Categoriearchief: Communicatie & onderwijs

Wanneer houdt een letter op een letter te zijn?

Mijn zomerblog gaat over de letter E, klinkers en medeklinkers, Prometheus en Kadmos, dyslexie en geletterdheid. Een luchtig onderwerp en een beetje van de hak op de tak.

 

E’s zonder ruggengraat

Ik heb op mijn laptop een mapje met ‘interessant materiaal’. In die map verzamel ik allerlei opvallende teksten en plaatjes die ik netjes per thema in sub-mapjes heb gerangschikt. Zo heb ik o.a. een verzameling foto’s van zadelhoesjes (ik schreef hier eerder een blog over: http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701 ), afbeeldingen van letters in de vorm van hartjes, gedichten in het openbaar (op gevels, gedenkstenen etc.), op straat aangetroffen elastiekjes in rare vormen, en reclame-uitingen voor reclame-uitingen (ook hier schreef ik al eerder een blog over: http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1540 ). Ook heb ik een submapje met een verzameling logo’s en bedrijfsnamen waarbij de letter E is weergegeven met drie liggende streepjes; de verticale streep links ontbreekt. Het submapje heet: E’s zonder ruggengraat.

Enkele voorbeelden:

 

 

 

 

 

 

 

Deze wijze van weergeven zal ongetwijfeld door vormgevers zijn bedacht vanuit het idee dat de naam dan meer aandacht trekt en beter blijft hangen. Dat kun je doen door één letter afwijkend weer te geven (mijn aandacht gaat zoals gezegd vooral uit naar de E’s zonder ruggengraat), maar de voorbeelden laten ook zien dat bij sommige bedrijfsnamen meerdere letters aangepast zijn. Prometheus is daar een goed voorbeeld van. Alle letters zijn onder handen genomen. Dat roept wel de vraag op hoe ver je kunt gaan met het aanpassen van letters. Als je letters steeds verder ‘uitkleedt’ worden letters en woorden moeilijk te ontcijferen (het woord ontletteren zou beter op zijn plaatst zijn) of zelfs geheel onleesbaar. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.

 

Prometheus: titaan en uitgever

Het is zomervakantie en ik moet een flink aantal weken revalideren doordat ik een nogal ongelukkige val heb gemaakt (zie mijn vorige blog). Dat betekent dat ik royaal de tijd heb om te lezen. Een flinke stapel boeken ligt binnen handbereik. Ook boeken hebben een ruggengraat en behalve de auteur en de titel staat er het logo van de uitgeverij op. Niet voluit, want daar is geen ruimte voor. De Bezige Bij laat een plaatje van een (bezige) bij zien, Meulenhoff een gestileerde M en Prometheus toont een hoofdletter P waarvan de verticale lijn bovenaan niet doorloopt. Een soort sikkel.

 

Een van mijn favoriete boeken deze zomer is Mythos van Stephen Fry. Een eigentijdse, leerzame en humorvolle hervertelling van de oude Griekse mythen en sagen. Gemakkelijker te lezen dan de Metamorphosen van Ovidius en aansprekender gepresenteerd dan mijn docenten klassieke talen vroeger deden. Fry besteedt uitbreid aandacht aan Prometheus (de Titanenzoon die het vuur van de goden stal en aan de mensen gaf). Om die reden zou het aardig zijn geweest als de gelijknamige uitgeverij dit boek in Nederland op de markt had gebracht. Op de rug van het boek staat echter een vogel met gestrekte vleugels: het logo van uitgever Thomas Rap. Naast de legendarische Prometheus komt ook de minder bekende Kadmos bij Fry uitvoerig aan bod en dat is weer interessant met het oog op mijn belangstelling voor letters. Kadmos bracht namelijk de letters, waaronder de E, naar Europa.

 

Kadmos en het alfabet

Kadmos was een koningszoon uit de Phoenicische (of Fenicische) stad Tyrus (in het huidige Libanon). Zijn zuster, prinses Europa, kennen we allemaal; zij gaf haar naam aan ons werelddeel, maar niet geheel vrijwillig. Vermomd als een witte stier had de Griekse oppergod Zeus haar verleid en ontvoerd naar Kreta. Het mythische begin van de Europese beschaving. Kadmos ging in het westen op zoek naar zijn geroofde zus en kwam uiteindelijk in centraal Griekenland terecht waar hij zich vestigde op een plek die zou uitgroeien tot de machtige stadstaat Thebe. Fry beschrijft hoe groot de invloed van het Midden-Oosten op de Griekse cultuur is geweest en hoe de koningskinderen Europa en Kadmos de personificatie van deze invloed zijn. Zij brachten cultuur-elementen uit het Midden-Oosten (of De Levant, het Morgenland) over naar het nieuwe continent Europa (dat het Avondland werd genoemd). Een van die elementen was het Phoenicische alfabet dat de basis vormde van het later ontwikkelde Griekse alfabet en daarmee deels ook voor ons huidige (Latijnse) alfabet.

 

Van Phoenicisch naar Grieks: medeklinker H wordt klinker E

Het Phoenicische alfabet was een klank-alfabet. Oudere geschreven talen bestonden doorgaans uit pictogrammen: symbolen die een visuele betekenis hadden en direct herkenbaar waren omdat ze bijvoorbeeld een koe, een oog of de zon afbeeldden. Eigenlijk zoals de bij van De Bezige Bij. Bij de Phoeniciërs bestond er weliswaar nog wel enig verband tussen de vorm van de letters en hun oorspronkelijke betekenis, maar door de jaren heen kreeg elke letter een eigen klank zonder verwijzing naar een bepaald object. De letter Beth bijvoorbeeld betekende oorspronkelijk ‘huis’ en evolueerde tot de B-klank. Zo ontstond het klank-alfabet: meer fonetisch dan met visuele referenties. Ook wij hanteren tegenwoordig een klank-alfabet. Niet voor niets spreken we van klinkers en medeklinkers. De Phoeniciërs kenden trouwens alleen medeklinkers. De Grieken voegden hier later klinkers aan toe. Dat is weer een belangrijk gegeven voor de letter E. Deze letter was bij de Phoeniciërs namelijk een medeklinker met een H-klank met als oorspronkelijke betekenis ‘raam’. Deze letter werd afgebeeld als een hoofdletter E met de verticale streep (ruggengraat) aan de rechterkant. Je zou kunnen zeggen dat deze streep het scharnier vormde van het ‘raam’. De Grieken hadden geen aparte letter voor de H-klank, maar gebruikten deze Phoenicische letter voor de klinker E (Epsilon). Daarbij draaiden ze de letter om door de verticale streep links te plaatsen, zoals wij nog steeds doen.

 

Dyslexie en Gestalt

Op het internet kwam ik onlangs een heel bijzondere verzameling letters tegen. Daniel Britton, een jonge Britse designer, heeft een typografie van ons alfabet gemaakt vanuit de blik van iemand met dyslexie. Hij heeft circa 40% van elke letter weggehaald om te laten zien hoeveel moeite het kost om letters en woorden te herkennen als je dyslexie hebt. Britton hoopt hiermee meer aandacht en begrip voor dyslectici te krijgen.

Mij viel natuurlijk meteen op dat de letter E is weergegeven zonder verticale streep. Hij zou zo in mijn submapje van E’s zonder ruggengraat passen. Het alfabet-design van Britton laat ook zien dat een reductie van 40% veel letters nagenoeg onleesbaar maakt. De B en de R zijn nog te herkennen, maar de L en de T helemaal niet. En bij de M en de Q denk je dat het de V en de O zijn. Er is dus een grens tussen nog wel leesbaar en niet meer leesbaar; die grens verschilt per letter.

Britton’s alfabet doet me denken aan spelletjes waarbij je een onderdeel van een plaatje te zien krijgt en moet raden wat het gehele plaatje voorstelt. Pars pro toto. Het doet me ook denken aan bepaalde Gestalt-wetten. Als we een aantal losse stippen in een bepaalde volgorde zien, weet ons brein daar toch een doorlopende lijn van te maken. En we zijn in staat om in een paar losse strepen op papier een portret van een oude man te herkennen.

Britton laat zien dat dyslexie werkt als omgekeerde Gestalt. Normaal maakt je brein incomplete beelden compleet, bij dyslexie worden complete beelden incompleet.

 

Geletterdheid

We leven in een wereld waarin letters en leesvaardigheid van groot belang zijn. En dan te bedenken dat deze letters zo’n 5000 jaar geleden in het Midden-Oosten zijn ontwikkeld en dat wij ze nog steeds volop gebruiken. Misschien dat in de toekomst plaatjes en symbolen het gaan winnen van letters en woorden (zoals in de pre-Phoenicische tijd), maar vooralsnog is geletterdheid cruciaal om mee te kunnen draaien in dit informatietijdperk.  Het is boeiend om te zien hoe vormgevers spelen met het schrift in hun streven naar opvallende en onderscheidende beelden. Helaas schieten sommigen daarbij af en toe hun doel voorbij door het creëren van onleesbare merknamen en woorden: dyslexie by design. In een ander sub-mapje heb ik daar een paar voorbeelden van. Oordeel zelf:

 

 

 

 

 

 

 

 

Gebruikte bronnen:

https://danielbritton.info/dyslexia

https://www.scientias.nl/het-ontstaan-van-het-alfabet/

http://www.taalcanon.nl/vragen/letters-wat-zijn-dat-eigenlijk/

Stephen Fry (2018). Mythos. Amsterdam: Thomas Rap.

 

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

Roman Jakobson en zijn inspirerende kijk op taal en communicatie

 

“Jakobson leert ons dat we communicatie en taal daarbij niet als iets een-dimensionaals moeten zien. Er zijn juist allerlei schakeringen en betekenissen die te relateren zijn aan de verschillende factoren en actoren die we binnen een communicatieproces kunnen onderscheiden.”

 

Als je een tot voor kort onbekende naam onverwachts een paar keer achter elkaar tegenkomt, gaat er een belletje rinkelen. Je wil meer van die persoon weten, omdat hij opeens meerdere keren onder je aandacht wordt gebracht.

Dit overkwam me het afgelopen jaar met de naam Roman Jakobson, een van oorsprong Russische taalkundige die leefde van 1896 tot 1982. Ik had nog nooit van hem gehoord, totdat ik tot mijn verrassing binnen een paar maanden in een aantal uiteenlopende boeken op zijn naam stuitte. En toen daarbij bleek dat hij heel interessante inzichten heeft gepubliceerd over taal en communicatie was mijn interesse als communicatie-docent gewekt. Ik moest meer van die man weten.

