Het Oekraïne-referendum deugt niet

 

“Na 6 april zullen er alleen maar verliezers zijn”

 

 

Wij mogen in Nederland op 6 april a.s. Ja of Nee zeggen tegen het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Dat lijkt aantrekkelijk. Een referendum maakt de tongen los en vraagt om een simpel Ja of Nee. Een tovermiddel om media, politiek en publiek op te zwepen; een soort The Voice of Holland. Een referendum is democratisch bovendien: de burger mag zich direct uitspreken en de meeste stemmen gelden. Maar is het wel zo’n ideaal middel? En past het wel in de internationale context van de EU? Laten we een paar zaken op een rij zetten.

Een referendum is een referendum zou je denken, maar bij nadere bestudering vallen toch ook verschillen op.

De recente Zwitserse referenda (over het uitzetten van allochtone criminelen en over de bouw van een tweede Gotthardtunnel) zijn besluitvormend en hebben niet direct betrekking op andere landen. Natuurlijk zullen bij het uitzetten van criminelen andere landen betrokken zijn en leidt ook de nieuwe Gotthardtunnel tot een betere verbinding met Italië, maar verder blijft het een Zwitsers onderonsje. Er worden voors en tegens gewogen en het volk mag de knoop doorhakken. En die keuze wordt uitgevoerd.

Het referendum-initiatief van de Britse premier David Cameron is van een andere orde. Hij heeft met zijn collega-regeringsleiders in Brussel onderhandeld over nieuwe voorwaarden waaronder het Verenigd Koninkrijk lid kan blijven van de EU en hij legt de uitkomst van deze afspraak binnenkort voor aan het Britse volk. Een eventuele Brexit heeft natuurlijk gevolgen voor alle overige EU-lidstaten, maar al deze landen kunnen alleen maar toekijken wat de Britse kiezer op 23 juni a.s. gaat beslissen. Dat is een minpunt.  Maar daar staat tegenover dat het natuurlijk niet vreemd of ongepast is als de inwoners van een land zich een keer duidelijk mogen uitspreken over de wenselijkheid van een lidmaatschap van een internationale organisatie.

Weer anders is het Oekraïne-referendum in Nederland. Deze volksraadpleging stelt een besluit ter discussie dat al eerder in EU-verband door alle EU-lidstaten in gezamenlijkheid is genomen. Het referendum wordt hier gehanteerd als een soort noodrem om een genomen besluit mogelijk terug te draaien.

IMG_1554

Flyerende Oekraïense student in de trein

De genoemde voorbeelden laten zien dat er referenda zijn in soorten en maten: over nationale en over internationale kwesties; en referenda voorafgaand aan besluitvorming of achteraf (correctief). Het is het karakter van het referendum dat bepaalt of de inzet van dit politieke instrument meer of minder zinvol is. Hoe meer nationaal (dus zonder afhankelijk te zijn van internationale afspraken) hoe zuiverder. En liever vooraf en bindend (dan doet je stem er echt toe), dan achteraf en raadgevend (dan weet je niet wat er met je stem gaat gebeuren).

      Tabel: vier typen referenda

Nationaal thema

Internationaal thema

Vooraf/bindend

A

B
Achteraf/raadgevend C

D

 

Zo bezien behoort het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne tot de meest ongelukkige categorie. Het is een volksraadpleging achteraf waarbij internationale partners betrokken zijn. De deal is al gesloten, alle regeringen en parlementen binnen de EU hebben al Ja gezegd. Maar toch gaat Nederland, als enige EU-lidstaat, zich hierover uitspreken via een referendum. Dat lijkt op nationaal niveau democratisch, maar het pakt op Europees niveau juist ondemocratisch uit, omdat het de reguliere besluitvorming in 28 landen onderuit kan halen. De initiatiefnemers van dit referendum willen dus eigenlijk onder een al gemaakte afspraak uit zien te komen. Dit is niet netjes ten opzichte van onze 27 EU-partners en niet netjes ten opzichte van Oekraïne.

