Oogsten

 

“Op een gegeven moment vertelde Luciano dat er in hun dorp dit jaar geen olijfoogst zal zijn. Het voorjaar is zo koud geweest dat het de groei van de olijven te sterk heeft aangetast. Dit is nog nooit eerder gebeurd en iedereen in het dorp is ontdaan.”

 

Mijn nicht Jacqueline woont met haar man Luciano in een klein dorp in Noord-Italië. We zien elkaar slechts eens in de zoveel jaar; tijdens een familiefeest in Nederland of als we in de zomervakantie bij hen in de buurt zijn. Vorige maand was het weer raak en hadden we een allerhartelijkste ontmoeting toen we op doorreis waren naar de Adriatische kust. Omdat we elkaar maar weinig ontmoeten hebben we altijd veel om bij te praten: de kinderen, de verschillen tussen Italië en Nederland, familieroddels, grote Europese vraagstukken en de goede dingen van het leven waar zij, nu ze sinds enige tijd met pensioen zijn, volop van genieten. Op een gegeven moment vertelde Luciano dat er in hun dorp dit jaar geen olijfoogst zal zijn. Het voorjaar is zo koud geweest dat het de groei van de olijven te sterk heeft aangetast. Dit is nog nooit eerder gebeurd en iedereen in het dorp is ontdaan. De olijfteelt is namelijk een belangrijk onderdeel van de traditionele dorpscultuur.[1] Olijfboomgaarden zijn oud en gaan over van generatie op generatie. In de oogstperiode helpt iedereen in het dorp elkaar bij het plukken (in Noord-Italië vallen de olijven niet vanzelf op de grond). Een lokale coöperatieve olijfperserij zorgt ervoor dat iedere familie zijn eigen olijfolie krijgt. Dit jaar kan er voor het eerst sinds mensenheugenis niet geoogst worden. Economisch is het geen ramp, omdat de meeste dorpelingen niet meer van de landbouw leven, maar uit liefhebberij de familieboomgaard aanhouden. Het plukken, persen en bottelen kost vaak meer geld, dan dat het oplevert. De schade is vooral emotioneel; de mensen voelen zich ontregeld. De olijfoogst staat symbool voor een vaste, traditionele ordening waarin de band met de natuur en de band met elkaar tot uitdrukking komt.

Het verhaal van de mislukte olijfoogst bleef tijdens de vakantie in mijn hoofd rondzingen omdat in de twee boeken die ik later tijdens de vakantie lees ook de ordening van de menselijke samenleving aan bod komt.

 

De geest uit de fles

Het eerste boek is De geest uit de fles van Ger Groot. Het is een prachtig boek over de ontwikkeling van de filosofie in de afgelopen vier eeuwen die Ger Groot bestempelt als “één lange worsteling met de erfenis van de religie“. Je zou met een knipoog naar Geert Mak het boek ook ‘Hoe God verdween uit het westerse denken’ kunnen noemen.

 

Sinds de tijd van de Verlichting en met name Descartes wordt de wereld niet langer benaderd vanuit het uitgangspunt van het goddelijke, maar wordt de mens het uitgangspunt. Daarmee heeft, volgens Groot, de wereld haar vaste ankerpunt verloren. Het goddelijke was absoluut en gaf ordening en zin. Het moderne denken is dat los gaan laten (‘de geest uit de fles’) en de moderne mens moet nu zelf voor betekenis en zingeving gaan zorgen. Dat is een enorme uitdaging omdat de mens weet dat hij sterfelijk is en beperkingen heeft en omdat er verdeeldheid is tussen de mensen. Waar vroeger God en de door God aangewezen (absolute) vorsten voor eenheid en ordening zorgden, moeten mensen er nu samen uit zien te komen. Voor de ene persoon een enorme bevrijding, voor de andere een situatie van twijfel en angst. Niet alleen aan de hand van moderne denkers, maar ook met talloze voorbeelden en illustraties uit de literatuur, films en beeldende kunst laat Ger Groot zien hoe de moderne mens het dominante goddelijke ordeningsprincipe kwijt is geraakt.

 

Godenslaap

Het andere boek, de roman Godenslaap van Erwin Mortier, schetst het leven van een familie in België en Noord-Frankrijk in de eerste decennia van de vorige eeuw. Een samenleving die half agrarisch en half-industrieel is. In de dorpen bewerkt men het land of beoefent men bepaalde ambachten. Het jaarritme wordt bepaald door de natuur en de seizoenen.

Dat kunnen wij nog herkennen als we kijken naar de oude namen van de maanden die vroeger werden gehanteerd.

Januari – Louwmaand
Februari – Sprokkelmaand
Maart – Lentemaand
April – Grasmaand
Mei – Bloeimaand
Juni – Zomermaand
Juli – Hooimaand
Augustus – Oogstmaand
September – Herfstmaand
Oktober – Wijnmaand
November – Slachtmaand
December – Wintermaand

(Het woord oogst is afgeleid van de naam Augustus. En  het woord herfst hangt niet voor niets samen met het Engelse woord harvest. )

Mortier laat zien hoe de toenemende industrialisatie voor nieuwe verhoudingen zorgt. Steeds meer plattelanders trekken naar de stad om in fabrieken te gaan werken. Men komt in de stad losser van de natuur te staan en daarmee ook losser van God. Op het platteland blijven landbouw en religie traditiegetrouw hand in hand gaan. In de woorden van Mortier: “alles wat met het heilige van doen had, was cyclisch in die dagen. Een symboliek van het onveranderlijke dient nu eenmaal in haar eigen staart te bijten wil zij de eeuwigheid oproepen”. (p. 111).

De dubbele betekenis van het woord cultuur

De traditionele agrarische samenleving kende dus een dubbele vaste ordening: die van het bewerken van het land en die van de godsdienstbeleving. De oorspronkelijk, dubbele betekenis van het woord cultuur vat dat goed samen. Cultuur komt van het Latijnse woord colere dat zowel bebouwen en bewerken betekent (denk aan agri-culture) als aanbidden en vereren. Veel religies kennen goden, rituelen en verhalen die direct samenhangen met het agrarische leven: er wordt gebeden voor een goede oogst, er worden offers gebracht. De cyclus van de natuur en de seizoenen wordt gekoppeld aan de cyclus van religieuze rituelen. In Nederland zie je die band tussen de agrarische samenleving/vissersdorpen en geloof nog sterk terug in de orthodoxe Bible Belt. Liefhebbers van popmuziek kennen ongetwijfeld het lied Turn! Turn! Turn! van The Byrds (geschreven door Pete Seeger) dat nagenoeg een letterlijke vertaling is van een tekst uit het bijbelboek Prediker waarin de samenhang tussen geloof en natuur duidelijk naar voren komt:
To everything, turn, turn, turn.
There is a season, turn, turn, turn.
And a time to every purpose under heaven.
A time to be born, a time to die.
A time to plant, a time to reap.
A time to kill, a time to heal.
A time to laugh, a time to weep.

 

Twee ankerpunten kwijt

Het leven van de moderne mens is over het algemeen niet meer geordend aan de hand van de natuur en haar seizoenen en/of door religieuze rituelen. De moderne mens is niet alleen zijn goddelijke ankerpunt kwijt, zoals Ger Groot aangeeft, maar ook het natuurlijke, agrarische ordeningsprincipe. Hij mist daardoor twee vaste oriëntatiepunten die houvast en betekenis geven. Sommige mensen proberen dat op te vangen door een levenswijze aan te nemen die hen weer dichter bij de natuur brengt of door te kiezen voor nieuwe rituelen of overtuigingen. Anderen voelen zich verweesd en verlangen terug naar vroeger tijden. Weer anderen genieten volop van hun vrijheid en de vele keuzemogelijkheden die de huidige tijd biedt.

 

Samen oogsten

Ik moet, aan de hand van het verhaal over de mislukte olijfoogst en de boeken die ik heb gelezen, vooral denken aan de woorden oogsten en offeren. Op het gevaar af dat ik begin te klinken als Peter Sellers in zijn rol als brave tuinman in de film Being There denk ik dat het betekenisvol is om juist samen met andere mensen te werken, te beleven en te vieren. Je hoeft niet gelovig te zijn of op het platteland te wonen om samen te kunnen zaaien en oogsten. Dat kan op allerlei plekken en in alle seizoenen. Offeren betekent voor mij daarbij niet aanbidden (ik ben niet gelovig), maar letterlijk: aanbieden. Ik doel hierbij niet op de aanbiedingen van de supermarkt, maar op datgene wat mensen voor elkaar kunnen betekenen. Als je andere mensen iets kunt aanbieden is dat altijd positief: hulp, advies, geld, een luisterend oor. Het elkaar helpen bij de olijfoogst in het dorp van Jacqueline en Luciano is daar een prachtig voorbeeld van. Daarom is men zo van slag nu dat dit jaar doorbroken wordt. Men kan niet meer samen oogsten. Wat dat betreft hoop ik dat er in Noord-Italië de komende jaren weer volop olijven zullen groeien.  En als ze me dan een keer aanbieden om mee te doen met het plukken, doe ik graag mee.

