Alle berichten van Peter 't Lam

Verkiezingen voor het Europees Parlement: waar gaat het over?

De gemiddelde Nederlander kampt met een enorm gebrek aan feitelijke kennis over de EU. Dat is niet zo vreemd, want de EU vormt een complex geheel van instellingen met ingewikkelde spelregels. De puntentelling bij het Eurovisie Songfestival is daarbij vergelijken een ABC-tje.
Op school leren we nauwelijks hoe de EU in elkaar steekt. Ook media en politici besteden niet veel aandacht aan het geven van tekst en uitleg. Zij belichten liever gekleurde, geprofileerde standpunten. Om het de burger makkelijk te maken worden daarbij schijnbaar eenvoudige keuze-opties voorgelegd: VOOR of TEGEN, Solidair of Superstaat, Samen Sterk of Eigen Baas, Loving of Leaving. Was het maar zo eenvoudig.
Ik schrijf iedere keer dat er verkiezingen zijn een tekst over het hoe en wat van de verkiezing voor mijn kinderen en hun vrienden. Niet om hun stemvoorkeuren te sturen, maar om achtergrondinformatie te geven. Op basis mijn studie Politicologie en mijn promotie-onderzoek naar de EU, mediaberichtgeving en publieke opinie, meen ik daar iets meer dan gemiddeld verstand van te hebben. Ik deel dit keer graag in blog-vorm de (wat bewerkte) tekst die ik eerder aan mijn kinderen stuurde.

 

Overal staan borden met posters die me oproepen om op donderdag 23 mei te gaan stemmen voor het Europees Parlement. Sommige slogans nodigen me uit om VOOR of TEGEN Europa te stemmen. Dat is vreemd. Bij de Provinciale Staten verkiezingen van twee maanden geleden werd ik ook niet uitgenodigd om VOOR of TEGEN Noord-Holland te stemmen. We kiezen namelijk geen geografische eenheden, maar volksvertegenwoordigers. Dit keer zijn dat mensen die namens ons in het Europees parlement gaan zitten en vanuit Brussel en Straatsburg een beetje mogen meepraten en bijsturen. Zij zitten niet echt aan de knoppen. De werkelijke beslissingsmacht ligt bij de gezamenlijke politieke leiders, de ministers en de regeringsleiders van de 28 lidstaten, die samen de grote besluiten nemen. Eigenlijk kunnen we deze politici veel effectiever aanspreken en ter verantwoording roepen via de nationale parlementen dan via het Europees Parlement. En daarmee hebben we meteen een kernprobleem te pakken: hoe zit het met het democratische gehalte van de EU en wat is nu precies de verhouding tussen burgers en Brussel?

 

Vooraf

Laten we bij het begin beginnen. Als er verkiezingen zijn, sta je voor twee keuzes: ga ik stemmen en zo ja, op wie/op welke partij ga ik dan stemmen? Dat geldt ook voor de verkiezing voor het Europees Parlement (EP) op 23/26 mei a.s.[1] Voor veel mensen zijn deze twee keuzes als het om Europa gaat des te moeilijker te maken: de EU is een soort ver-van-mijn-bed-show en weinigen hebben een goed beeld van wat er in Brussel en Straatsburg (in deze laatste plaats vergadert en stemt het EP een week per maand) gebeurt. En bovendien: we kennen de kandidaat Europarlementariërs nauwelijks van naam, laat staan dat we weten wat ze in Europa willen bereiken. Niet erg aantrekkelijk en uitdagend om daarvoor naar de stembus te gaan! Uit opiniepeilingen blijkt dat vooral partijen met een uitgesproken EU-profiel (sterk ’voor’ of ‘tegen’) het goed doen bij de respondenten. Dus in die zin zijn de slogans die op de posters staan goed te begrijpen.

 

Getallen en stemmen

In het Europese Parlement (EP) is plaats voor 26 Nederlandse leden op een totaal van 751.[2] Deze getallen laten zien dat de Nederlandse inbreng in het EP beperkt is. Het betekent ook dat alleen de grotere Nederlandse  partijen kans maken op meer dan 1 zetel. Ter vergelijking: in de Tweede Kamer zitten 150 volksvertegenwoordigers, dus in Den Haag is de kans dat ook kleine partijen een plekje krijgen veel groter.

Om toch invloed uit te kunnen oefenen zitten de Nederlandse Europarlementariërs in politieke groepen of fracties. Zo maken de PvdA-ers deel uit van de PES (sociaal-democraten) en de CDA-ers van de Europese Volkspartij (christen-democraten en conservatieven). Daarnaast is er ook nog een groene fractie, een liberale, een rechts-nationalistische, etc. Deze ordening brengt op zich al bijzondere combinaties met zich mee. Zo zitten de CDA-ers samen met de Italiaanse opvolgers van Berlusconi in één groep, hokken D66 en de VVD in dezelfde liberale fractie en opereert de SP in een groep waarin ook communisten zijn vertegenwoordigd. Het is interessant om te gaan volgen in welke politieke groep de Europarlementariërs van Forum voor Democratie willen gaan zitten. Deze nieuwe partij heeft nog geen vaste plek. Uit onderzoek (www.votewatch.eu) blijkt dat Europarlementariërs tijdens stemmingen vooral de fractie-lijn volgen. Nederlandse EP-leden vormen dus niet een gezamenlijk Nederlands blok, maar stemmen in het EP verdeeld, net als in Den Haag: ze volgen hun  politieke kleur.

 

Verkiezingen leiden niet to een nieuw bestuur

Een groot verschil tussen deze verkiezingen en die voor bijvoorbeeld de gemeenteraad, de provincie of de Tweede Kamer is dat in het geval van EU de verkiezing niet leidt tot een daaruit volgende samenstelling van een nieuw bestuur. Bij Nederlandse verkiezingen, op elk niveau, kiezen we vertegenwoordigers die op lijsten van politieke partijen staan. Daarna gaan die partijen kijken welke partijen samen een meerderheid kunnen vormen op basis waarvan een college van Burgemeester en Wethouders (gemeente), Gedeputeerde Staten (provincie) of Regering (nationaal) samengesteld kan worden. Hoe meer mensen bij Tweede Kamer verkiezingen op de VVD stemmen, des te groter de kans dat de VVD ook in de regering komt. In Europa werkt dat niet zo. De EU heeft namelijk geen regering! In die zin is het wat merkwaardig dat sommige politici toch blijven roepen dat de EU een superstaat is. De EU is geen staat, laat staan een superstaat. De EU-lidstaten zijn vaak juist heel erg verdeeld. De EU kan daarom juist veel moeilijker een vuist maken dan echte superstaten, zoals de VS, China of Rusland. Er zijn dus ook geen regeringspartijen of oppositie-partijen in het Europees Parlement. Hoe meer Nederlanders op 23 mei op het CDA stemmen, des te meer CDA-ers in het Europees Parlement komen en dat is weer een zetje in de rug van de Europese Volkspartij, maar daarmee houdt het op. De Europese instelling die een beetje in de buurt komt van een regering/bestuur is de Europese Commissie. Iedere lidstaat levert één commissaris die zich met één beleidsterrein bezig houdt. Voor Nederland zit Frans Timmermans in de Commissie. De keuze voor Frans Timmermans stond destijds geheel los van de uitslag van de EP-verkiezing, maar had meer te maken met het verdelen van interessante banen tussen de grote politieke partijen in Nederland (Timmermans, prominent PvdA-man, werd benoemd door Rutte II, een coalitie van VVD en PvdA). Nieuw sinds 2014 is de afspraak dat de grootste fractie binnen het EP na de verkiezingen de kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie mag voordragen. Frans Timmermans is druk bezig als om als zogenaamde Spitzen-kandidaat van de Sociaal-democraten (PES) dat voorzitterschap te veroveren. De EVP (de fractie van christen-democratische en conservatieve partijen) hebben de Duitser Manfred Weber naar voren geschoven.

 

Invloed en macht

Hoe groot is de invloed van het Europees Parlement? Deze vraag is niet simpel te beantwoorden. Vast staat dat het EP door de jaren heen steeds meer invloed heeft gekregen. De leden van het EP mogen over steeds meer Europese onderwerpen meepraten en meebeslissen. Die rechten zijn vastgelegd in diverse verdragen die door lidstaten van de EU zijn gesloten (zoals het Verdrag van Amsterdam). In het in 2009 opgestelde EU-Hervormingsverdrag (Lissabon) zijn deze rechten weer verder vergroot. Het EP mag over een groot aantal zaken advies uitbrengen en over steeds meer zaken ook meebeslissen. Ook die meebeslis-onderwerpen zijn vastgelegd. Globaal genomen zijn dit alle onderwerpen waarvan de lidstaten hebben bepaald dat een gezamenlijk beleid wenselijk is en de invloed van de lidstaten beperkt kan worden: milieu, markt, consumentenzaken, landbouw, voedselveiligheid, transport, etc. Meer nationaal-gevoelige zaken als belasting, onderwijs, buitenlands beleid, cultuur, politie/justitie blijven vooral buiten de invloedssfeer van het Europees Parlement. De EU gaat dus niet over onze pensioenen, zoals je de mensen van 50Plus wel eens hoort roepen. Al met al heeft het EP duidelijk minder macht dan de nationale parlementen in de lidstaten.

