentie dat hij mij in 2018 zal ontzorgen. Een artikel in een dubbeldik kersttijdschrift wijst mij op het belang van ontspullen. Op een nieuwjaarskaart wordt mij toegewenst dat ik in 2018 ga onthaasten.

Ontzorgen, ontspullen, onthaasten. Kennelijk wil men mij van mijn zorgen, spullen en haast afhelpen. Want als een werkwoord met ‘ont’ begint, betekent het doorgaans het tegenovergestelde van hetzelfde werkwoord zonder ‘ont’. Denk maar aan plooien en ontplooien, wapenen en ontwapenen of hechten en onthechten.

Een blik in het woordenboek laat zien dat het woord onthaasten inmiddels is opgenomen als nieuwerwets woord, maar dat ontzorgen en ontspullen die geaccepteerde status nog niet hebben bereikt. In deze tijden van nepnieuws zou je het nepwoorden kunnen noemen. Woordconstructies, bedacht door een tekstschrijver of een redacteur. Toch begrijpen we wat er met deze woorden wordt bedoeld omdat we de ont-vorm herkennen. Het gaat om het tegenovergestelde van het kernwoord. Ontzorgen betekent zorgen wegnemen. En zelfs al is het woord spullen geen werkwoord, we snappen dat ontspullen verwijst naar: minder kopen en meer duurzaam leven.

Toch moeten we nog eens nader naar ont-werkwoorden kijken. Of ze nu net bedacht zijn of eeuwenoud, ze hebben niet altijd de tegenovergestelde werking als de hierboven genoemde voorbeelden. Sommige ont-werkwoorden missen die logica.

Een paar voorbeelden:

  • Ontberen gaat niet over het verdwijnen van ijsberen op de Noordpool.
  • Ontruimen lijkt hetzelfde als ruimen.
  • Ontbijten is niet het tegenovergestelde van bijten. Integendeel zelfs. Tenzij je vindt dat je bij je ontbijt alleen maar pap moet eten.
  • Ontwerpen wil niet zeggen dat je niet mag gooien.
  • Ontdooien is een heel merkwaardig ont-werkwoord. Het lijkt zelfs het tegendeel van het tegendeel. Ontdooien zou het tegenovergestelde van dooien moeten zijn, maar het is eigenlijk ontvriezen.
  • Ontbloten betekent niet dat je je kleren aantrekt.
  • Ontsteken is toch niet echt het tegendeel van steken. Een ontsteking geeft vaak een prikkend gevoel. Of zou ontsteken het nieuwe werkwoord zijn dat hoort bij het verbieden van vuurwerk?
  • Ontfutselen is vervelend als je erg van futselen houdt.
  • Ontslaan zou betekenen dat je stopt met mensen slaan. Leg dat maar eens uit aan iemand die net zijn baan is kwijtgeraakt.
  • Ontstaan lijkt een aanmoediging om te gaan zitten of liggen.

Kortom, niet elk ont-werkwoord kent de logica van de verwijzing naar het tegendeel. Soms zelfs integendeel. Dat is verwarrend.

Geef mij maar die tegenstellende ont-werkwoorden om mee te spelen. Ik zou namelijk graag een paar nieuwe ont-woorden willen introduceren om te gebruiken voor onze goede voornemens voor 2018:

Ontzeuren

Ontroken

Ontschelden

Ontzitten

Ontpeuteren

Als we dat allemaal gaan doen, wordt het vast een mooi 2018!!!!

23 oeroude woorden

Er bestaat een soort oer-Aap-Noot-Mies. Een basis-esperanto avant-la-lettre. Deze woorden vertellen ons letterlijk welke begrippen 10.000 tot 15.000 jaar geleden voor onze voor-voor-voorouders van betekenis waren.

 

Wetenschappers hebben ontdekt dat er binnen zeven verschillende Euraziatische taalgroepen 23 gemeenschappelijke oerwoorden bestaan. Het taalhistorische onderzoek, gepubliceerd in 2013[1], wijst uit dat deze oerwoorden tot 15.000 jaar oud zijn. De ontdekking suggereert dat er ooit een oorspronkelijke oertaal heeft bestaan waaruit de afzonderlijke Europese en Aziatische taalfamilies voortgekomen zijn. Het voert te ver om de onderzoeksmethode van de wetenschappers (onder wie een evolutionair bioloog, taalhistorici en linguïsten) geheel uit de doeken te doen, maar het is een interessant gegeven dat ze zijn uitgegaan van de frequentie van woordgebruik. Hoe vaker woorden worden gebruikt, hoe kleiner de kans dat ze door de eeuwen heen veranderen. Deze 23 standvastige woorden vertegenwoordigen daarmee betekenis-aanduidingen die in een enorm groot deel van de wereld de tand des tijds het best hebben weten te doorstaan. Van India tot Finland en van Siberië tot Portugal.