 

Drie vindplaatsen

Een jaar geleden kocht ik, na het lezen van een lovende recensie, het boek De geest uit de fles van Ger Groot. Groot beschrijft hierin op beeldende en uitnodigende wijze de geschiedenis van de moderne filosofie. Een rijk geïllustreerd boek waarin de ontwikkeling van het moderne denken gerelateerd wordt aan ontwikkelingen in de muziek, de literatuur en de beeldende kunst. Een boeiend boek waar ik van tijd tot tijd een hoofdstuk uit lees. Zonde om zo’n bonbonschaal in een keer leeg te eten. Na enkele weken lees ik in een van zijn laatste hoofdstukken hoe Groot aangeeft dat denkers als Michel Foucault en Claude Lévi-Strauss sterk waren geïnspireerd door Roman Jakobson. Een mij volstrekt onbekende naam die mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Groot legt uit dat Jakobson een wegbereider was in het denken over de ontwikkeling van betekenissystemen. Jakobson keek niet zozeer “naar de vraag hoe  tekens mogelijk zijn, als wel naar de wijze waarop ze onderling tot een betekenisvolle uiting worden verknoopt” (Groot, p. 297-298).  Ik maak een notitie achterin het boek, maar laat me al snel weer door andere zaken in beslag nemen.

Een paar maanden later kraait de haan voor de tweede keer. Ik lees het boek De zevende functie van de taal van Laurent Binet. Ik had dit boek gekocht omdat ik met fascinatie en bewondering Binet’s debuutroman HhhH had gelezen. Dat boek speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog en beschrijft de aanslag die Tsjechische verzetsstrijders plegen op nazi-chef Heydrich (Praag, 1942). Het boek biedt enorm veel informatie over de Tweede Wereldoorlog en werkt daarbinnen met een knap opgebouwde spanningsboog het verhaal van de aanslag uit. De schrijver deinst er niet voor terug om feitelijke gebeurtenissen af te wisselen met eigen interpretaties en stellingnames, waarbij hij ook openlijk zijn eigen vragen en onzekerheden op tafel legt.

Zijn tweede boek, De zevende functie van de taal, is al even complex en meerduidig. Dit keer speelt het verhaal zich af in de jaren ’80 van de vorige eeuw in het intellectuele milieu van bekende naoorlogse Franse denkers als Barthes, Foucault en Derrida. Ook dit boek bevat veel achtergrondinformatie (met name over de verschillende visies op de relatie tussen taal en werkelijkheid) en ook hier lopen feiten en fictie door elkaar. Het verhaal draait om een speurtocht naar een document van Roland Barthes dat bij zijn dood is verdwenen. Hierin zou de zevende functie van de taal zijn beschreven. De speurtocht levert een serie gebeurtenissen op die qua thriller-achtige beschrijving doet denken aan boeken als De naam van de roos van Umberto Eco (de bekende semioticus die zelf ook in dit boek figureert) en De Da Vinci code van Dan Brown.

Wat mij bij lezing van dit boek vooral treft is de toelichting van de auteur dat de mysterieuze zevende functie van de taal een toevoeging is aan de bekende lijst van zes taal-functies die Roman Jakobson heeft ontwikkeld. Weer die naam, denk ik. En waarom kende ik die lijst nog niet? In hoofdstuk 32 worden de taalfuncties van Jakobson uitgebreid besproken. Ik kende uit de verschillende handboeken Communicatieleer wel de vier kenmerken van een boodschap van Schultz van Thun (1992), maar Binet geeft aan dat Roman Jakobson al eerder en uitgebreider een aantal functies van talige boodschappen op een rij heeft gezet. Daar wil ik meer van weten. Ik maak een mapje over Jakobson aan op mijn laptop met verwijzingen naar de passages die ik bij Laurent Binet en Ger Groot ben tegengekomen. Maar mijn goede voornemen om nader studie te doen naar Roman Jakobson blijft uit.

Weer een paar weken later ben ik bezig met het schrijven van een blog over het bekende communicatiemodel van Shannon & Weaver (http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1614) . Ik raadpleeg daarbij diverse bronnen, waaronder het in mijn ogen te weinig gewaardeerde boek Communicatiebeleid en communicatiestrategie van Henk Jan Rebel uit 2000. En ja hoor, ook hier kom ik de naam van Roman Jakobson tegen. Rebel voert hem op als een van de grondleggers van het betekenis-denken in de communicatiewetenschap. Waar het model van Shannon & Weaver technisch-procesmatig is en geen aandacht besteedt aan betekenis en effect, geeft Jakobson juist invulling aan de verschillende aspecten van een boodschap binnen de communicatie.

Roman Jakobson op jongere leeftijd

Ik kan nu niet meer om Roman Jakobson heen. Ik begin nadere informatie over hem te verzamelen. Tot mijn verbazing kom ik zijn naam in geen enkel communicatie-handboek tegen (met uitzondering dus van het boek van Rebel). Ik ga verder zoeken op het internet en download een van zijn bekendste publicaties, Linguistics and Poetics uit 1960. Die titel intrigeert me niet alleen als docent communicatie, maar ook als poëzie-liefhebber.

 

De kern: zes factoren en zes functies

In de kern komt de visie van Jakobson er op neer dat er zes ‘constitutive factors’ zijn te onderscheiden bij elke vorm van verbale communicatie:

The ADDRESSER sends a MESSAGE to the ADDRESSEE. To be operative the message requires a CONTEXT referred to (the “referent” in another, somewhat ambiguous, nomenclature), graspable by the addressee, and either verbal or capable of being verbalized; a CODE fully, or at least partially, common to the addresser and addressee (or in other words, to the encoder and decoder of the message); and, finally, a CONTACT, a physical channel and psychological connection between the addresser and the addressee, enabling both of them to enter and stay in communication.

Aan elk van die zes factoren koppelt Jakobson vervolgens zijn zes functies van taal.

  1. De kernfunctie die Jakobson plaatst bij de factor CONTEXT is de referentiële (of cognitieve of denotatieve) functie. Deze verwijst naar het onderwerp van de boodschap: waar gaat het over?
  2. Bij de ADDRESSER past de emotieve of expressieve functie. Een spreker/schrijver laat in zijn tekst altijd iets van zichzelf (zijn stemming of mening) doorklinken.
  3. Bij de ADDRESSEE hoort de conatieve functie. De addressee wordt aangesproken, er wordt een beroep om hem gedaan.
  4. In het CONTACT is het van belang om de communicatie gaande te houden. De phatische functie heeft hierop betrekking. Bijvoorbeeld als de addresser zegt ’luister je’ en de addressee bevestigend ‘ja ja’ antwoordt. Het gaat vaak om stopwoordjes als ‘nietwaar’ of ‘hè’ of om korte klanken als ‘aahaa’ of ‘umm’.
  5. De metalinguïstische functie gaat een stap verder en past bij de factor CODE. Het gaat hier om de vraag of addresser en addressee elkaar begrijpen. Om dat na te gaan kan de addresser af en toe zeggen: ‘snap je wat ik zeg?’, of kan de addressee vragen: ‘wat bedoel je precies?’.
  6. De zesde functie wordt door Jakobson bij de MESSAGE geplaatst en wordt aangeduid als de poëtische Het gaat hierbij om de kwaliteit van boodschap op zichzelf. Om esthetiek, ritme en klank. Is het een goed lopende zin? Is de boodschap als zodanig fraai en aantrekkelijk. Jakobson gaat in zijn artikel Linguistics and Poetics uitgebreid en met veel voorbeelden op deze laatste functie in. Enkele ook voor ons bekende voorbeelden die hij aanhaalt zijn de uitspraak Veni, vidi, vici van Julius Caesar en de beroemde verkiezingsslogan van Eisenhower, I Like Ike. In Nederland zouden we Heerlijk Helder Heineken als voorbeeld kunnen nemen.

Jakobson voegt de zes factoren van taal en communicatie samen met de zes functies van de boodschap in het volgende schema.

 

Hij benadrukt dat we in teksten doorgaans meerdere van deze functies zullen aantreffen en dat een boodschap zelden slechts één aspect bevat: Although we distinguish six basic aspects of language, we could, however, hardly find verbal messages that would fulfill only one function.

(Ik doe het gehele werk van Roman Jakobson met deze samenvatting tekort, maar wil me voor deze blogtekst hiertoe beperken)

 

Relevantie

In de professionele wereld van communicatie en media zijn termen als storytelling en content aan de orde van de dag. Alles draait om het juiste verhaal en om goede content. Dat betekent dat professionals doordrongen moeten zijn van de verschillende lagen en functies die boodschappen kunnen hebben. Jakobson leert ons dat we communicatie en taal daarbij niet als iets eendimensionaals moeten zien. Er zijn juist allerlei schakeringen en betekenissen die te relateren zijn aan de verschillende factoren en actoren die we binnen een communicatieproces kunnen onderscheiden. Goede content en een pakkende verhalen moeten daar op inspelen door iets van de addresser te laten zien, door de addressee aan te spreken, door duidelijk en relevant te zijn, door het contact te versterken en ook door aantrekkelijk en fraai te zijn.

Deze veelzijdige kijk op communicatie spreekt mij enorm aan. Sommige communicatie-professionals hebben de neiging om communicatie te reduceren tot één kernfunctie of opdracht. In hun ogen draait het in de communicatie bijvoorbeeld om reputatie, of om verbinding of om gedragsverandering. Ik hou niet zo van dergelijke eenzijdige opvattingen. Ik kijk liever naar de vele, rijke mogelijkheden van communicatie. Ik voel me daarbij geïnspireerd door denkers als Jakobson. Als je zijn opvatting over meerlagige tekst-boodschappen doortrekt naar communicatie in het algemeen, moet je concluderen dat communicatie dus ook nooit één functie kan hebben.

Ik durf daarbij de stelling aan dat wat Jakobson beweert over taal ook van toepassing is op niet-talige communicatievormen als beeld, muziek en gebaren. Ik volg hiermee Laurent Binet die aangeeft dat we sinds Roland Barthes ons niet hoeven te bepreken tot communicatiesystemen, maar breder moeten kijken naar betekenissystemen. Hoewel taal volgens Umberto Eco perfect is voor de communicatie, zegt taal niet alles. Mensen communiceren ook via hun kleding, meubilair, eetgewoontes, de manier van lachen, etc. “Sinds Barthes hoeven tekens geen signalen meer te zijn, het zijn aanwijzingen geworden.” (Binet, p. 17).

Voor het onderwijs betekent dit dat communicatiestudenten inzicht zouden moeten krijgen in de brede, veelzijdige mogelijkheden van taal en betekenissystemen zoals geschetst door Jakobson en Barthes. Daar past ook het lezen van poëzie of songteksten bij en het bezoeken van musea, films, modeshows en festivals. Er zijn namelijk naast literatuur en casuïstiek uit het communicatie-vakgebied ook talloze artistieke inspiratiebronnen en eigentijdse trends die je als student kunt gebruiken om ervaringen en inzichten op te doen. Het is de kunst om te leren dat alles om te zetten in mooie content, betekenisvolle conversaties en pakkende verhalen.