 

[1] De symbolische betekenis van de olijfboom komt ook goed naar voren in de recente Spaanse film El Olivo.

 

________________

Reacties op mijn blog zijn zeer welkom. Graag via Facebook, Twitter of LinkedIn. Ik heb de reactie-functie van mijn blog helaas moeten blokkeren omdat ik heel veel spam ontving.

Dromen en drama’s in Verona

Op doorreis naar de Italiaanse oostkust maken we een tussenstop van een paar dagen in Verona. De vrouw die ons de sleutels van het appartement overhandigt, somt vriendelijk en gastvrij een aantal attracties op die we beslist niet mogen missen in Verona: de oude brug over de rivier, de markt, het huis van Guilietta (van Romeo en Julia) en de Romeinse arena. Als ik vertel dat we de volgende dag naar de Aïda gaan in de arena klapt ze enthousiast in haar handen: ‘mijn favoriete opera!’. We nemen afscheid van haar, maar bij het weglopen draait ze zich nog een keer om: “Jullie moeten ook beslist de St. Zeno kathedraal bezoeken. Het is de mooiste romaanse kerk van Italië en St. Zeno is de beschermheilige van Verona.”

Het oude centrum van Verona ligt in een lus van de slingerende Adige rivier. Je treft daar alles aan wat je in een oude Italiaanse stad hoopt te vinden: fraaie pleinen, karakteristieke straatjes, kleurrijke huizen, monumentale kerken, elegante winkels en heerlijke terrassen voor pittige koffie of een aperitivo met lekkere hapjes. Maar bovenal zijn het de verhalen vol dromen en drama’s die Verona zoveel aantrekkingskracht bezorgen: de passievolle opera’s die in de zomermaanden in de arena worden opgevoerd en het legendarische liefdesverhaal van Romeo en Julia. Dat zijn de echte publiekstrekkers.

Het bezoeken van een opera in Verona is een enorme belevenis. Hoewel ik geen opera-fan ben (laat staan een opera-kenner) en de uitvoering van de Aïda bijna vier uur duurt, heb ik volop zitten genieten. Een groot orkest, zangers die geen versterkers nodig hebben om hun emoties over te dragen, dansers in een prachtige choreografie en vele tientallen figuranten zorgen samen voor een indrukwekkend kijk- en luisterfeest in de prachtige entourage van een tweeduizend jaar oud amfitheater. Het verhaal is goed te volgen omdat op de zijwanden de teksten in het Italiaans en het Engels worden geprojecteerd. De Aïda is gebaseerd op een door een Franse egyptoloog opgetekend verhaal uit het oude Egypte dat door Giuseppe Verdi op muziek is gezet. De opera is geschreven ter gelegenheid van de opening van het operagebouw in Caïro in het jaar dat ook het Suezkanaal werd geopend: 1871. Het verhaal gaat over de onmogelijke liefde tussen de Egyptische legeraanvoerder Radames en de uit Ethiopië (Nubië) afkomstige koningsdochter Aïda die als slavin aan het Egyptische hof verblijft. Egypte leeft op voet van oorlog met Ethiopië. Radames verkrijgt heldenstatus door het Ethiopische leger te verstaan en de farao schenkt hem zijn dochter Amneris als bruid. Amneris is verliefd op Radames, maar hij kan haar liefde niet beantwoorden omdat hij van Aïda houdt. Op een onbewaakt moment geeft hij een militair geheim aan Aïda prijs (liefde maakt blind), dat zij weer aan haar vader (de koning van Ethiopië) doorgeeft. Dat wordt ontdekt en Radames wordt als verrader levend opgesloten in een tombe. Aïda kan echter niet zonder Radames verder leven en verstopt zich, vlak voordat Radames wordt opgesloten, in diezelfde tombe waar ze in elkaars armen de dood tegemoet zien.

Ook Romeo en Julia is een verhaal dat draait om een onmogelijke liefde. Het is bekend geworden door William Shakespeare, maar de oorspronkelijke tekst stamt uit 1476 en is van de hand van Masuccio Salernitano. Het verhaal is verschillende keren door diverse auteurs herverteld. Twee jonge mensen uit rivaliserende families worden verliefd op elkaar. Stiekeme ontmoetingen leiden tot een in het geheim gesloten huwelijk.

Als Julia daarna formeel met een ander moet trouwen doet ze net alsof ze overleden is. Romeo denkt dat ze echt dood is en neemt vergif in. Als Julia dit ontdekt steekt ze zichzelf met een dolk in de borst en sterft eveneens.

De Aïda en Romeo & Julia. Twee legendarische verhalen over onmogelijke liefdes. Verhalen waarin oude Bijbelse verhalen en Griekse tragedies (Adam en Eva, David en Batseba, Pyramus en Thisbe, Orpheus en Eurydice) doorklinken. En twee verhalen die op hun beurt weer hebben gezorgd voor nieuwe vertalingen en vertellingen in de vorm van romans, films en musicals (Madame Butterfly, Miss Saigon, West Side Story, Najib en Julia). Kennelijk willen we door de eeuwen heen blijven geloven in sprookjes, in romantische liefde die alle tegenstellingen en tegenslag overwint. Ook als de prijs voor die liefde de dood is. Kortom, dromen en drama’s.

Terwijl de uitvoering van de Aïda een ware belevenis is, is het bezoeken van het huis van Julia in Verona minder aansprekend. Het huis dat bekend is geworden vanwege de balkonscene bevindt zich achter een toegangspoort aan een drukke winkelstraat in het centrum. Er staan drommen toeristen te wachten bij de poort om een glimp van het balkon op te kunnen vangen. De muren van de poort zijn volgeschreven met liefdesverklaringen en ook de onontkoombare slotjes hangen er. We laten de massa en het balkon maar aan ons voorbijgaan.

Op de dag van vertrek hebben we alles gezien wat we wilden zien in Verona, behalve de St. Zeno kerk. Die ligt aan de andere kant van het centrum en het was de afgelopen dagen zo heet, dat we tegen de lange wandeling opzagen. Maar omdat we deze dag met de auto op pad gaan, kunnen we nog even een stop maken bij de St. Zeno om te kijken of de eigenaresse van ons appartement gelijk had met haar aanbeveling. Ze bleek niets teveel te hebben gezegd. Het is een prachtige oude kerk in Romaanse stijl met een mooie kloostergang aan de noordkant. In een nis bij het altaar staat een houten beeld van St. Zeno. Een beeld van een donkere man. St. Zeno blijkt uit het Afrikaanse Mauritanië te komen. Hij was een van de eerste bisschoppen van Verona en werd de schutspatroon van de stad.

Voldaan dat we ook deze laatste bezienswaardigheid in Verona hebben bezocht lopen we naar de auto. Daar spreekt een jonge Afrikaanse man me aan. Hij vertelt in slecht Engels een onsamenhangend verhaal over documenten en vraagt me om geld. Ik begrijp niets van zijn verhaal en omdat ik mensen niet zo maar geld geef, schud ik mijn hoofd en stap in de auto. We rijden weg met een wat ongemakkelijk gevoel. Italië vangt jaarlijks vele duizenden Afrikaanse gelukszoekers op, terwijl Europa toekijkt. Deze vluchtelingen hebben vaak onrealistische dromen, die in veel gevallen eindigen in drama’s. Ik hoop dat er goede mensen zijn in Verona die deze man verder kunnen helpen. Per slot van rekening is de beschermheilige van Verona een Afrikaan.

Het verhaal van Crystal Palace: over Frank de Boer, Fjodor Dostojewski, Peter Sloterdijk en Samuel Sarphati

Frank de Boer wordt trainer bij de Londense voetbalclub Crystal Palace. Na zijn succes-periode bij Ajax en zijn mislukte avontuur bij Inter Milan, waar hij al na een paar maanden als trainer aan de kant werd geschoven, krijgt hij nu een nieuwe kans in Londen. Je mag voor hem hopen dat hij bij Crystal Palace weer de weg naar succes weet te vinden, want een volgende mislukking zal zijn status als trainer geen goed doen. Hij zal het zwaar krijgen in de belangrijkste voetbalcompetitie ter wereld waar de verwachtingen van investeerders en fans torenhoog zijn en de media genadeloos.

Ik wil me hier verder niet wagen aan bespiegelingen over de trainerskwaliteiten van Frank de Boer. Ik sta liever even stil bij de naam van zijn nieuwe club: Crystal Palace. Daar zit namelijk een verhaal aan vast.