De Volkskrant omschreef dit in een nieuwsbericht over deze bijzondere ontdekking in 2013 als volgt: dat betekent dat de mensen die vlak na de ijstijd leefden al woordklanken gebruikten die nu nog steeds in omloop zijn.

Ik vind dat een fascinerend idee. Er bestaat dus een soort oer-Aap-Noot-Mies. Een basis-esperanto avant-la-lettre. Deze woorden vertellen ons letterlijk welke begrippen 10.000 tot 15.000 jaar geleden voor onze voor-voor-voorouders van betekenis waren. Ze vertellen ons iets over de wereld waarin zij leefden. Het wetenschappelijke artikel presenteert de lijst met 23 woorden in volgorde van frequentie en betekenisverwantschap binnen de zeven taalfamilies. Hoe groter het aantal taalfamilies waarin een betekenis-verwante term voorkomt, des te hoger het betreffende woord op de lijst. Dit is de lijst met de 23 aangeduide betekenissen in het Engels:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het Nederlands:

Gij, Ik, Niet, Dat, Wij, Geven, Wie, Dit, Wat, Man, Jij, Oud, Moeder, Horen, Hand, Vuur, Trekken, Zwart, Stromen, Bast, As, Spugen en Worm.

Wat leert deze lijst ons? In de eerste plaats zien we een variëteit aan taalkundige woordsoorten. De lijst bevat een mix van (voor-)naamwoorden, werkwoorden en bijwoorden.

Persoonlijk: ik, jij, wij, gij

Zelfstandig: as, man, moeder, hand, vuur, bast, worm

Bijvoeglijk: oud, zwart

Werkwoorden: geven, horen, trekken, stromen, spugen

Aanwijzende en vragen voornaamwoorden: dit, dat, wie, wat

Bijwoord: niet.

Van Hester Knibbe verscheen dit jaar de mooie dichtbundel As, Vuur. Ze heeft zich door deze ontdekking laten inspireren en heeft voor elk oerwoord een gedicht geschreven. In deze blogtekst staan de gedichten Ik en Stromen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als we naar de betekenis van de woorden kijken, staan er meerdere bij die voor de hand liggen, zoals ik, jij, en wij; en dit en dat.

 

Hester Knibbe: Ik

 

Ook woorden als man, hand, vuur, geven en horen wekken geen verbazing. Al valt op dat man wel in de lijst staat, maar het woord vrouw niet. De enige term die naar vrouwen verwijst is moeder.  Kennelijk is het moederschap volgens onze voorvaderen de ultieme bestemming van vrouwen. En als er vuur in de lijst staat, verwacht je ook water, maar dat woord ontbreekt merkwaardig genoeg, al is wel het werkwoord stromen opgenomen.

Hester Knibbe: Stromen

 

Ook zou je woorden als oog of zien verwachten naast het woord horen.

De woorden die mij het meest opvallen zijn spugen, bast, worm en gij. Onderzoeksleider Mark Pagel vertelde in een interview in The Guardian dat hij bast wel begreep: ‘Bark was really important to early people; they used it as insulation, to start fires, and they made fibres from it’. Maar het woord spugen kon ook Pagel niet thuisbrengen: ‘I couldn’t say I expected “to spit” to be there. I have no idea why. I have to throw my hands up.’

Dan blijven nog de woorden worm en gij over. Worm is het enige dier in de lijst. Aten de oermensen wormen? Gebruikten ze wormen om te vissen? Ik had hier eerder dier-woorden als koe, hond, geit, vis of vogel verwacht. Ook andere woorden die verwijzen naar levende organismen, zoals boom,  plant of bes ontbreken opmerkelijk genoeg.

