Hello Goodbye; over het Britse EU-referendum

 

 

De Britten gaan op donderdag 23 juni stemmen over het lidmaatschap van de EU. Hierbij een paar bespiegelingen.

 

1. Het anti-EU kamp heeft al één slag gewonnen, omdat iedereen in dit verband de term Brexit gebruikt: het referendum is dus al geframed in termen van een vertrek uit de EU.

2. Je ziet in Groot-Brittannië hoe het Brexit-debat door beide kampen wordt vervuild door het verspreiden van angstscenario’s, door het presenteren van ongefundeerde kostenplaatjes en door het op grove wijze verdraaien van feiten. Men schroomt zelfs niet om Hitler en Churchill van stal te halen. Tegenstanders worden verketterd. Extremen worden uitvergroot. Het splijt het publieke klimaat en sentiment.

3. Ik voorspel dat, hoe de uitslag ook uitvalt, er geen acute rampen zullen plaatsvinden of oorlogen zullen losbarsten. Groot-Brittannië zal niet instorten, maar er zullen ook geen gouden bergen zijn. De EU zal bij een Brexit een tik krijgen, maar niet uiteenvallen. En als de Britten blijven, zal het gemopper van de eurosceptici niet verstommen. Er zal minder veranderen dan menigeen denkt.

4. Ik heb al eerder op mijn blogsite aandacht besteed aan referenda in de context van de EU. Trouwe lezers weten dat ik geen fan van dit fenomeen ben. Je kunt geen afspraken meer met internationale partners maken als achteraf morrende thuisfronten die afspraken torpederen (zoals bij het recente Nederlandse referendum over Oekraïne is gebeurd; en trouwens, wat heeft dat referendum nu eigenlijk opgeleverd?). Maar mijn bezwaar is vooral dat referenda ingewikkelde zaken reduceren tot een simpele JA-NEE vraag. Dat lijkt aantrekkelijk, maar het werkt een botte tweedeling in de hand en lost in feite niets op. Welk probleem lossen de Britten met hun YES of NO? Het zal een pyrrhusoverwinning voor de meerderheid zijn en een ontgoocheling voor de minderheid. Een maand later is alles weer business as usual. We zijn als Europese buren tot elkaar veroordeeld. Daar verandert een Brexit niets aan.

5.”I want my country back”, zei een Britse vrouw op televisie. Ik weet niet welk land ze terug wil hebben. Dat van 1970, of 1860 of van 1688? Kennelijk vindt zij dat de EU haar haar land heeft afgenomen. De vraag is of dat zo is. Wel zien we overal de gevolgen van globalisering: migratie, multinationals, digitalisering, toerisme: alles gaat letterlijk over de grenzen heen. De Britten hebben zelf aan de wieg gestaan van die globalisering met hun wereldomvattende British Empire. Kennelijk mag je wel vanuit het Verenigd Koninkrijk de wereld in, maar mag de wereld niet bij de Britten binnenkomen. Er zijn vele honderdduizenden Britten met een 2e huis in Frankrijk, Spanje en Italië. Is het dan zo erg dat er ook Polen en Bulgaren andersom het Kanaal oversteken? En ja, dat maakt het land anders. Maar is dat tegen te houden? En moet je dat tegen willen houden. Of moeten we ons realiseren dat Europese landen nu ook immigratielanden zijn geworden.

6. Door de enorme invloeden die uitgaan van de globalisering zijn individuele landen steeds minder in staat zelfstandig te handelen. De 19e eeuwse natie-staat is niet opgewassen tegen de krachten van de 21e eeuw. Dus zoeken landen naar vormen van samenwerking. Organisaties als de EU en de NAVO zijn daar voorbeelden van. Aan de andere kant zie je ook bewegingen de andere kant op. Landsdelen die zich willen afsplitsen van het moederland (Catalonië, Schotland). Een soort provincialisering naast de trend van globalisering. We zijn dus op zoek naar nieuwe verbanden als aanvulling op of als correctie op de natie-staat. Onze identiteit staat dus op het spel. We zijn onzeker over wie we zijn en waar we bij horen. En we vertrouwen de gezaghebbers en de instituties niet meer. Daarom zoeken we naar iets anders: terug naar vroeger, kleiner, groter…. In die zin is de opmerking “I want my country back” goed te plaatsen.

7. Moeten we gezien alle kritische geluiden toch niet een keer de EU heel grondig onder de loep nemen. Ja, dat moet zeker. Het Europese samenwerkingsproject is hard aan revisie toe. Was de EU maar een superstaat geweest (niet dat ik dat wil!) zoals de eurosceptici al jaren roepen. Dan waren de problemen rond de euro en de bootvluchtelingen daadkrachtig en eensgezind opgelost. Maar helaas is de EU niet zo effectief en efficiënt. Dat is een bijzondere paradox. Critici van de EU roepen enerzijds dat de EU te invloedrijk is en zich overal mee bemoeit, maar als er een crisis is, klagen ze dat de EU juist niet handelend weet op te treden. Laten we erkennen dat de EU een modderige compromissenfabriek is. Helemaal niet erg als het om visquota gaat of om handelsovereenkomsten. Maar lastig en inefficiënt bij grote, urgente internationale kwesties die daadkrachtig optreden vergen. Dat lukt de EU niet en bij gebrek aan beter gaat ieder land zijn eigen koers varen. De Hongaren bouwen op eigen houtje grenshekken om vluchtelingen tegen te houden. De Fransen hebben al jarenlang een te groot begrotingstekort. De Polen perken de vrijheid van media in. Nederland biedt fiscale sluiproutes aan multinationals aan, etc., etc. Per saldo kunnen lidstaten doen wat ze willen.

8. Het gaat wat mij betreft dus niet om de vraag of men lid van de EU wil blijven, maar om de vraag of en in hoeverre men met andere landen binnen Europa wil samenwerken. Daar zou de discussie over moeten gaan. Je maakt mij niet wijs dat eurosceptische Britten elke vorm van samenwerking categorisch zouden afwijzen. En de eurofielen zouden moeten toegeven dat de EU vooral de afgelopen jaren (euro-crisis,vluchtelingencrisis) zich weinig eensgezind,vitaal en daadkrachtig heeft getoond. Het zou gezond zijn als de burgers van alle lidstaten zich mengen in een Europa-breed debat daarover. Daarbij zouden drie vragen centraal moeten staan:

a) met wie willen we samenwerken

b) op welke terreinen willen we samenwerken

c) op welke wijze gaan we samenwerken

Eenvoudige vragen, maar heel ingewikkeld om hier samen uit te komen. Het is wel broodnodig dat dat gesprek wordt gevoerd.

 

Tot slot nog iets lichtvoetigers….

9. Stel dat de Britten op 23 juni Nee zeggen tegen de EU. Zullen wij dan antwoorden dat ze voortaan nooit meer met vier vertegenwoordigende teams aan het Europese voetbal  mogen deelnemen. Groot-Brittannië is één land, maar als het om voetbal gaat sturen ze vier teams het veld in: Wales, Noord-Ierland, Schotland en Engeland. En dat staan alle overige Europese landen al decennia toe. Dat moet dan ook maar eens afgelopen zijn.