 

1851 De eerste Wereldtentoonstelling

Een lokale Londense voetbalclub die in 1851 werd opgericht, nam de naam Crystal Palace FC aan. Samen met een paar andere voetbalverenigingen richtte Crystal Palace de nog steeds bestaande Football Association (FA; de naamgever van de FA-Cup) op. De club was op sportief gebied niet bijster succesvol en verdween, totdat in 1905 een nieuwe club onder dezelfde naam werd opgericht; de club van Frank de Boer. De oorsprong van de naam Crystal Palace hield verband met de ‘Great Exhibition’, de allereerste Wereldtentoonstelling,  die in 1851 in Londen werd gehouden. Het Victoriaanse, imperiale Groot-Brittannië was als wereldmogendheid het vanzelfsprekende gastland van deze tentoonstelling waarop tal van industriële, technologische en culturele innovaties te zien waren. De tentoonstelling werd gehuisvest in een speciaal voor deze gelegenheid ontworpen constructie van gietijzeren frames met glazen panelen. In feite een enorme kas met een lengte van 560 meter en een breedte van 135 meter.

Het gebruik van gietijzer en glas voor een dergelijk omvangrijk gebouw was revolutionair.  Men gebruikte tot die tijd vooral steen en hout. Het werd beschouwd als een architectonisch wereldwonder dat de tongen losmaakte, zoals 30 jaar later de Eiffel toren in Parijs dat ook zou doen. Het gebouw kreeg de naam Crystal Palace. Het bezat door al het glaswerk een ongekende transparantie, waardoor de grens tussen binnen en buiten verdwenen leek. De Wereldtentoonstelling en het Crystal Palace werden een groot succes, wat onder andere bleek uit het voor die tijd ongekende bezoekersaantal van 6 miljoen mensen.  Opmerkelijk genoeg werd het gebouw 13 jaar later geheel ontmanteld en in nog grotere afmetingen opnieuw geassembleerd in de Londense wijk Sydenham, waar het in 1936 door een brand werd verwoest.

 

Dostojewski

De bekende Russische schrijver Fjodor Dostojewski bezocht in 1862 het gereconstrueerde, vergrote Crystal Palace en beschouwde dat gebouw als een metafoor voor de westerse beschaving. In zijn Aantekeningen uit het ondergrondse schrijft hij over ‘het kristallen paleis’ waarin allerlei vormen van comfort, luxe en amusement zijn samengebracht. De (gegoede) burgers kunnen zich hier onbekommerd aan overgeven. De constructie houdt niet alleen kou en regen buiten, maar sluit ook andere ongewenste elementen (armen, buitenstaanders) uit. Die kunnen zich dankzij het glas wel vergapen aan de tentoongestelde pracht en praal, maar zij kunnen geen toegang krijgen.

 

 

 Peter Sloterdijk

De Duitse filosoof Peter Sloterdijk gebruikt deze visie van Dostojewski als motief voor zijn boek Kristalpaleis dat ruim tien jaar geleden verscheen. Hij verplaatst de metafoor van het kristallen paleis naar de 21e eeuw. De rijke, Westerse burgers leven in een gouden kooi waarin consumeren en amuseren de norm zijn. Veiligheid en zekerheid worden vanzelfsprekend geacht. Men verdraagt geen ongemak of tegenslag en ter voorkoming van ongelukken worden tal van protocollen opgesteld en controlemaatregelen ingevoerd. Buiten dit glazen huis wonen miljoenen niet-westerlingen die wel de Westerse luxe kunnen waarnemen, maar geen toegang hebben. De muur van Trump en de vluchtelingendeals van de EU geven wat dat betreft te denken.

 

 

 

Brussel

Over de EU gesproken. Ook een onderdeel van het gebouwencomplex van Europees Parlement in Brussel is geïnspireerd op het Crystal Palace in Londen. Het is het Paul-Henri Spaak gebouw waarin ook de plenaire zaal van het EP te vinden is.

 

 

 

Amsterdam

Dichter bij huis is het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt gebouwd naar het voorbeeld van het Crystal Palace in Londen. De bekende Amsterdamse arts, visionair en filantroop Samuel Sarphati was een van de bezoekers van de Londense Wereldtentoonstelling in 1851. Hij was zo onder de indruk van het gebouw, dat hij plannen ontwikkelde voor een vergelijkbaar bouwwerk in Amsterdam dat uiteindelijk in 1864 aan het Frederiksplein tot stand kwam. Ook dit gebouw brandde helaas af (in 1929). Later werd op deze plek het hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank gebouwd.

 

 Frank de Boer

Via Amsterdam komen we weer bij Frank de Boer terecht. Hij zal als trainer in Engeland ongetwijfeld een comfortabel inkomen ontvangen en zich veel luxe kunnen veroorloven. Maar hij zal ook in een glazen huis leven. Ik weet niet of zo’n positie te benijden is. Ik raad hem in ieder geval een goede glasverzekering aan.

Papadag en Vaderdag

Toen Jesse Klaver een paar maanden geleden liet weten dat hij op vrijdagen niet deel zou nemen aan de formatiebesprekingen omdat hij dan zijn papadag heeft, waren de reacties niet van de lucht.

 

Sommige mensen vonden het verbijsterend dat hij ‘privé-zaken zwaarder liet wegen dan het landsbelang’. Anderen vonden het juist voorbeeldig dat hij als jonge vader ook tijd wilde vrijmaken voor zijn gezin. Tussen de bergen kritiek en steun vond ik dit de leukste quote: ‘Op vrijdag worden door Jesse geen onderhandelingen gevoerd, maar eendjes’.[1]

Op mijn werk hoorde ik een paar jonge vrouwelijke collega’s met de nodige verontwaardiging praten over het feit dat de term papadag iets heel bijzonders lijkt uit te drukken, terwijl het van werkende moeders doodnormaal wordt gevonden dat zij een dag thuis zijn om voor de kinderen zorgen. Volgens deze vrouwen spreekt uit de term papadag iets te veel eer voor (de vaak bescheiden bijdrage van) papa en te weinig waardering voor ( de vanzelfsprekend geachte rol van)  mama. Zoals een collega het verwoordde: ‘Er is toch ook geen mamadag’. Waar een andere collega aan toevoegde: ‘Vaders zijn toch elke dag papa!’

Los van alle discussies vind ik het heel positief dat veel jonge mannen tegenwoordig hun zorgtaken als vader serieus oppakken. Dat is wezenlijk anders dan in de tijd van mijn ouders. Ik verbaas me alleen om een andere reden om de term ‘papadag’. Papa staat daarin centraal, terwijl die dag niet om hem draait. Op een verjaardag zetten we de jarige in het zonnetje en op Bevrijdingsdag herdenken we het einde van de oorlog, maar Papadag is niet de jubeldag voor vaders; daar hebben we Vaderdag voor.[2]

Ik vermoed te begrijpen hoe de term papadag zo ingeburgerd is geraakt. Veel mannen vinden het namelijk lastig om toe te geven dat ze op een doordeweeksedag niet werken. Voor de meeste mannen is full time werken nog steeds de norm.[3] En als je minder werkt, moet je daar een passende verklaring voor hebben. Je hebt als het ware wat uit te leggen aan je vrienden en je collega’s. Gezichtsverlies ligt op de loer. De geboorte van een kind is een perfecte rechtvaardiging om een dag vrij te nemen en daarmee ook nog eens goede sier te maken (‘zie mij eens even een coole jonge papa zijn’). Bij sommige vaders horen daar ook opschepperige verhalen bij over al die leuke dingen die ze die dag met hun kinderen doen. Zo geredeneerd begrijp je al snel dat daar een passende benaming bij gevonden moest worden. Dat werd ‘papadag’, want mannen stellen zichzelf graag op de voorgrond. Een alternatief is, eerlijk is eerlijk, ook lastig te vinden. De aanduiding ‘ik werk niet op donderdag en dat komt goed uit omdat ik er dan die dag ook kan zijn voor de kinderen -dag’ is nogal lang en complex. Ook de zin: ‘Vrijdag is mijn vaste Kinderendag’ klinkt wat merkwaardig.

Mijn voorstel is om het heel simpel te houden en het ouderschap erbuiten te laten. Zeg gewoon: ‘op donderdag werk ik niet’ of ’dinsdag is mijn vrije dag’. Punt uit. Daar is verder geen tekst of uitleg bij nodig. Of je nu met de kinderen wat gaat doen, of gaat vissen, of de hele dag in je bed blijft liggen,  dat gaat niemand wat aan.

We hoeven daarmee de term papadag niet af te schaffen. Wat mij betreft bewaren we dat woord voor die speciale dag waarop een van je kinderen iets bijzonders met je gaat doen. Mijn oudste dochter bracht me enkele maanden geleden op dit idee.