Ten slotte het woord gij: het woord dat bovenaan de lijst staat en als enige woord verwante betekenissen heeft in alle zeven onderzochte taalfamilies. Daarmee is gij het opper-oerwoord. Een eerbiedwaardig woord dat we in Nederland alleen nog in archaïsche zin gebruiken als we anderen respectvol willen aanduiden of als we het over God hebben. De top-notering van het woord gij geeft aan dat godsdienst van oudsher in het leven van mensen in alle taalfamilies een belangrijke plaats innam. Ik herken het woord gij vooral vanuit mijn jeugd.  Ik maakte als kind kennis met de tien geboden die in hun oude formulering begonnen met het woord gij (Gij zult niet….). De nummer 1 positie doet me ook denken aan het christelijke scheppingslied dat ik als kind leerde zingen: ‘God heeft het eerste woord’ (geschreven door ds. Jan Wit).

Maar wie gebruikt het woord gij tegenwoordig nog? Gij is misschien het meest gewortelde woord, maar Gij en God hebben tegenwoordig (althans in Nederland) niet meer het eerste woord en ook niet het laatste. Het lijkt erop dat er daarmee een eind is gekomen aan tienduizend jaar taal-traditie. Om met Geert Mak te spreken:  hoe Gij verdween uit de Nederlandse taal.

 

[1] Link naar de wetenschappelijke publicatie: http://www.pnas.org/content/110/21/8471

 

P.S. Reageren op dit blog kan via Twitter, LinkedIn of Facebook. Ik heb de reactiemogelijkheid van mijn blog afgesloten, omdat ik teveel spam ontving.

31 oktober: gaan we Halloween of Hervormingsdag vieren?

 

Op 31 oktober vieren we Halloween en Hervormingsdag. Twee feestdagen met een religieuze inslag. Halloween is tegenwoordig een stuk bekender en populairder dan Hervormingsdag, terwijl Hervormingsdag in wezen veel betekenisvoller is voor onze (Nederlandse) geschiedenis en cultuur dan Halloween.

 

Halloween

Halloween is een van oorsprong Keltisch feest dat later vermengd is geraakt met christelijke rituelen.[1] De Kelten (in Groot-Brittannië en Ierland) vierden rond 1 november het einde van de oogsttijd als een soort jaarwisseling. Er werden vuren ontstoken en maaltijden aangericht. Hierbij konden de zielen van overledenen aanschuiven, maar je moest ook oppassen dat er geen kwade geesten binnen zouden komen. Die moesten worden afgeschrikt.

Toen het christendom zijn intrede deed viel het Keltische eindejaars feest samen met het christelijke Allerheiligen op  1 november. Op die dag en op de vooravond daarvan (dus op 31 oktober) werden alle christelijke heiligen geëerd. Die vooravond heette All Hallows’ Even, wat door de tijden heen verbasterd werd tot Halloween. De dag na Allerheiligen is volgens de christelijke kalender de dag waarop alle overledenen worden herdacht: Allerzielen, op 2 november. Dat zou kunnen verklaren waarom er tijdens Halloween zoveel aandacht voor de dood en voor griezelen bestaat.

Britse en Ierse immigranten namen de Halloween traditie mee naar Amerika waar het heel populair werd. En inmiddels is Halloween dankzij talloze Amerikaanse media-uitingen weer over komen waaien naar Europa en andere delen van de wereld. Bij het vieren van Halloween in Nederland is weinig terug te vinden van Keltische oogstfeesten of van Allerheiligen en Allerheiligen. Het gaat nu  vooral om gezellig eng doen in een decor van uitgeholde pompoenen en vampiers. Maar al met al heeft Halloween eigenlijk niets met onze eigen tradities of geschiedenis te maken.

 

Hervormingsdag

Hervormingsdag laat het omgekeerde beeld zien. Het is veel meer geworteld in onze cultuur, maar het is nauwelijks bekend. Alleen dit jaar krijgt het wat extra aandacht omdat het precies 500 jaar geleden is dat de Reformatie begon. Volgens de overlevering spijkerde de Duitse monnik Maarten Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenburg. Die stellingen vormden een aanklacht tegen het machtsmisbruik van de Rooms-Katholieke kerk.

Luther verzette zich onder andere tegen het aflaat-systeem dat het mogelijk maakte om je zonden af te kopen door een betaling aan de kerk te doen. Luther wilde terug naar de kern van het geloof: de band tussen gelovige en God. De kerk die hierin een bemiddelende rol zou moeten spelen was verworden tot een hiërarchisch machtsinstituut. Luther wilde dit veranderen (hervormen), maar werd uiteindelijk door de paus uit de Rooms-Katholieke kerk verbannen.