In tegenstelling tot de Tweede Kamer (en andere parlementen) mag het Europees Parlement niet zelf met wetsvoorstellen komen. Alle wetsvoorstellen zijn afkomstig van de Europese Commissie. Vervolgens mag het EP (afhankelijk van het onderwerp) een advies uitbrengen of een besluit nemen en uiteindelijk wordt het voorstel besproken in de Raad van Ministers die een uiteindelijk besluit neemt. Die Raad van Ministers wisselt steeds van samenstelling, afhankelijk van het onderwerp. Als het om een milieu-voorstel gaat zijn het de 28 ministers van Milieuzaken van alle lidstaten. Gaat het om transport, dan komen alle 28 ministers van Verkeer bijeen (dus per lidstaat één minister). Zo moet Cora van Nieuwenhuizen, de Nederlandse minister van Infrastructuur, een paar keer per jaar met haar Europese collega’s stemmen over Europese verkeersvoorstellen. Over die voorstellen heeft dus het Europees Parlement mee mogen praten en meedenken. Maar natuurlijk kan ook de Tweede Kamer Cora van Nieuwenhuizen nog eens flink aan de tand voelen over wat zij allemaal bekokstooft met haar collega’s in Brussel. De praktijk laat zien dat leden van de Tweede Kamer die kans vaak laten lopen, of pas wakker worden, als de handtekeningen in Brussel zijn gezet. En dat terwijl het Verdrag van Lissabon voorziet in een gele kaart procedure. Als nationale parlementen vinden dat Europese voorstellen beter op nationaal niveau opgepakt en ingevuld kunnen worden kunnen zij de Europese Commissie een halt toeroepen.[3]

Dan is er tenslotte nog nog een speciale club die behoorlijk wat invloed heeft in de EU: dat is de vergadering van regeringsleiders en staatshoofden (de Europese Raad). Enkele keren per jaar komen Rutte, Macron, Merkel en alle andere politieke leiders van de lidstaten bijeen om over grote zaken te spreken: hoe gaan we de klimaatproblematiek te lijf, hoe staan we tegenover de Brexit, hoe gaan we om met de migratiestromen, etc. Tijdens dergelijke Top-bijeenkomsten worden vaak vergaande besluiten genomen. En het Europees Parlement heeft daar geen greep op. Dat gebeurt gewoon naast de standaard-procedures van Brussel en Straatsburg. Ook op dit punt heeft de Tweede Kamer eigenlijk meer invloed, omdat Rutte wel in Den Haag ter verantwoording geroepen kan worden, maar niet in Brussel of Straatsburg.

 

Waar gaan de verkiezingen van 23 mei over?

Strikt genomen (en zuinig gezegd) gaat het bij de EP-verkiezingen dus om de verdeling van 26 Nederlandse zetels waardoor het Europese Parlement een tikje socialer, christelijker, liberaler of rechts-nationaal kan worden. Daardoor worden de wetsvoorstellen van de nieuwe Europese Commissie met een iets meer sociale, christelijke, liberale of rechts-nationale blik bekeken en beoordeeld. Dat is dus niet heel wereldschokkend, maar aan de andere kant kun je zeggen dat het goed is dat de EU ook in toenemende mate door een democratisch orgaan als het EP wordt gecontroleerd en ingekleurd. Anders zouden de Europese Commissie en de Raden van Ministers zonder Europese, democratische toets hun werk doen. Nergens ter wereld opereert een soortgelijk parlement dat over landsgrenzen heen bepaalde rechten en machtsmiddelen heeft.

 

In bredere zin gaat het op 23 mei om wat wij eigenlijk met de Europese Unie willen. De kiezers kunnen een signaal afgeven over hoe zij de EU het liefst ingericht willen zien. Er bestaan daarbij grofweg drie opties:

Visie één: de EU is hard nodig om gezamenlijk internationale problemen aan te pakken. Milieu, de opkomst van China, de politiek van Poetin, migratie, energie: het vinden van juiste antwoorden daarop werkt alleen als lidstaten goed samenwerken en een deel van hun speelruimte opgeven aan de EU en daarmee ook het EP meer bevoegdheden geven. Kortom: intensieve samenwerking op een groot aantal terreinen.

De tweede visie is: de EU is in de kern een goed idee, maar het geheel moet niet verder groeien. Het moet beter, maar niet meer. Niet nog meer landen erbij en niet nog meer beleidsterreinen.

Visie drie: we moeten net als de Britten de EU verlaten. De EU is een te machtig, te bureaucratisch systeem; de lidstaten hebben te veel van hun soevereiniteit verloren en moeten weer baas in eigen huis worden.

Wat mij betreft gaat het Europese project niet om de vraag of begrotingstekorten een procentje meer of minder mogen bedragen. En ook niet om krappere of royalere visquota. Zelfs het berekenen van eventuele kosten van de euro of baten van Europese samenwerking gaan voorbij aan de essentie. Het wezen van Europese samenwerking is de vraag hoe Europese staten en burgers zich tot elkaar willen verhouden. Die vraag is niet met Ja of Nee te beantwoorden. Als we die vraag ontleden, komen we op drie sub-vragen uit:

–          Met wie willen we samenwerken (kwantitatief)

–          Op welke terreinen willen we samenwerken (kwalitatief)

–          Tot op welke hoogte willen we samenwerken (institutioneel)

Waar de EU zich bewijst en waar de EU relevant is, kan het een stapje steviger of verder. Waar de EU zich niet bewijst of geen toegevoegde waarde heeft, moet Europese samenwerking worden heroverwogen of teruggedraaid. Politieke partijen zouden zich vooral daarover moeten uitspreken. Daarbij moeten ze de feiten laten spreken en de stereotypen en de zwart-wit schema’s achter zich laten. We zijn ons in Nederland gaan realiseren dat de EU van invloed is, maar we moeten ook beseffen dat wij (als land, als provincie, als burgers) daarin een rol spelen. We zijn daar zelf bij, en we kunnen daar ook zelf (een beetje) over meepraten en meebeslissen. Op 23 mei, maar ook als er weer verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn, of zelfs voor de Provinciale Staten.

 

Meer weten?

 

Ik kan iedereen die feitelijke informatie over de EU zoekt deze website aanbevelen:

www.europa-nu.nl

 

Verder heb ik vijf jaar geleden (in de aanloop naar de EP-verkiezingen van 2014) een aantal beschouwende blogs over de EU geschreven. Voor de liefhebber:

 

Kiezen voor Europa (serie): Introductie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=246
Kiezen voor Europa (serie): Proloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=248
Kiezen voor Europa (serie): Geografie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=293
Kiezen voor Europa (serie): Geschiedenis http://phaests.nl/phaestus.nl/?p=308
Kiezen voor Europa (serie): Economie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=319
Kiezen voor Europa (serie): Cultuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=326
Kiezen voor Europa (serie): Politiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=332
Kiezen voor Europa (serie): Epiloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=337

 

[1] Opmerkelijk genoeg gaan niet alle inwoners van de 28 EU-lidstaten op dezelfde dag naar de stembus. Nederlanders stemmen op donderdag, terwijl in andere landen dat soms op vrijdag of op zaterdag of zondag gebeurt. Dus pas op zondag 26 mei krijgen we het totaalbeeld voor de hele EU.

[2] Ook opmerkelijk: in Groot-Brittannië is de regering van Theresia May er niet in geslaagd de Brexit binnen het vastgestelde tijdpad (en voor de EP-verkiezingen) te realiseren. De Britten doen dus ook mee aan de verkiezingen voor het EP, terwijl de kans bestaat dat ze over een paar maanden uit de EU treden. Als dat gebeurt vertrekken alle Britse leden uit het Europees Parlement en krijgen alle overige lidstaten en dus ook Nederland er een paar zetels bij.

[3] Hangt samen met het zgn.subsidiariteitsbeginsel.

Communiceren luistert nauw

Deze tekst heb ik geschreven op uitnodiging van Nederland Luistert.

 

Samen met een collega begeleid ik een afstudeerkring waarin acht tot tien studenten (HBO-communicatie) om de twee weken de voortgang van hun afstudeerwerk bespreken. Het voordeel van deze bijeenkomsten is dat we op vaste tijden bij elkaar komen om vragen en zorgen, successen en frustraties met elkaar te delen. De afstudeerfase is een lang, individueel traject, maar dankzij de kring hebben alle studenten toch een gemeenschappelijke thuisbasis.

Een van de deelnemers is Suzy. Zij doet onderzoek naar uitkeringsgerechtigden in een middelgrote gemeente. De gemeente stuurt deze mensen elke maand een flyer met informatie en tips. De gemeente het idee heeft dat deze flyers slecht gelezen worden. Uitkeringsgerechtigden blijken vaak niet goed op de hoogte van allerlei regelingen en activiteiten, terwijl hierover wel via de flyers met hen is gecommuniceerd. Aan Suzy de opdracht dit nader te onderzoeken en met voorstellen te komen om de communicatie te verbeteren.