Mijn dochter neemt me af en toe mee naar de film. Dit keer had ze gevraagd of ik op zondagmiddag tijd en zin had om met haar de stad in te gaan. Ik stemde graag toe. Een paar dagen later ontmoette ik haar bij het Amsterdamse Centraal Station. Ik had het vermoeden dat ze me mee zou nemen naar het Eye Museum om daar een middagfilm te gaan bekijken. We liepen inderdaad naar de achterkant van het station en toen we naar de pont over het IJ liepen zei ze: ‘Pap, zie je dat gebouw daar?’ Ze wees naar een hoog gebouw aan de overkant van het water. ‘Jazeker, dat is de A’dam Toren, dat was het oude Shell gebouw’, antwoordde ik op reisleider-toon.

 

‘En zie je ook die schommels op de bovenste verdieping?’, vroeg ze vervolgens. ‘Uh, ja, hoezo’, zei ik iets minder zelfverzekerd. ‘Daar gaan we straks op!’, riep ze lachend. Ik moest even slikken, maar wilde me natuurlijk niet laten kennen: ‘Oh, wat leuk’, perste ik er met enige moeite uit.

 

 

 

Een half uurtje later zweefden we hoog boven het IJ en toen ik na een minuut mijn ademhaling weer wat onder controle had kon ik ook werkelijk genieten van het prachtige uitzicht. Na deze spannende ervaring trakteerde mijn dochter me op een heerlijke lunch en hadden we de tijd om uitgebreid bij te praten.

 

 

Ten slotte liepen we over de Haarlemmerstraat naar haar huis waar ik met haar, haar vriend en mijn inmiddels ook gearriveerde vrouw nog een heerlijk glas wijn dronk. Bij het afscheid bedankte ik haar uitgebreid voor het bijzondere uitje, waarop ze zei: ‘Ik hoop dat je het een fijne Papadag vond.’

 

Ik wens alle vaders dit weekend een gezellige vaderdag toe en ook van tijd tot tijd een mooie papadag.

 

 

[1] https://vrouw.nl/artikel/wat-zij-vindt/42906/de-papa-dag-van-jesse-klaver-bekritiseren-hoezo

 

[2] Vaderdag is overigens net als Valentijsdag en Halloween uit Amerika komen overwaaien: http://www.beleven.org/feest/vaderdag

 

[3] https://fd.nl/werk-en-geld/1151716/de-man-heeft-een-baan-zijn-vrouw-een-baantje

 

Doe mee aan de Migratie-quiz

Voor de tweede keer op rij is het overleg tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks over de vorming van een nieuwe regering stukgelopen. En voor de tweede keer bleek het onderwerp ‘Migratie’ het struikelblok.

 

 

 

 

 

In eerdere blogs wees ik al op de paradox dat aan de ene kant grote internationale thema’s als klimaat en migratie van wezenlijk belang zijn, maar dat aan de andere kant tijdens de verkiezingscampagne deze thema’s relatief weinig aan bod zijn gekomen. Wanneer hebben we de politieke kopstukken uitvoerig over klimaat of migratie horen discussiëren in de aanloop naar de verkiezingen?  Veel te weinig, naar mijn smaak. En zie daar: tijdens de formatie blijken dit toch de grote, principiële thema’s te zijn. De Nederlandse kiezer had hierop veel meer aangesproken moeten worden. Gelukkig hebben we de verkiezingsprogramma’s nog. Wat hebben VVD, CDA, D66 en GroenLinks in hun verkiezingsprogramma’s geschreven over het thema Migratie. Welke keuzes maken ze? En zijn hun standpunten inderdaad onverenigbaar?

Het lijkt me aardig om deze vragen aan de lezers van dit blog voor de leggen in de vorm van een kleine quiz.

Ik heb van elk van de vier genoemde partijen een typerende passage over Migratie uit het verkiezingsprogramma geselecteerd.  Daar stel ik drie vragen bij. Aan jou, lezer, de uitnodiging om die vragen te beantwoorden en als reactie te plaatsen op de plek waar je mijn blog en oproep bent tegengekomen: LinkedIn, Twitter of Facebook.

Ik zal binnenkort een overzicht van de antwoorden publiceren. Dank alvast voor je deelname.

 

Hieronder eerst de vier teksten, dan de drie vragen

 

De grote migratie quiz

(Lees eerst onderstaande teksten (fragmenten uit de verkiezingsprogramma’s van VVD, CDA, D66 en GroenLinks) goed door en beantwoord dan de drie vragen)

TEKST A

Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn staat onze deur altijd open – dat is onze dure medemenselijke plicht. Maar wij hebben ook begrip voor mensen die willen ontsnappen aan uitzichtloze armoede, voedselgebrek, onbetaalbare gezondheidszorg, corrupte overheden of decennia durende schaduwlevens in kampen voor ontheemden. Het gaat om mensen die verbetering van hun lot – vaak tegen de klippen op – in eigen hand nemen. Daar geldt dat het aanpakken van de oorzaken door meer ontwikkelingssamenwerking en effectiever buitenlands beleid verreweg de voorkeur geniet boven symptoombestrijding door opvang in de regio of in Europa.

 

TEKST B

Voor vluchtelingen, in het bijzonder kinderen die werkelijk in nood verkeren bieden wij altijd hulp en bescherming. Voor oorlogsvluchtelingen kan dat in beginsel in de vorm van een ontheemdenstatus, waarbij de vluchteling aan de ene kant de ruimte krijgt om zich via opleiding of (vrijwilligers-)werk te ontwikkelen, maar hij aan de andere kant ook vanaf het begin eerlijk en duidelijk te horen krijgt dat het verblijf hier tijdelijk is. Het perspectief blijft gericht op terugkeer en hun bijdrage aan de wederopbouw van het land van herkomst, als de situatie daar weer veilig is, tot het moment dat veilige terugkeer geen reële optie meer is.

 

TEKST C

Iedere vluchteling heeft recht op een veilig heenkomen, maar dat hoeft niet per definitie binnen Europa te zijn. We willen niet langer machteloos toekijken hoe mensen dagelijks verdrinken in de Middellandse Zee. Daarom zorgen we voor voldoende veilige en goede opvang in de regio zelf, zodat we asielaanvragen in Europa overbodig maken. Dit betekent wel dat we moeten investeren in betere en duurzame opvang in die regio. Het geld dat we nu aan opvang in Europa uitgeven, kunnen we daar veel efficiënter besteden. Zo helpen we levensgevaarlijke routes van mensensmokkelaars en problemen in onze eigen samenleving te voorkomen.

 

TEKST D

Er komt meer geld voor opvang van vluchtelingen in de regio zodat mensen die lang in opvangkampen verblijven duurzame bescherming, veiligheid, onderwijs en zorg krijgen. Nederland investeert, samen met het bedrijfsleven, in de economie van de opvanglanden in de regio en het scheppen van banen voor vluchtelingen én burgers aldaar. Nederland zet zich ruimhartig in voor veilige routes en hervestiging van kwetsbare vluchtelingen in Europa via de UNHCR. Nederland verhoogt zijn aanbod voor de hervestiging van vluchtelingen substantieel.

 

 

Vraag 1.

Welke van de vier teksten wijkt qua inhoud en intentie het meest af van de overige drie?

 

Antwoord: Tekst

 

Vraag 2.

Welke tekst is afkomstig van welke partij

VVD CDA D66 GroenLinks
Tekst A
Tekst B
Tekst C
Tekst D

 

Vraag 3.

Liggen de teksten en de bijbehorende intenties van de vier partijen inderdaad zo ver uit elkaar dat de breuk op het thema Migratie daarmee te begrijpen is?

 

Antwoord:  JA   /  NEE

 

 

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Antwoorden graag via de reactie-functies van LinkedIn, Facebook  of Twitter

 

Geraadpleegde bronnen:

https://www.vvd.nl/nieuws/verkiezingsprogrammas/

 

https://www.cda.nl/standpunten/verkiezingsprogramma/

 

https://verkiezingsprogramma.d66.nl/programma/vol-vertrouwen-de-wereld/#betrokken-bij-en-realistisch-over-vluchtelingen

 

https://groenlinks.nl/programma

 

 

 

Henk en Ingrid bij de Primark en Jelmer en Sophie bij het van Gogh Museum (over de kabinetsformatie)

 

Terwijl de pogingen om een nieuw kabinet te vormen hopeloos mislukken, zijn Henk en Ingrid op koopjesjacht in de Haagse binnenstad en bezoeken Jelmer en Sophie het Van Gogh Museum in Amsterdam. Dat laat ons zien wat de missie van het nieuwe kabinet zou moeten zijn. 

