Alle berichten van Peter 't Lam

Groeten uit Zeist #4 De L-flat: klopt die naam wel? En haalt dit kolossale gebouw z’n 100e verjaardag?

 

Sinds het najaar van 2019 woon ik in Zeist, na ruim 40 jaar in Amsterdam en Amstelveen te hebben gewoond. Ik heb me voorgenomen om geregeld een blog te schrijven over bijzonderheden en ervaringen in mijn nieuwe woonplaats.

Dit verhaal begint in 1974, toen ik ook in Zeist woonde: van mijn 15e tot mijn 18e jaar.

Het was zomer, ik was 16 jaar en ik had, zoals elke puber, geld nodig. Waarschijnlijk voor het kopen van LPs en kleding en om uit te kunnen gaan. In het huis-aan-huisblad zag ik dat er krantenbezorgers werden gezocht en na één telefoontje was ik aangenomen. Ik kon meteen de volgende dag aan de slag met het rondbrengen van het Algemeen Dagblad in de wijk Vollenhove. Ik heb het twee weken volgehouden. Veel te vroeg moest ik mijn bed uit (stom, want het was vakantie!) en het lukte me nauwelijks om de laatste kranten op tijd (‘liefst voor 7 uur, maar uiterlijk half 8!’) in de bus te doen. Ik had er geen handigheid in, en ook geen plezier. Het laatste onderdeel van mijn krantenronde was de zogenaamde L-flat. Voor mij was dit immense flatgebouw van 12 verdiepingen hoog en een halve kilometer lang een soort verlossend slotstuk. Mijn ronde zat er bijna op. Ik hoefde niet meer in straten via hekjes en voortuintjes van deur tot deur te zigzaggen, maar kon handenvol kranten tegelijk verdelen over de brievenbussen van de AD-abonnees. Snel en eenvoudig. En droog op regenachtige ochtenden.

De omvang van de flat maakte destijds indruk op me. De flat maakte naam als grootste galerijflat van Europa, met ruim 700 woningen en meer dan 2000 bewoners. Een eindeloos lange blokkendoos van hoog opgestapelde appartementen. Van buitenaf gezien onaantrekkelijk en massief. Maar toen ik een keer bij een klasgenoot die daar woonde langs ging, viel het me op hoe licht en royaal de woonruimte er van binnen uitzag.

In de jaren ’60 en ‘70 verrezen in Nederland op meerdere plekken wijken met kolossale hoogbouwformaties  om de woningnood te kunnen ledigen. Woningen met ruime kamers en goede voorzieningen en buiten veel licht en lucht. Bestemd voor de onderwijzer, de politie-agent en de ambtenaar.

 

In het najaar van 2019, toen ik weer in Zeist ging wonen, zag ik voor het eerst na 40 jaar de L-flat weer terug. ‘Hij staat er nog steeds!’, was mijn eerste reactie. In tegenstelling tot de vele honingraatflats in de Bijlmer was hij niet gesloopt. Hij was zelfs in frisse groene kleuren gestoken. ‘Hoe zou het zijn om daar nu te wonen?’, vroeg ik me af. Mijn nieuwsgierigheid werd onverwacht snel beantwoord door een serie artikelen over de L-flat en haar bewoners in NRC-Next, mijn ochtendkrant.[1]

“Maar al in dat eerste decennium, de jaren zeventig, verdween de L-flat van de verlanglijst van Zeister woningzoekenden. De gemeente bleef maar bijbouwen, hele buurten. Nijenheim, Couwenhoven, Brugakker, Crosestein. L-flatbewoners konden een eengezinswoning met tuin krijgen voor een vriendelijke prijs. Van een woonbestemming werd de L-flat een doorgangsstation.”

Het is duidelijk. De L-flat is niet meer de woonplek van de gemiddelde AD-lezer of mensen met een middeninkomen. Het is door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en beleidsbeslissingen een sociale huurflat geworden. Een verzamelplek voor mensen in een kwetsbare situatie: bijstandsgerechtigden, asielzoekers, langdurig zieken. De met respect en warmte geschreven portretten in NRC Next liegen er niet om. Veel bewoners hebben het zwaar, kampen met tegenslag, komen moeilijk vooruit. Als je veel kwetsbare mensen bij elkaar zet, versterkt dat de sociale problematiek. Dat blijkt ook uit de onlangs gepubliceerde kansenatlas (https://kansenatlas.seo.nl/persoonlijk_inkomen/26/alles/alles/alles).[2] Als er veel mensen met een laag inkomen bij elkaar in een wijk wonen, zijn er minder kansen om op het gebied van werk of opleiding vooruit te komen dan in wijken met meer sociaal-economische diversiteit. De L-flat werd een opeenstapeling van mensen met opeengestapelde problematieken. Dat leidde de afgelopen decennia tot verhalen over criminaliteit, springers, prostitutie, armoede en gedumpt afval. De L-flat kreeg een slechte naam.

De ergste uitwassen zijn nu aangepakt. En ook NRC Next tekent veel positieve geluiden op. Buren die elkaar helpen, bewoners die activiteiten organiseren om elkaar te ondersteunen.

“Maar louter praten over problemen doet de L-flat tekort. Veel mensen deugen – voor die wijsheid hoef je geen boek te lezen. Je kunt ook langs in het inloophuis van Ina Duit naast portiek zeven. Geïnspireerd door het verhaal van de barmhartige Samaritaan maakt zij het flatleven leuker met taallessen en bewonerslunches. Zelfs de voedselbankmiddagen waren er gezellig, elke vrijdag elf jaar lang, met koffie voor de wachtende bewoners en, als het meezat, gedoneerde taartjes van Top’s Edelgebak. Flatbewoner Harisa Fetahovic verbouwde de voormalige vuilopslagplaats naast portiek zes ondanks haar astma van stofnest tot buurthuis voor tienermeisjes. Julia Ement zaait in het voorjaar altijd gras in het lapje grond langs de zijkant van de flat, zodat er een mooier gazon is voor iedereen. De dochter van de Russische Nadia had een snee in haar hand, de Syrische buurman bracht haar naar het ziekenhuis. De gehandicapte jongen van eenhoog werd uitgescholden, tiener Suus van verdieping vijf nam het voor hem op.”

 

Er is nu minder sprake van criminaliteit en overlast. Bovendien is wooncorporatie Woongoed een groot renovatieproject gestart. Alle 728 woningen krijgen nieuwe badkamers, toiletten en keukens. Ook de bergingen en portieken worden opgefrist. En er worden meer dan duizend zonnepanelen geplaatst. Terwijl er jaren geleden serieus werd nagedacht over het slopen van de flat, wordt er nu gekozen voor een grote opknapbeurt. Veel bewoners zijn er blij mee, al bestaat er ook vrees voor huurverhogingen. Men vindt het vooral positief dat er wordt geïnvesteerd in het woon- en leefklimaat. Aandacht, geld en perspectief zijn de ingrediënten voor maatschappelijke vooruitgang.

Naast de wooncorporatie heeft ook de gemeente Zeist grootse plannen. Er is een meerjarenplan ontwikkeld: Vollenhove Vooruit.[3] Het is de bedoeling dat gemeente en bewoners samen komen tot het realiseren van ambities voor het jaar 2035. Als je deze initiatieven bekijkt, wordt er stevig geïnvesteerd in de toekomst van de L-flat en haar bewoners. En dat mag ook wel, want 1 op de 30 Zeistenaren woont in deze kolos.

Wie weet kan over 40 jaar het honderdjarig bestaan van deze legendarische flat worden gevierd. Ik zal dat niet meer meemaken en ik weet ook niet of er dan nog krantenjongens zullen zijn.

Naschrift

Aan het einde van dit verhaal wil ik nog iets voorleggen wat me altijd heeft beziggehouden. Dat is de naam van de flat. Iedereen zegt dat de naam L-flat is afgeleid van de vorm van het gebouw. Van bovenaf lijkt het op een grote platliggende letter L. Maar toen ik als krantenjongen voor de flat stond en ook nu als ik luchtfoto’s van de flat bestudeer, zie ik geen L, maar een grote J. Het kortere deel van de flat wijst niet in een rechte hoek naar rechts, maar in een schuine hoek naar links. De L-flat is eigenlijk een J-flat.

 

 

 

De NRC-artikelen in drie reeksen

Deel 1: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/06/de-flat-a3989318#Intro

Deel 2: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/05/de-flat-en-corona-a2753552#Intro

Deel 3: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/02/terug-naar-de-flat-a4013412#Intro

 

 

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/06/de-flat-a3989318#Intro

 

[2] Zie ook dit interessante artikel: https://www.nrc.nl/nieuws/2021/03/05/kansenongelijkheid-in-nederland-wie-in-emmen-opgroeit-haalt-een-alphenaar-nooit-meer-in-a4034383

[3][3] https://www.zeist.nl/projecten/projectenoverzicht/vollenhove-vooruit

Op naar de stembus!

Op verzoek van mijn kinderen schrijf ik iedere keer in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen een beschouwing. Ook dit jaar. Ik deel deze tekst (bewerkt en aangevuld) nu ook graag op mijn blog-site.

 

Inleiding

Op woensdag[1] 17 maart kiest Nederland een nieuwe Tweede Kamer. We kiezen dan 150 nieuwe volksvertegenwoordigers voor de duur van, in principe, vier jaar. Die vier jaar is de zittingsperiode van de Tweede Kamer en van de regering die wordt gevormd aan de hand van de uitslag van de Tweede Kamer verkiezingen. Dit laat zien dat de Tweede Kamer verkiezingen ook de basis voor een nieuwe regering leggen. Vaak haalt een regering die volle vier jaar niet, doordat er tijdens de zittingsperiode een breuk of conflict tussen de betrokken regeringspartijen ontstaat. Nog niet zo lang geleden moesten de Nederlanders in 10 jaar maar liefst vijf keer naar de stembus gaan voor het kiezen van een nieuwe Tweede Kamer (2002, 2003, 2006, 2010, 2012) omdat de regering was gevallen. De huidige regering heeft het bijna vier jaar ongeschonden volgehouden, maar struikelde onlangs als gevolg van de Toeslagenaffaire[2]. Omdat dat vlak voor de verkiezingen van 17 maart is gebeurd, blijven de ministers gewoon aan het werk totdat er een nieuwe regering is (we hebben nu een zgn. demissionaire regering).

 

De procedure

De Tweede Kamer[3] controleert de regering en heeft (met de Eerste Kamer) het laatste woord bij het vaststellen van wetten en regels in Nederland. Een heel belangrijk gezelschap dus, omdat deze 150 mensen bepalen welke kant het de komende jaren op moet gaan met woningen, gezondheidszorg, migratie, uitkeringen, milieu, defensie, en noem maar op.

De Tweede Kamer is niet alleen een democratisch orgaan, omdat wij deze mensen kiezen, maar ook omdat zij zelf bij meerderheid van stemmen beslissingen neemt. Met 76 stemmen heb je een meerderheid en daarmee dus een stevige vinger in de Haagse pap.