Volgelingen van Luther, en van andere hervormers zoals Calvijn, vormden eigen geloofsgemeenschappen die uitgroeiden tot de protestantse kerkgenootschappen die we nu nog kennen: Lutheranen, Nederlands-Hervormden, Gereformeerden en vele andere. In Nederland (en in Europa) zie je nog steeds een tweedeling tussen het overwegend katholieke zuiden en het meer protestantse noorden.

Hoe belangrijk de Hervorming of Reformatie voor Nederland is geweest wordt duidelijk aan de hand van de cruciale periode van de Tachtigjarige Oorlog en het uitroepen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Willem van Oranje omarmde het protestantse geloof en bond de strijd aan met de katholieke Spaanse overheersers. De bevrijdingsoorlog was dus ook een geloofsoorlog. Niet voor niets was de Beeldenstorm van 1566 (het op grote schaal vernielen van katholieke beelden en andere religieuze objecten) een van de startpunten van die strijd. De wordingsgeschiedenis van Nederland kan niet los gezien worden van het protestantisme. En ook vandaag zie je ondanks de ontkerkelijking en de ontzuiling nog veel van het protestantisme in de Nederlands samenleving terug: denk aan politieke partijen als SGP, Christen-Unie en (ten dele) CDA, media-organisaties als NCRV, EO en Trouw, de Bible Belt, de vele scholen en ziekenhuizen op protestants-christelijke grondslag. Volgens het CBS is 15 tot 20% van de Nederlanders betrokken bij een van de protestantse kerken in Nederland.[2]

Naast de historische wapenfeiten en de concrete uitingsvormen van het hedendaagse protestantisme heeft het hervormingsdenken ook zijn stempel heeft gedrukt op minder tastbare zaken als cultuur en volksaard. Protestanten hebben de naam hard te werken en spaarzaam te zijn. Door het afwijzen van het hiërarchische katholieke geloof zouden protestanten individualistischer en nuchterder zijn. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Onlangs was op televisie de 8-delige serie Achter de Dijken te zien, waarin presentator Leo Blokhuis laat zien hoe het protestantisme (en dan met name het calvinisme) zijn sporen heeft nagelaten in Nederland. Positieve associaties: tolerantie, gelijkheidsdenken, hard werken, nuchterheid. Negatieve associaties: bekrompenheid, spruitjeslucht, grauwheid.

 

31 oktober

Iedereen moet op 31 oktober vooral vieren waar hij of zij zin in heeft. Halloween, Hervormingsdag of helemaal niets. Ik ben zelf niet gelovig, maar ik ben wel hervormd opgevoed en ‘gevormd’. In die zin spreekt Hervormingsdag mij meer aan. Het verklaart beter waar ik vandaan kom en in welke traditie ik sta, dan een overgewaaid verkleedfeest als Halloween. Ik krijg dankzij Hervormingsdag ook beter en breder zicht op het ontstaan en de ontwikkeling van de moderne westerse wereld waarin ik leef. Dat gaat over grenzen van tijd en plaats heen. Als je jezelf en jouw deel van de wereld beter leert kennen, helpt dat ook om andere tijden of andere werelden beter te leren kennen. Dat vind ik waardevol. Daar mogen het onderwijs en de media wat mij betreft veel aandacht aan besteden. In die zin vind ik het ook prima als schoolkinderen het Wilhelmus leren en naar het Rijksmuseum gaan, maar niet als dat door de regering wordt voorgeschreven en wordt ingegeven door een eng-nationale blik. In die zin ben ik even kritisch op de bemoeienis van de regering met het onderwijs als Luther destijds op het machtsmisbruik van de Room-Katholieke kerk. Dat zullen mijn protestantse wortels zijn.

 

 

P.S.

In Duitsland zijn vele honderdduizenden exemplaren van het Playmobil Luther poppetje verkocht (zie afbeelding bovenaan).

 

[1] Voor deze tekst heb ik gebruik gemaakt van diverse bronnen, maar vooral van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/oorsprong-van-halloween

 

 

[2] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=37944&D1=a&HD=171029-1416&HDR=T&STB=G1

 

Mondriaan als aansteker

Dit jaar wordt op talloze plaatsen en manieren het honderdjarig bestaan van De Stijl gevierd met daarbij een speciale focus op het werk van Stijl-voorman Piet Mondriaan. Deze aandacht voor het bekende ‘Dutch Design’ blijft niet beperkt tot musea en tentoonstellingsruimten. Ook op openbare gebouwen, in winkels en in de media zie je dit jaar de kleuren en lijnen van Mondriaan en De Stijl terug. Zo hangt heel Den Haag vol met primaire kleuren en staat in Utrecht een meer dan levensgrote Rietveldstoel bij het oude stadhuis.