Suzy is twee maanden geleden met deze opdracht begonnen. Tijdens een kringbijeenkomst vertelt ze dat ze worstelt met haar onderzoek. Ze heeft een enquête uitgezet onder haar doelgroep, maar ze heeft slechts twee ingevulde vragenlijsten retour ontvangen. Al snel komen de kringgenoten met suggesties om de respons te verhogen: door Facebook in te zetten, of door vragenlijsten uit te delen op de wekelijkse markt. Dan zegt opeens een student: “volgens mij moet je geen enquête gebruiken;  je moet met die mensen gaan praten. Zij zitten kennelijk niet te wachten op de flyers van de gemeente en klaarblijkelijk ook niet op vragenlijsten. Maar ze zullen ongetwijfeld heel wat op- en aan te merken hebben op de gemeente. Dat kom je het beste te weten door met ze aan tafel te gaan zitten”. Suzy vindt het een goed idee en zegt dat ze ermee aan de slag zal gaan.

Twee weken later vertelt Suzy tijdens de kringbijeenkomst enthousiast dat ze met meerdere uitkeringsgerechtigden heeft gesproken. Ze had in samenspraak met de gemeente bij de servicebalies op het gemeentehuis een tafel ingericht waar wachtende uitkeringsgerechtigden een kopje koffie konden komen drinken. Diverse mensen waren bij haar aangeschoven en er was niet veel nodig om hen aan het praten te krijgen. Ze vonden het fijn dat er iemand was aan wie zij hun verhaal kwijt konden. Voor Suzy gingen er werelden open. Zij had zelf eigenlijk geen goed beeld van uitkeringsgerechtigden, maar na deze gesprekken snapte ze veel beter welke verschillende zaken er bij deze mensen spelen. De belangrijkste conclusie was dat elke uitkeringsgerechtigde zijn eigen verhaal heeft, zijn eigen wensen en problemen. Mensen willen gehoord worden en ze hebben maatwerk nodig, geen uniforme flyer.

De kringgenoten luisteren geboeid naar Suzy’s ervaringen. Dan zegt een student iets opmerkelijks: “in feite is jouw onderzoek al het begin van de oplossing. Jouw enquête werkte niet, omdat dat niet bij deze mensen past. De gesprekvorm werkte wel, omdat het mensen de kans bood om hun verhaal te vertellen”.

Deze ervaring leerde mij dat wij doorgaans te strikt een grens aanbrengen tussen de onderzoeksfase en de oplossingsfase. Het bijzondere daarbij is dat we oplossingen zoeken om in de toekomst beter te communiceren met een doelgroep, maar dat we vaak de kans laten liggen om ook al te communiceren met de doelgroep in de onderzoeksfase. Ook de onderzoeksfase biedt communicatie-kansen. Ook dan passen we vormen van communicatie toe (vragenlijst, koffie-gesprek, interview). De vakliteratuur geeft aan dat in de oplossingsfase rijkere vormen van communicatie de voorkeur verdienen: interactie, authenticiteit, verbinding. Waarom passen we die rijkere vormen dan ook niet in de onderzoeksfase toe? Waarom sturen we mensen enquêtes, terwijl we ook in gesprekken kunnen luisteren naar wat ze te vertellen hebben?

Als we de waarde van communicatie ook goed weten toe te passen in de onderzoeksfase, wordt communicatie een doorlopend proces van luisteren, waarnemen en uitwisselen, in plaats van een opgeleverd product dat de output is van een non-communicatief voortraject.

Zie ook:

https://nederland-luistert.nl/portfolio-item/communiceren-luistert-nauw/

Stop de verengelsing!

 

Bij alle commotie rondom de Brexit is één aspect onderbelicht gebleven. Het is een kwestie die grote gevolgen zal hebben voor Nederland, en dan met name voor een aantal gemeenten. Het is een zaak die geregeld moet worden voordat er een definitieve Brexit-regeling tot stand komt. De kwestie heeft bovendien een bredere context: de toenemende zorg om de verengelsing van onze maatschappij. In sommige bedrijfstakken is Engels de voertaal, op social media overheerst het Engels, jongeren kunnen geen zin uitspreken zonder woorden als ‘awkward’, ‘shit’ of ‘oh my God’ en ook in het hoger onderwijs wordt het Nederlands verdrongen door het Engels. Onlangs publiceerde een grote groep hoogleraren een brief waarin leden van de Tweede Kamer worden opgeroepen de verengelsing van het hoger onderwijs terug te dringen (zie: https://www.beteronderwijsnederland.nl/nieuws/2019/03/oproep-tk-nederlands-volledig/ )

Vanwege de naderende Brexit en de toenemende verengelsing van onze samenleving wil ik het vraagstuk van Engelstalige plaatsnamen onder de aandacht brengen. In Nederland hebben meerdere gemeenten een Engelse naam. Daar moet een einde aan komen. Plaatsen als Goes en Made moeten herdoopt worden en Nederlandse namen krijgen. Dat versterkt ons nationale bewustzijn en is een goed medicijn tegen de oprukkende oikofobie.

Als de Britten niet meer met ons willen samenwerken in EU-verband, maar wel hun taal aan ons opdringen, moeten wij paal en perk stellen.

Ik heb een inventarisatie gemaakt van alle Engelstalige plaatsnamen in Nederland: Bath, Bathmen, Born, Enter, Goes, Grave, Loo, Made, Mill, Nutter en Well.

Daarnaast zijn er nog plaatsnamen die zo maar als Engelstalig opgevat zouden kunnen worden: America, Best, Erica en Monster

Laten we deze plaatsen een nieuwe, Nederlandse naam geven. Om het de regering en de betrokken gemeentebesturen makkelijk te maken heb ik al bedacht welke welluidende Nederlandse namen deze plaatsen zouden kunnen krijgen.

America > Steeds

Bath > Badplaats

Bathmen > Zwemmersdam

Best > Bovenal

Born > Geboorteplaats

Enter > Nieuwe Regel

Erica > Terpstra

Goes > Gaandekerke

Grave > Begraafplaats

Loo > Watergat

Made > Werkplaats

Mill > Malingen

Monster > Schrikke

Nutter > Kierewiet

Well > Bron

Mooie Nederlandse namen die passen bij onze nationale waarden. Namen waar we trots op mogen zijn.

Ik zal de minister van Cultuur een brief sturen met het dringende verzoek tot wijziging van deze plaatsnamen over te gaan. Ik geef haar daarbij ook ter overweging haar eigen naam te veranderen. Van Engelshoven: een ongepaste naam voor een lid van de Nederlandse regering.

 

 

 

P.S. 1: opmerkelijk duo’s bij de Engelstalige plaatsnamen:

Enter en Goes  (een variant op Remain en Leave)

Born en Grave (van de wieg tot het graf)

 

P.S. 2: ik ben het overigens inhoudelijk zeer met de oproep van Beter Onderwijs Nederland eens.

Openbare klapsigaren, luizenmoeders en fundamentalisten

 

“Zou er dan alleen openbaar onderwijs moeten bestaan? Ik neig daar steeds meer toe.”

 

Als kind van Nederlands-Hervormde ouders ging ik begin jaren ’60 naar een lagere school met een protestants-christelijke signatuur. Een school-met-de-bijbel. Katholieke kinderen (door ons aangeduid als ‘katholieke elastieken’) gingen naar RK-scholen. Niet-gelovigen gingen naar het openbaar onderwijs; wij noemden die kinderen ‘openbare klapsigaren’. We leefden in gescheiden werelden, want niet alleen de scholen, maar ook de winkels, sportclubs en maatschappelijke organisaties in het dorp van mijn jeugd kenden levensbeschouwelijke scheidslijnen. Pas toen ik ging studeren begon ik om te gaan met leeftijdsgenoten met een andere achtergrond. Die elastieken en klapsigaren bleken reuze mee te vallen.

Nu, ruim vijftig jaar later, kijk ik met de nodige verwondering op die tijd terug. Wat een verkokering, wat een hokjesgeest. Natuurlijk, binnen je eigen hokje was er saamhorigheid en herkenning, maar het was ook benauwend; alles wat anders was stuitte op onbegrip of werd ronduit verketterd. Het was toen vanzelfsprekend, maar de tijden zijn veranderd. De verzuiling lijkt voorbij. Volgens het CBS is minder dan de helft van de Nederlanders nog gelovig.[1] Maar toch hebben de meeste gemeenten nog altijd een aanbod van openbare, katholieke en protestantse scholen. Is dat nog wel van deze tijd?

Zo nu en dan laait de discussie op of we als samenleving nog wel ruimte moeten bieden aan scholen met een levensbeschouwelijke grondslag. Vaak als reactie op een specifiek incident: een streng-christelijke school die geen homo-docent wil aanstellen, een orthodox-joods school die een misbruik-affaire in de doofpot wil stoppen, een bijzondere school die bepaalde kinderen niet wil toelaten of een islamitische school die verdacht wordt van banden met fundamentalisten.