De kandidaten op het stembiljet opereren niet op eigen houtje, maar staan op lijsten van politieke partijen. Elke lijst vertegenwoordigt een bepaalde stroming (of visie, of belang) en bij verkiezingen wordt dat vertaald in een programma.

Zoals gezegd vormt de verkiezing van de Tweede Kamer ook de basis voor een nieuwe regering. Omdat we in Nederland relatief veel partijen hebben en een regering normaal gesproken moet kunnen steunen op een meerderheid in de Tweede Kamer, moet een regering gevormd worden door een samenwerkingsovereenkomst van meerdere partijen die bij elkaar opgeteld minimaal 76 zetels hebben. Dus, als op woensdagavond 17 maart de stemmen geteld zijn, wordt niet alleen gekeken hoe de partijen het stuk voor stuk hebben gedaan (wie heeft gewonnen, wie heeft verloren) maar wordt ook bekend welke regeringscombinaties mogelijk zijn.

 

Partijen: versplintering en onmacht

Er is de afgelopen 20 jaar iets bijzonders aan de hand. Vanaf de Tweede Wereldoorlog tot het begin van deze eeuw hadden drie grote, traditionele partijen (VVD, CDA en PvdA) de touwtjes in handen. Vooral de PvdA en het CDA waren groot en machtig. Beide partijen haalden vroeger regelmatig 30 tot 50 zetels in de Tweede Kamer. Doordat deze traditionele partijen vroeger zo groot waren, werden tot 2000 vrijwel uitsluitend regeringen gevormd waarin minstens twee van deze drie partijen waren vertegenwoordigd. Als ze met z’n tweeën net wat stemmen tekort kwamen, werd een derde partner erbij gevraagd (bijv. D66). Kortom, het was dus of VVD-CDA (centrum-rechts), of CDA-PvdA (centrum-links) of VVD-PvdA (paars). Lekker overzichtelijk, maar weinig variatie.

De huidige peilingen geven aan dat alleen de VVD nog een ouderwets hoge score lijkt te gaan halen (tussen de 30 en de 40 zetels). De PvdA en het CDA schommelen al jaren tussen de 10 en de 20 zetels. Naast de klassieke drie partijen doen de PVV, de SP, D66 en GroenLinks nadrukkelijk mee. Zo zijn er momenteel zeven grotere partijen die om de gunst van de kiezer strijden. En naast deze zeven partijen zijn er dit jaar nog ongeveer 30 kleinere partijen die meedoen. De posters van deze partijen passen nauwelijks nog op de verkiezingsborden.

Ik ben blij dat we niet in een twee-partij stelsel leven. Dat maakt de keuze erg beperkt. Ik noem dat bipolaire politiek; ik schreef daar eerder ook een blog over.[4] Maar in Nederland slaan we door naar de andere kant. Er staan bijna 40 partijen op het stembiljet, terwijl er maar 150 zetels te verdelen zijn. De opkomst van zoveel nieuwe partijen kan een aanwijzing zijn dat de gevestigde partijen steeds minder goed hun werk doen. Het kan er ook op wijzen dat de samenleving zelf steeds gefragmenteerder en individualistischer is geworden en dat mensen veel nadrukkelijker hun eigen belang voorop stellen en minder oog hebben voor bredere bewegingen en het algemeen belang. Tom-Jan Meeus benadrukt in een column in het NRC van 9 maart j.l. dat het gebrek aan gezamenlijkheid een gevaar kan opleveren voor ons politieke stelsel.[5] Ik denk dat de opkomst van nieuwe media aan deze versplintering bijdraagt. Social media en hun algoritmes dragen er aan bij dat iedereen steeds meer in zijn eigen bubbel gaat zitten[6], terwijl een traditioneel medium als televisie in staat is een breder publiek te bereiken. Joke Hermes benadrukt in dat verband de kracht van televisie als ‘forum van cultureel burgerschap’, vooral bij nationale gebeurtenissen en live uitzendingen.[7]

Uiteindelijk moeten we het met elkaar verder. Maar als iedereen zich fanatiek vastklampt aan zijn eigen gelijk (en splinterpartij) schiet het niet op. Dat zal er ook toe leiden dat veel mensen na de verkiezingen teleurgesteld zullen zijn. Ofwel om de door hen gekozen partij geen of slechts één zetel heeft behaald. Ofwel omdat de gekozen partij deel gaat nemen aan de regering en compromissen moet gaan sluiten. Beide uitkomsten zijn voor hard-liners en principiëlen waarschijnlijk moeilijk te verteren, maar in een land met zoveel partijen moet je bereid zijn om er samen uit te komen en water bij de wijn doen. Gelukkig maar, zou ik willen zeggen. Stel je voor dat één partij het helemaal voor het zeggen zou hebben.

En daar komt nog iets bij. Ik denk dat politieke partijen in de huidige tijd minder greep op het maatschappelijke leven hebben dan vroeger. Niet omdat zij slechter functioneren, maar omdat het speelveld is veranderd. Ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en  klimaatverandering en grote spelers als multinationals, de EU en big tech bedrijven hebben een enorme invloed op de samenleving. Nationale politieke partijen, zeker de kleintjes, hebben op dat grotere speelveld vaak maar weinig in te brengen. Wat dat betreft is het zorgelijk dat tijdens de verkiezingscampagne vrijwel alle partijen vooral binnenlandse thema’s benoemen, terwijl de grote vraagstukken van deze tijd juist om een bredere, internationale visie vragen.

Hoe dan ook, de aanwezigheid van zoveel partijen leidt tot een enorme versnippering en dat maakt het vormen van een regering des te ingewikkelder: er zijn al gauw vier, vijf partijen nodig om tot een meerderheid van meer dan 75 zetels te komen. Zo bestaat de huidige regering uit vier partijen: VVD-CDA-D66 en ChristenUnie. Met zoveel partijen bij elkaar is het lastig om tot een stabiele regering te komen.

Financieel-economische thema’s: een kwestie van verdelen

Traditiegetrouw speelt de economie een grote rol bij verkiezingen. Een regering is vooral bezig met het maken van plannen om de staatskas te vullen (belastinginkomsten) en om de buit te verdelen (uitgaven). Denk aan Prinsjesdag en de miljoenennota. Om een idee te geven: in de laatste miljoenennota  gaat het om een totaal-pot van 336 miljard euro, waarvan bijvoorbeeld ruim een kwart (86 miljard) bestemd is voor de zorg en ongeveer 3% 11 miljard) voor een post als Defensie.

Op financieel-economisch terrein kunnen partijen aangeven hoeveel belasting burgers en bedrijven in Nederland moeten betalen. Men kan er bijvoorbeeld voor kiezen om via de belastingen inkomensverschillen te verkleinen, of bepaalde producten (bijv. tabak, benzine, vlees) duurder te maken. Daarnaast laten de partijen zien hoeveel geld ze willen uitgeven aan uiteenlopende zaken als onderwijs, klimaat en infrastructuur. Het zijn belangrijke binnenlandse vragen van verdeling. Veel kiezers kijken naar de programma’s en voorstellen van politieke partijen en stemmen daar hun keuze op af.

Dit jaar: corona, klimaat en sociale thema’s

Dit jaar zijn de thema’s anders dan vier jaar geleden, toen de naweeën van de financiële crisis, de discussies over de AOW en de zorgen om vluchtelingen en moslimextremisme belangrijke thema’s waren. Dit keer speelt natuurlijk de corona-crisis de hoofdrol. Hoe krijgen we Nederland weer terug naar de normale situatie? Hebben Rutte en de Jonge het goed aangepakt? Welke lessen trekken we uit de corona-crisis? Hoe gaan we de samenleving herinrichten?

Na de financiële crisis hebben regeringen flink bezuinigd. Dat ging vaak ten koste van de kwaliteit van de zorg, het onderwijs en sociale voorzieningen. Nu lijken partijen juist veel te willen investeren in deze sectoren. De corona-tijd heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk de zorg en het onderwijs zijn. De meeste partijen zijn daarbij bereid de staatsschuld op te laten lopen. Dat is opmerkelijk want Nederland staat binnen de EU te boek als een zuinig land met een strenge begrotingsdiscipline. Nederland is in het verleden vaak kritisch geweest op andere Europese landen die hun tekorten te hoog lieten oplopen. Maar nu lijken veel partijen in Nederland de teugels ook losser te laten.[8]

Het Parool: De uitgavenstijgingen laten goed zien welke prioriteiten de verschillende partijen hebben. Waar de VVD vooral kiest voor lastenverlichting en hogere uitgaven aan defensie, trekt de SP vooral extra geld uit voor hogere uitkeringen en de zorg. GroenLinks, PvdA en D66 investeren het meest in onderwijs. Het CDA neemt juist vaker een middenpositie in.[9]

 

Niet-materiële thema’s: ik en de ander

Naast de financieel-economische onderwerpen (de verdeling van de koek) spelen de laatste twintig jaar steeds nadrukkelijker andere vraagstukken een rol. Die hebben te maken met zaken als onze nationale identiteit, migratie, Europese samenwerking, de ruimte om je eigen leven in te richten. Hierbij is niet het verdelen van geld het centrale punt, maar gaat het om onze verhouding tot andere landen, leefwijzen en culturen. Waar het bij financiële thema’s vaak gaat om relatieve verschillen (de ene partij wil wat meer geld voor onderwerp A, de andere voor onderwerp B), is er bij ‘culturele’ thema’s vaak sprake van scherpere, tegengestelde standpunten: meer Europese samenwerking of een Nexit, meer vluchtelingen toelaten of een complete stop doorvoeren, zwarte piet of roetveegpiet, recht op levensbeëindiging bij een voltooid leven of juist niet. Veel partijen profileren zich duidelijk op dit soort thema’s.

 

Emotie speelt vaak een grotere rol dan ratio.

Over een week mogen we gaan stemmen en de meeste mensen in Nederland gaan ook daadwerkelijk naar het stembureau. Dat is goed nieuws. Maar velen zullen nu nog wikken en wegen. Er zijn vele ‘economische’ en ‘culturele’ afwegingen te maken. Dit kom je ook tegen in alle stemwijzers. Als je de vragenlijst van Kieskompas[10] invult, wordt jouw positie aangegeven binnen een schema waarin de politieke partijen langs twee assen ingedeeld: een financieel-economische as (links-rechts) en een ‘culturele’ waarde-oriëntatie as (progressief-behoudend).