Den Haag

Utrecht

Winkeliers doen volop met de Mondriaan-rage mee en Heineken haakt ook vrolijk in.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kortom, je kunt dit jaar niet om Mondriaan en De Stijl heen. Soms met aansprekende uitingen, soms op een manier waarvan de Mondriaan-kenner pijn in zijn buik zou krijgen. Hoe gevoelig dat kan liggen leerde ik ruim 20 jaar geleden.

 

In 1994 maakte ik serieus kennis met het leven en werk van Piet Mondriaan. Natuurlijk kende ik al wel het typerende lijnenspel en de primaire kleuren van zijn schilderijen, maar veel verder ging mijn kennis niet. Totdat ik in 1994 in contact kwam met het Mondriaanhuis in Amersfoort. Samen met een collega van onze HBO Communicatieopleiding maakte ik contact met deze culturele instelling om te praten over mogelijke vormen van samenwerking. Wij zochten stageplaatsen en praktijkopdrachten en het Mondriaanhuis was geïnteresseerd in het inzetten van onze studenten voor uiteenlopende werkzaamheden. Een van die werkzaamheden was de voorbereiding van een tentoonstelling over de manier waarop Mondriaan werd gekopieerd en geïmiteerd door ontwerpers en reclamemakers. De aanleiding werd gevormd door het feit dat het in 1994 50 jaar geleden was dat Mondriaan was overleden. Men had een grote hoeveelheid artikelen verzameld waarop de bekende Mondriaan-motieven te zien waren.

Van de Mondriaan-jurk van Yves Saint-Laurent (nog steeds te bewonderen in het Rijksmuseum) tot allerhande Mondriaan-prullaria zoals mokken, plastic stropdassen, pennen en keukenschorten. De werktitel van die tentoonstelling was ‘Mondriaan, gebruik en misbruik van een kunstenaar’. Wij vonden het een passende en uitdagende opdracht voor een projectopdracht of een stage en beloofden snel op school te gaan kijken hoe we deze opdracht konden uitzetten bij onze studenten. Kortom, iedereen was blij en omdat het nog geen borreltijd was beklonken we onze prille samenwerking met een tweede kop koffie. Het ijs was gebroken en we praatten nog wat met elkaar door. Tijdens dat gesprek merkte ik hoe belangrijk het voor de mensen van het Mondriaanhuis was om een strikte scheiding aan te brengen tussen artikelen die wel spoorden met de geest en de principes van Mondriaan en zaken die daar een loopje mee namen. De Mondriaan-adepten bleken daar een uitgesproken mening over te hebben. Slechts een enkel object kon in hun ogen door de beugel, maar de overgrote meerderheid van de spullen die men had verzameld viel in de categorie ‘misbruik’. Met mijn beperkte Mondriaan-kennis bracht ik in dat ik het op zich wel begreep (je moet geen bruine of lila kleurvlakken gebruiken als je de bekende motieven van Mondriaan wil imiteren), maar dat het aan de andere kant toch ook mooi is dat Piet Mondriaan een stijl, een ‘handtekening’ heeft ontwikkeld die vijftig jaar na zijn dood (het was 1994) nog steeds zo populair is en zo veel navolging krijgt. Daar zouden veel kunstenaars van dromen. Ik kreeg een beetje de indruk dat men, ongeacht de kwaliteit van de Mondriaan-imitatie, Yves Saint-Laurent prachtig vond (want haute couture en dus eervol), maar een koektrommel niet (want erg gewoontjes). Die indruk werd bevestigd toen een van de gesprekspartners zei: “mijn maag draait toch een beetje om als ik Mondriaan-aanstekers bij de Blokker zie liggen”. Door die opmerking kreeg ik een ingeving: “ik weet een mooie titel voor jullie tentoonstelling ”, riep ik: “Mondriaan als aansteker!”. Er volgde een lachsalvo, maar al snel keek men mij serieus aan. Ze vonden het een enorm aansprekende titel en vroegen of ik het goed vond als deze titel gebruikt zou gaan worden. “Ja, natuurlijk”, zei ik, “ik zou me vereerd voelen”. Ik voegde daar aan toe dat ik het in ieder geval veel aardiger vond dan de werktitel ‘Mondriaan, gebruik en misbruik van een kunstenaar’.