 

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

Leestip: Van bacterie tot Bach en terug

 

Ik heb de afgelopen weken met veel belangstelling het boek ‘Van bacterie tot Bach en terug’ van Daniel Dennett gelezen. Een pittig boek over taal, communicatie, bewustzijn en begrip.  Ik vind er veel zaken in terug die samenhangen met het vakgebied Communicatie waarmee ik me als docent al jarenlang bezighoud. Ik deel hieronder wat inzichten en interpretaties. Gebaseerd op dit boek, maar wel ‘vertaald’ in eigen woorden.

 

Mensen zijn tot elkaar veroordeeld. Ze slaan de handen ineen of vliegen elkaar in de haren. Ze leren door imitatie en herhaling van ouderen die het destijds als jongeren ook weer door imitatie en herhaling hebben geleerd. Alles volgens een darwinistisch principe: aanpassing aan omstandigheden door te kijken wat wel werkt en wat niet. Dit mechanisme noemt Dennett: competentie zonder begrip. Je doet iets (of je doet iets na) en dan blijkt of het werkt of niet. Als het niet werkt loop je schade op of ga je dood. Als het wel werkt overleef je en geef je het door. Niet omdat je dat van tevoren zo had uitgedokterd, maar omdat je er mee verder bent gekomen.

Uit de recensie van Hendrik Spiering (NRC, 12 januari 2018):

“de kern van zijn (Dennett’s) theorie over de oorsprong van het menselijke bewustzijn is simpel. Wij danken ons bewustzijn aan taal. Ons bewustzijn ontstond omdat het evolutionair nut had als controle-instrument voor onderlinge communicatie. En dankzij die ontwikkeling kunnen wij mensen nu als enige dieren op deze wereld abstract denken, poëzie scheppen én filosofische boeken schrijven.”

Communicatie helpt om de menselijke samenwerking (of competitie) te versterken. We gebruiken zintuiglijk waarneembare (te onderscheiden) uitingen (gebaren, woorden, geluiden, aanrakingen en beelden) om informatie met anderen uit te wisselen. Bewust of onbewust. Bedoeld of onbedoeld.

Vanuit de ‘zendende’ mens gezien: er ontstaat een ontwikkeling van bewustzijn om de uitgaande communicatie te controleren. Om toe te zien op wat we wel en niet willen zeggen en delen. Met dat bewustzijn ontstaat ook het menselijke begrip. Snappen waarom en waartoe. Niet meer puur vanuit instinct, maar op basis van een redenering, een gedachte, een bedoeling.

Vanuit de ‘ontvangende’ mens gezien: informatie is afhankelijk van wat ‘de ontvanger’ al weet. Semantische informatie is betekenisvol. Door te kunnen onderscheiden wat betekenisvol is kun je je situatie verbeteren.

Voor beide partijen is onderscheiden een sleutelwoord. De zendende partij moet zich met zijn uiting weten te onderscheiden, de ontvangende partij moet het geuite kunnen onderscheiden.

De gebruikte uitingen hebben een bepaalde betekenis die vooral door imitatie en herhaling tot ontwikkeling komt. Die uiting is een uitdrukking of vertaling van een concept in het hoofd van de ene persoon die hij probeert over te brengen op een andere persoon. Dat concept heeft betrekking op een al dan niet waarneembaar stoffelijk voorwerp (hand, kat, boom, huis) of geestelijk idee (warmte, liefde, respect). Zo heb je drie elementen:

  1. het voorwerp of idee,
  2. het daarop betrekking hebbende concept in het hoofd van een persoon
  3. de vertaling van dit concept over een bepaald voorwerp of idee in de vorm van een uiting.

Sommige uitingen (klanken, gebaren of tekens) hebben een duidelijke gelijkenis met het betreffende object. Denk aan het woord koekoek, aan hiëroglyfen, het mail-icoontje op een smartphone of een portrettekening. Andere klanken, gebaren of tekens zijn meer abstract en vergen meer ervaring in betekenisverlening en patroonherkenning. Volgende generaties weten misschien niet meer dat het mail-icoontje een envelop afbeeldt, omdat ze geen ervaring hebben met papieren brieven en enveloppen.

Degene die de uitingen samenstelt ( de ‘zender’) kan heel doelbewust proberen bepaalde betekenissen op te roepen door voort te borduren op oudere routines en bestaande betekenisvormen. Scenaristen, schilders, tekstschrijvers, fotografen, muzikanten, PR-professionals en politici maken hier graag gebruik van. Denk aan de vaste vijf delen van de Griekse tragedies, de ideale beeldverhoudingen volgens de gulden snede, de veertien regels van het sonnet, de drie basisakkoorden van de blues, maar ook aan vaak gebruikte argumentatieschema’s en reclametechnieken. Er wordt eindeloos geïmiteerd, doorontwikkeld, geplagieerd, aangepast. Geen Beatles zonder Bach, geen West Side Story zonder Romeo en Julia, geen Jesse Klaver zonder Barack Obama, geen Santa Claus zonder Sint Nicolaas, geen …. Zo ontstaan clichés, pastiches, bewerkingen en verwijzingen. Soms regelrecht gekopieerd, soms in een nieuw jasje gestoken, soms compleet gerenoveerd met nog maar een heel klein restant van het oorspronkelijke patroon. Het levert een spanningsveld op van enerzijds voldoende betekenisvol zijn (bekende elementen gebruiken, anders snapt men wat ik wil overbrengen) en anderzijds voldoende onderscheidend zijn (anders ziet men mij niet, word ik niet waargenomen). Vergelijk het met het innovator’s dilemma en de ‘chasm’ (Geoffrey Moore, 1991: http://soloway.pbworks.com/w/file/fetch/46715502/Crossing-The-Chasm.pdf).

Aan de kant van de ‘ontvangers’ zorgen herhaling, training en educatie voor versterking van de patroonherkenning. Oefening baart kunst. Wie die kunst verstaat heeft aan een half woord (of een half logo, of de eerste tonen van een melodie) al genoeg om het geheel te herkennen. Ook kan hij gehusselde letters omtoveren in normale woorden en herkent hij patronen in schijnbaar losse tekens (denk aan de Gestalt wetten).

Hoe meer mogelijkheden mensen ontwikkelen om informatie uit te wisselen (alfabetten, boeken, wiskunde, computers), hoe groter de cumulatie van betekenisvolle informatie. Ieder jaar verschijnen weer nieuwe boeken, nieuwe films, nieuwe auto’s, nieuwe robots, nieuwe apps. Slimmer, smarter, sneller. We kunnen hierdoor informatie gebruiken om nog beter te worden in het verwerken van informatie. Een cumulatief, zichzelf versterkend proces.

Dat vergt ook een accumulatie van competenties om informatie te ontvangen en te verwerken. Dat gaat velen goed af, maar velen ook niet. In Nederland zijn er momenteel 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Zij kunnen op tal van fronten minder goed meedoen. In termen van Dennett: zij hebben in dit informatietijdperk minder mogelijkheden om semantische informatie te benutten en daarmee hun situatie te verbeteren. Een soort nieuwe kenniskloof (Noelle-Neuman), of ‘digital divide’.

https://www.lezenenschrijven.nl/nieuws/laaggeletterden-lopen-jaarlijks-ruim-half-miljard-aan-inkomsten-mis/

Het oermodel van communicatie (van Shannon & Weaver) is 70 jaar oud. Reden voor een feestje?

 

 

 

 

 

De moeder van alle communicatiemodellen viert dit jaar haar 70e verjaardag. Is dit reden om groots feest te vieren of moeten we haar met zachte dwang de weg naar het rusthuis wijzen? Laten we het model eerst eens nader onder de loep nemen voordat we een oordeel vellen.

 

Shannon op zoek naar een meet-methode

In 1948 publiceerde Claude Shannon onder de titel A Mathematical Model of Communication een tweetal artikelen voor het Bell System Technical Journal. Dit was een wetenschappelijk tijdschrift van de American Telephone and Telegraph Company (AT&T). De titel van zijn teksten en het karakter van het vakblad verwijzen al naar de technisch-wiskundige grondslag van het model. Shannon, een wiskundig ingenieur, was vooral geïnteresseerd in het vervolmaken van de technische overdracht van informatie. Niet vreemd voor iemand die bij een telefoonmaatschappij in dienst was. In de inleiding van zijn artikel formuleert hij zijn studie-object als volgt:

The fundamental problem of communication is that of reproducing at one point either exactly or approximately a message selected at another point.

Shannon ontwikkelde voor zijn berekeningen een ‘general communication system’ dat uitgroeide tot hèt basismodel van communicatie. Dit basismodel is nog steeds terug te vinden in de handboeken van communicatiewetenschap en wordt doorgaans het Zender-Kanaal-Ontvanger model genoemd.

 

 

De essentie van dit ‘schematic diagram’ was het weergeven van het proces van overdracht van informatie, waarbij Shannon zocht naar manieren om de hoeveelheid informatie te meten en naar een berekeningswijze voor de capaciteit van een kanaal om informatie over te brengen. In feite maakte Shannon een soort werktekening, zoals je die bijvoorbeeld op de website van een bouwmarkt kunt vinden als je wilt weten hoe een elektrisch circuit in elkaar zit. In zijn publicatie van 1948 maakte Shannon onderscheid tussen drie soorten communicatie-systemen: discrete (bijv. morse-tekens bij telegrafie), continue (bijv. radio en televisie) en gemengde systemen (bijv. gesproken woord). Per systeem werkte Shannon grote series berekeningen uit. Wie zijn originele artikel bekijkt zal versteld staan van de vele wiskundige formules die pagina na pagina worden gepresenteerd. De meeste daarvan zullen menig communicatiekundige (inclusief mijzelf) boven de pet gaan.

Voorbeeld pagina’s

Weaver als promotor van het denken van Shannon

Een jaar later, in 1949, verzorgde Warren Weaver, een collega van Shannon, een heruitgave van de artikelen van Shannon en voorzag deze van een voor een breder publiek toegankelijke inleiding. Het kwam als boekje op de markt onder de titel The Mathematical Theory of Communication. De subtiele verandering van het woord ‘A’ in ‘The’ geeft aan dat Weaver en Shannon zelfbewust een algemeen geldend model wilden presenteren. Vanaf dat moment nam het Shannon & Weaver systeemmodel een enorme vlucht.

Weaver benadrukte dat het om een ‘information theory’ ging. Hierbij moest informatie niet verward worden met betekenis.

The word information, in this theory, is used in a special sense that must not be confused with its ordinary usage. In particular, information must not be confused with meaning.

Hij herhaalde met andere woorden een passage uit de inleiding van het artikel van Shannon uit 1948:   ‘These semantic aspects of communication are irrelevant to the engineering problem.’

Shannon en Weaver zijn in dit opzicht meer te beschouwen als tellers dan als noemers. Waar het Shannon en Weaver om ging was het bepalen van de mate van vrijheid om een boodschap te selecteren die je wilt verzenden. Simpel gezegd wordt de hoeveelheid informatie bepaald door het logaritme van het aantal beschikbare keuzes. In een heel eenvoudige situatie zou je de keuze hebben tussen twee boodschappen.