Het lijkt erop dat we zo heel afgewogen en weldoordacht onze keuze bepalen. Maar we weten ook dat de meeste kiezers niet alle partijprogramma’s bekijken en ook niet systematisch per partij alle voors en tegens op een rijtje zetten. Zo rationeel zijn we niet. Bij de meeste kiezers geven emoties de doorslag: sympathie voor een lijsttrekker, angst voor corona, zorgen over je baan, boosheid over de Toeslagenaffaire, hoop op de nieuwe partij, vertrouwen op ervaren politici, afkeer van mensen die anders zijn. En daarnaast kijken velen ook naar het stemgedrag van familie en vrienden, of stemmen ze uit traditie altijd op dezelfde partij. Er zijn talloze, vaak weinig rationele motieven van kiezers die een rol spelen bij het bepalen van hun keuze. Dit blijkt ook uit een uitgebreid artikel in de Volkskrant van 6 maart waarin diverse onderzoeken naar stemgedrag naast elkaar worden gezet.[11]

 

En nu naar de stembus

Zo leveren de Tweede Kamerverkiezingen elke keer een rijk sfeerbeeld op van de stand van het land. Een moment-opname met structurele patronen en incidentele oprispingen. Met rationele tonen en emotionele geluiden. Het geeft een beeld van waar we momenteel staan, wie we zijn, wat er speelt, waar we naartoe willen? Elke stem is daarbij een stip op een doek dat we met elkaar inkleuren. Een stukje van een grote legpuzzel. Dat is geen ideaal systeem, maar wel het systeem dat we in Nederland met elkaar zo hebben vormgegeven en ingericht. En we moeten blijven nadenken over het verbeteren van dit systeem. Maar dit is wat we nu hebben en in veel landen is de politieke situatie veel beroerder. Dus: op naar de stembus!

Als we geen stippen zetten, blijft het doek leeg.

———————————————————————————

 

[1] Nederlanders stemmen altijd op woensdag; in andere landen is dit vaak op zondag, maar daar hebben met name de kleine Christelijke partijen in Nederland weerstand tegen. Door de corona-crisis gaan de stembureaus al op maandag 15 maart open en kunnen 70 plussers ook per brief stemmen.

[2] Zie o.a.: https://www.nu.nl/politiek/6100724/kabinet-treedt-af-vanwege-vernietigend-rapport-over-toeslagenaffaire.html

[3] Zie ook:  http://www.tweedekamer.nl/

[4] Zie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286

[5] https://twitter.com/tomjanmeeus/status/1369243361190834177

[6] Zie bijv. een recente uitzending van Pointer: YouTube beveelt misinformatie aan nadat je politieke video’s hebt gekeken | KRO-NCRV (kro-ncrv.nl)

 

[7] https://www.scienceguide.nl/2020/05/televisie-is-dood-lang-leve-televisie/

[8] Zie: https://www.cpb.nl/keuzes-in-kaart-2022-2025

[9] https://www.parool.nl/nederland/doorrekening-vvd-en-cda-laten-in-hun-programma-s-de-staatsschuld-het-hardst-oplopen~bf54a257/

[10] https://www.kieskompas.nl/

[11] De stemwijzer volgen? We stemmen op gevoel, een glimlach, en uit gewoonte | De Volkskrant

 

Het belangwekkende nieuwe boek van Betteke van Ruler

Betteke van Ruler heeft een belangwekkend boek voor het HBO geschreven: Handboek communicatiestrategie. Het boek borduurt voort op haar eerdere publicatie Het Strategisch Communicatie Frame (geschreven met Frank Körver) waarmee ze zich een paar jaar geleden meer op communicatieprofessionals richtte dan op studenten.[1] Nu dus dit boek voor het hoger beroepsonderwijs.

Waarom ik het een belangwekkend boek vind leg ik zo uit. Eerst even een zijstap.

Het samenstellen van een goed curriculum van een HBO communicatie opleiding is een veelomvattende, uitdagende klus. Het programma moet voldoende diepgang hebben om de H van Hoger te garanderen, het moet goed aansluiten op de praktijk gezien de B van Beroep(s) en het moet didactisch goed in elkaar steken met het oog op de O van Onderwijs. Ik heb als HBO-communicatie docent dit ontwikkelproces meerdere keren van dichtbij meegemaakt en daarin ook een actieve rol gespeeld. Ik heb geleerd dat je rekening moet houden met interne en externe dynamiek.

Binnen de opleiding en het instituut is het belangrijk om voldoende ruimte en budget te krijgen om een mooi curriculum te ontwikkelen. En het is de kunst om met alle collega’s (en studenten) tot een samenhangend geheel te komen waarover iedereen enthousiast is. Geld, vertrouwen, energie, samenspraak en draagvlak zijn onmisbare interne factoren bij het ontwikkelen van nieuw onderwijs.

Daarnaast zijn er externe factoren die van belang zijn, zoals conventies en eisen vanuit de beroepspraktijk, relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en inzichten vanuit onderzoek en wetenschap. Het is mijn ervaring dat die externe dynamiek het lastig maakt om tot een goede focus te komen. In de eerste plaats is het beroepenveld van communicatie heel breed waardoor het moeilijk is om tot een samenhangend programma te komen dat de kern van communicatie raakt en tegelijk recht doet aan de breedte van dat veld. In de tweede plaats zijn communicatiedeskundigen het vaak niet met elkaar eens. Zo lang ik docent ben discussiëren communicatieprofs over de vraag wat de essentie van communicatie is. In de vakliteratuur hanteert men uiteenlopende en soms ronduit tegenstrijdige visies en definities.[2] Hoe minder consensus er is in de beroepspraktijk, hoe moeilijker het is om als opleiding een duidelijke balans aan te brengen en tot een volwassen ‘body of knowledge’ te komen. In de derde plaats gaan de ontwikkelingen binnen het vak en de samenleving zo snel, dat bepaalde zaken al binnen enkele jaren achterhaald zijn. Dat is lastig als je een programma maakt met een omvang van vier studiejaren. Ten slotte zie je dat de opleiding communicatie, 30 jaar geleden een jonge, hippe en populaire studie, inmiddels overvleugeld wordt door nieuwe trendy studies op het gebied van media, entertainment, events en leisure. Al deze externe factoren maken het knap ingewikkeld om een beroepsauthentiek, evenwichtig, aantrekkelijk en eigentijds studieprogramma te maken.

Communicatie opleidingen zullen zowel hun knopen moeten tellen als knopen moeten doorhakken. Keuzes maken, dus. Focus aanbrengen. Een lijn uitzetten. Hoe dat didactisch moet, laat ik hier nu even in het midden. Daar valt zeker ook veel over te zeggen, maar dat bewaar ik voor een andere gelegenheid. Ik wil het hier hebben over de vak-inhoudelijke kant. In mijn ogen gaat het daarbij om het beantwoorden van twee hoofdvragen:

  1. Werkgebieden: welke inhoudelijke thema’s en disciplines laten we in het curriculum aan bod komen (denk aan Interne Communicatie, Psychologie, Organisatiekunde, Reputatiemanagement, Cross-culturele communicatie, Medialandschap, Taalvaardigheid, etc.)?
  2. Werkwijzen: welke manieren van werken aan communicatie-opdrachten stellen we centraal? Hoe leren we studenten om met communicatie aan de slag te gaan (denk aan analyses maken, strategische denken, creatieve ontwerpen maken, etc.)?

Met die laatste vraag kom ik uit op het nieuwste boek van Betteke van Ruler.

In het eerste deel van het boek maakt van Ruler duidelijk dat het statische, lineaire bauwdruk-denken niet meer van deze tijd is.[3] Communicatiestrategie wordt door haar ingevuld als een voortdurend proces van onderzoeken en kiezen, van denken en doen. Daarbij maakt ze een duidelijk onderscheid tussen verwante begrippen als plannen, strategisch denken, tactieken en uitvoering. Dat is van groot belang want binnen opleidingen en in de praktijk worden deze begrippen voortdurend door elkaar gehaald. Van Ruler bakent die begrippen in duidelijke en overtuigende bewoordingen af. “Een communicatiestrategie geeft de richting aan waar je naartoe wilt en laat zien hoe je de organisatie of het project van je opdrachtgever helpt met communicatieactiviteiten die waarde toevoegen”. (p. 24). Strategie is dus nadrukkelijk niet een stap binnen een communicatieplan, maar een beschrijving van alle keuzes die zijn gemaakt: wat je gaat doen, en waarom, om wat te realiseren, wie en wat je nodig hebt en hoe je het aanpakt. Dat laatste (‘hoe’) is de tactiek of de aanpak. In van Rulers ogen is strategie dus niet hetzelfde als de aanpak, maar is aanpak een onderdeel van een breder strategisch denk- en doe-proces. In dat proces moet er ruimte zijn voor overleg en voor het voortdurend finetunen en bijstellen van eerder gemaakte keuzes.

 

In het tweede deel van het boek (her-)introduceert van Ruler het Strategisch Communicatie Frame, dat al bekend is van haar eerdere publicaties en dat ook op meerdere plekken in de communicatiepraktijk als handvat wordt gebruikt. Dat Frame (misschien niet de handigste term, omdat framing ook een communicatie-term met een andere lading is) kent acht bouwstenen: Visie, Interne situatie, Externe situatie, Ambitie, Accountability, Stakeholders, Resources en Aanpak. Deze bouwstenen zijn de elementen van het strategische proces. Van Ruler geeft aan dat het niet uitmaakt met welke bouwsteen je begint, als ze maar allemaal aan bod komen en tegen elkaar worden afgewogen. Weer dus een pleidooi voor flexibiliteit en tegen lineair denken.

Het boek is vlot en duidelijk geschreven en aantrekkelijk vormgegeven. Het kent een goede balans tussen theorie en praktijk; heel geschikt voor HBO-ers. Het is een handboek, geen zware wetenschappelijke pil. Dat is ook niet de opzet van dit boek. Het bevat wel veel referenties aan theorie, maar geen diepgravende beschouwingen. Wie meer wil weten over bepaalde thema’s zal aanvullende literatuur moeten raadplegen. Het boek is niet revolutionair van inhoud. Het gepresenteerde Frame kent diverse elementen die al bekend zijn uit de vakliteratuur. Denk bijvoorbeeld aan eerdere publicaties van Betteke van Ruler zelf, maar ook aan het werk van Littlejohn & Foss, Vos & Schoemaker, Aarts, Steuten & van Woerkum, of aan het Communicatie Canvas of het COMpositie-schema dat Paula Zweekhorst en ik hebben beschreven.[4]

Handboek communicatiestrategie kent dus vele plussen, maar is ook weer niet perfect of revolutionair. Waarom noem ik het dan toch een belangwekkend boek voor het HBO?

Ik heb hierboven aangegeven hoe ingewikkeld het is om een goed curriculum te ontwikkelen. Een studieprogramma van vier jaar met een goede inhoudelijke samenhang en een duidelijke opbouw. Tijdens het lezen van dit boek begon ik me te realiseren dat dit boek niet alleen een handleiding is voor het ontwikkelen van een communicatie-strategie, maar dat het ook kan dienen als inspiratiebron voor het ontwikkelen van communicatie-onderwijs. Niet dat het boek vertelt hoe je je studie-programma moet inrichten. Daar is het ook niet voor geschreven. Maar het geeft wel aan hoe je met communicatie aan de slag kunt gaan en wat daar allemaal bij komt kijken (de 2e hoofdvraag die ik hierboven benoem). Daar kun je ook bij onderwijs-ontwikkeling heel goed mee uit de voeten. In die zin vind ik het boek niet alleen geschikt voor studenten, maar juist ook voor opleiders.