Oekraine

En dan is er nog het associatieverdrag zelf. Een dik pakket afspraken, waarvan belangrijke onderdelen (met name de handelsbepalingen) onder de bevoegdheid vallen die lidstaten aan de EU hebben overgeheveld en dus niet ter discussie gesteld kunnen worden. Maar los daarvan is niet duidelijk waarom mensen Ja of Nee zullen zeggen. Stemmen mensen Nee omdat ze het met een enkele  passage niet eens zijn? Of wordt het Nee als men vindt dat we in principe niet met Oekraïne verdragen moeten sluiten? Of zeggen mensen Ja omdat ze Poetin niet vertrouwen? Wie het weet, mag het zeggen. Ten slotte is er de hamvraag wat er met de uitslag gaat gebeuren. Voor een geldige uitslag moet er een opkomst zijn van minstens 30%.Wat nu als de opkomst 29% is, maar de uitslag is overduidelijk NEE; en wat als de opkomst 31% is en JA en NEE houden elkaar in balans? Wederom: wie het weet, mag het zeggen. Op de website van de Rijksoverheid staat de volgende passage: “Stemt een geldige meerderheid tegen het akkoord? Dan zal het kabinet beslissen of het de uitslag gaat overnemen. De inhoud van het maatschappelijk debat over het akkoord zal daarbij een belangrijke rol spelen.”[1] Hoe wil men dat wegen? Onduidelijkheid troef!  Als je niet duidelijk en zuiver kunt bepalen waar men Ja/Nee tegen zegt, is de uitslag van het referendum bij voorbaat weinigzeggend. En als bovendien niet duidelijk is wat er met de uitslag gaat gebeuren, ben je nog verder van huis. Dat alles zien we bij uitstek bij het referendum in Nederland over het associatieverdrag met Oekraïne. Een hoogst ongelukkige en ondeugdelijke volksraadpleging waarmee niemand iets opschiet, ongeacht de uitslag. Na 6 april zullen er alleen maar verliezers zijn.

 

Wat dan wel?

Je mag toch hopen dat er over een maand niet weer zo’n initiatief ontstaat. Een referendum over TTIP, over Schengen, over Poolse loodgieters, over CO2-uitstoot. Als we ons druk maken over deze zaken (en dat is prima!), moeten we dat niet pas na afloop doen als er al afspraken zijn gemaakt. Dan moeten we alert zijn tijdens het proces van onderhandeling en besluitvorming. Maar haast niemand neemt daar de tijd en de moeite voor. Media, publiek en veel politici laten het massaal afweten. Er wordt bezuinigd op Brusselse redacties, Tweede Kamerleden hobbelen achter de feiten aan en de gemiddelde Nederlander heeft geen idee wat er speelt.

Daar zit de kern van het probleem. We moeten wat mij betreft geen paardenmiddel of breekijzer zoals het correctief referendum gebruiken, maar initiatieven nemen voor een veelzijdig debat over Europese samenwerking. Pas door de euro-crisis en het vluchtelingenvraagstuk lijken we te hebben ontdekt dat de EU heel belangrijk is. Dat grote belang moet zich vertalen naar royale media-aandacht, hoge maatschappelijke betrokkenheid en uitgesproken politieke stellingnames. Dat klinkt hoogdravend en veelgevraagd, maar het is nodig om een volwassen openbaar debat over de agenda van de Europese Unie en over de plus- en minpunten van Europese samenwerking te kunnen voeren. We zullen in Nederland en in Europa moeten bepalen onder welke condities en in welke mate we het proces van Europese samenwerking willen vormgeven. Simpele Ja/Nee-vragen doen geen recht aan de veelzijdigheid en veelkleurigheid van die discussie. Sterker nog, het zou zonde zijn om dat broodnodige debat te smoren met een bot instrument als het correctief referendum.

 

[1] https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/associatieakkoord-oekraine/inhoud/oekraine-referendum

 

2 gedachten over “Het Oekraïne-referendum deugt niet”

Reacties zijn gesloten.