Olifantenpaadjes en Ezelsbruggetjes...

“Als we nudging zien als poging van een overheid of andere organisaties om burgers en klanten een suggestieve zet in de rug te geven, dan kunnen we olifantenpaadjes opvatten als een collectieve uiting van mensen/gebruikers om overheden en managers een duidelijke hint te geven”   Een collega èn plaatsgenote wees me er onlangs op hoe lokale overheidsdienaren op een bekende locatie in onze woonplaats een afsteek-route, een zogenaamd olifantenpaadje, voor voetgangers hadden geblokkeerd door een hek te plaatsen. In reactie daarop hadden voorbijgangers het hek ontwricht om weer een vrije doorgang te creëren. Daarop had de gemeente een steviger hek geplaatst, maar ook dit hek werd weer onklaar gemaakt. Een halsstarrige overheid tegenover hardnekkige burgers.     We constateerden hoofdschuddend dat dit een treurig voorbeeld was van energieverspilling en vooral een gemiste kans om gezamenlijk tot een goede oplossing te komen. Tijdens dit praatje bij de koffie-automaat viel me in dat het fenomeen ‘olifantenpaadjes’ een soort omgekeerde equivalent is van ‘nudging’.  Nudging is een modekreet in de professionele communicatiewereld. Het is een term die over is komen waaien uit de Verenigde Staten dankzij de publicatie van het boek Nudge van de gedragswetenschappers Thaler en Sunstein (2009). Het boek heeft de veelzeggende ondertitel ‘improving decisions about health, weath and happiness’. Nudging betekent letterlijk: een duwtje geven. Als illustratie staat op de voorkant van dit boek een grote olifant die een (weigerachtige) baby-olifant met zijn slurf een zetje geeft. Ook hier een olifanten-metafoor. In de communicatiewereld zien professionals zich vaak voor de opdracht gesteld om met boodschappen en media een bepaalde doelgroep te beïnvloeden. Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw maken ze daarbij gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten. Denk bijvoorbeeld aan de de Planned Behaviour theorie van Fishbein & Ajzen,...

How does it feel? Over Bob Dylan en de Nobelprijs...

Bob Dylan won vandaag de Nobelprijs voor de Literatuur.  Waarom dat wat mij betreft volkomen terecht is, kan ik het beste laten zien aan de hand van zijn eigen teksten. Een greep uit zijn veelzijdige werk van de afgelopen 50 jaar.   Maar eerst wat Dylan in 2015 zei over zijn werk bij het in ontvangst nemen van de MusiCares Award “I’m glad for my songs to be honored like this. But you know, they didn’t get here by themselves. It’s been a long road and it’s taken a lot of doing. These songs of mine, I think of as mystery plays, the kind that Shakespeare saw when he was growing up. I think you could trace what I do back that far. They were on the fringes then, and I think they’re on the fringes now. And they sound like they’ve been traveling on hard ground.” (voor de volledige tekst, zie: http://www.rollingstone.com/music/news/read-bob-dylans-complete-riveting-musicares-speech-20150209#ixzz40q0lur2O)   Mijn (haastige) keus van vandaag:   POËTISCH Inside the museums, Infinity goes up on trial Voices echo this is what salvation must be like after a while But Mona Lisa musta had the highway blues You can tell by the way she smiles See the primitive wallflower freeze When the jelly-faced women all sneeze Hear the one with the mustache say, “Jeeze I can’t find my knees” Oh, jewels and binoculars hang from the head of the mule But these visions of Johanna, they make it all seem so cruel (Vision of Johanna; 1966)     RELIGIEUS In the time of my confession, in the hour of my deepest need When the pool of tears beneath my feet flood every newborn seed There’s a dyin’ voice within me reaching out somewhere Toiling in the danger and in...

Moussa en Meursault; rendez-vous met Albert Camus...