Om dergelijke uitwassen tegen te gaan zouden we simpelweg alle scholen voor confessioneel bijzonder onderwijs kunnen sluiten. Die gedachte borrelt de laatste jaren steeds vaker bij mij op, maar ik weet ook dat  je daarmee een fundamentele vaderlandse kwestie oprakelt die al twee eeuwen oud is. De 19e eeuwse schoolstrijd is in hoge mate bepalend geweest voor de vormgeving van de sociale, culturele en politieke verhoudingen in Nederland. De Franse tijd (1795-1813) had een scheiding van kerk en staat met zich meegebracht. Onderwijs werd gezien als een principieel openbare kwestie. Voor bijzonder onderwijs werd geen geld beschikbaar gesteld. In de loop van de 19e eeuw groeide het verzet tegen deze achterstelling. In protestantse en katholieke kringen werden verenigingen opgericht om naast openbaar onderwijs ook vormen van bijzonder onderwijs mogelijk te maken. Deze verenigingen groeiden geleidelijk uit tot politieke partijen die de strijd aanbonden met de liberalen en socialisten die voorstanders waren van openbaar onderwijs. Uiteindelijk werd in 1917 het bijzonder onderwijs grondwettelijk gelijkgesteld aan het openbaar onderwijs en kregen bijzondere scholen evenveel overheidsfinanciering als openbare scholen. Er was hierbij echt sprake van een polder-oplossing: de confessionele partijen kregen eindelijk hun zwaar bevochten vrijheid van onderwijs en de socialistische zuil sleepte de invoering van het fel begeerde algemeen kiesrecht uit het vuur. Deze deal ging de geschiedenisboeken in als ‘de Pacificatie’.

Als je nu een verbod zou invoeren op confessioneel onderwijs grijp je in op verhoudingen die diep in de Nederlandse samenleving zijn geworteld. Daarmee vergeleken is de zwarte-pieten-kwestie slechts kinderspel.

Toch denk ik dat we het gesprek hierover niet uit de weg moeten gaan.

Hoe ver mag de vrijheid van onderwijs gaan? De besturen van die bijzondere scholen bestaan uit mensen die meestal nog wel een band hebben met de levensbeschouwelijke grondslag van de school, maar veel ouders en hun kinderen niet. Die besturen hebben de mogelijkheid om naar eigen inzicht leerlingen al dan niet toe te laten, om leerkrachten en schoolleiders met een andere achtergrond te weren, om een bepaalde levensvisie uit te dragen. Die keuzes worden vaak weloverwogen en integer gemaakt, maar ze kunnen soms ook ingaan tegen wat wij breed-maatschappelijk aanvaardbaar vinden en in enkele gevallen zelfs strijdig met de grondwet zijn. Dan blijken er eigenlijk geen wezenlijke machtsmiddelen bestaan om die besturen aan te pakken en die scholen te sluiten. Want er bestaat nu eenmaal vrijheid van onderwijs. En die vrijheid is ook vastgelegd in de grondwet. Ruim honderd jaar geleden. Dat is nu precies waarom het af en toe zo wringt.

Het staat ouders natuurlijk vrij om hun kinderen religieus op te voeden en te vormen. Maar dat is een privé kwestie. Daar heb je geen regulier onderwijs voor nodig. Buiten schooluren kunnen ouders hun kinderen meenemen naar de kerk en de zondagsschool, naar een koranschool sturen of op Joodse les doen. Zoals kinderen ook buiten schooltijd vioolles hebben of bij een club gaan voetballen. Dat zijn allemaal keuzes die ouders en hun kinderen in volle vrijheid (en voor eigen rekening) mogen maken. Onderwijs is van een andere orde. Onderwijs dient een algemeen belang. Dat vinden we met elkaar zo belangrijk dat er voor leerlingen een leerplicht bestaat en dat we het betalen uit algemene middelen.

Zou er dan alleen openbaar onderwijs moeten bestaan[2]? Ik neig daar steeds meer toe. Het is tijd om het scholen op levensbeschouwelijke grondslag af te gaan bouwen.  Een onderwijstransitie zoals we nu ook een energie-transitie hebben. Dat zal niet alle problemen oplossen. Ook aan strikt openbaar onderwijs kunnen nadelen kleven. Als openbare scholen een soort bleke, neutrale eenheidsworst-instituten worden, wordt het moeilijk om je daar als ouders en kinderen mee verbonden te voelen. En als men op die scholen angstvallig elke verwijzing naar religie of levensbeschouwing uit de weg gaat, krijg je onwezenlijke en ongemakkelijke situaties zoals die in de recente aflevering van De Luizenmoeder over het vieren van het Kerstfeest pijnlijk werden getoond. (https://www.npo3.nl/de-luizenmoeder/03-03-2019/AT_2116135 ).

Maar dat moet ons er niet van weerhouden om de weeffout die de vrijheid van onderwijs nu kent aan te gaan pakken.

Ik eindig met het slotwoord uit de scriptie van mijn vader die hij ruim vijftig jaar geleden schreef over openbaar en bijzonder onderwijs. Hij was als betrokken gelovige een warm voorstander van bijzonder onderwijs, maar zocht ook naar wegen om de kloof tussen bijzonder en openbaar onderwijs te verkleinen.

 

“De Nederlandse schoolstrijd is wel eens onze tweede tachtigjarige oorlog genoemd. Het verdrietige is echter, dat het in deze strijd niet in de eerste plaats ging om opvoedingsidealen, maar om kerkelijk-politieke belangen. De schoolstrijd werd een machtsstrijd, die onze samenleving gestempeld en vele onderlinge verhoudingen vergiftigd heeft. Goddank, er zijn tekenen, die er op wijzen dat men over en weer in de kringen van onderwijs bezig is met een diepgaande bezinning op de eigen grondslagen, en dat men in een groeiend besef van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid veel meer oog heeft voor wat ons verbindt, dan voor dat wat ons gescheiden houdt”.

 

[1] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2018/43/meer-dan-de-helft-nederlanders-niet-religieus

[2] Ik weet dat er ook algemeen bijzonder onderwijs bestaat, niet op levensbeschouwelijke basis, maar gebaseerd op onderwijskundige-pedagogische inzichten. Denk aan montessori- en dalton scholen. Ik laat deze scholen hier buiten beschouwing.

Ik ging naar Brussel om Jacques Brel te zien

 

“Het zijn juist de Franstaligen die Vlaanderen op de kaart hebben gezet. En Brel was een van hen”

 

Ik ging naar Brussel om Jacques Brel te zien. Althans, naar het charmante Jacques Brel museum aan de Oud Korenhuis-straat. Het was een aanrader van mijn broer Jan die al veertig jaar in Bussel woont en weet dat ik een fan van deze beroemde Belgische zanger ben. Het museum, Editions Jacques Brel, is sinds een paar jaar open en herbergt een intieme collectie in een paar bescheiden ruimtes. Het museum roept een jaren ’60 huiskamersfeer op en laat het belang zien van België en Brussel als inspiratiebronnen voor het werk van Brel.

Met mijn broer Jan als ideale stadsgids stapte ik de hal van het museum binnen. Ik bestelde twee kaartjes, maar de jonge vrouw bij de kassa bleek geen Nederlands te spreken. Ik schakelde daarom over naar mijn beste school-Frans. Jan mengde zich al snel in het gesprek en maakte met een kwinkslag duidelijk dat hij in een dergelijk cultureel centrum een ontvangst in correct Nederlands had verwacht. Mijn broer had op dit punt recht van spreken. Hij is docent Nederlands (volwassenen-onderwijs) en heeft veel Franstalige klanten die voor hun werk voldoende uit de voeten moeten kunnen met de Nederlandse taal. Bij overheidsorganisaties en openbare gelegenheden is tweetaligheid een vereiste, zeker in Brussel. In die zin is mijn broer iemand die geld verdient aan de Belgische taalstrijd. De kaartverkoopster beaamde dat haar talenkennis tekortschoot en dat ze ook maar eens bijles moest gaan nemen. Afgeleid door dit vrolijke intermezzo overhandigde ze ons per ongeluk twee kaartjes voor de Brel-wandeling in plaats van de Brel-tentoonstelling. Dat leverde van onze kant opnieuw plagerige commentaren op. Met een rood hoofd gaf ze ons vervolgens de juiste kaartjes en de bijbehorende audio-tour apparaten en konden we de tentoonstelling gaan bekijken.

In een van de zaaltjes las ik op een tekstbordje iets wat mij compleet verraste. Jacques Brel werd daar aangeduid als Brusselaar van Vlaamse afkomst. Ik had hem altijd gezien als een Waal, omdat hij Franstalig was. ‘Klopt dat wel?’ fluisterde ik naar mijn broer. ‘Ja’ zei Jan, ‘ik leg het je zo wel uit’. Een half uur later zaten we met een lekker glas bier op een terras aan de Boulevard Anspach. De doorgaans zo drukke verkeersader was tot mijn verrassing omgetoverd tot een voetgangersgebied waar wandelaars, skaters en fietsers vrij baan hadden.

Na een paar slokken begon mijn broer uit te leggen dat er in België inderdaad Franstalige Vlamingen zijn. Deze mensen hebben hun familiewortels in Vlaamse (of Brabantse) grond, maar spreken Frans. Over het algemeen gaat het om families uit hogere milieus die zich in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw liever associeerden met de hoger geachte Franse cultuurwereld dan met het weinig tot de verbeelding sprekende Nederland en de schraperige Nederlandse taal die in België in allerlei lokale dialecten werd vertolkt.