Een half jaar later vond de opening van de tentoonstelling in Museum Flehite in Amersfoort plaats. Een van onze studenten was in de tussenliggende maanden als stagiaire druk in de weer geweest om de publiciteit rondom de tentoonstelling vorm te geven. Mijn collega en ik waren uitgenodigd om de opening bij te wonen. Met gepaste trots keek ik naar alle affiches met de titel ‘Mondriaan als aansteker’ er op. Ik kreeg een speciaal exemplaar in een koker mee.

Toen ik hem later thuis uitpakte en uitrolde viel me pas op dat er ook nog in kleinere letters een verticale tekst op het affiche stond. Ze hadden toch nog de oude werktitel: ‘gebruik en misbruik van een kunstenaar’ op het affiche gezet. Weliswaar niet heel opvallend, maar toch. Ik vond het jammer, omdat ik mijn titel treffend vond en niet zo belerend.

 

Nu ik de afgelopen decennia meer over Mondriaan en De Stijl heb gelezen en ook veel van hun kunst met eigen ogen heb gezien, begrijp ik de (letterlijke) kanttekening wat beter. Sommige adaptaties en imitaties slaan de plank inderdaad behoorlijk mis.

Maar al met al blijft bij mij het gevoel overheersen dat het prachtig is als je als stroming of kunstenaar nog steeds zo populair bent. En niet alleen in Nederland. Deze zomer kwam ik in Italië op twee verschillende plaatsen Mondriaan tegen

In Verona

In Perugia

Bij een meubelmaker in Verona en in een sieradenwinkel in Perugia. Ik kan daar geen misbruik in zien. Integendeel, het maakt me blij en ook een beetje trots.

K. Schippers passé? Ben je belazerd!

 

Arjan Peters (de literatuurrecensent van De Volkskrant) stelde dit afgelopen weekend een aantal kritische vragen over de kwaliteit van de hedendaagse poëzie.[1] Zijn vragen (misschien is ‘noodkreten’ een betere term) legt hij voor aan een aantal dichters. Aan Ellen Deckwitz stelt hij de vraag of we niet belazerd worden door sommige dichters. Als voorbeeld noemt hij de nieuwste dichtbundel van K. Schippers Garderobe, kleine zaal.

In de ogen van Peters levert Schippers “een groot aantal mopjes” die nooit gepubliceerd hadden mogen worden en herhaalt Schippers zijn trucjes die 50 jaar geleden misschien nog aardig waren, maar nu niet meer. Hij vindt dat Schippers sindsdien “geen stap vooruit is gekomen”. Maar, voegt hij toe, Schippers is een gelauwerd schrijver; wie zou zijn werk ter discussie durven te stellen?

 

Welnu, Arjen Peters biedt zichzelf aan en gooit de knuppel in het poëtische hoenderhok. Op zich een dappere stap, maar hij weet mij niet te overtuigen. In de eerste plaats geeft hij voor zijn algemene stelling (“we worden belazerd”) maar één voorbeeld, namelijk de nieuwste bundel van K. Schippers. Een bredere presentatie van voorbeelden en cases was overtuigender geweest. In de tweede plaats zegt Peters vragen te willen stellen, maar zijn vragen zijn eigenlijk stellingen. Hij heeft zijn oordeel al klaar, zonder de antwoorden af te wachten. Dan had hij beter een J’accuse kunnen schrijven. In de derde en laatste plaats miskent hij (in mijn ogen) de relevantie van het werk van K. Schippers. Ook in deze tijd. Dus zelfs het enige voorbeeld dat Peters bij zijn eerste vraag als bewijsmateriaal opvoert, de bundel van Schippers, is wat mij betreft niet het schoolvoorbeeld van rommel-poëzie die nooit gepubliceerd had mogen worden. Integendeel. Ik zal proberen dat laatste toe te lichten.