De Algerijnse schrijver Kamel Daoud publiceerde enkele jaren geleden zijn debuut-roman Meursault, contre-enquête. Een hedendaags antwoord op het klassiek geworden boek L’Etranger van Albert Camus; ook een debuutroman, uitgebracht in 1942. Op de middelbare school ontwikkelde ik een fascinatie voor Camus die mij nooit echt heeft losgelaten. Ik kon dus niet anders dan ook het boek van Daoud lezen. In 2015 verscheen de Nederlandse vertaling onder de -nogal van het origineel afwijkende- titel Moussa, of de dood van een Arabier. Een intrigerend boek dat mij ertoe aanzette om, veertig jaar later, opnieuw L’Etranger te gaan lezen.   L’Etranger Mijn belangstelling voor de schrijver Albert Camus ontstond op de middelbare school. Ik had Frans gekozen als examenvak en werd geacht 12 Franstalige boeken te lezen. Ik moest een gevarieerde keuze maken uit een voorgeschreven groslijst die begon met La chanson de Roland uit de Middeleeuwen en eindigde met moderne, naoorlogse schrijvers. Ik las de meeste boeken daadwerkelijk in het Frans, maar kon niet zonder de hulp van het uittrekselboek Aperçu, en ook niet zonder Nederlandse vertalingen en het Frans-Nederlandse woordenboek. Van Camus koos ik het boek l’Etranger en ik werd zo gegrepen door dat verhaal, dat ik daarna ook zijn La Peste op mijn lijst zette. Meer mocht niet: maximaal twee titels per schrijver. Via Albert Camus en ook Jean-Paul Sartre kwam ik in aanraking met het existentialisme, met maatschappelijk engagement, met het begrip absurditeit, met het verbinden van literaire thema’s aan sociale vraagstukken. Koren op de molen van een maatschappelijk geïnteresseerde bovenbouw-leerling in de jaren ’70. Het verhaal van L’Etranger speelt zich af in Algerije waar de hoofdpersoon Meursault een onopvallend leven leidt. Algerije is op dat moment nog een Franse kolonie en Meursault is een pied-noir, een Algerijn van...

Moedige stap van Edith Schippers...

Het is goed als een gezichtsbepalende politicus de gelegenheid krijgt en neemt om uitgebreid en afgewogen zijn denkbeelden omtrent een groot maatschappelijk vraagstuk op papier te zetten en in het openbaar te delen. Minister Edith Schippers deed dit onlangs door te spreken over ‘De Paradox van de Vrijheid’ in de door Elsevier georganiseerde H.J. Schoo-lezing.[1]  Geen schreeuwerige verkiezingsretoriek, geen ultra-korte soundbites, geen voortkabbelend praatje-plaatje verhaal à la Zomergasten, maar een doordacht en doortimmerd betoog. Politiek en persoonlijk. Dat zouden meer politici moeten doen. De centrale vraag van haar lezing is hoe we onze (westerse) verworvenheden met als trefwoord ‘vrijheid’ beter kunnen bewaken en uitdragen zonder onze eigen vrijheid en die van anderen nodeloos in te dammen. Met andere woorden: hoe vrij laat je ander zijn die onze vrijheid op de korrel neemt? Hoe tolerant wil je zijn tegenover intoleranten? Hoe op te treden tegen mensen die onze principes bestrijden, zonder daarmee diezelfde principes ontrouw te worden? In een uitvoerig betoog, waarin linkse en rechts heilige huisjes niet worden ontzien, probeert Schippers een onderbouwd antwoord te formuleren op haar centrale vraag Ik heb haar lezing met veel belangstelling en ook op meerdere punten met veel instemming en waardering gelezen. Maar ook met een kritische blik. Ik ga graag in op drie termen die in het betoog van minister Schippers centraal staan: cultuur, maatschappelijk contract en vrijheid.   Cultuur Schippers zegt het volgende over het begrip cultuur: Frits Bolkestein zei het al in de jaren negentig: alle culturen zijn helemaal niet gelijkwaardig. En ik zeg het hem na: de onze is een stuk beter dan alle andere die ik ken. In elk geval voor de vrouw. In elk geval voor de homo of de transseksueel. In elk geval voor mensen die...

Vruchtgebruik (of waarom Apple Apple heet)...