Eenmaal bij hem thuis duwde mijn broer me wat boeken van zijn vriend en België-kenner bij uitstek Benno Barnard in handen. Ik begon te bladeren en ontdekte een wondere wereld.

 

Frans was de taal van de upper class in heel België, dus ook in de Vlaamse gewesten. De kinderen uit deze Franstalige families leerden wat woordjes Vlaams op straat, van hun dienstmeisjes of op de dorpsschool. Het middelbaar onderwijs in de 19e eeuw was in geheel België uitsluitend Franstalig en werd alleen door scholieren uit hogere kringen bezocht. Deze Franstalige Belgen probeerden zich te spiegelen aan of te wedijveren met de intellectuelen en de elites in Frankrijk. Velen zouden tot hun ongenoegen ervaren dat de Fransen toch bleven neerkijken op deze tweederangs Franstaligen met hun licht afwijkende tongval en bijzondere woordenschat. Ze waren weliswaar Franstalig, maar bleven buitenbeentjes. Enkelen slaagden er desondanks in de harten van Frankrijk en de wereld te veroveren met hun verhalen, schilderijen en liederen, zoals de schrijver Maurice Maeterlinck (Nobelprijswinnaar in 1911), de dichter Emile Verhaeren en de zanger Jacques Brel. Opvallend genoeg vormt het traditionele, provinciale leven een rode draad in hun werk: het dorp, het buitenleven, het platteland. Daarmee waren het juist de Franstaligen die het rijke Vlaamse (Bourgondische) verleden ophemelden en het leven op het Vlaamse platteland romantiseerden.

In de woorden van Benno Barnard: “In de tijd van Verhaeren ontstond er een beeld van Vlaanderen dat vooral diende om de Franstaligen te onderscheiden van de inwoners van de Franse republiek. Ze waren anders….Dat mythische volkje was ooit rijk geweest, in de Bourgondische tijd, en had toen grote schilders, musici en schrijvers voortgebracht.”

Barnard durft de conclusie aan dat ‘Vlaanderen’ in de moderne zin van het woord, als cultuurhistorische eenheid eigenlijk een uitvinding is van de Franstalige bourgeoisie. Het zijn juist de Franstaligen die Vlaanderen op de kaart hebben gezet. En Brel was een van hen.

Beduusd legde ik de boeken opzij. Mijn kijk op Brel was veranderd, verrijkt, verfijnd. Ik dacht dat hij een Waal was die af en toe ook over Vlaanderen zong. Om de mensen aan de andere kant van de taalgrens een plezier te doen. Maar Vlaanderen zat dieper in zijn hart dan ik wist. Zijn tekst “le plat pays qui est le mien” moest letterlijk worden opgevat.

Brel en zijn oeuvre passen niet aan één kant van de simpele tweedeling Franstalig-Nederlandstalig, maar overstijgen deze juist. Hij is niet alleen die geweldige Belgische zanger die zo sterk zijn gedachten en gevoelens weet over te brengen (zoals ik hem altijd zag). Dit bezoek aan Brussel liet me inzien dat hij een soort Franstalige ambassadeur van het Nederlandstalige deel van België is geweest.  Brel, de paradoxale Belg par excellence. Een zanger die in alle Belgische gewesten een sentiment weet op te roepen dat bruggen zou moeten slaan, maar wiens diepere betekenis tegenwoordig helaas geen weerklank vindt bij de fanatici in hun loopgraven aan weerszijden van de taalgrens.

 

Aan het einde van die mooie Brusselse dag omhelsde ik mijn broer en nam ik afscheid. Eenmaal onderweg naar huis realiseerde ik me dat mijn broer op zijn manier, met zijn taallessen, net als Brel een bijdrage levert aan het overwinnen van barrières en het bij elkaar brengen van mensen. Dat moet ik hem nog eens zeggen.

 

 

Naschrift:

  1. Ik ken geen Nederlandse schrijver die zo veel en verhelderend over België heeft geschreven als Benno Barnard. Hij kan ook geweldig mooi en aanstekelijk over poëzie en dichters schrijven. Benno is de zoon van Willem Barnard die dominee was (wij gingen vroeger bij hem naar de kerk) en die gedichten schreef onder de naam Guillaume van der Graft. Voor dit blog heb ik de boeken Dichters van het Avondland (2006) en Mijn gedichtenschrift (2015) van Benno Barnard geraadpleegd.

 

  1. Maurice Maeterlinck is de bedenker van de namen Tyltyl en Mytyl. Het zijn personages in zijn sprookjesboek L’oiseau blue. Het verhaal is meerdere keren verfilmd. De namen Tyltyl en Mytyl zijn in Nederland gebruikt als soortnamen voor bepaalde schooltypen voor meervoudig gehandicapte kinderen.

Pijl en logo

 

Al jarenlang besteed ik tijdens de colleges Inleiding Communicatie aandacht aan logo’s. Aan de reacties van de studenten te merken is dat een populair onderwerp. Ik begin de bijeenkomst met de vraag wie er regelmatig met de trein reist. Ik roep vervolgens een van hen naar voren en vraag hem/haar het logo van de NS na te tekenen. Dat lijkt een eenvoudige opdracht, maar de ervaring leert dat het minder eenvoudig is dan je zou denken. Iedereen kent het logo, maar het uit je hoofd correct natekenen lukt de meesten niet. Vanuit de klas klinken allerlei aanwijzingen, wat het eindresultaat er meestal niet beter op maakt. Als de klas dankzij het NS-logo is opgewarmd doe ik een logo-quiz (op het internet zijn diverse varianten te vinden). Je ziet van een aantal logo’s slechts een fragment en moet dan raden om welk logo en welk merk het gaat. De studenten doen altijd enthousiast mee en zijn hier meestal erg goed in.

 

Deze twee appetizers vormen een mooi opstapje om daarna met elkaar te praten over de betekenis van logo’s, de relatie tussen logo en organisatie-identiteit en het belang van visuele communicatie. Tijdens het college laat ik nog een aantal opmerkelijke logo’s zien die ik in de loop van de tijd heb verzameld. Inmiddels heb ik een goed gevuld bestand op mijn laptop staan die ik heb gerangschikt op thema: logo’s  met dieren, logo’s in zwart-wit, logo’s die verwijzen naar kunst, logo’s met mensfiguren, logo’s met een directe verwijzing naar het product, abstracte logo’s, etc. Aan het einde van het college laat ik de studenten een aantal criteria formuleren waar goede logo’s aan moeten voldoen. Vrijwel altijd komen ze op de volgende voorwaarden uit: duidelijk, origineel, aantrekkelijk en passend bij de organisatie.

Sinds kort heb ik er een nieuwe categorie bij: logo’s met pijlen. Ik moest namelijk laatst op een dag heen en weer rijden van mijn woonplaats Amstelveen naar Zuid-Limburg. Ik zat in totaal vijf uur achter het stuur en halverwege de heenweg begon ik opeens te letten op de logo’s van de vele vrachtwagens die ik zag passeren. Je zou dat een vorm van beroepsdeformatie kunnen noemen. Hoewel ik logo’s in allerlei soorten en maten tegenkwam, sprong één dominante factor in het oog: op veel vrachtwagens stond een dubbele pijl.

Op de terugweg begon ik de pijlen-logo’s die ik tegenkwam langs de meetlat van mijn studenten te leggen. De meeste waren voldoende duidelijk. Slechts enkele vond ik aantrekkelijk (hoewel dat natuurlijk een kwestie van smaak is). De dubbele pijl is natuurlijk passend voor een vervoersbedrijf. Deze vrachtwagens gaan van A naar B en weer terug. Dat kun je treffend afbeelden met een dubbele pijl. Het grootste knelpunt bleek de originaliteit. Als zoveel bedrijven een dubbele pijl in hun logo hebben, hoe onderscheidend ben je dan nog?

Op een gegeven moment zag de dubbele pijl ook op de Flixbus die op de andere weghelft reed. En het schoot me te binnen dat het NS-logo ook twee pijlen bevat. Dat maakte het geheel nog minder origineel. De hele vervoersbranche gebruikt dubbele pijlen.

Een helder ping-geluid onderbrak mijn gemijmer. Ik moest tanken. Bij het eerste tankstation langs de A2 maakte ik een stop en ik besloot ook een koffie-pauze in te lassen. Nadat ik mijn tank had volgegooid parkeerde ik mijn auto bij de naastgelegen Subway. Bij het binnenlopen kon ik een glimlach niet onderdrukken: ook de Subway heeft een logo met een dubbele pijl. Dat heeft natuurlijk niets met koffie en broodjes te maken maar alles met de oorsprong van de naam.

Onder het genot van mijn kop koffie ontdekte ik op mijn smartphone dat ook het keurmerk voor transport en logistiek een dubbele pijl bevat.

Kennelijk kan men niet anders verzinnen in deze sector.

Toen bedacht ik dat mijn ervaringen van deze dag een mooie introductie konden vormen voor de colleges Inleiding Communicatie die over twee weken starten. Bij de les over logo’s zal ik de studenten na mijn introductie een duidelijk, aantrekkelijk, passend, maar vooral origineel logo voor een vervoersbedrijf laten ontwikkelen: ZONDER dubbele pijlen.