The transmitter might code these two messages so that “zero” is the signal for the first, and “one” the signal for the second; or so that a closed circuit (current flowing) is the signal for the first, and an open circuit (no current flowing) the signal for the second. Thus the two positions, closed and open, of a simple relay, might correspond to the two messages.

In dit citaat herkennen we de nullen en de enen van het binaire positiestelsel dat we zo goed kennen in ons digitale tijdperk. Shannon en Weaver spreken in dit verband letterlijk over bits (binairy digits), een term die zij toeschrijven aan J.W. Tukey.

 

Entropy, redundancy, noise

In het werk van Shannon en Weaver vervullen de termen ‘entropy’, ‘redundancy’ en ‘noise’ een belangrijke rol. Entropy (of entropie in het Nederlands) is de mate van onzekerheid, willekeur of desorganisatie van een situatie. Hoe meer entropie, hoe groter het aantal keuzes bij het samenstellen van een boodschap. De term redundantie verwijst juist naar het tegendeel: zekerheid of voorspelbaarheid. Redundantie heeft betrekking op dat deel van een boodschap dat wordt bepaald door vaste gebruiksregels van symbolen en niet wordt bepaald door de vrijheid van de zender. Zo kan een boodschap die een paar taalfouten bevat toch goed ontvangen worden door een ontvanger, omdat hij de spelregels van de grammatica kent. Er is sprake van ‘noise’ als er iets met het signaal gebeurt zonder dat de bron dat bedoelde. Denk aan een lawaaierige omgeving, een storing op TV, of een vervorming van een afbeelding. Daarom helpt het om een boodschap te herhalen (redundantie) om mogelijke misverstanden door ‘noise’ tegen te gaan.

Paradoxaal genoeg wil een boodschapper kunnen beschikken over veel vrijheidsgraden (veel entropie) om zijn boodschap te kunnen samenstellen. Dat levert rijkere informatie op. Aan de andere kant verhoogt rijke, complexe informatie de kans op ‘noise’ en misverstanden.

 

Wat is in 2018 nog de betekenis van het oer-model Shannon & Weaver?

Wie geïnteresseerd is in communicatie en wat wil leren over de betekenislagen van boodschappen,  over de invloed van de sociale omgeving, over mediumspecificiteit, over feedback en interactie, of over de impact van maatschappelijke ontwikkelingen, komt niet veel verder met het model van Shannon & Weaver. Daarvoor is het te mechanisch, te eenzijdig, te eendimensionaal.

Weaver erkende dit ook in zijn inleiding. Hij schetste drie vraagstukken:

LEVEL A. How accurately can the symbols of communication be transmitted? (The technical problem.)

LEVEL B. How precisely do the transmitted symbols convey the desired meaning? (The semantic problem.)

LEVEL C. How effectively does the received meaning affect conduct in the desired way? (The effectiveness problem.)

Hij gaf aan dat Shannon en hij zich vooral richtten op Level A: het technische vraagstuk van symbool-transmissie. Zeventig jaar geleden hadden beide wiskundigen dus niet de illusie om alle aspecten van menselijke communicatie te vangen in hun model en berekeningswijzen. Geen wonder dat communicatiewetenschappers en praktijkmensen in de afgelopen decennia het basismodel op allerlei manieren hebben aangevuld of aangepast. Opmerkelijk genoeg is men daarbij zelden helemaal los gekomen van het oorspronkelijke model. Shannon en Weaver blijven in die zin een moeilijk te omzeilen referentiepunt. Je kunt er als het ware niet om heen. Je kunt het denken over communicatie niet goed begrijpen als je dit model niet kent. Daarom blijf je het in allerlei boeken en beschouwingen tegenkomen. Het probleem daarbij is dat vooral het plaatje (de tekening) blijft hangen, maar de technisch-wiskundige intentie niet. Met als gevolg dat men 70 jaar na dato toch vaak simpelweg denkt dat communicatie zo verloopt als Shannon en Weaver het (met een andere bedoeling!) hebben geschetst.

De vaak niet opgemerkte waarde van het werk van Shannon en Weaver is het feit dat zij tot de grondleggers behoren van wat de information theory wordt genoemd. Zij zijn naast anderen de wegbereiders van de digitale revolutie geweest waarin technisch gesproken de mate van (noise-vrije) ongestoorde informatie-overdracht tot ongekende mogelijkheden heeft geleid. In de woorden van Daniel Dennett:

Door alle codes, ook woorden in gewone taal, te converteren naar binaire code (…) liet Shannon zien hoe ruisreductie onbeperkt verbeterd kon worden en hoe de kosten (in termen van coderen en decoderen en vertraging van transmissiesnelheid) exact gemeten konden worden, in bits.

 

Slingers of rusthuis

De moeder, of beter nog grootmoeder, van alle communicatiemodellen is jarig. Dat verdient een feestje, omdat Shannon en Weaver wezenlijk hebben bijgedragen aan het verbeteren van het technische aspect van informatie-overdracht; iets waar wij in het digitale tijdperk enorm van profiteren. Maar laten we stoppen hun model op te vatten als hèt universele model van menselijke communicatie. Ironisch genoeg hebben we als ontvangers te lang en hardnekkig de boodschap van de zenders Shannon & Weaver verkeerd opgevat.

Daarom dus taart voor Shannon & Weaver, maar onze foute interpretatie van hun model mag definitief naar het rusthuis.

 

 

Ik heb bij het schrijven van dit blog dankbaar gebruikt gemaakt van de volgende bronnen:

  • De originele teksten van Shannon (1948) en Shannon & Weaver (1949).
  • Communication Theories van Severin & Tankard.
  • Communicatiebeleid en communicatiestrategie van Henk-Jan Rebel (een boek dat in de vergetelheid is geraakt, maar 18 jaar na publicatie nog steeds een heel waardevolle bron is).
  • Van bacterie naar Bach en terug van Daniel Dennett (een fascinerend boek dat vorig jaar is verschenen en inzichten biedt in de ontwikkeling van ons denken; in Deel II veel aandacht voor informatie en taal)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

Gepakt door SuitSupply

 

 

 

 

Pakkenzaak SuitSupply (‘businessmode voor mannen’) slaagt er geregeld in met controversiële reclamecampagnes een storm van reacties los te maken. Onder het motto sex sells vulde SuitSupply de afgelopen jaren in heel het land billboards en abri’s met royaal afgebeeld vrouwelijk naakt. Kennelijk moesten vrouwen uitgekleed worden om de jonge zakenman aangekleed te krijgen. De controversiële afbeeldingen zorgden voor bergen kritiek op social media en talloze klachten bij de Reclame Code Commissie. De teneur: vrouwonvriendelijk, platvloers, seksistisch. De mensen van SuitSupply zullen het geweldig hebben gevonden. Hoe meer rumour around the brand, hoe beter.

De meest recente campagne van SuitSuplly laat een geheel ander beeld zien. Dit keer is er geen vrouwenbil of -borst te zien, maar staan er zoenende mannen op de posters. Dat is andere koek.

Maar net als bij vorig campagnes zijn ook nu de reacties niet van de lucht. Niet alleen op social media, maar ook op de billboards zelf. Er zijn vele meldingen van beschadigingen en bekladdingen. Helaas zijn er nog hordes homofobe mensen in Nederland niet te beroerd een smerig spoor van vernieling aan te richten. Die incidenten leiden op hun beurt weer tot veel publieke en ook politieke verontwaardiging over zulke grove uitingen van homohaat. Ik heb echter het bange vermoeden, dat de mensen van SuitSupply zich wederom in hun handen wrijven.

SuitSupply is namelijk geen COC of uithangbord van de LHBT-beweging, maar een commercieel bedrijf dat graag veel pakken verkoopt. Daar is op zich niets mis mee. De vroegere campagnes laten zien dat SuitSupply doelbewust de grenzen opzoekt. Het doel heiligt de middelen. Dat geldt nu ook. Deze nieuwe  posters gaan helemaal niet over homo-emancipatie. Het is fikkie stoken rondom thema dat licht ontvlambaar is. Wie denkt dat SuitSupply zo begaan is met de homobeweging vergeet dat de organisatie op dit punt geen bewezen staat van dienst heeft. En zelfs als de mensen van SuitSupply een roze hart hebben, is het een slechte keuze om via posters campagne te voeren voor een maatschappelijke kwestie.

We weten dat van de discussie over de posters die de gemeente Rotterdam samen met Femmes for Freedom vorig jaar in de stad liet ophangen. Posters over vrije partner-keuze voor vrouwen met daarop uiteenlopende zoenende stellen: lesbische vrouwen, een moslima met een jood, etc.

Poster gemeente Rotterdam: In Nederland kies je je partner zelf

Ook die posters riepen veel reacties op. Vanuit communicatiewetenschappelijke hoek werd aangegeven dat  dergelijke campagnes (los van de wellicht beste bedoelingen) weinig zinvol zijn of zelfs contra-productief. Prominent gedragsdeskundige Reint-Jan Renes betoogde treffend dat de gemeente Rotterdam met deze postercampagne de plank missloeg:

In gesprekken, aangewakkerd door de campagne, wil (wethouder) Schneider mensen die niet zelf mogen kiezen en mensen die anderen belemmeren vrij te kiezen ‘overtuigen dat het normaal is dat vrouwen hun eigen partner mogen kiezen’. Klaarblijkelijk is de wethouder niet bekend met het fenomeen myside bias, de neiging van mensen om informatie in lijn met hun eigen mening te omarmen en alles wat ertegenin gaat af te wijzen. In een klassieke Stanford-studie bestudeerden voor- en tegenstanders van de doodstraf gelijkwaardige statistieken pro en contra de afschrikwekkende werking van de doodstraf. De voorstanders beoordeelden de pro-doodstraf feiten als zeer overtuigend en de contra-gegevens als ongeloofwaardig (vice versa voor de tegenstanders). Na het bestuderen van de statistieken waren bestaande meningen over de doodstraf significant sterker geworden. Eenmaal gevormd zijn opinies opmerkelijk hardnekkig. Een normatieve campagne (‘wij doen het goed en jullie doen het fout’) creëert weerstand, verhardt de tegenstellingen en maakt een goed gesprek bijna onmogelijk.[1]

Dus zelfs als de SuitSupply zou claimen een statement te willen maken ten gunste van homo’s, is er voor de verkeerde aanpak gekozen. Maar zo nobel is de pakkenzaak helemaal niet. SuitSupply wil met niemand een goed gesprek aangaan. SuitSupply trekt belletje en holt daarna hard weg. En wij zitten met de gebakken peren en mogen hopen dat deze campagne niet bijdraagt aan verdere verscherping en vervuiling van het debat. Terwijl wij daarover via commentaren, cartoons en columns (en blogs) onze zorgen uiten, zitten de mensen van SuitSupply vast weer te broeden op hun volgende campagne met een lekker nieuw controversieel thema: de bio-industrie, racisme, mishandeling…. Keuze genoeg om ons allemaal opnieuw te pakken te nemen.