 

Ik heb een jaar of acht geleden K. Schippers ontdekt. Misschien een beetje laat, want hij timmert al vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw aan de weg, maar goed: beter laat dan nooit. Natuurlijk had ik weleens eerder van hem gehoord, maar zijn naam en zijn werk waren nooit echt bij me blijven hangen. Tot een jaar of acht geleden dus. Ik was rond de vijftig, de kinderen waren de deur uit. Ik had altijd al belangstelling voor literatuur en kunst gehad, maar ik kreeg meer tijd en ruimte (en behoefte) om uitgebreider aandacht aan deze zaken te gaan besteden. Ik ging poëziebundels lezen, schafte kunstboeken aan en bezocht, meer dan vroeger, musea, concerten, films en tentoonstellingen. Op de een of andere manier kwam ik daarbij met de nodige regelmaat de naam van K. Schippers tegen. Hij bleek niet alleen dichter te zijn, maar ook romanschrijver, essayist, scenarist, kunstkenner en kinderboekenschrijver. Die veelzijdigheid sprak en spreekt me aan; en ook zijn visie die in zijn eigen werk doorklinkt en in zijn beschouwingen over andere schrijvers en kunstenaars. Langzamerhand ging het werk van Schippers mij steeds meer boeien. Ik kwam meer te weten over zijn persoonlijke achtergrond en ook ging ik lijnen, verbanden en ontwikkelingen in zijn werk zien.

 

Op het persoonlijke vlak ontdekte ik dat hij de schoonzoon is van de dichter Ed. Hoornik. Schippers trouwde met Hoornik’s dochter Erica. Zijn goede vriend Bernlef trouwde met haar tweelingzus Eva. Zo bracht het gezin Hoornik generaties dichters bij elkaar. Schoonvader Hoornik en schoonzonen Schippers en Bernlef traden alle drie op tijdens de roemruchte Poëzie in Carré bijeenkomst in 1966. Daar las Schippers onder andere een tekst van Cees Buddingh’ voor en Buddingh’ een tekst van Schippers. Cees Buddingh’ was een geestverwant en vriend van Schippers was en maakte die avond furore met zijn gedicht Pluk de dag. (zie ook mijn blog over Cees Buddingh’: http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739 ).

 

Een ander persoonlijk weetje is dat Schippers’ dochter Bianca Stigter (werkzaam op de cultuurredactie van de NRC) de levenspartner is van Steve McQueen, de regisseur van de Oscar-winnende film Twelve Years a Slave. Natuurlijk is dit geen verdienste van K. Schippers zelf, maar het is op zich een interessant gegeven. Net als vroeger bij de familie Hoornik, zal er nu in de familie Schippers-Stigter heel wat uitgewisseld worden.

 

In zijn werk heeft K. Schippers mij geleerd anders en beter waar te nemen. Hij is wat mij betreft de meest zintuiglijk Nederlandse schrijver. Hij geeft op heldere wijze duiding aan het werk van anderen. Hij helpt je hun werk beter te zien en te waarderen. In zijn eigen teksten speelt hij met observaties en perspectieven. Daarbij wisselt hij moeiteloos van tijd, ruimte en ‘point of view’.

Dat zie je terug in dit bekende gedicht:

Bij Loosdrecht

Als dit Ierland was

Zou ik beter kijken

 

Als je zijn teksten leest, kijk je door zijn ogen naar de wereld. Dat doet hij op een knappe, interessante en soms amusante manier. De aanleiding is vaak iets alledaags. Niet voor niets wordt Schippers gezien als degene die de ready-made heeft geïntroduceerd in de Nederlandse poëzie. Hierbij put de dichter inspiratie uit een gebruiksvoorwerp (adressenlijstje, vulpen, bakje suikerklontjes) of neemt hij je mee in een alledaagse observatie.

Eeuwigheid

De suikerpot wordt altijd

aangevuld zonder dat de onderste

klontjes zijn gebruikt.

Zo kunnen die er jaren liggen.

 

Daarnaast biedt zijn werk voldoende andere teksten die, in tegenstelling tot wat Arjan Peters beweert, niet tot de categorie ready-mades of taaltrucs behoren.

 

De gift

 Geef mij wat je bij je hebt.

Geen sleutels of geld.

Wel wat er maar even is.

 

Het vlug gekrabbelde telefoonnummer.

Het meegestoomde papiertje in je jaszak.

De knop op het punt van verliezen.

 

De woorden die je net niet hebt gezegd.

Je kracht te veel om een deur open te doen.

Alles waar je niets meer aan hebt.

 

Geef mij het geruis van je katoen.

De wind kan wel zonder.