De weereld is een speeltooneel

 

Het is heel bijzonder om als publiek uit de 21e eeuw te ervaren hoe goed verschillende elementen uit de Nederlandse literatuur, architectuur, geschiedenis, politiek en religie op deze historische plek samenkomen.

 

Het Dylan hotel in Amsterdam heeft een oude Hollandse traditie nieuw leven ingeblazen: de jaarlijkse opvoering van de Gijsbreght van Aemstel. Dit bekende toneelstuk van Joost van den Vondel is vanaf de opening van de oorspronkelijke Amsterdamse schouwburg in 1637 tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw ieder jaar opgevoerd. Eerst rond Kerst en later aan het begin van het nieuwe jaar. Een ongeëvenaarde reeks van ruim 375 jaar. En nu, ruim vijftig jaar later, is de draad weer opgepakt.

De reden waarom The Dylan dit culturele gebaar maakt heeft een historische achtergrond: de oorspronkelijk Amsterdamse schouwburg stond op de plek aan de Keizersgracht waar nu dit hotel is gevestigd. De schouwburg was een ontwerp van Jacob van Campen, die tien jaar later ook de bouwmeester zou worden van het Stadhuis van Amsterdam (tegenwoordig het Paleis op de Dam).  Helaas is de oude schouwburg door een brand in 1772 vrijwel geheel verwoest. Alleen de toegangspoort is nu nog te zien. Bovenaan de poort prijkt het woord ‘schouburg’, een term die door Joost van den Vondel zelf bedacht schijnt te zijn. Daaronder is een vaak geciteerde tekst van Van den Vondel aangebracht:

“De weereld is een speeltooneel,

elck speelt zyn rol en kryght zyn deel”

Opmerkelijk genoeg wordt deze bekende tekst van Vondel vaak verkeerd geciteerd en spreekt men over een ‘schouwtoneel’. De tekst op de Keizersgracht laat zien dat het toch echt speeltoneel moet zijn.

De overeenkomst van dit citaat van de bekende Nederlandse dichter en toneelschrijver met een citaat van de wereldberoemde Engelse schrijver William Shakespeare is opvallend. In het toneelstuk As You Like It komt de volgende passage voor:

“All the world’s a stage,

And all the men and women merely players;

They have their exits and their entrances,

And one man in his time plays many parts”

Er wordt wel vaker gewezen op de overeenkomsten tussen Shakespeare en Vondel en dit is zeker een opvallende.[1] Een andere opvallende Nederlands-Engelse parallel in dit opzicht is die tussen de woorden schouw en show. Beide hebben met theater en toneel te maken. Alleen verwijst het woord schouw naar de rol van het publiek (zien, aanschouwen) en show juist op de rol van de acteurs (laten zien, opvoeren).

Maar goed, laten we teruggaan naar de Gijsbreght. Deze legendarische heer van Amsterdam probeert zijn stad in de kerstperiode rond het jaar 1300 te beschermen tegen vijandige troepen uit Kennemerland en Waterland die wraak willen nemen voor de moord op graaf Floris de Vijfde. Gijsbreght zou met enkele anderen daarbij betrokken zijn geweest. Verstopt in een schip (genaamd ‘Het Zeepaert’; een Mokumse variant op het Paard van Troje) weten de belagers de stad binnen te dringen waar ze een enorm bloedbad aanrichten. Gijsbreght en zijn vrouw moeten vluchten en gaan als ballingen in Pruisen wonen. De engel Raphaël belooft hen dat de stad ooit weer tot grote bloei zal komen.

Joost van den Vondel draagt het stuk op aan Hugo de Groot die rond de tijd van de eerste opvoering als slachtoffer van een religieuze richtingenstrijd als balling in Parijs woont. Zo kiezen Vondel en het bestuur van de schouwburg met dit toneelstuk duidelijk partij en trekken ze een parallel tussen de situatie rond 1300 en de verhoudingen in de 17e eeuw. De schouwburg was daarbij een uitgelezen plek om de publieke opinie te beïnvloeden. En Vondel wist dat het publiek zou ervaren dat Raphaël gelijk had gekregen; Amsterdam beleefde op dat moment gouden tijden.

Op 6 januari van dit jaar bezochten mijn vrouw en ik de voorstelling in het Dylan hotel. Op levendige wijze nam theatergezelschap De Kwast ons mee terug in de tijd. Per scene werden we meegetroond naar een andere ruimte in het hotel. En als toegift en naspel werd een eigentijdse variant van De Bruiloft van Kloris en Roosje opgevoerd met een door de personages Thomasvaer en Pieternel uitgesproken nieuwjaarswens. Nog een traditie. We hebben enorm genoten van het spel, de entourage en de gastvrijheid van het Dylan hotel. Het is heel bijzonder om als publiek uit de 21e eeuw te ervaren hoe goed verschillende elementen uit de Nederlandse literatuur, architectuur, geschiedenis, politiek en religie op deze historische plek samenkomen.

Ik kan iedereen aanraden om begin 2020 deze voorstelling bij te wonen. Nog een jaartje wachten, maar dan krijg je wel wat. Het Dylan hotel wil graag doorgaan met deze jaarlijkse opvoering. Dat is opvallend in een tijd waarin veel mensen bang zijn dat tradities (Zwarte Piet, vuurwerk, Kerstvieringen) verdwijnen. Dit initiatief laat zien dat je ze ook kunt aanpassen en nieuw leven kunt inblazen. Het is ook opmerkelijk dat een hotel dat in buitenlandse handen is zoveel oog heeft voor Nederlands cultureel erfgoed. Toch heb ik een vermoeden hoe dat zit. De eigenaren komen uit Ierland en hebben het hotel vernoemd naar de grote dichter en toneel-/hoorspelschrijver Dylan Thomas uit Wales. Dat laat zien dat ze gevoel hebben voor cultuur en dat ze weten dat de wereld een speeltoneel is.

 

 

Voor deze tekst heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

en niet te vergeten:

  • mijn schoonzoon Sam, al jarenlang een voortreffelijk gastheer in het Dylan hotel.

 

[1] Ook in het door Elvis Presley wereldberoemd geworden lied Are You Lonesome Tonight komt een verwijzing naar deze bekende passage voor: You know someone said that the world’s a stage and each must play a part.

Inhoudsopgave blogsite Phaestus 2014-2018

 

 

2014
Nr. Titel Onderwerp  
1 Een genuanceerde zwart-wit denker Machiavelli en Il Principe (De Vorst) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=24
2 Het schoolslagprincipe USP’s en onderscheidend vermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=40
3 Verantwoord Commercieel Samenwerken Hoe om te gaan met commerciële steun http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=235
4 Kiezen voor Europa (serie): Introductie Een serie in thema’s over de rol en plaats van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=246
5 Kiezen voor Europa (serie): Proloog   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=248
6 Kiezen voor Europa (serie): Geografie   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=293
7 Kiezen voor Europa (serie): Geschiedenis   http://phaests.nl/phaestus.nl/?p=308
8 Kiezen voor Europa (serie): Economie   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=319
9 Kiezen voor Europa (serie): Cultuur   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=326
10 Kiezen voor Europa (serie): Politiek   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=332
11 Kiezen voor Europa (serie): Epiloog   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=337
12 Voir un ami pleurer De aanslag op het Joods Museum in Brussel http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1771
13 Hallo Jumbo! Jumbo, Magritte en Warhol. http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=275
14 COMpositie Kernbegrippen van professionele communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=345
15 Relaties en relevantie Waarom communiceren organisaties? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=357
16 Zijn en Hebben (Etre et avoir) in gedichten en films http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=366
17 Outlet Honden en bejaarden uitlaten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=376
18 Het ‘hoe’ van communicatie Strategie en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=381
19 Zwarte Zaterdag Vakantie ervaringen in Italië, zomer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=385
20 Dylan Tribute Concert in Concertgebouw (augustus) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=394
21 De koffiecorner Een student kiest een communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=405
22 Zender en Ontvanger Hoogste tijd om dit begrippenpaar uit te zwaaien http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=410
23 Gerrit Kouwenaar Bij de dood van de dichter Gerrit Kouwenaar http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=427
24 Niets is wat het lijkt, of toch wel? Over het husselen van letters http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=438
25 De nieuwe landkaart van Europa Schuivende grenzen in Europa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=446
26 Teveel reclame Kritiek op een kortzichtige opinie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=453
27 La Superba Het boek van Ilja Leonard Pfeijffer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=456
28 Burgemeester word wakker Burgemeester is ook media-commissaris http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=462
29 Doe effe normaal Campagne SNS slaat niet aan bij studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=468
30 Wanneer zeg je ‘Henk en Ingrid’… Welke naam zeg je eerst (bij stellen) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=477
31 Kleurenblind Doet huidskleur er toe bij blinden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=486
32 Generatiekloof Student weet niet wie Lord Byron is http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=497
33 Strategie revisited Nogmaals: over communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=502
34 In elke klas zit een Mariëlle Een stille studente die goed scoort in de praktijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=510
35 Stakkerdjes of Stakkertjes? Hoe spel je verkleinwoorden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=516
36 De grootste hit van Dylan in NL Welke song is dat? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=523
37 The image as burden Tentoonstelling Marlene Dumas (over Identiteit en Imago) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=530