 

[1] http://www.trajectum.hu.nl/zoenende-moslimas/

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

De mensen van Maastricht

 

 

 

 

Jaren geleden gingen mijn vrouw en ik een paar dagen naar Londen. Op de eerste avond hielden we zo’n typisch Britse taxi aan. De chauffeur begroette ons allerhartelijkst. Hij vroeg waar we vandaan kwamen en maakte een gezellig praatje met ons. Toen we bij ons hotel waren aangekomen en hadden betaald nam hij afscheid met de woorden: “we are very happy to have you here!” Door het woordje ‘we’ leek het alsof hij ons namens heel Londen welkom heette. Een echte ambassadeur van zijn stad.

Organisaties hopen dat hun medewerkers zich net als deze chauffeur gedragen: vriendelijk, service-gericht en representatief. Bij de afdeling Interne Communicatie hanteert men vaak de slogan “intern beginnen is extern winnen”. Stel je voor dat iedere medewerker zich als een ware ambassadeur zou gedragen; dat zou een enorme impuls geven aan de verkoopcijfers en de klanttevredenheid. Organisatie zetten om die reden dikwijls trainingsprogramma’s en instructiebijeenkomsten op om hun medewerkers zo ver te krijgen, met als boodschap: “je bent het visitekaartje van de organisatie”.

Ook steden krijgen hiervoor steeds meer oog. Geïnspireerd door vakgebieden als ‘city branding’ of ‘destination marketing’ probeert men niet alleen bedrijven, expats en toeristen aan te trekken, maar erkent men ook in toenemende mate de belangrijke rol die de eigen burgers spelen bij de beeldvorming en belevenis van de stad. Positieve en representatieve burgers zijn onmisbaar voor de profilering van een stad. Meer dan de bestuurders of de bedrijven zijn het juist de burgers, winkeliers en horeca-medewerkers die de belofte van een stad moeten waarmaken.

Als je wilt weten waar dat heel goed wordt ingevuld, moet je een paar dagen naar Maastricht gaan. Onlangs waren we een paar dagen in deze mooie stad aan de Maas. We kennen de stad redelijk goed, maar ons laatste bezoek was toch al weer een jaar of zes geleden. Het was een plezierig weerzien. Niet alleen vanwege de gezellige pleinen, de prachtige kerken, de fraaie winkels en de heerlijke restaurants, maar juist ook vanwege de gastvrijheid van de Maastrichtenaren.

 

Natuurlijk, dé Maastrichtenaar bestaat niet, maar we vonden het opvallend hoe we overal vriendelijk werden verwelkomd en geholpen. In ons hotel, in de boekhandel, op het terras, in het museum, in de winkel, op de markt. Meer dan we in andere steden hebben ervaren. Dat kan geen toeval zijn. Het is in ieder geval niet het resultaat van een collectieve motivatietraining die alle inwoners hebben moeten ondergaan. Volgens mij komt het omdat de Maastrichtenaren goed in hun Maastrichtse vel steken en dat met een natuurlijke vanzelfsprekendheid uitstralen. Zij voelen zich sterk verbonden voelt met de stad. Maastricht is hun stad. Een stad die niet alleen mooie gebouwen en pleinen heeft, maar ook vele tradities, een rijk verenigingsleven en een eigen dialect: Mestreechs. Dat geheel vormt een fijnmazige culturele voedingsbodem die niet zichtbaar is op Google maps, maar wel voelbaar in de omgang met Maastrichtenaren. Hun vriendelijkheid en gastvrijheid zijn niet gespeeld, niet aangeleerd, niet overdreven, niet kruiperig, maar heel naturel. De Maastrichtenaren spelen geen rol, maar spelen een thuiswedstrijd. In een stad waar zij zich thuis voelen en die zij graag tonen aan hun bezoekers. Daar kunnen andere steden (en organisaties die worstelen met ongemotiveerde medewerkers) veel van leren.

 

(Reageren op dit bericht kan helaas niet meer via de reactie-functie. Deze heb ik afgesloten vanwege de vele spam-berichten. Reacties via LinkedIn en Twitter zijn zeer welkom!)

Nepnieuws is geen nieuws

“Dubieuze berichten ontstaan meestal juist buiten de reguliere nieuwsmedia. We hebben daarom tegenwoordig de nieuwsmedia des te meer nodig om al deze rijpe en groene uitingen te controleren, te selecteren, te duiden en te becommentariëren.”

In 2017 was nepnieuws een van de opvallendste nieuwe woorden. Het Genootschap Onze Taal nomineerde de term, naast woorden als gifei en genderneutraal, voor de verkiezing van het woord van het jaar 2017. Uiteindelijk sleepte het woord appongeluk die prijs in de wacht. De Britse woordenboek-uitgever Collins riep in november 2017 de Engelstalige variant fake news uit tot woord van het jaar in het Verenigd Koninkrijk. De uitgever had op basis van onderzoek aangetoond dat met name sinds de verkiezingscampagne van Donald Trump in 2016 de term fake news in 2016 een enorme vlucht had genomen.

Wat is nep en wat is nieuws

Het is interessant om te kijken wat nu precies nepnieuws is. Volgens Van Dale staat het zelfstandig naamwoord nep gelijk aan bedrog en betekent het bijvoeglijk naamwoord nep vervalst, nagemaakt of onecht. Zo heb je nep-haar en echt haar, of een nep-bom en een echte bom. In die zin is nep-nieuws dus onecht nieuws of nagemaakt nieuws. Dat doet veronderstellen dat er ook echt, onvervalst nieuws is.

Om dat laatste te kunnen nagaan moeten we eerst weten wat nieuws is. Als we weer Van Dale raadplegen treffen we bij het woord nieuws de omschrijvingen tijding en bericht aan. Het gaat dus om een boodschap die wij ontvangen. Het woord nieuws is de genitivus (of 2e naamval) van het woord nieuw en betekent: van nieuw/van het nieuwe. Zoals Piets in de zin ‘Peggy is Piets dochter’ betekent dat Peggy de dochter van Piet is. In die zin heeft nieuws dus te maken met een bericht over een nieuwe (recente, actuele) gebeurtenis. Nep-nieuws is in die zin een nagemaakt, vervalst nieuwsbericht.

Strikt genomen zouden we van nepnieuws moeten spreken als iemand een namaak-nieuwsbericht produceert. Het ziet er echt uit, maar het is nonsense. Populaire voorbeeld hiervan zijn de nep-berichten van De Speld en de traditionele grappige 1 april berichten in de media.

In de praktijk wordt er echter met nepnieuws iets anders bedoeld. Het gaat dan niet om een knipoog-bericht à la De Speld, maar om een bericht waarmee het publiek bewust wordt misleid of gemanipuleerd. Het modewoord nepnieuws heeft daarmee vooral betrekking op de intentie en de kwaliteit van een bericht. Is het betrouwbaar? Welk belang is ermee gemoeid? In hoeverre strookt het met de werkelijkheid? Om dat te kunnen bepalen moeten we onderzoeken wat er in de werkelijkheid is gebeurd, hoe dat is omgezet in een nieuwsbericht en wie het bericht heeft verspreid.

Wat is werkelijk werkelijk?

Het eerste aspect, wat is werkelijkheid, is onderwerp van een eeuwenlang filosofisch debat. Van de grot van Plato via het middeleeuwse denken met God als universeel middelpunt tot de Verlichting (waarin getornd wordt aan het goddelijke ordeningsprincipe) en moderne denkers als Nietzsche en Foucault. Elk tijdperk heeft zo z’n eigen antwoorden op vragen als: is er een onomstotelijke werkelijkheid; zijn er meer werkelijkheden; is wat wij zien een afspiegeling van een werkelijke werkelijkheid? Er bestaat geen breed gedragen consensus over wat waarheid en werkelijkheid is.

Als er al discussie bestaat over de vraag wat werkelijkheid is, moeten we natuurlijk ook voorzichtig zijn met onze waarneming en interpretatie van verschijnselen uit de (zogenaamde) werkelijkheid.

Een voorbeeld. Als Ajax met 2-0 van PSV wint en ik ben zelf toeschouwer bij die wedstrijd (samen met 50.000 anderen) dan is er weinig reden om de feitelijke eindstand te bestempelen als niet echt of vervalst. Maar of het een terechte uitslag was, of de doelpuntenmaker bij de tweede goal buitenspel stond en of de uitslag bewijst dat Ajax terecht een nieuwe trainer heeft aangesteld, dat is minder zeker vast te stellen. Daar zal men bovendien in Eindhoven anders over denken dan in Amsterdam. Kortom, er zijn meer en minder feitelijke verschijnselen. Die verschijnselen nemen we per individu op verschillende manieren waar en voorts verwerken we die waarnemingen op onze eigen manier binnen ons eigen referentiekader met een geheel aan ervaringen, gedachten en gevoelens. Vijftigduizend toeschouwers zijn dus goed voor vijftigduizend verwerkingen van een voetbalwedstrijd.

Elk nieuwsbericht is een constructie

Dan de volgende stap. Er wordt een nieuwsbericht samengesteld over een bepaald onderwerp (een voetbalwedstrijd, een klimaatrapport, een oorlog, een politiek debat, een vulkaanuitbarsting). De samensteller van het bericht heeft iets in woorden en/of beelden openbaar gemaakt, gepubliceerd.  Hij heeft zijn waarnemingen, ervaringen, gedachten, gevoelens, interpretaties vertaald in taal: schrijftaal, beeldtaal, spreektaak, gebarentaal. Simpel gezegd, hij heeft zijn impressies omgezet in expressies. Hij voegt zo een schakel toe aan de keten werkelijkheid-waarneming-interpretatie. Die vertaling/expressie-schakel zou in principe totaal los kunnen staan van de werkelijkheid. Er is dan geen enkel verifieerbaar feitelijk aspect aan te ontdekken. Bij het hierboven gegeven voorbeeld van Ajax-PSV zou dat een bericht kunnen zijn dat de eindstand 1-1 was. In het dagelijks taalgebruik zouden we zeggen: dat slaat nergens op; het raakt kant noch wal. Een andere optie is dat er in een nieuwsbericht wel een verband bestaat met een feitelijke gebeurtenis of verschijnsel, maar dat juist de gekozen invalshoek of duiding ter discussie staat. Als 10 voetbaljournalisten een verslag schrijven van Ajax-PSV levert dat 10 verschillende reportages op. Dat kan ook niet anders, want iedere journalist heeft z’n eigen interpretatiekader, schrijfstijl, visie op voetbal, affiniteiten, etc. Met andere woorden, (nieuws-)berichten hebben altijd een bepaalde kleur, toon, visie, interpretatie of invalshoek. Binnen de journalistiek en de communicatiewetenschap spreekt men in dit verband van frames, representaties en media-agenda’s.