Ik wil elke communicatie-opleiding die een nieuwe programma ontwikkelt of nadenkt over de body of knowledge aanraden om kennis te nemen van dit boek. Door de gehanteerde uitgangspunten, de gepresenteerde bouwstenen, de verwijzingen naar de vakliteratuur en het feit dat dit Frame in de praktijk wordt gehanteerd vind ik dit het meest overtuigende HBO-communicatie boek van dit moment. Dit betekent niet dat het een ideaal boek is. Zo zou ik zelf enkele bouwstenen wat anders willen invullen en benoemen. Ook vind ik dat er relatief weinig aandacht is voor content creatie en de inzet van media. Maar dat doet niet echt af aan de waarde en het belang van dit boek. Het is een evenwichtig en toegankelijk ‘rode draad’ boek. Daardoor kan het goed dienen als startpunt en referentiekader bij discussies over de inrichting van het onderwijs. Ook onderwijsontwikkeling is een iteratief en interactief proces. Daarbij kan een inhoudelijk richtsnoer goed van pas komen. Je hoeft in die gesprekken niet op een kopie van het Frame als basis voor je curriculum-ontwerp uit te komen, maar je kunt het boek goed gebruiken als gespreksagenda. Leg het Handboek Communicatiestrategie naast het huidige studieprogramma of het nieuwe curriculum-ontwerp en vraag je af of daarin alle principes en bouwstenen voldoende aan bod komen, of studenten leren om analyses te maken, of studenten worden uitgedaagd om onderbouwde keuzes te maken en gedurfde concepten te creëren. Daarbij kan je natuurlijk als opleiding bepalen wat je eventueel anders zou invullen, welke accenten je wilt leggen en welke vakdomeinen je aan bod wilt laten komen (hoofdvraag 1).

Iemand zei over het Handboek Communicatiestrategie op Twitter: “Mijn advies aan alle HBO’s: gooi die andere boeken svp weg en gebruik deze”.[5] Ongetwijfeld bedoeld als een compliment, maar ik ben het hardgrondig met die uitspraak oneens. Het tegendeel is juist waar. Handboek Communicatiestrategie biedt een rode draad aan, een stramien met uitgangspunten en bouwstenen. Alles wordt in samenhang gepresenteerd, maar in korte en bondige bewoordingen. Studenten hebben juist veel aanvullende literatuur en andere bronnen nodig om zich per onderdeel, discipline of vaardigheid nader te verdiepen of te bekwamen. Alleen met dit handboek kun je vier jaar studie niet vullen. Maar met behulp van dit handboek kun je wel beter bepalen welke thema’s, disciplines en vakliteratuur meer of minder relevant zijn.

Betteke van Ruler heeft haar kaarten opnieuw geschud en op tafel gelegd. Zij is met haar staat van dienst de belichaming van de body of knowledge van communicatie in Nederland. Die kennis en ervaring heeft ze nu samengebundeld in een overzichtelijk boek voor het HBO. Lees het, bespreek het met elkaar, bekritiseer het, bewerk het. Dat zal een denk- en doe-proces in werking stellen dat elke opleiding zeker een paar stappen verder zal brengen.

 

[1] Ik besprak dat boek in een eerder blog: http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=381

[2] Ik schreef hier vorig jaar ook al over: http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1972

[3] Ik heb zelf eind jaren ’90 een boek geschreven dat in die lineaire traditie past: Werkboek Communicatieplanning.

[4] In Kernbegrippen van professionele communicatie (Boom, 2019)

[5] Uitspraak van Ronald Voorn op Twitter (overigens is de term HBO’s niet correct; het is het HBO of de hogescholen)

Inhoudsopgave blogsite Phaestus 2014-20202

 

Inhoudsopgave ‘Phaestus’  Blogsite van Peter ’t Lam  2014-2020

 

2014
Nr. Titel Onderwerp  
1 Een genuanceerde zwart-wit denker Machiavelli en Il Principe (De Vorst) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=24
2 Het schoolslagprincipe USP’s en onderscheidend vermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=40
3 Verantwoord Commercieel Samenwerken Hoe om te gaan met commerciële steun http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=235
4 Kiezen voor Europa (serie): Introductie Een serie in thema’s over de rol en plaats van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=246
5 Kiezen voor Europa (serie): Proloog   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=248
6 Kiezen voor Europa (serie): Geografie   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=293
7 Kiezen voor Europa (serie): Geschiedenis   http://phaests.nl/phaestus.nl/?p=308
8 Kiezen voor Europa (serie): Economie   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=319
9 Kiezen voor Europa (serie): Cultuur   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=326
10 Kiezen voor Europa (serie): Politiek   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=332
11 Kiezen voor Europa (serie): Epiloog   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=337
12 Voir un ami pleurer De aanslag op het Joods Museum in Brussel http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1771
13 Hallo Jumbo! Jumbo, Magritte en Warhol. http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=275
14 COMpositie Kernbegrippen van professionele communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=345
15 Relaties en relevantie Waarom communiceren organisaties? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=357
16 Zijn en Hebben (Etre et avoir) in gedichten en films http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=366
17 Outlet Honden en bejaarden uitlaten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=376
18 Het ‘hoe’ van communicatie Strategie en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=381
19 Zwarte Zaterdag Vakantie ervaringen in Italië, zomer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=385
20 Dylan Tribute Concert in Concertgebouw (augustus) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=394
21 De koffiecorner Een student kiest een communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=405
22 Zender en Ontvanger Hoogste tijd om dit begrippenpaar uit te zwaaien http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=410
23 Gerrit Kouwenaar Bij de dood van de dichter Gerrit Kouwenaar http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=427
24 Niets is wat het lijkt, of toch wel? Over het husselen van letters http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=438
25 De nieuwe landkaart van Europa Schuivende grenzen in Europa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=446
26 Teveel reclame Kritiek op een kortzichtige opinie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=453
27 La Superba Het boek van Ilja Leonard Pfeijffer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=456
28 Burgemeester word wakker Burgemeester is ook media-commissaris http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=462
29 Doe effe normaal Campagne SNS slaat niet aan bij studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=468
30 Wanneer zeg je ‘Henk en Ingrid’… Welke naam zeg je eerst (bij stellen) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=477
31 Kleurenblind Doet huidskleur er toe bij blinden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=486
32 Generatiekloof Student weet niet wie Lord Byron is http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=497
33 Strategie revisited Nogmaals: over communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=502
34 In elke klas zit een Mariëlle Een stille studente die goed scoort in de praktijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=510
35 Stakkerdjes of Stakkertjes? Hoe spel je verkleinwoorden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=516
36 De grootste hit van Dylan in NL Welke song is dat? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=523
37 The image as burden Tentoonstelling Marlene Dumas (over Identiteit en Imago) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=530

 

2015  
Nr. Titel Onderwerp  
38 Ben ik Charlie De aanslag op Charlie Hebdo http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=542
39 Ben ik Charlie (vervolg)   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=551
40 Richting, een naar voorzetsel Het gebruik van het woord richting http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=557
41 Nina Sophia Bij de geboorte van ons eerste kleinkind http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=562
42 Enigma en Dilemma Naar de film The Imitation Game met dochter Lisa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=571
43 Februaristaking Stilstaan bij antisemitisme http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=576
44 Merknamen De herkomst van merknamen (boek van Riezebos) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=581
45 De vier elementen van communicatie Een koppeling tussen elementen en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=586
46 Hun strijd, onze strijd Vechten op vreemde bodem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=595
47 Naast wie ga je zitten Observaties in het openbaar vervoer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=602
48 De stamhouder Het boek van Alexander Münninghoff http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=608
49 Grandes Lignes Parijs en de grote gebaren http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=614
50 Kennis-Houding-Gedrag Kanttekeningen bij deze communicatie-begrippen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=624
51 Norwegian Wood Haruki Murakami, The Beatles en Bob Dylan http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=639
52 Valt er wat te kiezen Verkiezingen voor het Europees Parlement http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=648
53 H.N. Werkman De druksels van Werkman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=654
54 CommunicatieNU #2 De nieuwe verzamelbundel van Betteke van Ruler http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=669
55 Heimwee naar Max van der Stoel Herinneringen aan een oud-minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=677
56 Peeck & Op de Beeck Twee schrijvers, twee boeken; een vergelijking http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=684
57 Zuivere ketters De vervolging van de Katharen in Frankrijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=692
58 Zadelhoesjes en ander reclameleed Hoe goed te adverteren met zadelhoesjes http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701
59 Ode aan mijn bril Dit jaar ben ik vijftig jaar brildragend http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=713
60 Organisaties en onderscheid Zelfpresentatie en ontwikkelingen op mediagebied http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=728
61 Pluk de dag De dichter Cees Buddingh’ http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739
62 Offerfeest Wat wordt er gevierd tijdens het Offerfeest? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=754
63 Minder, minder, minder Een kwalitatieve afwijzing van andere mensen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=765
64 Afrikaanse vluchtelingen tussen wal en schip Wat doen de EU en de AU? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=772
65 Nog één keer naar Bob Dylan Concert in Carré (november 2015) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=782
66 Een prachtig spoor De bolwerken van Amsterdam (Rob van Reijn) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=793

 

 

2016  
Nr. Titel Onderwerp  
67 Suiker, een bitterzoet verhaal Cuba, plantages, Java, slavernij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=807
68 Waarom het toch even slikken is vandaag… Bij de dood van David Bowie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=826
69 Geven en Nemen of Delen Seks, intimiteit en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=836
70 Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies De voors en tegens van het gymnasium http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=846
71 Het Vegetarische Vrienden dilemma In hoeverre wil je je aan anderen aanpassen? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=856
72 Koop geen krant van je geboortedag Maar van de dag erna http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=863
73 Schoolcampus (V&D) Bij het faillissement van Vroom & Dreesmann http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=874
74 Judas, de regisseur van Pasen Het boek Judas van Amos Oz http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=892
75 Het Oekraïne-referendum deugt niet Het verkeerde middel bij deze problematiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=906
76 Mijn houvast-huis Het gele huis van Willink en mijn geboortehuis in Velp http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=920
77 9 mei: reden voor feest in Europa De feestdag van de Russen en van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=931
78 Gastdocent in Litouwen Mijn ervaringen in Vilnius http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=939
79 Matthias Antonie Bij de geboorte van onze kleinzoon http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=953
80 Jan Vertoortelboom en het grote Vlaamse familieverhaal Het boek De verzonken jongen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=962
81 Een alternatief Nederlands elftal op het EK Buitenlandse spelers met een Nederlandse naam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=967
82 Hello Goodbye Het Britse referendum over de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=986
83 Festival Mijn ervaringen op het North Sea Jazz festival http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=992
84 Je moet er wat voor over hebben Collecteren voor het Rode Kruis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1000
85 Mooie kerk De gerestaureerde Sint Bavo basiliek in Haarlem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1007

 