 

2015  
Nr. Titel Onderwerp  
38 Ben ik Charlie De aanslag op Charlie Hebdo http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=542
39 Ben ik Charlie (vervolg)   http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=551
40 Richting, een naar voorzetsel Het gebruik van het woord richting http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=557
41 Nina Sophia Bij de geboorte van ons eerste kleinkind http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=562
42 Enigma en Dilemma Naar de film The Imitation Game met dochter Lisa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=571
43 Februaristaking Stilstaan bij antisemitisme http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=576
44 Merknamen De herkomst van merknamen (boek van Riezebos) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=581
45 De vier elementen van communicatie Een koppeling tussen elementen en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=586
46 Hun strijd, onze strijd Vechten op vreemde bodem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=595
47 Naast wie ga je zitten Observaties in het openbaar vervoer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=602
48 De stamhouder Het boek van Alexander Münninghoff http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=608
49 Grandes Lignes Parijs en de grote gebaren http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=614
50 Kennis-Houding-Gedrag Kanttekeningen bij deze communicatie-begrippen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=624
51 Norwegian Wood Haruki Murakami, The Beatles en Bob Dylan http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=639
52 Valt er wat te kiezen Verkiezingen voor het Europees Parlement http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=648
53 H.N. Werkman De druksels van Werkman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=654
54 CommunicatieNU #2 De nieuwe verzamelbundel van Betteke van Ruler http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=669
55 Heimwee naar Max van der Stoel Herinneringen aan een oud-minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=677
56 Peeck & Op de Beeck Twee schrijvers, twee boeken; een vergelijking http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=684
57 Zuivere ketters De vervolging van de Katharen in Frankrijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=692
58 Zadelhoesjes en ander reclameleed Hoe goed te adverteren met zadelhoesjes http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701
59 Ode aan mijn bril Dit jaar ben ik vijftig jaar brildragend http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=713
60 Organisaties en onderscheid Zelfpresentatie en ontwikkelingen op mediagebied http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=728
61 Pluk de dag De dichter Cees Buddingh’ http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739
62 Offerfeest Wat wordt er gevierd tijdens het Offerfeest? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=754
63 Minder, minder, minder Een kwalitatieve afwijzing van andere mensen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=765
64 Afrikaanse vluchtelingen tussen wal en schip Wat doen de EU en de AU? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=772
65 Nog één keer naar Bob Dylan Concert in Carré (november 2015) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=782
66 Een prachtig spoor De bolwerken van Amsterdam (Rob van Reijn) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=793

 

 

2016  
Nr. Titel Onderwerp  
67 Suiker, een bitterzoet verhaal Cuba, plantages, Java, slavernij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=807
68 Waarom het toch even slikken is vandaag… Bij de dood van David Bowie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=826
69 Geven en Nemen of Delen Seks, intimiteit en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=836
70 Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies De voors en tegens van het gymnasium http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=846
71 Het Vegetarische Vrienden dilemma In hoeverre wil je je aan anderen aanpassen? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=856
72 Koop geen krant van je geboortedag Maar van de dag erna http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=863
73 Schoolcampus (V&D) Bij het faillissement van Vroom & Dreesmann http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=874
74 Judas, de regisseur van Pasen Het boek Judas van Amos Oz http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=892
75 Het Oekraïne-referendum deugt niet Het verkeerde middel bij deze problematiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=906
76 Mijn houvast-huis Het gele huis van Willink en mijn geboortehuis in Velp http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=920
77 9 mei: reden voor feest in Europa De feestdag van de Russen en van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=931
78 Gastdocent in Litouwen Mijn ervaringen in Vilnius http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=939
79 Matthias Antonie Bij de geboorte van onze kleinzoon http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=953
80 Jan Vertoortelboom en het grote Vlaamse familieverhaal Het boek De verzonken jongen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=962
81 Een alternatief Nederlands elftal op het EK Buitenlandse spelers met een Nederlandse naam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=967
82 Hello Goodbye Het Britse referendum over de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=986
83 Festival Mijn ervaringen op het North Sea Jazz festival http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=992
84 Je moet er wat voor over hebben Collecteren voor het Rode Kruis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1000
85 Mooie kerk De gerestaureerde Sint Bavo basiliek in Haarlem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1007

 

86 Geniet ervan! Het gebruik van de gebiedende wijs http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1024
87 Vruchtgebruik Waarom Apple Apple heet http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1033
88 Moedige stap van Edith Schippers Opmerkingen bij de Schoo-lezing van deze minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1048
89 Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus Het boek Moussa van Kamel Daoud als eigentijds vervolg op L’Etranger van Albert Camus http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1063
90 How does it feel? Bob Dylan krijgt de Nobelprijs voor literatuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1088
91 Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes Zetjes in de goede richting: hints en nudging http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1097
92 Sint Maarten Een verhaal over chocolade, voetbal, Holleeder en mantelzorg http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1116
93 Bij de dood van Leonard Cohen Een verhaal over Leonard Cohen, Cleopatra, Kavafis en Shakespeare http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1138
94 Mijn gewone, bijzondere moeder Het leven van mijn moeder, Hanna Lam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 

 

2017  
Nr. Titel Onderwerp  
95 Bijzonder Indonesië Reiservaringen op Java en Bali http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1178
96 Jonge dichters Tim Hofman, Hannah van Binsbergen, Esther Naomi Perquin http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1199
97 Mijn verjaardag op Facebook Gedachten over afstand en nabijheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1222
98 Ik weet nog niet wat ik ga stemmen De Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237
99 Morgen naar de stembus Mijn keuze gemaakt http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1246
100 Oek de Jong en Ed van der Elsken De kracht van woorden en beelden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1258
101 Mijn zoon de gelukszoeker Mijn zoon Lucas gaat op Bali wonen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1273
102 Bipolaire politiek Zwart-wit keuzes bij verkiezingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286
103 Geef mij de grauwe, stedelijke wegen Parallellen tussen J.C. Bloem en Walt Whitman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1300
104 Henk en Ingrid bij de Primark, Jelmer en Sophie bij het Van Gogh museum Dilemma’s tijdens de kabinetsformatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1306
105 Doe mee aan de migratie-quiz Standpunten van politieke partijen over migratie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1315
106 Papadag en vaderdag De misplaatse term Papadag http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1321
107 Het verhaal van Crystal Palace De link tussen Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1332
108 Dromen en drama’s in Verona Impressies van een bezoek aan Verona http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1355
109 Oogsten Tradities en de samenhang tussen natuur en cultuur. Boeken van Ger Groot en Erwin Mortier http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1374
110 1987-2017: 30 jaar communicatie-onderwijs Mijn jubileum als HBO communicatie-docent http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1389
111 K. Schippers passé? Ben je belazerd! De betekenis en relevantie van het werk van K. Schippers http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1422
112 Mondriaan als aansteker Hoe ik ooit een titel voor een Mondriaan- tentoonstelling bedacht http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1439
113 31 oktober: gaan we Hervormingsdag of Halloween vieren Oude en nieuwe feestdagen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1460
114 23 oeroude woorden De ontdekking van 23 eeuwenoude stamwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1482
115 Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren Spelen met ont-werkwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1511

 

 

2018  
Nr. Titel Onderwerp  
116 Reclame voor reclame Het etaleren van eigen onvermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1540

 

117 Nepnieuws is geen nieuws Gebruik en misbruik van de term nepnieuws http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1559

 

118 Wat heeft W.F. Hermans met Heineken en Holleeder te maken? Opmerkelijke parallellen tussen gebeurtenissen rondom deze drie mannen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1573

 

119 De mensen van Maastricht De aantrekkingskracht van deze stad en de rol van haar inwoners daarbij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1585

 

120 Gepakt door SuitSupply De twijfelachtige bedoelingen van SuitSupply bij haar nieuwste reclame-uitingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1592

 

121 Het oermodel van communicatie (van Shannon & Weaver) is 70 jaar oud. Reden voor een feestje? Dit bekende model was anders bedoeld dan velen denken  

 

122 Leestip: Van Bach tot bacterie en terug Een pittig boek over taal, communicatie, bewustzijn en begrip http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1646

 

123 Balinese bruiloft Het huwelijk van Lucas en Santie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1655

 

124 Winterswijk In de voetsporen van Mondriaan en Komrij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1686

 

125 Huishoudtrapje Een ongelukkige valpartij met grote gevolgen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1705

 

126 Roman Jakobson en zijn inspirerende kijk op taal en communicatie Een taalkundige die ons veel inzichten biedt op het gebied van taal, taalfuncties en communicatie  
127 Wanneer houdt een letter op een letter te zijn De ontwikkeling van de letter E en de vele manieren waarop deze letter wordt afgebeeld http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1726

 

128 Jinte Maria Bij de geboorte van kleindochter Jinte http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1766

 

129 Vrouwelijke straatnamen Er moeten meer straten naar vrouwen worden vernoemd http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1777

 

130 I Amstlvn Het einde van de I Amsterdam letters en een opvallende reactie vanuit Amstelveen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1795

 

131 Madeira, van Christiani tot Cristiano Enkele observaties tijdens een heerlijke vakantieweek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1809

 

132 Beeld en geluid Hoe ik een oud televisie-fragment van mijn vader vond http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1820

 

133 Vuilcontainer Een oude buurvrouw gaat verhuizen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1833

 

 

 

Happy

 

Ik krijg de laatste jaren steeds minder kerst- en nieuwjaarskaarten. Dat kan aan mij liggen. Misschien ben ik niet meer zo geliefd als vroeger, maar ik denk dat er wat anders aan de hand is. Ik ontvang namelijk in toenemende mate ‘beste wensen’ via digitale kanalen: mailtjes, filmpjes, apps, etc. Grofweg de helft daarvan is afkomstig van uiteenlopende commerciële organisaties die hopen met hun gelukwensen een wit voetje bij me te halen. In sommige gevallen, zoals bij Wehkamp, leidt de wens tot kromme tenen.