Kortom, nieuwsberichten zijn altijd constructies. Ieder nieuwsbericht is door een keten van selectie, verwerking, interpretatie, vertaling en kleuring gegaan voordat ik het onder ogen krijg. Hoe meer feitelijk, verifieerbaar en evenwichtig het bericht, des te kleiner de kans op inhoudelijke controverse en nepnieuws-beschuldigingen. Daarom zal een wedstrijdverslag van een ervaren sportjournalist normaliter een betrouwbaarder beeld geven van de gespeelde wedstrijd, dan een bericht over diezelfde wedstrijd van de hand van een Ajax-supporter of een PSV-bobo.

Oude en nieuwe media

Dat brengt ons bij de brenger van het nieuwsbericht. We zijn in de 20e eeuw gewend geraakt aan de situatie waarin de nieuwsvoorziening vooral in handen is van geïnstitutionaliseerde nieuwsmedia. Professionele uitgevers en redacties voorzien het publiek via dagbladen, tijdschriften, radio en televisie van nieuwsberichten. In principe moeten ze daarbij voldoen aan afspraken en codes zoals feiten controleren, bronnen beschermen, hoor- en wederhoor toepassen, etc. Als nieuwsconsument kun je daarbij kiezen voor media die qua profiel goed aansluiten bij jouw interesses en smaak (serieuze of populaire pers, publiek omroep of commerciële zenders, zwaar-informatief of veel entertainment). Deze nieuwsmedia worden daarbij door sommigen gezien als schoothondjes van de heersende macht en door anderen als waakhonden van de democratische samenleving. Media als sluiswachters (gate keepers) of manipulatoren, als vierde macht of als leugenmachines.

Sinds een jaar of tien is er een nieuwe categorie aanbieders bijgekomen: de sociale media. Iedereen, van president tot uitkeringsgerechtigde, kan berichten op social media plaatsen.

Selectie, vertaling en kleuring gebeurt niet door professionele journalisten, maar door iedereen die wat wil openbaren. Berichten die ook nog eens met een druk op de knop door volgers kunnen worden gedeeld en potentieel viral kunnen gaan. De professionele nieuwsmedia worden gepasseerd. De president die vroeger interviews of persconferenties moest geven om iets kenbaar te maken en daarbij afhankelijk bleef van de weergave van de journalist kan zijn publiek nu direct bereiken, wanneer en hoe hij maar wil. Daarmee wordt de media-tussenschakel, die selecteert, controleert en interpreteert, overgeslagen. Opgeruimd staat netjes, zullen mensen zeggen die weinig op hebben met nieuwsorganisaties.

Social media als bron van nieuws

In toenemende mate lijken mensen meer waarde te hechten aan opmerkingen van online amateurs of aan gezagsdragers die via Twitter hun eigen gelijk proberen te halen, dan aan meer afgewogen berichtgeving door professionele journalisten en nieuwsorganisaties. Steeds minder mensen kloppen voor hun nieuwsvoorziening aan bij nieuwsorganisaties. Ze laten zich vooral informeren via sociale media.[1] Toegegeven, op sociale media wordt regelmatig verwezen naar nieuwsberichten van traditionele media, maar er zijn ook talloze andere uitingen en opvattingen op sociale media te vinden. Op social media staat alles rijp en groen door elkaar.

De overstap van nieuwsconsumenten naar sociale media is zorgwekkend. Laten we duidelijk en eerlijk zijn: oproepen van ongeruste ouders op Facebook, mails van belangengroeperingen, oprispingen van boze burgers op Twitter, mijn blog dat je nu leest, en tweets van presidenten zijn geen nieuwsberichten. Het zijn gewoon berichten, die al dan niet betrouwbaar zijn.

Kop van NRC Next van vandaag, 29 januari 2018. Het nepnieuws betreft hier berichten van een actie-comité. Dat is wat mij betreft geen nepnieuws, maar eenzijdige informatie uit particuliere hoek.

Ook meer conventionele documenten als jaarverslagen, lobbybrieven, partijprogramma’s en onderzoeksrapporten zijn geen nieuwsberichten. Los van de vraag of hun inhoud wel of niet deugt zijn dergelijke uitingen, net als nieuwsberichten, constructies. Maar in deze gevallen vanuit een eenzijdig, particulier belang opgesteld. Daar is niets nieuws aan. Sinds het begin van de mensheid wordt er voor eigen parochie gepreekt, worden er drogredenen gebruikt, wordt er al dan niet bewust twijfel gezaaid. Dat hebben we nooit nepnieuws genoemd, maar propaganda, bedrog, misleiding of een eenzijdige voorstelling van zaken.

De noodzaak van gedegen nieuwsorganisaties

In het digitale tijdperk hebben we nieuwe media waarmee ieder individu ongebreideld zijn verhalen, opmerkingen, kritiek of zorgen publiekelijk kan spuien. Het is daarom vreemd dat men in deze tijd met een beschuldigende vinger naar de reguliere nieuwsorganisaties wijst en hen beticht van het fabriceren van nepnieuws. Dubieuze berichten ontstaan meestal juist buiten de reguliere nieuwsmedia. We hebben daarom tegenwoordig de nieuwsmedia des te meer nodig om al deze rijpe en groene uitingen te controleren, te selecteren, te duiden en te becommentariëren. Daar heb je gezonde, professionele, pluriforme nieuwsmedia voor nodig. Met vakmensen die machthebbers kritisch volgen, gebeurtenissen in een context plaatsen, voors en tegens op een rij zetten en het publiek op evenwichtige wijze voorzien van feiten, inzichten en meningen. Met journalisten die als zodanig herkenbaar en aanspreekbaar zijn, en ook verantwoording afleggen.

Tenslotte

We kunnen eindeloos filosoferen over het bestaan van een ware werkelijkheid en we moeten ons realiseren dat ieder nieuwsbericht geconstrueerd is, maar laten we alleen spreken van een nieuwsbericht als het gepubliceerd is door een nieuwsorganisatie en de maker van dat bericht een professional is. En als de journalist zijn/haar vak goed verstaat is de kans op betrouwbare nieuwsvoorziening groot en de kans op nepnieuws klein.

 

 

[1] http://www.journalism.org/2016/05/26/news-use-across-social-media-platforms-2016/

https://www.volkskrant.nl/tech/jongeren-verkiezen-sociale-media-boven-traditionele-media~a4320782/

 

Reclame voor reclame: het etaleren van eigen onvermogen.

 

In mijn laptop heb ik een mapje met de titel ‘reclame voor reclame’. In dat mapje bewaar ik afbeeldingen van reclame-uitingen die aanbieders van advertentieruimte voor zichzelf maken.

Enkele voorbeelden:

 

 

 

 

Mijn nieuwste aanwinst voor dit mapje scoorde ik twee dagen geleden. Deze week hangen de abri’s op Amsterdamse metrohaltes namelijk vol met posters met de tekst ‘Ontwijk mij maar eens  :- ) ‘.

Het gaat om een campagne die duidelijk moet maken dat outdoor-reclame aantrekkelijk en effectief is. Het is dus reclame voor reclame. Nu vind ik dat verschijnsel altijd al wat merkwaardig, maar bij deze campagne heb ik helemaal mijn twijfels.

In de eerste plaats vanwege de slogan. Ontwijken is wat iedereen doet in de metro. Nergens op letten is het devies. Je wilt niet dat andere mensen je aanstaren of tegen je aan gaan staan. Iedereen zit op z’n mobieltje te turen. Iedereen zit in z’n eigen cocon. Niemand besteedt aandacht aan medereizigers of abri’s. De posters zijn dus heel makkelijk te ontwijken. Het doet me denken aan een oude slogan van de gemeente Oosterhout (iets ten noorden van Breda). Langs de snelweg had de gemeente jaren geleden een bord staan met de tekst ‘Niemand kan aan Oosterhout voorbij’, terwijl iedereen juist met 100 kilometer langs Oosterhout raasde.

Een tweede bezwaar is de locatie-doelgroep combinatie. In de metro zitten studenten, forenzen en toeristen. Dat zijn consumenten, afnemers. Metro-passagiers zijn niet mensen die een bedrijf runnen en verleid moeten worden om de producten van hun bedrijf via outdoor reclame onder de aandacht te brengen. De potentiële adverteerder zit niet in de metro. Die moet je elders zoeken.

In de derde plaats zijn het doorgaans niet de bedrijven/opdrachtgevers zelf die bepalen waar het beste reclame gemaakt kan worden. Daar heb je mediabureaus voor.

Maar mijn grootste bezwaar is vooral het feit dat je met deze campagne je eigen onvermogen om voldoende adverteerders te vinden toont. De posters hangen namelijk op plekken waarvoor geen reguliere adverteerders zijn gevonden. Het zijn dus gatenvullers. Bij gebrek aan betalende klanten, hang je maar je eigen advertentie op. Zo laat Clear Channel (de organisatie achter deze campagne) zien dat outdoor reclame juist niet goed werkt.

Een cartoon uit een oud moppenboekje van mijn vader illustreert dit etaleren van je eigen tekortkomingen feilloos.

 

 

 

Inhoudsopgave 2014-2017

Inhoudsopgave Blogsite 2014-2017

 

 

 

2014
Nr. Titel Onderwerp  
1 Een genuanceerde zwart-wit denker Machiavelli en Il Principe (De Vorst) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=24
2 Het schoolslagprincipe USP’s en onderscheidend vermogen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=40
3 Verantwoord Commercieel Samenwerken Hoe om te gaan met commerciële steun http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=235
4 Kiezen voor Europa (serie): Introductie Een serie in thema’s over de rol en plaats van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=246
5 Kiezen voor Europa (serie): Proloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=248
6 Kiezen voor Europa (serie): Geografie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=293
7 Kiezen voor Europa (serie): Geschiedenis http://phaests.nl/phaestus.nl/?p=308
8 Kiezen voor Europa (serie): Economie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=319
9 Kiezen voor Europa (serie): Cultuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=326
10 Kiezen voor Europa (serie): Politiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=332
11 Kiezen voor Europa (serie): Epiloog http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=337
12 Voir un ami pleurer De aanslag op het Joods Museum in Brussel http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1771
13 Hallo Jumbo! Jumbo, Magritte en Warhol. http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=275
14 COMpositie Kernbegrippen van professionele communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=345
15 Relaties en relevantie Waarom communiceren organisaties? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=357
16 Zijn en Hebben (Etre et avoir) in gedichten en films http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=366
17 Outlet Honden en bejaarden uitlaten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=376
18 Het ‘hoe’ van communicatie Strategie en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=381
19 Zwarte Zaterdag Vakantie ervaringen in Italië, zomer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=385
20 Dylan Tribute Concert in Concertgebouw (augustus) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=394
21 De koffiecorner Een student kiest een communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=405
22 Zender en Ontvanger Hoogste tijd om dit begrippenpaar uit te zwaaien http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=410
23 Gerrit Kouwenaar Bij de dood van de dichter Gerrit Kouwenaar http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=427
24 Niets is wat het lijkt, of toch wel? Over het husselen van letters http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=438
25 De nieuwe landkaart van Europa Schuivende grenzen in Europa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=446
26 Teveel reclame Kritiek op een kortzichtige opinie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=453
27 La Superba Het boek van Ilja Leonard Pfeijffer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=456
28 Burgemeester word wakker Burgemeester is ook media-commissaris http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=462
29 Doe effe normaal Campagne SNS slaat niet aan bij studenten http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=468
30 Wanneer zeg je ‘Henk en Ingrid’… Welke naam zeg je eerst (bij stellen) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=477
31 Kleurenblind Doet huidskleur er toe bij blinden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=486
32 Generatiekloof Student weet niet wie Lord Byron is http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=497
33 Strategie revisited Nogmaals: over communicatiestrategie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=502
34 In elke klas zit een Mariëlle Een stille studente die goed scoort in de praktijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=510
35 Stakkerdjes of Stakkertjes? Hoe spel je verkleinwoorden? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=516
36 De grootste hit van Dylan in NL Welke song is dat? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=523
37 The image as burden Tentoonstelling Marlene Dumas (over Identiteit en Imago) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=530