86 Geniet ervan! Het gebruik van de gebiedende wijs http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1024
87 Vruchtgebruik Waarom Apple Apple heet http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1033
88 Moedige stap van Edith Schippers Opmerkingen bij de Schoo-lezing van deze minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1048
89 Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus Het boek Moussa van Kamel Daoud als eigentijds vervolg op L’Etranger van Albert Camus http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1063
90 How does it feel? Bob Dylan krijgt de Nobelprijs voor literatuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1088
91 Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes Zetjes in de goede richting: hints en nudging http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1097
92 Sint Maarten Een verhaal over chocolade, voetbal, Holleeder en mantelzorg http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1116
93 Bij de dood van Leonard Cohen Een verhaal over Leonard Cohen, Cleopatra, Kavafis en Shakespeare http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1138
94 Mijn gewone, bijzondere moeder Het leven van mijn moeder, Hanna Lam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 

 

2017  
Nr. Titel Onderwerp  
95 Bijzonder Indonesië Reiservaringen op Java en Bali http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1178
96 Jonge dichters Tim Hofman, Hannah van Binsbergen, Esther Naomi Perquin http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1199
97 Mijn verjaardag op Facebook Gedachten over afstand en nabijheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1222
98 Ik weet nog niet wat ik ga stemmen De Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237
99 Morgen naar de stembus Mijn keuze gemaakt http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1246
100 Oek de Jong en Ed van der Elsken De kracht van woorden en beelden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1258
101 Mijn zoon de gelukszoeker Mijn zoon Lucas gaat op Bali wonen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1273
102 Bipolaire politiek Zwart-wit keuzes bij verkiezingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286
103 Geef mij de grauwe, stedelijke wegen Parallellen tussen J.C. Bloem en Walt Whitman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1300
104 Henk en Ingrid bij de Primark, Jelmer en Sophie bij het Van Gogh museum Dilemma’s tijdens de kabinetsformatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1306
105 Doe mee aan de migratie-quiz Standpunten van politieke partijen over migratie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1315
106 Papadag en vaderdag De misplaatse term Papadag http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1321
107 Het verhaal van Crystal Palace De link tussen Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1332
108 Dromen en drama’s in Verona Impressies van een bezoek aan Verona http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1355
109 Oogsten Tradities en de samenhang tussen natuur en cultuur. Boeken van Ger Groot en Erwin Mortier http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1374
110 1987-2017: 30 jaar communicatie-onderwijs Mijn jubileum als HBO communicatie-docent http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1389
111 K. Schippers passé? Ben je belazerd! De betekenis en relevantie van het werk van K. Schippers http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1422
112 Mondriaan als aansteker Hoe ik ooit een titel voor een Mondriaan- tentoonstelling bedacht http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1439
113 31 oktober: gaan we Hervormingsdag of Halloween vieren Oude en nieuwe feestdagen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1460
114 23 oeroude woorden De ontdekking van 23 eeuwenoude stamwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1482
115 Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren Spelen met ont-werkwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1511

 

 

2018  
Nr. Titel Onderwerp  
116 Reclame voor reclame Het etaleren van eigen onvermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1540

 

117 Nepnieuws is geen nieuws Gebruik en misbruik van de term nepnieuws http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1559

 

118 Wat heeft W.F. Hermans met Heineken en Holleeder te maken? Opmerkelijke parallellen tussen gebeurtenissen rondom deze drie mannen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1573

 

119 De mensen van Maastricht De aantrekkingskracht van deze stad en de rol van haar inwoners daarbij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1585

 

120 Gepakt door SuitSupply De twijfelachtige bedoelingen van SuitSupply bij haar nieuwste reclame-uitingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1592

 

121 Het oermodel van communicatie (van Shannon & Weaver) is 70 jaar oud. Reden voor een feestje? Dit bekende model was anders bedoeld dan velen denken  

 

122 Leestip: Van Bach tot bacterie en terug Een pittig boek over taal, communicatie, bewustzijn en begrip http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1646

 

123 Balinese bruiloft Het huwelijk van Lucas en Santie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1655

 

124 Winterswijk In de voetsporen van Mondriaan en Komrij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1686

 

125 Huishoudtrapje Een ongelukkige valpartij met grote gevolgen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1705

 

126 Roman Jakobson en zijn inspirerende kijk op taal en communicatie Een taalkundige die ons veel inzichten biedt op het gebied van taal, taalfuncties en communicatie  
127 Wanneer houdt een letter op een letter te zijn De ontwikkeling van de letter E en de vele manieren waarop deze letter wordt afgebeeld http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1726

 

128 Jinte Maria Bij de geboorte van kleindochter Jinte http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1766

 

129 Vrouwelijke straatnamen Er moeten meer straten naar vrouwen worden vernoemd http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1777

 

130 I Amstlvn Het einde van de I Amsterdam letters en een opvallende reactie vanuit Amstelveen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1795

 

131 Madeira, van Christiani tot Cristiano Enkele observaties tijdens een heerlijke vakantieweek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1809

 

132 Beeld en geluid Hoe ik een oud televisie-fragment van mijn vader vond http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1820

 

133 Vuilcontainer Een oude buurvrouw gaat verhuizen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1833

 

 

2019  
Nr. Titel Onderwerp  
134 De weereld is een speeltooneel de Gijsbreght van Aemstel in  het Dylan hotel http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1858
135 Pijl en Logo Saaie logo’s op vrachtwagens http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1870
136 Ik ging naar Brussel om Jacques Brel te zien De bekende zanger blijkt een Vlaming http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1885
137 Openbare klapsigaren, luizenmoeders en fundamentalisten Moet er nog plaats zijn voor bijzonder onderwijs? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1898
138 Stop de verengelsing Nederlandse plaatsen met Engelse namen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1912
139 Communiceren luistert nauw Communiceren begin al in de onderzoeksfase http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1928
140 Verkiezingen voor het Europees Parlement Wat staat er op het spel? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1932
141 Sleutels Sleuteloverdracht van ons nieuwe huis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1941
142 WP, weg of mee? Gaat de encyclopedie mee naar het nieuwe huis? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1953
143 Van A naar Z Na 33 jaar Amstelveen verhuizen we naar Zeist http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1964
144 Communiceren over communicatie In gesprek met nieuwe eerstejaars studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1972
145 Het Lada-effect Als je het eenmaal ziet… http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1983
146 Je bent wat je draagt Gele hesjes en cappuccino http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1991
147 Elastiekjes op straat Mijn fascinatie voor figuurtje van elastiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2005
148 Kinderen voor kinderen Ik ben trots op het werk van mijn kinderen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2026
149 Het is oké Het verkeerde woord van het jaar http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2036

 

2020  
Nr. Titel Onderwerp  
150 Groeten uit Zeist #1: Zeg het niet met Bloemen Wat heeft Karin Bloemen met Zeist te maken? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2052
151 Doelgroepen en deelgroepen Een pleidooi voor een nieuw woord en nieuw denken

 

http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2063
152 Ik-dingen Als dingen menselijke trekjes krijgen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2075
153 Groeten uit Zeist #2: Hendrik Marsman De Zeister dichter en zijn bekende gedicht: Denkend aan Holland zie ik brede rivieren… http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2096
154 Femke Een oude vriendin wordt overvallen op straat http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2108
155 Bij de geboorte van kleindochter Mae Marianne   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2115
156 Studenten in corona-tijd De gevolgen van de pandemie voor mijn studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2120
157 Simone de Beauvoir en Black Lives Matter Parallellen in de strijd voor gelijkwaardigheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2130
158 Groeten uit Zeist #3: De voedselbank De achterkant van onze welvaartsstaat http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2144
159 Land van herkomst en land van aankomst Eddy du Perron en Murat Isisk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2153
160 Enkele gedachten bij de dood van Samuel Paty   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2170
161 Mijn vader 1926-1970-2020 Vijftig jaar na de dood van mijn vader http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2179
162 Help, ik ben een soort geworden! Wie denken zij wel dat ik ben? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2184

Help, ik ben een soort geworden!

Aan het einde van dit jaar een luchtig verhaal over een zwaar thema: identiteitsverlies.

 

Het begon een paar jaar geleden. Ik fietste door Amsterdam-Zuid toen een bekende chef-kok vanaf de stoep nadrukkelijk naar me keek en riep: ‘Hé hallo, hoe gaat het ermee?‘ “Uhhh, goed hoor”, stamelde ik verrast. Ik vond het een vreemde ervaring. Kende hij mij? Hadden we elkaar al eens ontmoet? Ik kon me dat niet herinneren.

Een paar weken later werd ik in de metro aangesproken door een bedelaar. Hij vroeg om geld. Ik geef nooit zo maar geld aan vreemden, maar hij liet zich niet snel afpoeieren: ”Ik ken jou, van de televisie; je hebt poen zat dus geef me nou maar wat”.  “Wie denk je dan dat ik ben”, vroeg ik hem uitdagend. “Jij bent die kerel van de NRC; ik heb je wel herkend!”, riep hij triomfantelijk. Ik had geen idee wie hij bedoelde. Iemand van de televisie? Iemand van de krant? Hij zag er verward uit en zou zich wel vergist hebben.

Die avond keek ik naar De Wereld Draait Door waar de toenmalige NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch te gast was. Een man van middelbare leeftijd, met een half baardje en een donker brilmontuur. Net als ik. Zou die bedelaar hem bedoeld hebben? Ik vroeg aan mijn vrouw: “Vind je dat ik op hem lijk?”. “Mwah, in de verte misschien wat”, antwoordde ze.

Het bleef niet bij deze twee bijzondere ontmoetingen. Sterker nog, de laatste jaren overkomt het me geregeld dat ik in het openbaar wordt begroet of nagestaard. Het valt niet alleen mij op, mijn vrouw merkt het ook als we samen op straat lopen. “Daar heb je er weer één die je loopt aan te kijken”, zegt ze dan lachend.

Gelukkig overkomt me dit niet dagelijks, zelfs niet wekelijks, maar het gebeurt zo regelmatig dat het geen toeval kan zijn.

Op een gegeven moment ben ik de mensen die me zo maar begroeten gaan vragen wie ze denken dat ik ben. Dat leverde uiteenlopende antwoorden op. Concrete en vage. Zo dacht iemand bijvoorbeeld dat ik Erik de Zwart was. Maar vaak is men minder trefzeker en moet ik het doen met een halve aanduiding: “je zat toch in de jury van die talentenshow op TV?” of “jij bent toch van die Russische tijdschriften”. Ik denk achteraf dat zij misschien Eric van Tijn en Derk Sauer bedoelden.

Langzamerhand ben ik me een look-a-like-Bekende Nederlander gaan voelen. Ik begon er zelfs aardigheid in te krijgen, maar daar kwam laatst abrupt een eind aan. Ik werd twee keer kort na elkaar niet aangezien voor een BN-er, maar voor Piet Goedkoop (“Ha Piet, leuk je te zien. Werk je nog op het gemeentehuis?”) en voor Freek de Vries (“jij bent toch Freek de Vries, je hebt toch die meubelwinkel in het centrum?”).

Ik raakte door deze ontmoetingen mijn BN-er gevoel kwijt en belandde weer met mijn voeten stevig op de grond. Er zijn kennelijk een heleboel mensen op wie ik lijk. Niet alleen BN-ers, maar ook gewoon Piet en Freek. Ik ben dus helemaal niet bijzonder. Integendeel, ik ben een dertien-in-een-dozijn iemand.