  De Europese Commissie heeft vandaag bepaald dat het bekende technologieconcern Apple 13 miljard euro  aan de Ierse fiscus moet betalen in verband met eerder gemaakte belastingafspraken die nu illegaal zijn verklaard. Dit bericht bracht mij (naast andere gedachten) op de vraag waarom Apple eigenlijk Apple heet. Waarom heeft men bij de naamgeving van een high tech bedrijf juist voor de naam van een vrucht gekozen? Heeft die naam iets met het Bijbelse scheppingsverhaal te maken? Of is er een link met de toenmalige gelijknamige platenmaatschappij van de Beatles. Of is er een andere reden? Enig speurwerk op internet levert verschillende verhalen op. Op oude YouTube filmpjes van Apple-oprichters Steve Jobs en Steve Wozniak[1] klinkt vooral door dat ze het een kernachtige naam vonden. Simpel, positief en herkenbaar. Toen de naam Apple werd voorgesteld, wist niemand van de betrokkenen een betere naam te bedenken, dus werd het Apple. Er wordt zelfs gesuggereerd dat Jobs deze naam had bedacht omdat hij daarvoor in een biologische appelboomgaard had gewerkt.[2] Deze suggestie wordt nog versterkt door het feit dat de bekende Mac van Apple voluit Macintosh heet, en dat is een bekend appel-ras. Steve Jobs vertelt er op een video lachend bij dat de naam Apple ook handig was, omdat men zo bij het zoeken op alfabetische volgorde voorbleef op concurrent Atari. Nu was er nog een probleem omdat de platenmaatschappij van de Beatles ook Apple heette.   Apple Records (of eigenlijk holdingmaatschappij Apple Corps) spande een rechtszaak aan tegen Apple Computers. In de media werd deze aandachttrekkende zaak ‘Apple vs Apple’[3] genoemd. Apple Computer mocht de naam Apple blijven voeren tegen betaling van een fiks bedrag aan Apple Records en de belofte om zich niet in te laten met muziek (terwijl...

Geniet ervan! (over de gebiedende wijs)...

‘Geniet ervan!’ Deze woorden krijg ik steeds vaker te horen. In het restaurant als het bord onder mijn neus wordt geschoven, op mijn werk als de vakantie aanbreekt, in een winkel als ik iets moois heb gekocht, in het hotel als ik de sleutel van mijn kamer overhandigd krijg. Het merkwaardige is dat men de gebiedende wijs (‘geniet’) gebruikt voor iets dat men positief bedoelt.   Hoe zit dan nu precies met die gebiedende wijs (ook wel imperatief genoemd, naar het Latijnse woord imperator = keizer/opperbevelhebber)? Het lijkt alsof die te pas en te onpas wordt gebruikt. Het valt mij op dat veel tekstschrijvers en reclamemakers de gebiedende wijs hanteren. Reclame maken is de kunst van het verleiden. Althans, als je sommige romantisch aangelegde professionals mag geloven. Hoe kun je iemand prikkelen om jouw product aan te schaffen? Reclamemakers hebben daarbij een groot arsenaal aan middelen tot hun beschikking: foto’s van palmenstranden, sfeervolle muziek, geurtjes in de winkels, bekende Nederlanders in een TV-commercial, promotieteams op straat, sexy modellen op billboards (‘sex sells’), en -niet in de laatste plaats- : wervende teksten. Naast beelden, geluiden en geuren, zijn woorden krachtige instrumenten om potentiële kopers over de streep te trekken. Er wordt vaak voor de gebiedende wijs gekozen om de boodschap kort en stevig over te brengen. Maar kunnen we het nog wel verleidingskunst noemen als wij bevelen naar ons hoofd krijgen geslingerd?  Ik merk dat ik me minder uitgenodigd voel als ik geconfronteerd word met termen als KOOP! BESTEL! RESERVEER! GENIET! Ik krijg bij dergelijke dwingende aansporingen al snel een ‘dat maak ik zelf wel uit’-gevoel. Je kunt je bovendien afvragen of het op deze manier gebruiken van de gebiedende wijs wel spoort met de regels van de Nederlandse taal....