 

Als docent Communicatie kan ik zijn gedichten en observaties goed gebruiken. Mijn studenten moeten leren werken met teksten en beelden. Het werk van K. Schippers levert mij voorbeelden en inspiratie op om met mijn studenten te delen. Schippers laat zien hoe je scherper kunt waarnemen en hoe je dat wat je ervaart, kunt omzetten in woorden en beelden om over te brengen op een ander. Een voorbeeld: in zijn nieuwste bundel staat op een verder lege bladzijde het woord ha lf. Arjan Peters vindt dit iets om “uit zijn vel te springen”.

Maar ik kan dit simpele woord-beeld heel goed gebruiken om met mijn studenten te praten over de vraag hoe je de betekenis van een woord kunt visualiseren. Het verband met het logo van GroenLinks of een poster van de McBreak is dan zo gelegd.

 

 

 

Als amateur-kunstliefhebber loop ik Schippers ook vaak tegen het lijf. Een paar voorbeelden. Als ik na het bezoeken van een museum op zoek ga naar informatie over de kunstenaar Giacometti blijkt Schippers uitvoerig over hem geschreven te hebben. In het prachtige boek De stilte van het licht van Joost Zwagerman (2015) wordt Schippers volop geciteerd. Zo roemt Zwagerman de term die Schippers heeft bedacht om alle stipjes en kringeltjes in het werk van de schilder Miró mee aan te duiden: ‘interpunctiedieren’. In een recente dichtbundel van Ingmar Heytze (De man die ophield te bestaan, 2015) is het gedicht Wisselgeld aan K. Schippers opgedragen. Voor de tentoonstelling over 100 jaar Dada in Museum Drachten (2016) heeft K. Schippers zijn complete Dada-archief aangedragen. Hij schreef ook een boek over Dada in Holland.

 

Dat Schippers herkend en erkend wordt blijkt uit de vele prijzen die hij heeft gewonnen. De erkenning voor zijn werk en vakmanschap blijkt ook uit het feit dat zijn werk op meerdere plekken in het openbaar te zien is. Zijn gedicht De ontdekking staat als tekst op een school in Veenendaal. Op een drukkerij in Ede is de volledige gevel van het gebouw voorzien van een tekst van Schippers.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het monument voor de Bijlmerramp (1992) heeft K. Schippers een tekst gecomponeerd op basis van de uitspraken van nabestaanden van die ramp. En nog maar kort geleden, in 2016, is ras-Amsterdammer Schippers benoemd tot stadsdichter van Amsterdam. In die hoedanigheid publiceert hij regelmatig gedichten in Het Parool en treedt hij bij allerlei gelegenheden op.

 

Peters doet K. Schippers overduidelijk tekort door hem alleen te zien als de man van het ready-made trucje uit de jaren ’50. Schippers’ gehele oeuvre en de waardering daarvoor omspannen ruim 50 jaar. Ook zijn recente werk biedt voldoende materiaal om van te genieten of om je aan het denken te zetten. Het eerste gedicht van Garderobe, kleine zaal toont dat trefzeker aan (een fragment):

 

Waar je bent

 

Je zit in de bus tegenover

iemand en je denkt ’t is

m’n spiegelbeeld.

 

Zo lijkt ook de echo van je

voetstap op straat van een

ander te zijn.

 

Je luistert naar wat niet

meer bij je hoort, het zegt

waar je bent

 

Natuurlijk mag Arjan Peters kritisch zijn op gedichten uit de nieuwste bundel van Schippers. Ook ik vind niet elke bijdrage in die bundel van adembenemende kwaliteit of van onnavolgbare spitsvondigheid. Maar waarom zou je als criticus spreken over ‘belazeren’? Laten we blij zijn dat K. Schippers nog steeds zo productief is en zijn vakmanschap, taalkunsten en terloopse observaties met ons deelt. Schippers etaleert, in de woorden van Zwagerman “een onstilbare nieuwsgierigheid en een verlangen om alles, inclusief de kleinst denkbare verschijnselen, te registreren, op te slaan en er betekenis aan te geven”. Dat maakt hem, volgens Zwagerman, “een tedere utopist”. Die aanduiding  is misschien iets te rozig, maar in ieder geval een stuk passender dan de uitglijder die Arjen Peters maakt door Schippers te presenteren als iemand die de kluit belazert.

 

[1] https://www.volkskrant.nl/boeken/wat-we-altijd-wilden-weten-van-poezie~a4516743/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=paid&hash=3d6ff4f8451bac4127e1890b3dc483a5623260dd