Help, ik ben een soort geworden!

Mijn vader 1926-1970-2020

 

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat mijn vader bij een verkeersongeluk om het leven kwam. Maandag 16 november 1970; een dag voor zijn 44e verjaardag.

Ik was 12 jaar en zat net een paar maanden in de brugklas.

Het plotselinge overlijden van vader heeft mij diep heeft geraakt en blijvend beïnvloed.

De afgelopen 50 jaar heeft de herinnering aan mijn vader allerlei gevoelens bij me opgeroepen: verdriet, warmte, trots, weemoed, dankbaarheid.

Lange tijd voelde ik vooral de pijn van wat ik heb moeten missen. Nu ik ouder ben denk ik vaak aan wat mijn vader heeft moeten missen. Zo zijn de emoties door de jaren heen als het ware met me mee gegroeid.

Heel geleidelijk zijn de gevoelens minder rauw en pijnlijk geworden, al gaat dat diepe gemis nooit helemaal weg. Dat jongetje van 12 zit nog steeds in mij. Maar de afgelopen jaren overheersen gevoelens van weemoed en dankbaarheid.

Weemoed omdat ik nu inmiddels 20 jaar ouder ben dan hij ooit is geweest en me realiseer wat hij allemaal door zijn vroege dood niet heeft kunnen meemaken. Zowel op privévlak als in zijn werk en carrière had hij nog zoveel mooie dingen kunnen doen en beleven. Hij had een liefdevolle relatie met mijn moeder en veel belangstelling voor ons, zijn opgroeiende kinderen. Hij was ambitieus en uitgesproken; timmerde aan de weg, maakte plannen. Het ongeluk maakte in één klap een einde aan dat alles.

Naast weemoed is er een groeiend gevoel van dankbaarheid, juist ook op momenten als deze. Mijn vader had in sommige opzichten een ander karakter dan ik, maar ik ervaar wel dat ik veel van zijn energie, levenslust en nieuwsgierigheid in me draag. In die zin heeft hij mij de afgelopen 50 jaar enorm geholpen om het leven te omarmen.

Alle reden om vanavond een goed glas wijn te drinken. Op Vader. Op Anton. Op het leven.

 

 

 

 

Ik heb in mijn blogs al vaker iets over mijn vader geschreven. Zie bijvoorbeeld:

http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=2096

http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1820

http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 Ook op de website van mijn moeder staat een tekst over hem: https://www.hannalam.nl/anton-b-lam/

Op een andere website staat informatie over een van de boeken die hij schreef: http://www.verwonderenenontdekken.nl/site/mc/1/11/417/201/columns/archief+per+februari+2009/johan+valstar++december+2013+februari+2014.html

Enkele gedachten bij de dood van Samuel Paty

 

Ben ik ooit bang geweest voor een boze reactie van een leerling of een ouder na afloop van een les? Of een bedreiging?

 

Die vraag heb ik mezelf gesteld na de brute moord op de Franse docent Samuel Paty. Hij had in een lessituatie een cartoon van de profeet Mohammed laten zien. Dat leidde onder bepaalde moslim-fundamentalisten tot grote verontwaardiging en oproepen tot wraak. Met alle afschuwelijke gevolgen van dien.

De schokkende moord op een docent houdt mij bezig. Ik ben ook docent. Ik heb in de jaren ’80 ook vijf jaar Maatschappijleer gegeven, het vak van Samuel Paty. En juist bij zo’n vak komen per definitie maatschappelijke vraagstukken, heilige huisjes en hete hangijzers aan bod: criminaliteit, discriminatie, abortus, armoede, oorlog, klimaatverandering. Het is onmogelijk om daarbij 100% neutraal voor de klas te staan. Leerlingen riepen destijds dat ze aan het uiterlijk van de docenten konden zien of deze rechts of links waren. Ze wilden ook altijd weten wat ik stemde. Ik liep niet met mijn politieke voorkeuren te koop, maar ging die vragen ook niet uit de weg. Mij ging het in het klaslokaal niet om het ventileren van mijn mening, maar om het creëren van een veilige ruimte waarin alle leerlingen hun mening kon vormen en uiten. Die ruimte kan alleen maar bestaan als er sprake is van gelijkwaardigheid en respect. De docent heeft een belangrijke rol bij het bewaken van die openheid.

Ik ben me altijd bewust geweest van het bijzondere karakter van het docent-zijn. Ook toen ik daarna ging werken op een hogeschool. In welk beroep krijg je zo vaak de gelegenheid om met jongeren te praten over wat er speelt in de samenleving, over hun gevoelens, hun meningen? Dat is het mooie van het docentschap. Ik heb daarbij ook heel veel van mijn studenten geleerd.

Natuurlijk praat je niet elke les over loodzware kwesties. Doceren betekent ook doseren. Maar als het in mijn klas tot een open gesprek komt, zijn dat de momenten die ik koester.

Nu ik vooral online moet lesgeven komen dergelijke gedachtewisselingen moeilijker te stand. De intieme sfeer van het klaslokaal met het directe onderlinge contact ontbreekt. In de klas kunnen leerlingen aanvoelen of het veilig is om hun zegje te doen. Met Teams of Zoom ligt dat heel anders. De afstand is groter. De sfeer is anders. Ook kunnen andere mensen meeluisteren. Zo schreef een studente na afloop van een online college op de chat: “bedankt voor de les, meneer; mijn moeder vond het ook interessant”. Een grappig,  onschuldig voorbeeld, maar wat als het een boze ouder was geweest die zich had gestoord aan mijn woorden? Een online bijeenkomst wordt regelmatig opgenomen. Dan let je als docent of student toch al snel iets meer op je woorden. Dat het opnemen van een college grote gevolgen kan hebben heeft een collega van de Haagse Hogeschool onlangs gemerkt. Een opmerking van haar werd uit de context gehaald en op social media geplaatst. Met vele verontwaardigde reacties en tegenreacties tot gevolg.[1]

Veel mensen wijzen bij de moord op Paty en de affaire op de Haagse Hogeschool met een beschuldigende vinger naar de sociale media, maar ik denk dat die redenering te eenvoudig is. Mediaberichten gedijen alleen als er een voedingsbodem, een bepaald klimaat is. Ook voor de komst van social media bestonden er al hetzes tegen docenten. De affaire-Daudt is daarvan een bekend voorbeeld. Daudt was een wat behoudende hoogleraar die werd weggehoond door linkse studenten.[2] Ironisch genoeg wordt tegenwoordig juist in sommige rechtse kringen geageerd tegen de zogenaamde linkse indoctrinatie in het onderwijs.[3]

Ik vind dat wij als docenten (links of recht, online of offline) het gesprek met onze leerlingen en studenten met frisse moed moeten blijven voeren. De moord op Samuel Paty laat juist zien hoe hard dat nodig is. Door nu te zwijgen geven we de moordenaar zijn zin. De sleutelwoorden voor deze uitwisseling zijn zorgvuldigheid, respect en pluriformiteit. Samen vormen ze de brandstof en zuurstof voor het onderwijs en de samenleving. Die sleutelwoorden zijn niet bedoeld om te sussen, maar nodigen juist uit om je uit te spreken. Ik laat me op dit punt inspireren door het opinie-artikel van Maurits Berger in NRC van 24 oktober. Hij zegt dat we de controverses met elkaar moeten bespreken en het ongemak moeten benoemen. We moeten niet alleen maar lief proberen te zijn en niets ter discussie willen stellen. Juist in een tijd van scherpe stellingnames en controverses moeten we met elkaar praten over onze gevoeligheden en pijnpunten. Over de cartoon-kwestie zegt Berger dat hij als docent een serie uiteenlopende spotprenten laat zien zodat de studenten zien en ervaren dat de ene student bij een cartoon lacht, terwijl de andere ineenkrimpt; en dat het bij de volgende cartoon precies andersom is. Dat zet mensen aan het denken.

Ik heb een vergelijkbare ervaring met een spontaan gesprek over het Zwarte Piet issue, een paar jaar geleden. Het begon als een pittige woordenwisseling, maar na verloop van tijd vertelden de studenten met tegengestelde stellingnames waar hun boosheid en hun pijn zat. Vooral het delen van die pijn riep herkenning op. Die bespreking loste het probleem niet op, maar het luisteren naar elkaar werkte wel verhelderend.

Het is mooi als het lukt om problemen te bespreken omdat iedereen daarbij van elkaar kan leren. Wat mij betreft gaat aan de vrijheid van meningsuiting iets wezenlijks vooraf, namelijk de ruimte voor meningsontwikkeling. Het klaslokaal kan letterlijk en figuurlijk zo’n ruimte zijn.

 

Ter afsluiting kom ik nog even terug op mijn openingsvraag. In mijn eerste jaar als docent Maatschappijleer op een christelijke school in Huizen moest ik volgens het leerplan ook het thema Relaties bespreken. Ik had in Amsterdam een doos gratis voorlichtingsboekjes op de kop weten te tikken. Tijdens een les besprak ik het onderwerp Man-Vrouw verhoudingen, maar ik zag dat de leerlingen vooral met spreekwoordelijke rode oortjes zaten te lezen in het hoofdstuk dat over seks ging. Na afloop van de les kwam een jongen naar me toe en zei: “als mijn vader dit boekje te zien krijgt weet ik zeker dat hij naar de rector stapt om te zeggen dat u ontslagen moet worden”. Ik heb daarna nog vier jaar met plezier op die school gewerkt.

 

 

 

 

[1] https://nos.nl/artikel/2349379-uitspraak-docent-over-moord-op-baudet-uit-zijn-verband-gerukt-zegt-hogeschool.html

 

[2] https://www.trouw.nl/nieuws/schande-wat-we-u-hebben-aangedaan-professor-daudt~b9126ac6/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

 

[3] https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/politiek/artikel/4656656/woede-om-meldpunt-forum-over-indoctrinatie-onderwijs

 

 

Land van herkomst en land van aankomst

 

In mijn boekenkast heb ik een plekje voor nog te lezen boeken. De stapel groeit meestal sneller dan ik kan lezen. Bovenop liggen de boeken waar ik tussen de bedrijven door aan toe denk te komen; onderop de dikke pillen die ik reserveer voor de vakanties. Deze zomer stonden twee van die kloeke boeken op het menu: Wees Onzichtbaar van Murat Isik en Het land van herkomst van E. du Perron. Een recente roman uit 2017 en een klassieker uit 1935. Toevallig op hetzelfde stapeltje beland. Ik begon aan het boek van Isik in het eerste weekend van mijn zomervakantie. Tijdens mijn laatste vakantiedagen las ik Het land van herkomst uit. Deze twee boeken bleken meer met elkaar en met de actualiteit samen te hangen dan ik vooraf had gedacht.

