Het Vegetarische Vrienden Dilemma

 

tolerantie

 

 

 

 

 

 

 “Paradoxaal genoeg  zie je dan vaak dat andere mensen, die minder last hebben van tolerante remmingen, juist vol op het orgel gaan. Intoleranten hebben minder moeite om intolerantie te bestrijden dan toleranten.”

 

 

“We moeten intolerant zijn tegenover intolerantie”, hoorde ik laatst iemand op de radio zeggen. De spreker bedoelde met ‘we’: wij, tolerante Nederlanders. En met intolerantie doelde hij op de houding en het gedrag van veel nieuwkomers in ons land. Nu kun je je afvragen of wij Nederlanders inderdaad zo tolerant zijn[1]. We hebben in het buitenland de naam nogal bot en recht voor z’n raap te zijn, dus zo ruimhartig en verdraagzaam vinden velen ons niet. Maar los van de vraag hoe tolerant we in Nederland zijn, refereert de radio-uitspraak aan een paradox die je in meer situaties tegenkomt. Hoe ga je om met mensen die totaal anders zijn? Denk aan de worsteling van iemand met een bescheiden karakter die om zich heen ziet hoe brutale types de kaas van zijn brood eten en haantje de voorste spelen. Hij weet dat hij zich assertiever zou moeten opstellen, maar dat ligt niet in zijn aard. Daarmee zou hij zich forceren en zich op een terrein begeven waarop hij zich minder vertrouwd en bedreven voelt. Je zou kunnen zeggen dat brutalen minder moeite hebben dan bescheiden mensen om andere brutalen tegengas te geven. Zo geldt dat ook voor tolerante, ruimhartige mensen die geconfronteerd worden met onverdraagzame en kleingeestige tegenvoeters. Die intolerantie is voor verdraagzame mensen een gruwel, maar hun tolerante inborst maakt het moeilijk om dat stevig aan de kaak te stellen en een scherpe lijn te trekken. Paradoxaal genoeg  zie je dan vaak dat andere mensen, die minder last hebben van tolerante remmingen, juist vol op het orgel gaan. Intoleranten hebben minder moeite om intolerantie te bestrijden dan toleranten.

De term die ik voor dergelijke paradoxale situaties gebruik is het ‘vegetarische vrienden dilemma’. Stel, je hebt een eetafspraak bij vegetarische vrienden en je krijgt een vleesvrije maaltijd voorgeschoteld. Hoewel je zelf niet vegetarisch bent, pas jij je aan de situatie aan en prik je zonder bezwaren een vorkje mee. Maar als jij bij wijze van tegenprestatie je vegetarische vrienden bij jou thuis uitnodigt, weet je van te voren dat zij zich niet aan jouw culinaire voorkeur zullen aanpassen. Zij zullen weigeren vlees te eten en je wordt eigenlijk gedwongen hun een maaltijdvariant zonder vlees voor te schotelen. Zo wordt er niet gelijk overgestoken. Jij past je zowel uit als thuis aan hen aan, terwijl zij in beide gevallen vasthouden aan hun eigen uitgangspunten en jou niet tegemoet komen.

Hier botsen twee soorten principes of houdingen. Vegetariërs hebben een uitsluitend principe: zij sluiten de consumptie van vlees uit, waar ze ook zijn. De niet-vegetariërs zullen over het algemeen geen exclusief vlees-principe hebben van het type ‘ik moet hoe dan ook bij elke maaltijd vlees hebben’. Zij hebben geen exclusieve positie en willen best een keer geen vlees eten, zelfs in hun eigen huis met vegetarische gasten. Uitsluiten tegenover inschikken. Met een keer geen vlees eten lukt dat nog wel, maar wat als het om zaken gaat als discriminatie (schikken we in of spreken we ons uit als vrienden kwetsende opmerkingen maken over mensen met een andere huidskleur of seksuele geaardheid?), het gebruik van geweld (grijpen we in als we zien dat iemand in elkaar wordt geslagen), of het tonen van naakt (hoeveel naakt kunnen we verdragen in de media en de openbare ruimte?). Een interessante variant op dat laatste punt was het bezoek van de Iraanse leider Rohani aan Rome. Uit angst hem voor het hoofd te stoten werden op de ontvangst-locatie in Rome (de Capitolijnse musea) klassieke naakte beelden afgeschermd en aan het zicht onttrokken.[2]