 

2015
Nr. Titel Onderwerp
38 Ben ik Charlie De aanslag op Charlie Hebdo http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=542
39 Ben ik Charlie (vervolg) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=551
40 Richting, een naar voorzetsel Het gebruik van het woord richting http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=557
41 Nina Sophia Bij de geboorte van ons eerste kleinkind http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=562
42 Enigma en Dilemma Naar de film The Imitation Game met dochter Lisa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=571
43 Februaristaking Stilstaan bij antisemitisme http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=576
44 Merknamen De herkomst van merknamen (boek van Riezebos) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=581
45 De vier elementen van communicatie Een koppeling tussen elementen en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=586
46 Hun strijd, onze strijd Vechten op vreemde bodem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=595
47 Naast wie ga je zitten Observaties in het openbaar vervoer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=602
48 De stamhouder Het boek van Alexander Münninghoff http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=608
49 Grandes Lignes Parijs en de grote gebaren http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=614
50 Kennis-Houding-Gedrag Kanttekeningen bij deze communicatie-begrippen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=624
51 Norwegian Wood Haruki Murakami, The Beatles en Bob Dylan http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=639
52 Valt er wat te kiezen Verkiezingen voor het Europees Parlement http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=648
53 H.N. Werkman De druksels van Werkman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=654
54 CommunicatieNU #2 De nieuwe verzamelbundel van Betteke van Ruler http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=669
55 Heimwee naar Max van der Stoel Herinneringen aan een oud-minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=677
56 Peeck & Op de Beeck Twee schrijvers, twee boeken; een vergelijking http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=684
57 Zuivere ketters De vervolging van de Katharen in Frankrijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=692
58 Zadelhoesjes en ander reclameleed Hoe goed te adverteren met zadelhoesjes http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701
59 Ode aan mijn bril Dit jaar ben ik vijftig jaar brildragend http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=713
60 Organisaties en onderscheid Zelfpresentatie en ontwikkelingen op mediagebied http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=728
61 Pluk de dag De dichter Cees Buddingh’ http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739
62 Offerfeest Wat wordt er gevierd tijdens het Offerfeest? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=754
63 Minder, minder, minder Een kwalitatieve afwijzing van andere mensen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=765
64 Afrikaanse vluchtelingen tussen wal en schip Wat doen de EU en de AU? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=772
65 Nog één keer naar Bob Dylan Concert in Carré (november 2015) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=782
66 Een prachtig spoor De bolwerken van Amsterdam (Rob van Reijn) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=793

 

 

2016  
Nr. Titel Onderwerp
67 Suiker, een bitterzoet verhaal Cuba, plantages, Java, slavernij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=807
68 Waarom het toch even slikken is vandaag… Bij de dood van David Bowie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=826
69 Geven en Nemen of Delen Seks, intimiteit en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=836
70 Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies De voors en tegens van het gymnasium http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=846
71 Het Vegetarische Vrienden dilemma In hoeverre wil je je aan anderen aanpassen? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=856
72 Koop geen krant van je geboortedag Maar van de dag erna http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=863
73 Schoolcampus (V&D) Bij het faillissement van Vroom & Dreesmann http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=874
74 Judas, de regisseur van Pasen Het boek Judas van Amos Oz http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=892
75 Het Oekraïne-referendum deugt niet Het verkeerde middel bij deze problematiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=906
76 Mijn houvast-huis Het gele huis van Willink en mijn geboortehuis in Velp http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=920
77 9 mei: reden voor feest in Europa De feestdag van de Russen en van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=931
78 Gastdocent in Litouwen Mijn ervaringen in Vilnius http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=939
79 Matthias Antonie Bij de geboorte van onze kleinzoon http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=953
80 Jan Vertoortelboom en het grote Vlaamse familieverhaal Het boek De verzonken jongen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=962
81 Een alternatief Nederlands elftal op het EK Buitenlandse spelers met een Nederlandse naam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=967
82 Hello Goodbye Het Britse referendum over de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=986
83 Festival Mijn ervaringen op het North Sea Jazz festival http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=992
84 Je moet er wat voor over hebben Collecteren voor het Rode Kruis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1000
85 Mooie kerk De gerestaureerde Sint Bavo basiliek in Haarlem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1007

 

86 Geniet ervan! Het gebruik van de gebiedende wijs http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1024
87 Vruchtgebruik Waarom Apple Apple heet http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1033
88 Moedige stap van Edith Schippers Opmerkingen bij de Schoo-lezing van deze minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1048
89 Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus Het boek Moussa van Kamel Daoud als eigentijds vervolg op L’Etranger van Albert Camus http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1063
90 How does it feel? Bob Dylan krijgt de Nobelprijs voor literatuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1088
91 Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes Zetjes in de goede richting: hints en nudging http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1097
92 Sint Maarten Een verhaal over chocolade, voetbal, Holleeder en mantelzorg http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1116
93 Bij de dood van Leonard Cohen Een verhaal over Leonard Cohen, Cleopatra, Kavafis en Shakespeare http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1138
94 Mijn gewone, bijzondere moeder Het leven van mijn moeder, Hanna Lam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 

 

2017  
Nr. Titel Onderwerp  
95 Bijzonder Indonesië Reiservaringen op Java en Bali http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1178
96 Jonge dichters Tim Hofman, Hannah van Binsbergen, Esther Naomi Perquin http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1199
97 Mijn verjaardag op Facebook Gedachten over afstand en nabijheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1222
98 Ik weet nog niet wat ik ga stemmen De Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237
99 Morgen naar de stembus Mijn keuze gemaakt http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1246
100 Oek de Jong en Ed van der Elsken De kracht van woorden en beelden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1258
101 Mijn zoon de gelukszoeker Mijn zoon Lucas gaat op Bali wonen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1273
102 Bipolaire politiek Zwart-wit keuzes bij verkiezingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286
103 Geef mij de grauwe, stedelijke wegen Parallellen tussen J.C. Bloem en Walt Whitman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1300
104 Henk en Ingrid bij de Primark, Jelmer en Sophie bij het Van Gogh museum Dilemma’s tijdens de kabinetsformatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1306
105 Doe mee aan de migratie-quiz Standpunten van politieke partijen over migratie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1315
106 Papadag en vaderdag De misplaatse term Papadag http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1321
107 Het verhaal van Crystal Palace De link tussen Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1332
108 Dromen en drama’s in Verona Impressies van een bezoek aan Verona http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1355
109 Oogsten Tradities en de samenhang tussen natuur en cultuur. Boeken van Ger Groot en Erwin Mortier http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1374
110 1987-2017: 30 jaar communicatie-onderwijs Mijn jubileum als HBO communicatie-docent http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1389
111 K. Schippers passé? Ben je belazerd! De betekenis en relevantie van het werk van K. Schippers http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1422
112 Mondriaan als aansteker Hoe ik ooit een titel voor een Mondriaan- tentoonstelling bedacht http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1439
113 31 oktober: gaan we Hervormingsdag of Halloween vieren Oude en nieuwe feestdagen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1460
114 23 oeroude woorden De ontdekking van 23 eeuwenoude stamwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1482
115 Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren Spelen met ont-werkwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1511

 

 

2015
Nr. Titel Onderwerp
37 Ben ik Charlie De aanslag op Charlie Hebdo http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=542
38 Ben ik Charlie (vervolg) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=551
39 Richting, een naar voorzetsel Het gebruik van het woord richting http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=557
40 Nina Sophia Bij de geboorte van ons eerste kleinkind http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=562
41 Enigma en Dilemma Naar de film The Imitation Game met dochter Lisa http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=571
42 Februaristaking Stilstaan bij antisemitisme http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=576
43 Merknamen De herkomst van merknamen (boek van Riezebos) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=581
44 De vier elementen van communicatie Een koppeling tussen elementen en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=586
45 Hun strijd, onze strijd Vechten op vreemde bodem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=595
46 Naast wie ga je zitten Observaties in het openbaar vervoer http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=602
47 De stamhouder Het boek van Alexander Münninghoff http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=608
48 Grandes Lignes Parijs en de grote gebaren http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=614
49 Kennis-Houding-Gedrag Kanttekeningen bij deze communicatie-begrippen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=624
50 Norwegian Wood Haruki Murakami, The Beatles en Bob Dylan http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=639
51 Valt er wat te kiezen Verkiezingen voor het Europees Parlement http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=648
52 H.N. Werkman De druksels van Werkman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=654
53 CommunicatieNU #2 De nieuwe verzamelbundel van Betteke van Ruler http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=669
54 Heimwee naar Max van der Stoel Herinneringen aan een oud-minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=677
55 Peeck & Op de Beeck Twee schrijvers, twee boeken; een vergelijking http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=684
56 Zuivere ketters De vervolging van de Katharen in Frankrijk http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=692
57 Zadelhoesjes en ander reclameleed Hoe goed te adverteren met zadelhoesjes http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=701
58 Ode aan mijn bril Dit jaar ben ik vijftig jaar brildragend http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=713
59 Organisaties en onderscheid Zelfpresentatie en ontwikkelingen op mediagebied http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=728
60 Pluk de dag De dichter Cees Buddingh’ http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=739
61 Offerfeest Wat wordt er gevierd tijdens het Offerfeest? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=754
62 Minder, minder, minder Een kwalitatieve afwijzing van andere mensen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=765
63 Afrikaanse vluchtelingen tussen wal en schip Wat doen de EU en de AU? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=772
64 Nog één keer naar Bob Dylan Concert in Carré (november 2015) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=782
65 Een prachtig spoor De bolwerken van Amsterdam (Rob van Reijn) http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=793

 

 