Mijn vrouw had eerder al het boek Wees onzichtbaar gelezen en raadde het mij van harte aan. Het is het ‘coming of age’ verhaal van een uit Turkije afkomstige jongen die opgroeit in de Bijlmer. In tientallen korte, kleurrijke hoofdstukken wordt het leven van de jonge Metin geschetst: zijn tirannieke, onberekenbare vader, zijn moeder die zich stilaan ontwikkelt, vriendschappen en pesterijen, de verloedering van de woonomgeving, successen en mislukkingen op school, bijbaantjes en eerste liefdes. De hogeschool waar ik werk grenst aan de Bijlmermeer en veel van mijn studenten zijn uit deze wijk afkomstig. Door het lezen van dit boek realiseer ik me eens te meer dat iedere student met de nodige persoonlijke bagage aan zijn opleiding bij ons begint. We weten als docent vaak maar een fractie van wat er allemaal bij hen heeft gespeeld of nog steeds speelt. Soms gaat het om ingrijpende kwesties als armoede, geweld, discriminatie, gescheiden ouders, of psychische problemen. Allemaal factoren die bij het vinden van een plek op school en in de samenleving enorm tekenend en belemmerend kunnen werken. Maar gelukkig zijn er vaak ook, zoals Murat Isik beschrijft, positieve elementen: een docent die jouw talent ziet, een buurtgenoot die helpt of een vriend die het voor jou opneemt. Het boek laat zien dat ieder kind niet alleen gevormd wordt door zijn familie en etnische achtergrond, maar ook door de sociaal-economische omstandigheden waarin hij opgroeit, de buurt waarin hij woont, zijn persoonlijke karakter, de keuzes die hij maakt en de hoeveelheid pech of geluk die hij heeft. Kortom, een complexe mix van factoren. Het aanwijzen van één verklarende of voorspellende factor is te simpel en doet iedere individuele situatie tekort. Dat biedt hoop, want er valt ook onder moeilijke omstandigheden iets van het leven te maken. Maar het geeft ook aanleiding tot zorg als het om kinderen gaat bij wie veel factoren een negatieve score hebben.

Murat Isik

Bij Metin is die complexiteit ook terug te vinden. Hij wordt door de buitenwacht gezien als Turk, maar hij en zijn ouders zien zichzelf niet zo; ze zijn Zaza (een minderheidsgroepering in Turkije). Ook denkt iedereen dat hij moslim is, maar hij is niet-gelovig opgevoed. Zijn vader bemoeit zich nooit met hem, maar zet zich wel enorm voor Metin in als het school-advies lager uitvalt dan werd verwacht.

 

Het Land van herkomst stond al een tijd op mijn verlanglijstje. Van tijd tot tijd lees ik een ‘klassieker’. Na Tempel en kruis van Marsman koos ik voor het bekendste boek van diens vriend en tijdgenoot Edgar du Perron (1899-1940), één van de toonaangevende Nederlandse schrijvers in het interbellum. De kern van het boek bestaat uit levendige en openhartige beschrijvingen van zijn jeugd in Nederlands-Indië. Deze hoofdstukken met herinneringen aan zijn jonge jaren worden afgewisseld met passages die later spelen als hij in artistieke kringen in Brussel, Parijs en Nederland verkeert. Du Perron is in 1921 met zijn ouders van Indië naar België verhuisd. Een paar jaar later pleegt zijn vader zelfmoord, wat de jonge Eddy een langdurende depressie bezorgt. Weer een paar later overlijdt zijn moeder en tot zijn grote schrik wordt het hem duidelijk dat de verwachte erfenis geheel is verdampt door de economische crisis van de jaren ’30.

Het boek gaat voortdurend heen en weer in tijd en plaats. Het ene moment zit de hoofdpersoon als puber op school op Java, het volgende moment filosofeert hij als dertiger in Parijs met André Malraux over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Dat maakt het moeilijk om een etiket op dit boek te plakken. Het is deels een roman, deels een autobiografie en deels essayistisch. Ook staan er meerdere briefwisselingen en gespreksverslagen in. De kracht van het boek is dat du Perron de lezer een scherp beeld geeft van het leven in Indië en de hoogoplopende economische en politieke spanningen in Europa tussen de twee wereldoorlogen. Du Perron kiest partij. Hij laat zich in de geest van Multatuli kritisch uit over het koloniale systeem in Nederlands-Indië[1] en staat ook sterk afwijzend tegenover het oprukkende fascisme in Europa.

E. du Perron

Het meest word ik getroffen door de hoofdstukken over zijn jeugdjaren op Java. De hoofdpersoon (Arthur Ducroo = Edgar du Perron) groeit op als enig kind van een autoritaire vader die ondernemer is en een moeder met een groot hart die uit een eerder huwelijk al een zoon heeft.  De kleine Arthur is een eigenwijs, opstandig mannetje dat opgroeit in een koloniaal milieu waarin blanken de dienst uitmaken en ‘inlanders’ volstrekt ondergeschikt zijn. Mensen van gemengd bloed bevinden zich letterlijk in een tussenpositie, terwijl Chinezen een buiten-categorie vormen, enigszins vergelijkbaar met de Joden in vooroorlogs Europa. Arthur gaat met vertegenwoordigers van alle bevolkingsgroepen om, maar leert al jong welke rangen en standen er zijn. De gezagsverhoudingen worden met harde hand gemarkeerd en gehandhaafd: in het gezin, op school en binnen de gehele koloniale samenleving.

 

Parallellen

Halverwege de jeugdherinneringen van Eddy du Perron vallen mij de parallellen met het boek van Murat Isik. Het begint bij de passages waarin staat dat de jonge Arthur veel leest en graag schrijft, en op school een hekel heeft aan Wiskunde. Precies zoals Metin. Maar er zijn meer overeenkomsten: het opgroeien op vreemde bodem, de hardvochtige vader, de moeder die alles bij elkaar houdt, klassenverschillen, discriminatie, vechtpartijen. Het grote verschil is dat Metin een brave knaap is die zich zo onopvallend mogelijk gedraagt (‘wees onzichtbaar’). Zo weet hij bijna geruisloos zijn plek te vinden, terwijl Arthur opstandig is en een buitenbeentje. Zijn gezin verhuist een paar keer op Java, hij gaat naar verschillende scholen, waar het steeds niet goed gaat, en uiteindelijk komt hij in Europa terecht. Wie de levenslijn van du Perron napluist, ziet dat hij later (na de publicatie van dit boek) is teruggegaan naar Indië, maar daar  zijn draai niet kan vinden. In 1939 keert hij terug maar Europa en gaat in Bergen (NH) wonen. Een klein jaar later vallen de Duitsers Nederland binnen. Op 14 mei, de dag van de Nederlandse capitulatie, krijgt Eddy du Perron een hartaanval en sterft.

Samengevat zou je kunnen zeggen: Edgar du Perron, de rusteloze kosmopoliet die overal en nergens thuis is. Die wel een land van herkomst heeft, maar moeite heeft om ergens echt te aarden. Murat Isik, die langzaam maar zeker een vaste plek in zijn land van aankomst[2] heeft weten te verwerven.

 

Actualiteit

Terwijl ik de afgelopen weken deze boeken lees, staan de media vol met berichten over rellende jongeren, Facebook en Zwarte Piet, steekpartijen, het omvertrekken van standbeelden, de bekladding van het Indië-monument. De boeken en de media-berichten staan niet los van elkaar. Ik merk dat du Perron en Isik me helpen om genuanceerd naar deze berichten en de achterliggende vraagstukken van migratie, discriminatie en ons koloniale verleden te kijken. Het zijn incidenten en kwesties die door sommige mensen direct in een goed-fout schema of een wij-zij frame worden geplaatst: ”onze cultuur wordt bedreigd door vreemde invloeden”; “wij worden aangevallen, zij hebben het gedaan”; “wij zijn goed, zij zijn fout”. Het is verleidelijk om snel te oordelen, eenduidige oorzaken aan te wijzen of rigoureuze oplossingen voor te stellen. De verhalen van Murat Isik en Eddy du Perron laten zien dat er geen simpele, eenduidige oorzaken en oplossingen zijn. Het is niet alleen opvoeding, het is niet alleen etniciteit, het is niet alleen godsdienst, het speelt niet alleen in kansarme wijken. Honderd jaar geleden niet en nu evenmin. Het enige wat je met enige zekerheid kunt zeggen is dat het bij al de genoemde incidenten van deze zomer (bijna altijd) om jonge mannen gaat. Knullen als Arthur en Metin, die in deze complexe en gelaagde wereld hun plek en draai moeten zien te vinden. Dat kan flink knetteren en botsen. Dat zie je in het nieuws en dat blijkt ook uit de verhalen van Isik en du Perron. Beide indrukwekkende boeken laten zien dat het jongeren helpt als ze kansen krijgen, erkenning ontvangen, positieve keuzes maken en af en toe wat geluk hebben.

 

[1] De Perron stond bekend als groot kenner van het werk van Multatuli. Een citaat uit het boek dat typerend is voor de stemming onder veel Nederlanders in Indonesië: “een opstandige Javaan was vanzelfsprekend onze vijand. Niet dat mensen als mijn vader vonden dat de Javaan ongelijk had; integendeel, het gold als bewijs van geestelijke vrijheid om onder elkaar te erkennen dat de Companjiesdienaren (VOC) natuurlijk rovers waren geweest en dat ook wij nog altijd niets op Java te maken hadden; dit eenmaal gezegd kon men met de grootste verontwaardiging optreden tegen iedere inlander die niet nederig bij onze meerderheid neerhurkte” (p. 270-271).

 

[2] In die zin zou het boek van Isik ook ‘Het land van aankomst’ kunnen heten, maar Paul Scheffer had die titel al – met een knipoog naar du Perron- in 2013 gebruikt voor zijn bekende publicatie over de multiculturele samenleving.

Groeten uit Zeist #3: de Voedselbank

In een serie blogs over mijn nieuwe woonplaats Zeist dit keer aandacht voor de lokale Voedselbank.

 

Sinds half april ga ik elke donderdagavond naar de Voedselbank. Niet dat ik door de recente aankoop van een huis in Zeist aan lager wal ben geraakt; ik doe dit voor een oudere buurtgenote die slecht ter been is en sinds de corona-crisis amper de deur uit durft te komen. Na een oproep van het buurtcentrum dichtbij mijn huis had ik me aangemeld om tijdens de lockdown een helpende hand te bieden. Na wekenlang niets gehoord te hebben kreeg ik op een middag een telefoontje: of ik die avond voor een buurtgenote naar de Voedselbank wilde gaan. Ik kreeg haar 06-nummer en nam contact met haar op. Na een kennismakingsgesprek ging ik aan het begin van de avond op pad, gewapend met twee grote boodschappentassen. De Voedselbank bleek zich aan de rand van Zeist te bevinden, op een rommelig bedrijventerrein tussen een autowerkplaats en een loods. Voor de deur stond een flinke rij wachtenden. Keurig op anderhalve meter afstand van elkaar. Ik begroette de mensen voor mij met een glimlach die werd beantwoord met vriendelijke hoofdknikken. Even later sloot een jonge vrouw achter mij aan in de rij. We raakten aan de praat. Ze vertelde me dat ze in Amsterdam was geboren en getogen. Na haar opleiding was ze met haar vriend naar de Antillen gegaan om daar een eigen bedrijfje te beginnen. Dat viel door meerdere factoren tegen. Na de geboorte van haar dochtertje begon ze te twijfelen of haar gezin wel een goede toekomst op de Antillen zou hebben en uiteindelijk besloten zij en haar vriend om naar Nederland terug te keren. Dat was in het najaar van 2019. Ze ging hier als kapster aan de slag, op een tijdelijk contract. Door de corona-crisis sloot de kapsalon waar ze werkte. Haar contract werd van de ene op de andere dag beëindigd. Via de kerk kwam ze bij de Voedselbank terecht.