 

De eerste pogingen om tot een nieuwe regering te komen zijn gestrand. Er is sprake van een enorme Haagse impasse. En dat terwijl er na de verkiezingen zoveel euforie was. De populistische overwinningsmars van Brexit en Trump kreeg in ons land geen vervolg. De PVV van Wilders ging weliswaar van 15 naar 20 zetels en Thierry Baudet kwam nu ook met zijn strijdmakker Theo Hiddema in de Tweede Kamer, maar de overgrote meerderheid van de stemmen ging naar de traditionele partijen. En juist deze partijen maken er momenteel bij de formatie een potje van. Je kunt je voorstellen dat dit koren op de molen is van de buitengesloten anti-establishment partijen. Het voedt hun tegengeluid. Reden te meer voor de partijen aan en rond de onderhandelingstafel om tot een akkoord te komen en het algemeen belang boven het partijbelang te stellen. Er moeten knopen doorgehakt worden. Die knopen liggen niet zozeer op binnenlands terrein, maar hangen juist samen met wereldomvattende vraagstukken. En daar lopen zowel Henk en Ingrid als Jelmer en Sophie tegenaan.

 

Migratie, klimaat en inkomensverschillen

Na het mislukken van de eerste formatieronde met VVD, CDA, D66 en GroenLinks maakte informateur Edith Schippers bekend dat vooral bij het thema ‘migratie’ de inhoudelijke opvattingen van de betrokken partijen te veel uiteenliepen. Daarnaast zag ze ook fikse verschillen in visie bij de onderwerpen ‘klimaat’ en ‘inkomensverdeling’. Nu lijkt het op het eerste gezicht om uiteenlopende vraagstukken te gaan, maar deze thema’s hangen in de praktijk nauw met elkaar samen. Mondiale inkomensverschillen en klimaatverandering zijn wereldwijde voedingsbronnen voor migratie. Op de golven van de globalisering zijn zowel bedrijven als arbeidskrachten op drift. Grote bedrijven zijn voortdurend op zoek naar schaarse grondstoffen, goedkope arbeidskrachten en lucratieve afzetmarkten. Ze laten zich daarbij vaak niet veel gelegen liggen aan mogelijke effecten voor milieu en klimaat. Hun belangstelling gaat vooral uit naar armere regio’s met veel ongeschoolde arbeidskrachten en weinig regelgeving. Aan de andere kant zie je veel arbeidskrachten die hun land verlaten om elders hun heil te zoeken. Wat vroeger op nationale schaal gebeurde (de trek van het platteland naar de stad), vindt nu op mondiaal niveau plaats. Hierbij gaat de belangstelling van migranten vooral uit naar rijkere regio’s en welvarende landen. Er is dus alle reden om klimaat, migratie en inkomensverdeling als samenhangende thema’s te zien en als zodanig te benaderen. Het helpt niet om, à la Trump, klimaatverdragen op te zeggen en muren om je land te plaatsen. Als je minder migranten wilt, moet je maatregelen nemen tegen de opwarming van de aarde en tegen de ongelijkheid in de wereld. Dat vergt een integrale visie en dat zal de kern van het nieuwe regeringsbeleid moeten zijn.

 

Henk en Ingrid bij de Primark: over inkomensongelijkheid

Veel van onze kleding wordt gemaakt in Aziatische sweatshops. Dat levert ons bij de Primark  tassen vol leuke en goedkope kleren op. Die spotgoedkope productie ver weg is funest voor onze eigen kledingindustrie (minder werk). Daar komt de trend van online winkelen bij die ervoor zorgt dat meerdere winkels en warenhuizen gaan sluiten (nog minder werk). Er is dus meer werk in ontwikkelingslanden, en dat is een pluspunt, maar de omstandigheden voor mens en milieu zijn daar vaak zeer beroerd.[1]

Actie van de Schone Kleren Campagne in Den Haag

Aan de andere kant raken wij hier veel vormen van werk kwijt, met name voor lager opgeleiden. Bovendien krijgen die lager opgeleiden op het gebied van werk en huisvesting concurrentie van arbeidsmigranten uit andere landen die hier hun geluk komen beproeven. Geen wonder dat Henk en Ingrid boos zijn. Voor hen geen goed betaalde banen en drie, vier vakanties per jaar. Zij moeten sappelen en op de kleintjes letten. En dus kopen juist Henk en Ingrid bij de Primark en de Action of ze shoppen online en kopen daarbij steeds meer bij buitenlandse webshops.[2] Daarmee zijn zij, net als wij allemaal, onderdeel van en mede-verantwoordelijk voor een mondiaal systeem dat op nationaal en internationaal niveau tot ongelijkheid en scheve verhoudingen leidt.

 

Jelmer en Sophie in het Van Gogh museum: over klimaatverandering

De opwarming van de aarde zorgt (onder andere) voor een stijgende zee-spiegel en meer droogte. Met meer kans op overstromingen en een grotere vraag naar water en voedsel zal ook de kans op migratie toenemen. De wereld vluchtelingenorganisatie UNHCR  heeft hierover onlangs een rapport opgesteld, gebaseerd op studies van vele wetenschappers wereldwijd. “Climate change over the 21st Century is projected to increase displacement of people” and “can indirectly increase risks of violent conflicts in the form of civil war and inter-group violence by amplifying well-documented drivers of these conflicts such as poverty and economic shocks”. http://www.unhcr.org/540854f49

Naast regeringen spelen multinationals een grote rol bij het bevorderen of het afremmen van klimaatverandering. Het Nederlands-Britse bedrijf Shell is zo’n hoofdrolspeler. Onlangs kwam het bedrijf weer in het nieuws toen actievoerders in het Van Gogh Museum protesteerden tegen het feit dat Shell dit museum sponsort en daarmee haar imago probeert te versterken, terwijl het aan de andere kant maar blijft doorgaan met de vervuilende exploitatie van fossiele brandstoffen.[3]

Milieugroep Fossil Free Culture NL
tijdens een stilteprotest op zondagmiddag 14 mei 2017 voor de ingang van het van Gogh Museum, Amsterdam (bron: Volkskrant)

 

 

 

 

 

 

 

 

Misschien hadden de actievoeders een paar maanden geleden een artikel van De Correspondent gelezen dat laat zien hoe dubieus het beleid van Shell is ten aanzien van milieu en klimaat.

https://decorrespondent.nl/6262/reconstructie-zo-kwam-shell-erachter-dat-klimaatverandering-levensgevaarlijk-is-en-ondermijnde-het-alle-serieuze-oplossingen/690128758-e657cfa2

Jelmer en Sophie bezoeken graag musea. Grote tentoonstellingen zijn tegenwoordig niet te realiseren zonder steun van grote bedrijven als Shell, Rabobank of Philips. Maar wat te doen als deze bedrijven op het gebied van mens en milieu geen goed beleid voeren? Moeten Jelmer en Sophie hun museumjaarkaart opzeggen? En niet meer tanken bij Shell?

 

Er valt wat te kiezen

In het artikel van De Correspondent wordt ons duidelijk gemaakt dat mensen, overheden en bedrijven altijd iets te kiezen hebben. Traditioneel gezien hebben linkse mensen de neiging om de schuld bij grote ondernemingen te leggen en benadrukken rechtse mensen de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van individuen. Maar alleen maar wijzen naar de overkant helpt ons niet verder. De hierboven geschetste vraagstukken zijn complex en vergen een duidelijk plan voor de toekomst. Hoe komen we tot minder vervuiling en opwarming, minder armoede en ongelijkheid en minder onbeheersbare migratie? Het is duidelijk dat Nederland niet alleen dat antwoord kan geven. Op internationaal gebied kunnen we hooguit een beetje bijsturen in de goede richting en andere landen zien te inspireren. Dat lukt niet met een regering met een beperkt of zwak mandaat. De nieuwe regering zal een bundeling moeten zijn van verschillende krachten, belangen en opvattingen met voldoende uitstraling en gezag om in binnen- en buitenland het verschil te kunnen maken. Een coalitie waarin bedrijven en actiegroepen zich herkennen, een coalitie met linkse en rechtse elementen, een coalitie waarin partijen die morrelen aan de Grondwet niet welkom zijn, een coalitie met een royale meerderheid in beide Kamers, een coalitie die zowel Henk en Ingrid als Jelmer en Sophie aanspreekt. Dat kan alleen met een combinatie VVD-CDA-D66-GroenLinks (al zijn Henk & Ingrid daarin ondervertegenwoordigd; en dat is een risico), of met een combinatie VVD-CDA-D66-SP (voor een hoger Henk & Ingrid gehalte;maar dan moet de SP de blokkade jegens de VVD opheffen). De kiezer heeft in maart gesproken. Het is nu de hoogste tijd voor de Haagse partijen om hun verantwoordelijkheid te nemen. De eerste rondes van verkenning en ontkenning zijn voorbij. De twee genoemde opties zijn de enige serieuze. Andere combinaties voldoen niet aan de kwalitatieve en/of kwantitatieve vereisten en helpen ons niet verder op weg naar een betere wereld. Want een betere wereld willen we toch allemaal?