Rohani in Rome

De hamvraag bij al deze kwesties is waar je de grens trekt. Hoe sterker iemands uitsluitende principes (bijv. anti-vlees, anti-homo, anti-moslim), des te minder ruimte hij laat voor compromis en inschikken. De andere partij, met een minder uitgesproken en minder uitsluitende opstelling, lijkt terrein prijs te geven door inschikkelijk te zijn. Je kunt dat opvatten als een teken van onmacht of verlies, maar je zou het ook kunnen zien als een teken van kracht en fatsoen. Die kracht zit in de ‘open mind’ en het vermogen om over benauwde hokjes heen te kijken. En het fatsoen blijkt uit het feit dat je rekening houdt met andere mensen. Net zoals je niet hardop gaat zitten boeren in een restaurant, of zoals je je huis even opruimt als er visite komt. Voorbeelden te over: zoals de zoon op kamers die zijn porno-dvd’s uit het zicht legt als zijn ouders op bezoek komen, of de gastheer die geen pianoconcert opzet als hij weet dat zijn gasten niet van klassieke muziek houden, of de vrouw die geen sigaret opsteekt als een vriendin met haar baby een kop koffie komt drinken. Het gaat niet alleen om principes, maar ook om goede smaak en rekening houden met de ander.

Maar dan toch, waar trek je de lijn? Hoe tolerant en flexibel wil je zijn? Wat als de ander geen rekening met jou houdt? Wat is voor tolerante en verdraagzame mensen de ondergrens?

Voor mij is dat de rechtsstaat, het geheel van democratisch vastgelegde afspraken en spelregels. Een gezonde rechtsstaat in een open samenleving met pluriforme politieke partijen en vrije media is een kostbaar goed. Het is ook een weerbaar stelsel dat tegen een stootje kan. Die rechtstaat wordt niet ondermijnd als Zwarte Piet verdwijnt, maar wel als stagebedrijven studenten met een donkere huidskleur weigeren. Die rechtsstaat wordt niet bedreigd als er in kantines ook halal-voedsel wordt aangeboden, maar wel als er mensen worden geronseld voor een heilige oorlog tegen het Westen. Die rechtsstaat staat niet onder druk als mensen moeite hebben met openbaar naakt, maar wel als vrouwen in korte rokjes worden aangerand. Die rechtsstaat is niet in gevaar als politici lopen te hakketakken tegen elkaar, maar wel als politici worden bedreigd, of als vergaderingen van gekozen vertegenwoordigers (gemeenteraad, Tweede Kamer) worden verstoord. In al die gevallen moet het antwoord ondubbelzinnig afwijzend zijn. Handen af van de rechtsstaat. Niet vanwege smaakverschillen of tradities, maar omdat het gaat om de spelregels die we met elkaar in alle openheid hebben afgesproken en vastgelegd. En als we het niet eens zijn met bepaalde regels, dan geeft de rechtsstaat aan welke weg we moeten volgen om deze te veranderen. Zo, en niet anders.

 

Ten slotte

Het vegetarische vrienden dilemma is oplosbaar.

Als je als vleesliefhebber vegetarische vrienden te eten krijgt, maak dan een lekker vleesvrij gerecht voor je gasten en bepaal zelf of je daarbij op je eigen bord een stukje vlees of vis legt. Niemand dwingt de ander iets tegen zijn/haar smaak of principes in te eten. Als het vrienden zijn zal dat geen probleem zijn. Als zij het niet kunnen verdragen dat jij vlees eet, leggen zij jou in jouw huis hun wil op. Dat is tegen de spelregels. Dus niet acceptabel.

 

[1] De term tolerantie heeft in de dagelijks gebruik een royalere betekenis dan het woord als zodanig aangeeft. Tolerantie betekent dat je iets verdraagt, niet dat je iets omarmt. ‘Ik verdraag je aanwezigheid’ is wat anders dan ‘wat fijn dat je er bent’.

[2] http://www.telegraaf.nl/buitenland/25081355/__Rome_bedekt_naakte_beelden__.html