Tijdens ons gesprek was de rij wachtenden flink geslonken. Na een half uur mochten wij samen naar binnen. Ze legde me uit hoe het werkte. Eerst moesten we nog even in een wachtruimte plaatsnemen en daarna zouden we ons één voor één (corona-proof!) moeten melden bij een vrijwilliger die ons in een volgende ruimte zat op te wachten. Toen ik aan de beurt was, legde ik uit dat ik voor een buurtgenote kwam. Mijn gegevens werden genoteerd en ik kreeg te horen dat ik voor 15 punten boodschappen mocht gaan doen. Die punten worden toegekend op basis van de persoonlijke situatie van de betrokkene. Grote gezinnen krijgen meer punten dan alleenstaanden.

Tot voor kort kregen alle bezoekers hetzelfde pakket met als gevolg dat mensen vaak levensmiddelen kreeg waar ze geen behoefte aan hadden (bijvoorbeeld knakworstjes voor vegetariërs). Tegenwoordig loopt iedereen met een vrijwilliger langs de schappen om zelf de benodigde producten te kiezen. Elk product is één of meer punten waard en de vrijwilliger houdt de stand bij. Daarnaast zijn er nog schappen met gratis producten die iedereen zo mag meenemen.

Begeleid door een vrolijke vrijwilliger maakte ik aan de hand van het boodschappenlijstje van mijn buurtgenote ook mijn ronde. Ik vulde twee grote boodschappentassen die ik even later bij haar afleverde. Ze dankte me hartelijk en we spraken af dat ik ook de komende weken voor haar naar de Voedselbank zou gaan.

 

Veel mensen denken dat de Voedselbank een gemeentelijke voorziening is, maar dat is een misverstand. Voedselbank Zeist is een stichting die draait op vrijwilligers. Winkeliers, marktkooplui, telers en supermarkten doneren de levensmiddelen. Hiermee worden niet alleen mensen geholpen, maar wordt ook verspilling van voedsel tegengegaan.

 

 

 

 

In principe komen mensen die leven onder bijstandsniveau in aanmerking voor de Voedselbank. Zij kunnen zich melden bij een maatschappelijke of levensbeschouwelijke organisatie die hun situatie beoordeelt en die bovendien afspraken maakt over het verbeteren van hun positie.

Ik heb de afgelopen tien weken velen van hen gesproken. Openhartig vertelde ieder zijn eigen verhaal. De christelijke vrouw uit het Midden-Oosten die vanwege haar geloof daar niet meer veilig was. De alleenstaande jongeman uit Oost-Afrika die opgeleid wordt tot elektrotechnicus, maar door de corona-crisis geen stage meer kon lopen en zijn bijbaan bij een fast food restaurant verloor. De bijstandsmoeder die eerst haar man verloor en daarna ernstig ziek werd. Het Syrische echtpaar dat moest vluchten voor de terreur van IS. De vertegenwoordiger die na de scheiding van zijn vrouw zijn huis kwijtraakte en in de schuldsanering terechtkwam.

Je zou kunnen zeggen dat we in een welvarend land als het onze geen voedselbanken nodig zouden moeten hebben. Dat we iedereen via het vangnet van onze sociale voorzieningen voldoende kunnen ondersteunen en verder kunnen helpen. In de praktijk blijkt dat lang niet altijd te werken. Er zijn mensen die tussen de wal en het schip vallen. Of die (vaak tijdelijk) in een situatie terecht zijn gekomen waarin alles tegenzit. Voor al die mensen is de Voedselbank een enorme steun in de rug. Een plek waar ze wekelijks hun broodnodige voedselvoorraad kunnen aanvullen. En ook een plek waar ze worden gezien en gekend.

Simone de Beauvoir en Black Lives Matter

 

Op de dag dat George Floyd voor het oog van de wereld bezwijkt onder knie van een politie-agent begin ik net aan een nieuw hoofdstuk van de biografie van Simone de Beauvoir. Op de middelbare school was ik dankzij het vak Frans in aanraking gekomen met het existentialisme en maakte ik kennis met het werk van Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir en Albert Camus. Ik vond hun gedachtegoed over de betekenis van het bestaan heel interessant en heb sindsdien veel boeken van en over hen gelezen. Deze nieuwe biografie, geschreven door de Britse Kate Kirkpatrick, trok mijn aandacht voor de welwillende recensies in de pers. Er valt veel over Simone de Beauvoir en deze biografie te vertellen, maar ik wil me hier beperken tot het hoofdstuk Amerikaanse dilemma’s dat ik na de tragische dood van George Floyd lees, terwijl het Black Lives Matter-protest wereldwijde vormen begint aan te nemen.

In 1947 bezoekt Simone de Beauvoir voor het eerst de Verenigde Staten om een aantal lezingen te verzorgen. Ze begint in die tijd naam te maken in Frankrijk als filosofe en schrijfster. En nu wilde men ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan deze rijzende ster van het existentialisme graag ontmoeten. Het verblijf in de VS dat in totaal vier maanden duurt is een aaneenschakeling van indrukwekkende ervaringen.[1] Het land dat ze kent van boeken en films is in veel opzichten zo anders dan Europa. Met haar blik en haar pen registreert zij zaken die haar opvallen en aan het denken zetten. Een onderwerp dat haar bijzonder treft is de segregatie van witte en zwarte mensen. Het is vooral het echtpaar Wright (een interraciaal stel; erg ongebruikelijk in die tijd) dat haar de ogen opent voor deze problematiek. Simone de Beauvoir komt in New York met hen in contact; het begin van een levenslange vriendschap. Ellen en Richard Wright wijzen haar op het boek An American Dilemma: the Negro Problem and Modern Democracy van de Zweedse socioloog Gunnar Myrdal.

Myrdal die net als de Beauvoir met de blik van een buitenstaander naar de VS keek, beschreef het zogenaamde ‘cumulatieve principe’ van de rassenscheiding: witte mensen hebben eeuwenlang en structureel mensen met een andere huidskleur of afkomst onderdrukt. Vervolgens wijzen zij op de slechtere prestaties van die andere mensen om hun eigen superioriteit aan te tonen. Alleen door het creëren van bewustwording kan dit principe doorbroken worden.

De Beauvoir is onder de indruk van Myrdal’s analyse en legt een verband met een belangrijk thema in haar eigen werk: de positie van de vrouw. In die tijd hebben vrouwen in Frankrijk nog maar net kiesrecht gekregen. Ook in het onderwijs en op de arbeidsmarkt komt er mondjesmaat meer ruimte voor vrouwen. Die ruimte moet bevochten worden en de voorlopers krijgen te maken met vooroordelen, denigrerende opmerkingen en tegenwerking.

Simone de Beauvoir met Richard en Ellen Wright

De openlijke rassenscheiding in de VS en het werk van mensen als de Wrights en Myrdal sterkt de Beauvoir in het idee dat ook vrouwen eeuwenlang in een bepaalde rol en positie worden gehouden: afhankelijk van en inferieur aan mannen. Dat beeld van de vrouw is geschapen door mannen, volgens de Beauvoir. Als vrouwen zich ontwikkelen, carrière maken en zelfstandig zijn, krijgen ze al gauw te horen dat ze daardoor minder vrouwelijk zijn, terwijl bij mannen succes en mannelijkheid juist hand in hand gaan.  Volgens de biografe wilde de Beauvoir ‘voor vrouwen doen wat Myrdal had gedaan voor Afro-Amerikanen… en laten zien hoe racisme en seksisme geworteld zijn in de toevallige omstandigheden van de cultuur‘ (p.259).

Dat doet de Beauvoir door in 1949, twee jaar na haar grote Amerikaanse roadtrip, haar beroemde boek De Tweede Sekse te publiceren. Dit boek wordt de ‘bijbel’ voor de naoorlogse feministische beweging.

Dit alles speelt in de tweede helft van de jaren ‘40. Grote ideeën worden in die tijd nog gedeeld in boeken en via tijdschriften. Met vaak een beperkt bereik. De burgerrechtenbeweging in Amerika moet nog op gang komen. Rosa Parks en Martin Luther King zijn nog onbekende namen. Pas in de jaren ’60 krijgt deze beweging momentum. De beroemde ‘I have a dream’ speech wordt dankzij de komst van de televisie een wereldberoemd statement.

Ook de vrouwenbeweging bestaat in de jaren ’40 nog niet. In Nederland zijn Anja Meulenbelt en Joke Smit zijn nog onbekende namen. Dolle Mina moet nog uitgevonden worden. Ook hier zal het nog enkele decennia duren voordat een breder publiek via de krant en de televisie kennismaakt met gevleugelde teksten als ‘baas in eigen buik’ en ‘er is een land waar vrouwen willen wonen’.[2]

En nu is het 2020. Ruim zeventig jaar na Myrdal, Wright en La Deuxième Sexe. En ruim 50 jaar na Martin Luther King en Joke Smit. Nog steeds worden wereldwijd vrouwen en mensen met een bepaalde huidskleur of etnische achtergrond als tweederangs burgers gezien, gediscrimineerd, aangevallen. Het zijn patronen die niet beperkt blijven tot bepaalde landen of groepen. Seksisme en racisme komen overal voor. En beide vormen van ongelijkheid en onderdrukking blijken diepgeworteld en moeilijk uit te roeien. Dat is soms om moedeloos van te worden. Maar aan de andere kant leven we nu in een tijdperk waarin ieder individu kan filmen, appen en delen. Wat er nu in achterkamertjes en op straat gebeurt kan door iedereen vastgelegd en verspreid worden. Zonder social media zouden #MeToo en BlackLivesMatter niet zo’n grote vlucht hebben genomen.

Dit alles brengt ons weer een stap verder bij het blootleggen en ontmantelen van patronen en praktijken van discriminatie en onderdrukking. Patronen die Simone de Beauvoir en anderen ons lang geleden hebben helpen herkennen.

 

 

[1] Het is tijdens deze reis dat ze Nelson Algren leert kennen, de Amerikaanse auteur met wie ze een gecompliceerde, langdurende lange-afstandsrelatie begint. Op zich biedt hun verhouding ook meer dan genoeg stof om een blog over te schrijven. Misschien doe ik dat later nog eens. Een interessant weetje is dat Algren’s boek A walk on the wild side de inspiratie vormde voor de beroemde song van Lou Reed.

[2]  Voor de volledige tekst met een toelichting, zie : https://www.dbnl.org/tekst/kool007eris01_01/kool007eris01_01_0031.php