 

[1] De Schone Kleren Campagne opende laatst een pop-up naai-atelier in Den Haag om het winkelend publiek bewust te maken van misstanden in dergelijke sweatshops.  http://schonekleren.nl/nieuws/2017/05/politici-aan-het-werk-in-bengaalse-sweatshop

 

[2] https://tweakers.net/nieuws/122533/nederlandse-bestedingen-chinese-webshops-groeien-met-59-procent.html

 

[3] http://www.volkskrant.nl/beeldende-kunst/activisten-die-in-van-gogh-museum-tegen-sponsorrelatie-met-shell-protesteerden-eindigden-in-cel~a4494710/

 

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen (over Walt Whitman en J.C. Bloem)

In de film Little Women (USA, 1994) van Gillian Armstrong komt een fragment voor waarin twee hoofdrolspelers, Jo en Friedrich, elkaar aanvullend een gedicht van Walt Whitman citeren. Het gaat over de ‘Streets of Manhattan’ mij valt direct een gelijkenis met het beroemde Dapperstraat-gedicht van J.C. Bloem op.

Op het internet speurend kom ik nadere informatie tegen:

 

Little Women  Release Date: 1994 

Synopsis: Little Women is based on the novel of the same title by Louisa May Alcott.  The film focuses on the lives of four sisters growing up in Concord, Massachusetts, during and after the Civil War.  Helped by their mother, Mrs. March (Susan Sarandon), the young women strive to find direction and meaning in their lives despite their poverty and their lesser place in society as women.  The story centers on the second sister, Josephine March (Winona Ryder), who wants to become a writer.

Role and significance of Whitman in the film: Walt Whitman’s words appear briefly in the film when Jo first meets Bhaer.  After dropping her manuscript in the muddy streets of New York, Bhaer helps Jo dry the sheets in his room at the boarding house where Jo is staying.  They begin discussing transcendentalism, a philosophy to which Jo’s family subscribes, and Jo describes herself as “hopelessly flawed,” unable to achieve the human perfection for which transcendentalism calls.  Bhaer responds by quoting Walt Whitman:  “Keep your woods O Nature, and the quiet places by the woods. . . .  give me the streets of Manhattan!”  Bhaer concludes that transcendence without perfection is possible, just as it is for the poet Walt Whitman.
The lines Bhaer quotes are from Whitman’s poem “Give Me the Splendid Silent Sun,” which appeared in the 1865 version of Drum Taps.  While the lines “Keep your woods O Nature, and the quiet places by the woods” and “give me the streets of Manhattan” do not appear next to one another in the poem, they are used accurately in the film. 

Dan zoek ik het gedicht op:

Give Me the Splendid Silent Sun  (Walt Whitman 1819-1892)

1

Give me the splendid silent sun with all his beams full-dazzling,
Give me autumnal fruit ripe and red from the orchard,
Give me a field where the unmow’d grass grows,
Give me an arbor, give me the trellis’d grape,
Give me fresh corn and wheat, give me serene-moving animals teaching
content,
Give me nights perfectly quiet as on high plateaus west of the
Mississippi, and I looking up at the stars,
Give me odorous at sunrise a garden of beautiful flowers where I can
walk undisturb’d,
Give me for marriage a sweet-breath’d woman of whom I should never tire,
Give me a perfect child, give me away aside from the noise of the
world a rural domestic life,
Give me to warble spontaneous songs recluse by myself, for my own ears only,
Give me solitude, give me Nature, give me again O Nature your primal
sanities!

These demanding to have them, (tired with ceaseless excitement, and
rack’d by the war-strife,)
These to procure incessantly asking, rising in cries from my heart,
While yet incessantly asking still I adhere to my city,
Day upon day and year upon year O city, walking your streets,
Where you hold me enchain’d a certain time refusing to give me up,
Yet giving to make me glutted, enrich’d of soul, you give me forever faces;
(O I see what I sought to escape, confronting, reversing my cries,
see my own soul trampling down what it ask’d for.)

2

Keep your splendid silent sun,
Keep your woods O Nature, and the quiet places by the woods,
Keep your fields of clover and timothy, and your corn-fields and orchards,
Keep the blossoming buckwheat fields where the Ninth-month bees hum;
Give me faces and streets–give me these phantoms incessant and
endless along the trottoirs!
Give me interminable eyes–give me women–give me comrades and
lovers by the thousand!
Let me see new ones every day–let me hold new ones by the hand every day!
Give me such shows–give me the streets of Manhattan!
Give me Broadway, with the soldiers marching–give me the sound of
the trumpets and drums!
(The soldiers in companies or regiments–some starting away, flush’d
and reckless,
Some, their time up, returning with thinn’d ranks, young, yet very
old, worn, marching, noticing nothing;)
Give me the shores and wharves heavy-fringed with black ships!
O such for me! O an intense life, full to repletion and varied!
The life of the theatre, bar-room, huge hotel, for me!
The saloon of the steamer! the crowded excursion for me! the
torchlight procession!
The dense brigade bound for the war, with high piled military wagons
following;
People, endless, streaming, with strong voices, passions, pageants,
Manhattan streets with their powerful throbs, with beating drums as now,
The endless and noisy chorus, the rustle and clank of muskets, (even
the sight of the wounded,)
Manhattan crowds, with their turbulent musical chorus!
Manhattan faces and eyes forever for me.

 

Vooral in het tweede deel herken ik Bloem: het zich afwenden van de natuur en het omarmen van het stedelijke leven. De veel voorkomende frase Give me … van Whitman tref je ook bij Bloem aan: Geef mij de grauwe, stedelijke wegen

De vraag is of Bloem dit gedicht van Whitman heeft gekend. Tijd-technisch gezien kan het. Whitman stierf in 1892, terwijl Bloem zijn befaamde gedicht schreef op 28 oktober 1945 (bron: bloemlezing ‘Domweg gelukkig in de Dapperstraat’ van Aarts en van Etten, 1990, p. 263).

Als ik ga googlen op Whitman & Bloem kom ik geen informatie tegen met een sluitend antwoord. Enige tijd later kom ik in de bundel ‘500 Gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ een gedicht van de Britse dichter William Woodsworth  tegen. De vertaler: J.C. Bloem! Er is dus een link tussen Bloem en Engelstalige poëzie.

Ik besluit verder te spitten. Ik weet dat er niet zo lang geleden een biografie over Bloem is verschenen. Misschien dat de schrijver me verder kan helpen. Via internet blijkt dat het om een proefschrift gaat: Bart Slijper, Van alle dingen los. Het leven van J.C. Bloem (De Arbeiderspers, Amsterdam 2007), ISBN: 978 90 2956499 1.

 

Ik neem per e-mail contact op met Bart Slijper:

Ik ben nieuwsgierig naar de vraag of J.C. Bloem geïnspireerd kan zijn geweest door de bekende Amerikaanse dichter Walt Whitman. In de bijlage treft u de reden voor mijn nieuwsgierigheid aan.

Ik vraag me af of het beroemde gedicht van Bloem over de Dapperstraat op enige wijze verband houdt met een gedicht van Whitman. Ik zie namelijk een paar parallellen.

Wellicht dat u als (volop geprezen) biograaf van Bloem mij hier op antwoord kunt en wilt geven.

Slijper meldt me dat ook hij de woordelijke overeenkomst tussen de gedichten van Whitman en Bloem opvallend vindt. Ook bevestigt hij dat Bloem een groot liefhebber van Engelstalige poezie was en goed bekend met het werk van Whitman. Maar een sluitende aanwijzing dat Bloem zijn Dapperstraat geënt heeft op het Manhattan van Whitman heeft hij niet.

Eerst ben ik wat teleurgesteld, maar al snel merk ik dat ik eigenlijk niet op zoek ben naar een smoking gun. Om in detective-termen te blijven: ik heb circumstantial evidence gevonden en dat is al mooi genoeg. En bovendien: kunstenaars putten vaak hun inspiratie uit het werk van andere kunstenaars. Dat levert mooie kunst op.

 

P.S.

De getoonde afbeelding is te vinden in Amsterdam aan de kop van de Dapperstraat langs de Singelgracht.

Het is een eerbetoon aan J.C. Bloem van Steffen Maas (1999).  Hij heeft zich laten inspireren door de geel-zwarte borden van Rijkswaterstaat die je vaak langs het water ziet staan met de aanduiding A voor aanlegplaatsen of K voor kabels. (bron: Toon Lauwen: Holland in Beeld, 2007).