De andere helft van de digitale nieuwjaarspost komt van familieleden, vrienden en collega’s. Het valt me op dat hun gelukwensen steeds creatiever en professioneler worden: grappige video’s, bewerkte foto’s met tekst, ingenieuze collages.

Bij alle digitale wensen springen er twee zaken uit. Het gebruik van emoji’s en van Engelse termen. De meest gebruikte emoji’s zijn de smiley, de kerstboom en de champagneglazen. De klassieke wens ‘prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar’ kan tegenwoordig worden overgebracht met drie of vier symbooltjes. Lekker makkelijk.

Het meest gebruikte Engels woord is zonder twijfel ‘happy’. Het bijzondere van het woord happy vind ik dat het niet alleen vrolijk betekent, maar ook vrolijk klinkt. Maar het heeft ook iets oppervlakkigs.  Als je kijkt naar de oorspronkelijke betekenis van het woord happy, stuit je op het oud-Noorse woord ‘hap’ wat staat voor ‘fortune’, of ‘lucky’. Die oorspronkelijke betekenis lijkt meer te verwijzen naar geluk hebben, dan naar gelukkig zijn. Het Nederlandse woord geluk heeft beide aspecten in zich. Zowel het fortuinlijk zijn als het gevoel van welbevinden en tevredenheid. Ik heb het idee dat we met de term ‘gelukkig nieuwjaar’ toch vooral dat laatste bedoelen. Je wenst je dierbaren en vrienden een goed en voorspoedig jaar toe, meer dan dat ze ‘in de prijzen vallen’.

Wat dat laatste betreft is het wel weer opvallend dat er juist met Oud en Nieuw een ware wedloop is op de loterijen. Kennelijk hebben we aan al die gelukwensen van familieleden, vrienden en bedrijven niet genoeg. We proberen het geluk een handje te helpen door massaal loten te kopen. Het zou toch mooi zijn als je het nieuwe jaar kon beginnen met een hoofdprijs, een fortuin. Het oude gezegde leert ons dat geld niet gelukkig maakt, maar ja, het is natuurlijk wel heel plezierig om het nieuwe jaar te kunnen starten met een goed gevulde bankrekening.

Dat alles hebben ze bij de banken goed begrepen. In het nieuwe jaar zullen de geldautomaten van de samenwerkende grote banken een nieuw jasje krijgen. De nieuw pin-automaat gaat ‘geldmaat’ heten. En om met de tijd mee te gaan, hebben ze de geldmaat voorzien van een emoji, een smiley.

 

Niet heel erg origineel, want Amazon, Danone, Tui, Bookspot en vele andere organisaties gingen de banken al voor met het gebruik van een smiley in hebt, hun logo.

 

Maar goed, dat mag de pret niet drukken. De boodschap is duidelijk: ook het pinnen wordt happy in 2019.

Wat mij betreft is dit beeld te simpel en het zal voor velen zelfs pijnlijk zijn. Geld is geen reisje, snoepje of toetje. Als je weinig geld  hebt, vergaat het lachen je al snel. Daar hadden de banken wel wat meer rekening mee mogen houden.

Hoe dan ook, ik wens iedereen -gelukhebbers en gelukzoekers-  een goed 2019 toe.

Vuilcontainer

 

 

Onlangs is er een vuilcontainer schuin tegenover ons huis geplaatst. Voor het hele geval, een grote ondergrondse bak met bovengronds een soort huisje voorzien van een grote klep, heeft de gemeente een paar struiken uit het buurtplantsoentje verwijderd. Alle buurtbewoner hebben een pasje gekregen om de klep van deze container te kunnen openen voor het deponeren van rest-afval. De grijze kliko-bak die ieder huishouden een paar jaar geleden heeft gekregen moet nu gebruikt gaan worden voor het zogenaamde PMD-afval: plastic, blik, melkpakken, etc.

Vanuit mijn studeerkamer heb ik er een nieuw schouwspel bij. Ik zie mijn buurtgenoten hannesen met pasjes die niet meteen willen werken, met afvalzakken die te groot zijn om in de muil te proppen, of met hun rollator die ze over de stoeprand tot aan de voet van de container proberen te rijden. De meest opmerkelijke afval-weggooier is een oude buurvrouw die een straat achter ons woont. Toen wij hier 30 jaar geleden kwamen wonen was ze een opvallende verschijning. Een elegante vrouw van middelbare leeftijd met rechte rug en ferme tred. Ze had iets voornaams. Ik heb haar al die jaren nooit uitgebreid gesproken. Niet meer dan een praatje bij de bakker of een ‘goedemorgen’ op de hoek van de straat.

En nu zie ik haar met grote regelmaat voorbijkomen, op weg naar de vuilcontainer. De kwieke dame van weleer is een oude vrouw geworden. Haar rug is krom en bij elke wankele stap leunt ze zwaar op haar witte paraplu die ze als wandelstok gebruikt. In haar andere hand draagt ze steevast een grote groene tas. Aangekomen bij de vuilcontainer zet ze de tas op de grond, vist ze met enige moeite het pasje uit haar jaszak en opent na enkele vergeefse pogingen de klep. Dan buigt ze zich moeizaam naar haar tas om met haar vrije hand datgene te pakken wat ze weg wil gooien. Het lijkt ieder keer een kleinigheid. Deze scene herhaalt zich meerdere keren per week. Dat ontdekte ik laatst toen ik een week vakantie had. Elke ochtend rond 10 uur scharrelde ze voorbij. Met haar onafscheidelijke witte paraplu en groene tas. Vaste prik.

Op een gegeven ochtend kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. Toen ik haar weer een keer aan het einde van de straat de hoek om zag komen, liep ik de trap af, pakte ik de vuilniszak die ik al klaar had gezet in de gang, liep de deur uit en stak quasi nonchalant de straat over naar de afvalcontainer. Ik maakt de klep open en gooide mijn afval erin. Daarna bleef ik even wachten tot ook de oude dame bij de container was aangekomen. Als een galante buurman hield ik de klep voor haar open. Tot mijn grote verbazing zag ik dat er een paar boeken in haar groene tas lagen die ze met onvaste hand in de bak gooide. “Boeken?”, stamelde ik. Bijna wilde ik zeggen dat deze container daarvoor niet bestemd was, maar ze antwoordde direct met onverwacht heldere stem: “Ja, boeken. En ze vervolgde: “ik ben dol op boeken, maar ik moet er vanaf. Ik kan niet langer in dat grote huis van me blijven wonen. Ik kom de trap haast niet meer op. Over een paar maanden ga ik naar een verzorgingshuis, dus ik moet heel veel spulletjes kwijt.” Ik begreep het en had met haar te doen. “Zal ik een keer komen helpen”, bood ik aan, “dan kan ik in één keer met de auto een aantal dozen met boeken voor u weggooien bij het afvalstation van de gemeente”. “Dat is heel aardig, maar doet u geen moeite”, sprak ze beslist. “Ik wil alle boeken nog even een keer door mijn handen laten gaan. Deze boeken vertegenwoordigen mijn hele leven: kinderboeken, studieboeken, reisboeken, kookboeken, romans, noem maar op. Ze roepen bijzondere herinneringen bij me op. Ik vind het heerlijk om ze allemaal nog één keer vast te pakken voordat ik ze weg moet doen. En bovendien is dit dagelijkse ommetje goed voor me”.

Ik was verbaasd, maar knikte instemmend en zei dat ik ook van boeken hield. Wat zou ik later met al mijn boeken gaan doen, schoot er door mijn hoofd. Terwijl ik zo stond te mijmeren riep de oude buurvrouw met veel zwier in haar stem: “Nou, dag hoor”. Ik groette terug en zat 30 seconden later weer op mijn werkkamer. Ik klapte mijn laptop open en klikte een nieuwssite aan. Het eerste bericht dat ik zag was de top-10 van meest gevraagde Sinterklaas-cadeaus van dit jaar. Ik las dat boeken bovenaan het verlanglijstje van de gemiddelde Nederlander staan. Goed nieuws, dacht ik.  En dat zou mijn oude buurvrouw ongetwijfeld ook vinden.