2016  
Nr. Titel Onderwerp
66 Suiker, een bitterzoet verhaal Cuba, plantages, Java, slavernij http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=807
67 Waarom het toch even slikken is vandaag… Bij de dood van David Bowie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=826
68 Geven en Nemen of Delen Seks, intimiteit en communicatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=836
69 Help, mijn dochter heeft een gymnasium-advies De voors en tegens van het gymnasium http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=846
70 Het Vegetarische Vrienden dilemma In hoeverre wil je je aan anderen aanpassen? http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=856
71 Koop geen krant van je geboortedag Maar van de dag erna http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=863
72 Schoolcampus (V&D) Bij het faillissement van Vroom & Dreesmann http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=874
73 Judas, de regisseur van Pasen Het boek Judas van Amos Oz http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=892
74 Het Oekraïne-referendum deugt niet Het verkeerde middel bij deze problematiek http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=906
75 Mijn houvast-huis Het gele huis van Willink en mijn geboortehuis in Velp http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=920
76 9 mei: reden voor feest in Europa De feestdag van de Russen en van de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=931
77 Gastdocent in Litouwen Mijn ervaringen in Vilnius http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=939
78 Matthias Antonie Bij de geboorte van onze kleinzoon http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=953
79 Jan Vertoortelboom en het grote Vlaamse familieverhaal Het boek De verzonken jongen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=962
80 Een alternatief Nederlands elftal op het EK Buitenlandse spelers met een Nederlandse naam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=967
81 Hello Goodbye Het Britse referendum over de EU http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=986
82 Festival Mijn ervaringen op het North Sea Jazz festival http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=992
83 Je moet er wat voor over hebben Collecteren voor het Rode Kruis http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1000
84 Mooie kerk De gerestaureerde Sint Bavo basiliek in Haarlem http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1007

 

85 Geniet ervan! Het gebruik van de gebiedende wijs http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1024
86 Vruchtgebruik Waarom Apple Apple heet http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1033
87 Moedige stap van Edith Schippers Opmerkingen bij de Schoo-lezing van deze minister http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1048
88 Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus Het boek Meursault van Kamel Daoud als eigentijds vervolg op L’Etranger van Albert Camus http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1063
89 How does it feel? Bob Dylan krijgt de Nobelprijs voor literatuur http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1088
90 Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes Zetjes in de goede richting: hints en nudging http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1097
91 Sint Maarten Een verhaal over chocolade, voetbal, Holleeder en mantelzorg http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1116
92 Bij de dood van Leonard Cohen Een verhaal over Leonard Cohen, Cleopatra, Kavafis en Shakespeare http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1138
93 Mijn gewone, bijzondere moeder Het leven van mijn moeder, Hanna Lam http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1156

 

 

2017  
Nr. Titel Onderwerp  
94 Bijzonder Indonesië Reiservaringen op Java en Bali http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1178
95 Jonge dichters Tim Hofman, Hannah van Binsbergen, Esther Naomi Perquin http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1199
96 Mijn verjaardag op Facebook Gedachten over afstand en nabijheid http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1222
97 Ik weet nog niet wat ik ga stemmen De Tweede Kamer verkiezingen van 15 maart http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1237
98 Morgen naar de stembus Mijn keuze gemaakt http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1246
99 Oek de Jong en Ed van der Elsken De kracht van woorden en beelden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1258
100 Mijn zoon de gelukszoeker Mijn zoon Lucas gaat op Bali wonen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1273
101 Bipolaire politiek Zwart-wit keuzes bij verkiezingen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1286
102 Geef mij de grauwe, stedelijke wegen Parallellen tussen J.C. Bloem en Walt Whitman http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1300
103 Henk en Ingrid bij de Primark, Jelmer en Sophie bij het Van Gogh museum Dilemma’s tijdens de kabinetsformatie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1306
104 Doe mee aan de migratie-quiz Standpunten van politieke partijen over migratie http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1315
105 Papadag en vaderdag De misplaatse term Papadag http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1321
106 Het verhaal van Crystal Palace De link tussen Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1332
107 Dromen en drama’s in Verona Impressies van een bezoek aan Verona http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1355
108 Oogsten Tradities en de samenhang tussen natuur en cultuur. Boeken van Ger Groot en Erwin Mortier http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1374
109 1987-2017: 30 jaar communicatie-onderwijs Mijn jubileum als HBO communicatie-docent http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1389
110 K. Schippers passé? Ben je belazerd! De betekenis en relevantie van het werk van K. Schippers http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1422
111 Mondriaan als aansteker Hoe ik ooit een titel voor een Mondriaan- tentoonstelling bedacht http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1439
112 31 oktober: gaan we Hervormingsdag of Halloween vieren Oude en nieuwe feestdagen http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1460
113 23 oeroude woorden De ontdekking van 23 eeuwenoude stamwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1482
114 Onthaasten, ontspullen, ontbloten, ontzeuren Spelen met ont-werkwoorden http://phaestus.nl/phaestus.nl/?p=1511

 

23 oeroude woorden

Er bestaat een soort oer-Aap-Noot-Mies. Een basis-esperanto avant-la-lettre. Deze woorden vertellen ons letterlijk welke begrippen 10.000 tot 15.000 jaar geleden voor onze voor-voor-voorouders van betekenis waren.

 

Wetenschappers hebben ontdekt dat er binnen zeven verschillende Euraziatische taalgroepen 23 gemeenschappelijke oerwoorden bestaan. Het taalhistorische onderzoek, gepubliceerd in 2013[1], wijst uit dat deze oerwoorden tot 15.000 jaar oud zijn. De ontdekking suggereert dat er ooit een oorspronkelijke oertaal heeft bestaan waaruit de afzonderlijke Europese en Aziatische taalfamilies voortgekomen zijn. Het voert te ver om de onderzoeksmethode van de wetenschappers (onder wie een evolutionair bioloog, taalhistorici en linguïsten) geheel uit de doeken te doen, maar het is een interessant gegeven dat ze zijn uitgegaan van de frequentie van woordgebruik. Hoe vaker woorden worden gebruikt, hoe kleiner de kans dat ze door de eeuwen heen veranderen. Deze 23 standvastige woorden vertegenwoordigen daarmee betekenis-aanduidingen die in een enorm groot deel van de wereld de tand des tijds het best hebben weten te doorstaan. Van India tot Finland en van Siberië tot Portugal.

De Volkskrant omschreef dit in een nieuwsbericht over deze bijzondere ontdekking in 2013 als volgt: dat betekent dat de mensen die vlak na de ijstijd leefden al woordklanken gebruikten die nu nog steeds in omloop zijn.

Ik vind dat een fascinerend idee. Er bestaat dus een soort oer-Aap-Noot-Mies. Een basis-esperanto avant-la-lettre. Deze woorden vertellen ons letterlijk welke begrippen 10.000 tot 15.000 jaar geleden voor onze voor-voor-voorouders van betekenis waren. Ze vertellen ons iets over de wereld waarin zij leefden. Het wetenschappelijke artikel presenteert de lijst met 23 woorden in volgorde van frequentie en betekenisverwantschap binnen de zeven taalfamilies. Hoe groter het aantal taalfamilies waarin een betekenis-verwante term voorkomt, des te hoger het betreffende woord op de lijst. Dit is de lijst met de 23 aangeduide betekenissen in het Engels:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het Nederlands:

Gij, Ik, Niet, Dat, Wij, Geven, Wie, Dit, Wat, Man, Jij, Oud, Moeder, Horen, Hand, Vuur, Trekken, Zwart, Stromen, Bast, As, Spugen en Worm.

Wat leert deze lijst ons? In de eerste plaats zien we een variëteit aan taalkundige woordsoorten. De lijst bevat een mix van (voor-)naamwoorden, werkwoorden en bijwoorden.

Persoonlijk: ik, jij, wij, gij

Zelfstandig: as, man, moeder, hand, vuur, bast, worm

Bijvoeglijk: oud, zwart

Werkwoorden: geven, horen, trekken, stromen, spugen

Aanwijzende en vragende voornaamwoorden: dit, dat, wie, wat

Bijwoord: niet.

Van Hester Knibbe verscheen dit jaar de mooie dichtbundel As, Vuur. Ze heeft zich door deze ontdekking laten inspireren en heeft voor elk oerwoord een gedicht geschreven. In deze blogtekst staan de gedichten Ik en Stromen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als we naar de betekenis van de woorden kijken, staan er meerdere bij die voor de hand liggen, zoals ik, jij, en wij; en dit en dat.

 

Hester Knibbe: Ik

 

Ook woorden als man, hand, vuur, geven en horen wekken geen verbazing. Al valt op dat man wel in de lijst staat, maar het woord vrouw niet. De enige term die naar vrouwen verwijst is moeder.  Kennelijk is het moederschap volgens onze voorvaderen de ultieme bestemming van vrouwen. En als er vuur in de lijst staat, verwacht je ook water, maar dat woord ontbreekt merkwaardig genoeg, al is wel het werkwoord stromen opgenomen.

Hester Knibbe: Stromen

 

Ook zou je woorden als oog of zien verwachten naast het woord horen.

De woorden die mij het meest opvallen zijn spugen, bast, worm en gij. Onderzoeksleider Mark Pagel vertelde in een interview in The Guardian dat hij bast wel begreep: ‘Bark was really important to early people; they used it as insulation, to start fires, and they made fibres from it’. Maar het woord spugen kon ook Pagel niet thuisbrengen: ‘I couldn’t say I expected “to spit” to be there. I have no idea why. I have to throw my hands up.’

Dan blijven nog de woorden worm en gij over. Worm is het enige dier in de lijst. Aten de oermensen wormen? Gebruikten ze wormen om te vissen? Ik had hier eerder dier-woorden als koe, hond, geit, vis of vogel verwacht. Ook andere woorden die verwijzen naar levende organismen, zoals boom,  plant of bes ontbreken opmerkelijk genoeg.

Ten slotte het woord gij: het woord dat bovenaan de lijst staat en als enige woord verwante betekenissen heeft in alle zeven onderzochte taalfamilies. Daarmee is gij het opper-oerwoord. Een eerbiedwaardig woord dat we in Nederland alleen nog in archaïsche zin gebruiken als we anderen respectvol willen aanduiden of als we het over God hebben. De top-notering van het woord gij geeft aan dat godsdienst van oudsher in het leven van mensen in alle taalfamilies een belangrijke plaats innam. Ik herken het woord gij vooral vanuit mijn jeugd.  Ik maakte als kind kennis met de tien geboden die in hun oude formulering begonnen met het woord gij (Gij zult niet….). De nummer 1 positie doet me ook denken aan het christelijke scheppingslied dat ik als kind leerde zingen: ‘God heeft het eerste woord’ (geschreven door ds. Jan Wit).

Maar wie gebruikt het woord gij tegenwoordig nog? Gij is misschien het meest gewortelde woord, maar Gij en God hebben tegenwoordig (althans in Nederland) niet meer het eerste woord en ook niet het laatste. Het lijkt erop dat er daarmee een eind is gekomen aan tienduizend jaar taal-traditie. Om met Geert Mak te spreken:  hoe Gij verdween uit de Nederlandse taal.

 

[1] Link naar de wetenschappelijke publicatie: http://www.pnas.org/content/110/21/8471

 

P.S. Reageren op dit blog kan via Twitter, LinkedIn of Facebook. Ik heb de reactiemogelijkheid van mijn blog afgesloten, omdat ik teveel spam ontving.