 

Bipolaire politiek

“We zouden wat mij betreft op zoek moeten naar vormen van democratie waarbij  de kiezer geen zwart-wit keuzes voorgelegd krijgt, maar uitgenodigd wordt om mee te denken en mee te praten over oplossingen voor politieke vraagstukken. Politici en politieke partijen zouden hun eigen opvattingen moeten kunnen relativeren en oog hebben voor alternatieve opvattingen.”

 

Frankrijk gaat aanstaande zondag naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. In de eerste ronde, twee weken geleden, behaalden Emmanuel Macron en Marine Le Pen de meeste stemmen waardoor zij nu doorgaan naar de tweede en beslissende ronde. Net als in de Verenigde Staten heeft de president in Frankrijk zeer grote politieke bevoegdheden, dus er staat veel op het spel voor de Fransen. In veel landen met een presidentieel systeem vervult de president een meer ceremoniële rol als staatshoofd zonder werkelijke politieke macht. Een verbindende figuur die de nationale eenheid symboliseert. In Frankrijk en in Amerika is de president echter niet alleen staatshoofd, maar ook veruit de machtigste politieke figuur, de centrale spelbepaler. Hij is dus niet een boven de partijen staande verbinder, maar een staatshoofd met een uitgesproken politieke kleur. En omdat er maar één persoon president kan worden, heeft de uiteindelijke verkiezingsdag in een land met een presidentieel systeem altijd een bipolair karakter met een zwart-wit keuze: òf de één òf de ander.  Degene met de meeste stemmen wint. Duidelijk en simpel.

 

 

 

 

 

 

Dat bipolaire systeem kom je ook tegen bij referenda. Referenda lijken de laatste jaren aan populariteit te winnen. Denk aan recente voorbeelden in Schotland (over onafhankelijkheid), Nederland (over Oekraïne), Groot-Brittannië (Brexit) of Turkije (presidentieel systeem). Ook bij een referendum wordt de keuze voor de kiezer teruggebracht tot een duale optie: het beantwoorden van een vraag met een eenvoudig Ja of Nee. Ook hier geldt: de meeste stemmen gelden.

Ik heb veel moeite met deze vormen van bipolaire politiek. Een tweestrijd is prachtig voor media en opiniepeilers. Het levert, net als bij sportwedstrijden of thrillers, een spannende ontknoping op met een winnaar-op-punten. Maar het land moet na de verkiezingen weer verder, terwijl de politieke tweestrijd de tegenstellingen juist heeft vergroot. Vooral bij verkiezingen met een lage opkomst en/of met een krappe overwinning blijven grote groepen mensen met een kater achter. Wat als Macron wint met 55% van de stemmen bij een opkomst van 55%? Dan is 30% van alle Fransen opgelucht en blij, terwijl 70% teleurgesteld, onverschillig of boos is. En wat heeft de Brexit-uitslag nu feitelijk opgeleverd of opgelost? De verliezende premier (David Cameron) is vertrokken, de winnende uitdager (Nigel Farage) is ook van het politieke toneel verdwenen, de eerste onderhandelingen met de EU verlopen uiterst moeizaam, een nieuw Schots onafhankelijkheidsreferendum dreigt en de ongekozen Theresa May schrijft nieuwe verkiezingen uit. Tel uit je winst. Of kijk eens naar de politieke situatie in de Verenigde Staten waar al jarenlang een verlammende loopgravenoorlog tussen Democraten en Republikeinen woedt. Soms met een lock-down tot gevolg.

We zouden wat mij betreft op zoek moeten naar vormen van democratie waarbij  de kiezer geen zwart-wit keuzes voorgelegd krijgt, maar uitgenodigd wordt om mee te denken en mee te praten over oplossingen voor politieke vraagstukken. Geen bipolaire presidentsverkiezingen en referenda, maar een pluriform systeem met veelkleurige partijen en platforms. Dialoog en debat zouden centraal moeten staan, niet winnen of verliezen. Vergelijk het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers met betrekking tot de ouderenzorg[1] eens met het referendum-initiatief over het Verdrag met Oekraïne. Borst en Gaemers stelden de inhoud centraal en maakten er juist geen partijpolitieke kwestie van, met als gevolg dat er nu in Den Haag van links tot rechts brede steun voor hun plannen bestaat.

 

 

 

 

 

Tijdens de campagne bij het Oekraïne-referendum was de inhoudelijke diepgang vaak ver te zoeken en werd allerhande ontevredenheid gemobiliseerd. Het verdrag was al in 28 landen door de nationale parlementen (democratisch) goedgekeurd, maar in Nederland werd achteraf aan de noodrem getrokken. Het blijkt juridisch en praktisch vrijwel onmogelijk om recht te doen aan de uitslag. In die zin kent dit referendum alleen maar verliezers en zijn we weer een illusie armer

Dit laatste is symptomatisch voor deze tijd waarin veel burgers murw en ongemotiveerd raken. Ze voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd en nauwelijks serieus genomen. Ze haken af of kiezen voor politici die zichzelf buiten de gevestigde orde van de traditionele partijen plaatsen (denk aan Donald Trump, Emmanuel Macron, Nigel Farage, Beppe Grillo). Maar meer controverse, meer extremisme, meer referenda en nog grotere tegenstellingen zijn niet de oplossing voor deze problemen. Integendeel, daarmee gaat het van kwaad tot erger.

Bipolaire systemen bevorderen het zwart-wit denken, het denken in termen van winnen en verliezen, het wij-zij denken, het monopoliseren van de waarheid. In pluriforme systemen moet je overleggen, compromissen sluiten en coalities vormen. Stelling durven nemen, maar ook water bij de wijn kunnen doen. Dat is bij uitstek de rol van politici (zowel van de gevestigde orde als de outsiders) in een gezonde democratie. Ze zitten er niet voor hun eigen belang of voor een deelbelang. Zij dienen het algemeen belang te dienen. Politieke partijen moeten de verbinding met de burgers zoeken. Maar ook met elkaar. Politici en politieke partijen zouden hun eigen opvattingen moeten kunnen relativeren en oog hebben voor alternatieve opvattingen. Er zijn mensen die dat slap vinden. Ik denk dat het juist de manier is om politieke systemen gezond te houden.

[1] https://www.scherpopouderenzorg.nl/

Mijn zoon de gelukzoeker

Onze oudste zoon Lucas vertrekt over een paar dagen naar Bali. Niet om daar een weekje op het strand te gaan liggen en ook niet als onderdeel van een wereldreis. Bali heeft zijn hart gestolen en hij wil daar een nieuw bestaan gaan opbouwen.

 

 

We weten allemaal dat we in een bevoorrecht stukje van de wereld wonen. Wie de statistieken bekijkt, ziet dat Nederland steevast tot de top-tien landen behoort als het gaat om welvaart, gezondheidszorg en geluk. Geen wonder dat veel mensen die in minder fortuinlijke landen wonen en getroffen worden door armoede, oorlog, hongersnood of werkloosheid proberen onze kant op te komen. Soms bedreigd of letterlijk weggebombardeerd; soms zonder kwestie van leven-of-dood, maar op goed geluk. We hebben hen de afgelopen jaren zien arriveren en zien stranden. Met gammele bootjes, verstopt in vrachtwagens, of lopend langs de snelweg in midden-Europa. Vluchtelingen, migranten, illegalen, gelukszoekers. Ze willen hier een nieuw leven opbouwen. En wij weten eigenlijk niet goed wat we met hen aan moeten.

Onze zoon gaat de omgekeerde kant op. Ook als gelukzoeker. Maar niet omdat hij het hier slecht heeft, of omdat hij zijn buik vol heeft van Nederland, of omdat hij gedwongen wordt. De reden is dat hij een plek ver weg heeft gevonden waar hij zich helemaal senang voelt. Waar hij wil gaan wonen en werken. Ook zijn zoektocht roept gemengde gevoelens op. We hopen natuurlijk dat hij dat geluk vindt. Maar we zouden hem ook heel graag hier houden. Het vreemdste is daarbij vooral dat we niet weten waartoe deze grote stap zal leiden. Gaat hij een paar jaar weg? Of blijft hij daar voor de rest van zijn (en ons) leven?

Naar een ander land verhuizen is ook in praktische zin een grote stap. Lucas heeft hier, tot grote spijt van zijn collega’s en leerlingen, zijn baan als leraar Nederlands opgezegd. Ook zijn mooie etage bij de Amsterdamse Overtoom heeft hij opgegeven. Zijn spullen heeft hij verkocht of weggegeven. Zijn totale bezit past op dit moment in een koffer en twee tassen.

Lucas is al een paar keer op Bali geweest. Het eiland, de mensen en de cultuur hebben hem vanaf de eerste keer gegrepen. Hij geniet van het tempo, de temperatuur en het temperament. Men neemt daar meer de tijd voor elkaar en voor waar men mee bezig is. Meer rust, meer aandacht, meer zen. Hij heeft daar nieuwe vrienden gemaakt en spreekt zelf al een aardig mondje Indonesisch.