Mooie kerk

Vaste rituelen tijdens de zomervakantie: naar een dorpsmarkt gaan, op een terras zitten en rondkijken, boodschappen doen in een mega-supermarkt, stokbrood eten bij het ontbijt, boeken lezen in een luie stoel, een kerk bezichtigen. Dat laatste deden we eergisteren. Het was wisselvallig weer en we hadden zin om een uitstapje te maken. We hadden gelezen dat deze kerk gerestaureerd werd en dat een bezoek ook tijdens de restauratie de moeite waard zou zijn. Bijna elke plaats of regio heeft een bijzondere kerk, een oud klooster, een mooie tempel of een kleurrijke moskee die het bezoeken waard is. Er valt vaak veel te zien: beelden, muurschilderingen, bijzondere gebruiksvoorwerpen. Vanwege het religieuze karakter van het gebouw en de behoefte om het geloof uit te dragen werden vaak de beste bouwmeesters en vaardigste kunstenaars aangetrokken. Daarom behoren kerken ook nu nog tot de meest aanzienlijke en interessante gebouwen van steden en dorpen. Ook voor een niet-gelovige valt er veel te genieten van de architectuur en de kunstschatten van kerken. Oude kerken vertellen het verhaal van de geschiedenis van de streek, de geloofsbelevenis, de gebruiken, de stand van kunst en wetenschap in vroeger eeuwen. In nieuwere kerken zie je vaak hoe men de traditionele elementen die je in een kerk aantreft op een eigentijdse wijze vorm heeft gegeven: een stalen preekstoel, abstracte schilderijen, een blankhouten altaar. De kerk die we eergisteren hebben bezocht is circa honderd jaar oud. Niet oud en niet nieuw. Het is een katholieke kerk, dus vol met kapellen en afbeeldingen van heiligen. Elke kapel heeft zijn eigen stijl en sfeer. Kunstenaars van naam en faam hebben hieraan bijgedragen. Een overwegend neo-gotische kerk vol verticale lijnen met middenin een hoge koepel met verwijzingen naar de Apocalyps. Vanuit het midden van...

Je moet er wat voor over hebben...

“Een paar weken later kon ik de collectebus ophalen (identificatie bleek niet nodig) en kreeg ik mijn straten toegewezen”   Ik houd mijn studenten regelmatig voor dat persoonlijke communicatie effectiever is dan gemedieerde vormen van uitwisseling. Als voorbeeld gebruik ik vaak het verschijnsel huis-aan-huis collecte. Als ik van een goed doel een bankrekeningnummer in de krant zie staan, heb ik niet gelijk de neiging om geld over te maken. Maar als iemand met een collectebus voor mijn neus staat, geef ik (bijna) altijd. Ik heb thuis zelfs een ‘goede doelen-pot’ waar ik mijn overtollige kleingeld in gooi en daar pak ik steeds een handjevol munten uit als er een collectant voor de deur staat. Dat ik niet de enige ben, blijkt uit het feit dat er jaarlijks voor tientallen miljoenen wordt opgehaald via dit soort collectes.[1] De handboeken leren ons dat de boodschapper minstens zo belangrijk als de boodschap. We vinden het moeilijk om een persoon te weigeren die voor onze neus staat. Hoe relatief onbelangrijk de boodschap kan zijn, blijkt wel uit het feit dat ik vaak kort na de donatie niet eens meer weet voor welk goed doel men was langs geweest. Was het de Nierstichting of Jantje Beton? (wie hierover uitsluitsel zoekt, kan altijd even kijken in het nationale collecterooster. Ja, dat bestaat echt: http://www.cbf.nl/collecterooster/roosters/; en er is ook een collecteprotocol: http://www.collecteren.nl/collecterooster/collecteprotocol/). Dat ik ook voor andere vormen van directe verkoop vatbaar ben, heb ik in het verleden door schade en schande gemerkt. Ik heb me door aardige mensen een abonnement op een tijdschrift, een donateurschap van Artsen zonder Grenzen en een dakgootreiniging laten aansmeren. Totdat ik dacht: ‘nooit meer wat aan de deur kopen’. Het zijn pure impulsaankopen. Als ik iets echt nodig heb of...