Vindt hij op Bali nieuw geluk? We weten dat hij het daar wil gaan zoeken en dat is voor ons, achterblijvers, een cruciaal gegeven. Iemand die oprecht het geluk zoekt, moet de kans krijgen dat te vinden. Iemand die hier tientallen mensen om zich heen heeft die om hem geven, maar toch wil vertrekken, moet wel erg gemotiveerd zijn. We zwaaien hem dus met liefde uit. We hebben hem niet opgevoed om hem vast te houden. Maar dit loslaten doet natuurlijk wel pijn, ook al is hij een volwassen man van 32 jaar. Zoals het hem ook pijn zal doen om ons achter te laten. Pijn die we dankzij moderne communicatie- en transportmiddelen zullen kunnen verzachten. En pijn die hij vooral kan wegnemen door daar nieuw geluk te vinden.

Lucas boft dat hij niet gedwongen wordt om zijn heil elders te zoeken, maar dat hij dat vanuit een positieve motivatie gaat doen. Hij heeft geluk dat hij het geluk uit vrije wil mag gaan zoeken.

Oek de Jong en Ed van der Elsken; over de kracht van woorden en beelden

Toen ik onlangs thuiskwam na het bezoeken van de mooie Ed van der Elsken tentoonstelling De Verliefde Camera in het Stedelijk Museum in Amsterdam, had ik nog even een vrij momentje om het boek uit te lezen waar ik enige tijd geleden aan begonnen was: Pier en oceaan van Oek de Jong.  Een dikke pil van ruim 800 bladzijden. De Jong schetst de jonge jaren van Abel Roorda, van de vroege jaren ’50 tot de vroege jaren ’70.  Ik had nog dertig bladzijden te gaan, maar ik bladerde, aangestoken door Ed van der Elsken, terug naar een van de eerste hoofdstukken. Oek de Jong beschrijft daar namelijk hoe Abel’s moeder als jonge, zwangere vrouw op bezoek gaat bij haar 14 jaar oudere broer Gregoor in Amsterdam. Deze broer was een buitenbeentje in de familie en leidde een bohemienachtig bestaan als fotograaf. Oek de Jong schetst in een paar bladzijden zijn entourage: vrouwen, drank, Karel Appel, Parijs. Al deze ingrediënten had ik net ook in het Stedelijk gezien. Zou Ed van der Elsken model hebben gestaan voor deze Gregoor Houttuyn? Ik weet het niet, maar het is een interessante gedachte. Vooral ook omdat Oek de Jong en Ed van der Elsken allebei zo treffend dezelfde naoorlogse periode weten te portretteren. Oek de Jong in woorden en Ed van der Elsken in beelden. Oek de Jong met het traditionele leven in de provincie (Friesland, Zeeland) als decor en Ed van der Elsken die vooral het straatleven van de grote stad (naast Amsterdam ook wereldsteden als Parijs en Tokyo) laat zien.

Het lezen van het boek en het bekijken van de tentoonstelling leidde bij mij enerzijds tot veel herkenning, maar ook tot een soort vervreemding, omdat die tijd inmiddels zo ver achter ons ligt. Het werk van beide kunstenaars toont aan dat die tijd onmiskenbaar en onomkeerbaar voorbij is (ook al lijken sommige politici er naar terug te verlangen) Ik groeide op in de jaren ’60 en ik herken op de foto’s van van der Elsken onmiddellijk de kleding, de kapsels, het karige interieur van de huizen, het straatbeeld. Zo staan ze namelijk ook in mijn oude foto-boeken. Het roept bijna fysieke reacties op. Ik voel weer de kriebelende stof van de truien uit mijn jeugd en ruik weer de aftershave van mijn vader. Puur jeugdsentiment.

Geen wonder dat er zoveel leeftijdsgenoten in het Stedelijk rondlopen, al zijn er ook de nodige jonge bezoekers. Het knappe van Ed van der Elsken is dat hij dat tijdsbeeld vooral weet te vangen met karakteristieke portretten (daar staan er juist te weinig van in mijn foto-albums; maar goed, mijn vader had weer andere talenten). Van der Elskens ‘personages’ zijn aan de ene kant doodnormaal, gewoon op straat aangetroffen en in hun natuurlijke omgeving vastgelegd. Aan de andere kant zijn zij door de camera buitengewoon gemaakt en daardoor iconen van hun tijd geworden. Dat spel van gewoon-buitengewoon maakt het werk van Ed van der Elsken zo aantrekkelijk en herkenbaar.

Oek de Jong kiest ook voor gewone mensen. Zijn verhaal bevat niet een beschrijving van een excentrieke familie of een uitwerking van een bizarre gebeurtenis die het leven van de hoofdpersonen gedurende meerdere generaties tekent. Hij beschrijft, met veel oog voor omstandigheden en details, het leven van een gewone jongen (Abel Roorda) die op het platteland opgroeit. Het verhaal begint bij de ongeplande en onzekere zwangerschap van zijn moeder en eindigt bij Abel’s afscheid van de middelbare school en de daarop volgende zomer die hij voor het eerst zonder zijn ouders doorbrengt.

 

In zijn jonge jaren woont hij in Friesland totdat het gezin gaat verhuizen naar Zeeland, waar zijn vader rector wordt van een middelbare school. Oek de jong beschrijft een jeugd die niet wezenlijk anders is dan die van zoveel jongeren in die tijd: kattenkwaad, huiswerk, onzekerheid, ruzie met je ouders, eerste verliefdheden, verveling, stoer doen. Ook Oek de Jong weet het gewone bijzonder te maken. Waar Ed van der Elsken met zijn sterke beelden directe, zintuiglijke herkenning oproept, weet Oek de Jong zo treffend sferen en emoties te beschrijven dat je als lezer al snel teruggevoerd wordt naar de ervaringen en gevoelens uit je eigen jeugd.

 

 

Een groot verschil tussen beiden is dat Ed van der Elsken ons rauwe, vitale, uitdagende, grootstedelijke beelden voorschotelt, terwijl de Oek de Jong vooral de kleinburgerlijke, beklemmende wereld van het provinciale leven schetst. De hoofdpersonen uit Pier en Oceaan kunnen daar alleen aan ontsnappen als ze in de vrije natuur zijn; het liefst ergens bij het water.

Wie op zoek is naar het Nederland van 50 jaar geleden krijgt met het combineren van De Verliefde Camera en Pier en Oceaan een prachtig totaalbeeld met allerlei facetten: stad en platteland, levenslust en bekrompenheid, bohemiens en boeren, verwachting en teleurstelling.

Het bezoeken van de tentoonstelling duurt ongeveer anderhalf uur, het lezen van het boek een veelvoud daarvan. Een boek van 800 bladzijden lijkt minder van deze tijd. Het vergt rust, tijd en concentratievermogen om dit boek, dat juist niet bol wil staan van plotwendingen en ‘moord en brand’,  te lezen. Het is echt een ‘slow medium’ dat heel goed past bij de tijd die het beschrijft: de jaren ’50 en ’60. Daarmee is het echt een boek voor 50-plussers en, naar ik vrees, niet voor jongeren. Op de tentoonstelling van Ed van der Elsken zag ik wel de nodige jonge geïnteresseerden. Zijn werk spreekt ook huidige generaties aan. Sterker nog, wat Ed van der Elsken met zijn foto’s en films laat zien kun je opvatten als het voorwerk van wat jongeren tegenwoordig via social media en vlogs met elkaar delen.

Zo lijkt het beeld het te winnen van het woord. De beelden, zeker de mooie beelden van Ed van der Elsken, laten ons blije, verbaasde, verliefde, of opstandige mensen zien. Maar het zijn letterlijk momentopnames. We weten niet waarom deze mensen blij of opstandig zijn. Daar heb je een verhaal bij nodig. Een verhaal, zoals Pier en Oceaan, waardoor je begrijpt waarom Abel met het ene meisje zoent terwijl hij heimelijk verliefd is op het andere. Een verhaal waardoor je aanvoelt dat het een keer tot een fikse confrontatie met zijn vader moest komen. Een verhaal zonder beelden, waarbij je zelf op de tast moet gaan. Daar is veel voor te zeggen.

 

Piet Mondriaan: Pier en Oceaan 4

P.S.

De boektitel Pier en Oceaan is ontleend aan een reeks schilderijen van Piet Mondriaan. De schilderijen zijn geïnspireerd op het lijnenspel van zee, lucht en pieren dat Mondriaan aan de Zeeuwse kust (Domburg) aantrof. Ze markeren de overgang van Mondriaan naar abstract werk.

Blogsite van Peter 't Lam